In dit vijfde artikel in de reeks ‘In de spo(r)tlight’ neemt Marienke van Middelkoop (Huisartsgeneeskunde, Erasmus MC) ons mee in het blessurepreventieprogramma voor recreatieve hardlopers.

Wat was het doel van dit blessurepreventieproject?

In dit project (de SPRINT-studie) onderzochten we de effectiviteit van het door ons ontwikkelde '10 steps 2 outrun injury' preventieprogramma onder ruim 4000 recreatieve hardlopers. Er zijn zoveel blessures dat het echt nodig is om blessurepreventie voor hardlopers verder te ontwikkelen en optimaliseren. Basis voor dit nieuwe blessurepreventieprogramma is ons vorige onderzoek, de INSPIRE studie. We willen nu onderzoeken of dit programma het aantal blessures bij recreatieve hardlopers kan verminderen.

Waarom is dit project belangrijk voor recreatieve hardlopers?

Hardlopen is een geliefde sport en groeit nog steeds in populariteit. In 2018 liep 10% van de Nederlandse bevolking tussen de 12 en 79 jaar wekelijk hard. De toename in populariteit leidt helaas ook tot een toename van hardloop gerelateerde blessures.
Blessurepreventie blijkt onder recreanten een hele uitdaging omdat de sport veelal niet georganiseerd wordt beoefend. De behoefte om beter te begrijpen wat er nodig is om blessures in de toekomst te kunnen voorkomen, is groot. Mede doordat studies in andere sporten aantonen dat preventieprogramma's, inclusief duidelijke begeleiding met oefeningen geïntegreerd in een warming-up en/of trainingssessie, blessures kunnen voorkomen.

Wat zijn de belangrijkste inzichten?

Het onderzoek naar het online preventieprogramma '10 steps 2 outrun injury' leidde tot vier duidelijke inzichten:

  • Blessures komen bij recreatieve hardlopers heel vaak voor: 35% van de hardlopers liep een nieuwe blessure op tijdens de studieperiode.
  • Het online interventieprogramma bleek het aantal blessures bij recreatieve hardlopers niet te kunnen verminderen.
  • Het programma bleek ook niet effectief voor hardlopers met een hoog risico op blessures, ofwel hardlopers met een blessure verleden.
  • Deelnemers in de interventiegroep die actief met het programma aan de slag gingen lijken juist vaker een blessures op te lopen. Wellicht geven deze uitkomsten een vertekend beeld, omdat wanneer deze hardlopers een blessure oplopen, zij wellicht meer geneigd zijn om te informatie van het preventieprogramma te raadplegen en deze toe te passen.

Waar staan jullie nu?

Het project is afgerond en de hoofdvraagstelling is beantwoord. We zijn nu de verzamelde GPS data van de deelnemers te verwerken. We willen met geavanceerde technieken een beter inzicht krijgen in de relatie tussen trainingsparameters (zoals afstand, intensiteit en snelheid) en het ontstaan van blessures. We zijn daar op dit moment druk mee bezig en hopen met deze informatie lopers in de toekomst beter te kunnen voorlichten.

Hoe nu verder?

We zijn bezig met plannen voor vervolgonderzoek omdat we graag meer inzicht willen krijgen in de ontstaanswijze van blessures. We hebben nu twee keer een preventieprogramma ontwikkeld en deze getest op effectiviteit en beide keren waren de resultaten teleurstellend. Wij zijn dan ook van mening dat we eerst meer informatie moeten verzamelen over de ontstaanswijze. Ook omdat er zo’n grote diversiteit is aan type lopers en type blessures. Verder zijn we met kwalitatief onderzoek (interviews) bezig beter inzicht te krijgen in hoe geblesseerde lopers omgaan met hun blessures en wat ze verstaan onder blessures.

Meer informatie

Samenwerkende partijen:

  • Erasmus MC
  • Rotterdam Marathon Study Group
  • Sportgeneeskunde Rotterdam
  • Koninklijke Nederlandse Atletiek Unie
  • Vereniging voor Sportgeneeskunde
Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website