Verslagen

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het Nationaal Preventieprogramma 2014-2016 formuleert als ambitie dat voortijdige uitval door ziekte of arbeidsongeschiktheid moet voorkomen worden. Om deze ambitie verder te ontwikkelen, is een overzicht nodig van de huidige stand van kennis over de mogelijkheden van interventies en maatregelen om gezondheid van de werkende bevolking te bevorderen. Hierbij is specifiek aandacht nodig voor twee belangrijke risicogroepen: werkenden met een lage sociaaleconomische positie en werkenden met een chronische aandoening. Tevens is inzicht nodig in de randvoorwaarden waaronder deze interventies en maatregelen succesvol kunnen worden ingezet.

 

Hiertoe wordt een kennissynthese verricht met als doel:

1.Het presenteren van een overzicht van de beschikbare wetenschappelijke kennis over:

(1) ongezond gedrag en belastende arbeidsomstandigheden als determinanten van sociaaleconomische verschillen in ontstaan en verergering van gezondheidsproblemen en chronische aandoeningen

(2) effecten op deze determinanten van interventies en maatregelen om gezondheid onder werkenden in lage sociaaleconomische positie te bevorderen of verergering van chronische aandoeningen te voorkomen

(3) belemmerende en bevorderende factoren in de implementatie van deze interventies en de condities waaronder effectiviteit kan worden geborgd

(4) effectieve implementatie strategieën gericht op werkenden met een lage SEP, inclusief werkenden met een lage SEP én een chronische aandoening.

De wetenschappelijke kennis geeft inzicht in de effectiviteit en implementatie van interventies en maatregelen om gezondheid van de werkende bevolking te bevorderen én gezondheidsverschillen te verkleinen.

2.Het identificeren van kennislacunes, op basis van de beschikbare wetenschappelijke kennis én het raadplegen van belangrijke stakeholders, waarbij wetenschappelijk onderzoek en kennisontwikkeling dringend gewenst zijn om de ambitie van het Nationaal Preventie Programma over gezondheidsbevordering en gezond, veilig en duurzaam werken te kunnen realiseren.

3.Het vaststellen in welke mate lopende initiatieven en programma’s van verschillende organisaties in Nederland een bijdrage zullen leveren aan het invullen van gesignaleerde kennislacunes of juist specifieke kennislacunes zichtbaar zullen maken.

4.Het analyseren van opvattingen, ervaringen en initiatieven in beleid en praktijk, waarin beschikbare kennis kan worden geïmplementeerd of die juist een essentiële bijdrage moeten leveren aan de vraagarticulatie in de nieuwe kennisagenda.

 

De kennissynthese is opgebouwd uit drie stappen:

Stap 1:

A. verzamelen van wetenschappelijke kennis;

B. verzamelen van informatie uit lopende initiatieven en programma’s in onderzoek;

C. verzamelen van informatie over relevante initiatieven en activiteiten in beleid en praktijk.

 

Deze stap bestaat uit het bestuderen van beschikbare (wetenschappelijke) literatuur en lopende projecten van kennisontwikkeling en –toepassing en raadpleging van betrokken groepen over hun specifieke kennisbehoeften.

 

Stap 2:

A. analyse van aanwezige kennis, te verwachten kennis en gewenste kennis.

Deze stap bestaat uit een kritische analyse van de aansluiting van de kennisbehoeften van onderzoek, beleid en praktijk.

 

Stap 3:

A. vastleggen van prioriteiten en aanbevelingen voor kennisagenda, in aansluiting met stakeholders.

Deze stap legt de uiteindelijke kennissynthese vast met aanbevelingen voor onderwerpen en prioriteiten voor de kennisagenda. De kennissynthese wordt vastgesteld in een bijeenkomst met de belangrijkste stakeholders.

 

Het eindresultaat van is een overzicht van aanwezige en gewenste kennis over determinanten, interventies en implementatiestrategieën en concrete aanbevelingen voor de onderzoekagenda rond de ontwikkeling en evaluatie van effectieve interventies en adequate implementatiestrategieën van effectieve interventies. De slotbijeenkomst wordt tevens gebruikt voor het formuleren van aanbevelingen naar beleid en praktijk op welke wijze de kennisbehoeften kunnen worden geïdentificeerd en gearticuleerd, de wenselijkheid van opschaling van bewezen effectieve interventies, en de mogelijkheden van voortdurende monitoring van de kenniscyclus.

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website