Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Mensen hebben er veel aan als zij aan het werk zijn. Het zorgt bijvoorbeeld voor een gevoel dat je erbij hoort. Men leert op het werk gemakkelijk mensen kennen en het hebben van werk zorg voor een gevoel van onafhankelijkheid en eigenwaarde. Dit project gaat over werknemers met een verstandelijke beperking en mensen met psychische problemen. Deze mensen werken vaak op een speciale manier, terwijl het juist beter is als zij zoveel mogelijk op dezelfde manier aan het werk zijn als andere mensen. Sociale onderneming Binthout in Zwolle werkt met een aanpak waarbij werknemers met een verstandelijke beperking en een psychische beperking op deze laatste manier werken, en dit gaat goed. Dit project:

1) beschrijft de werkwijze van Binthout,

 

2) onderbouwt deze door middel van literatuurstudie en

 

3) evalueert de werkwijze vanuit de ervaringen van werknemers, werkgevers, gemeenten en sociale professionals.

 

De uitkomsten van het onderzoek wordt direct toegepast in de uitvoeringspraktijk van de Gemeente Zwolle.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Uit het onderzoek wordt duidelijk dat er binnen Binthout sprake is van twee logica’s, namelijk een werklogica en een zorglogica. Een logica is op te vatten als een praktijk waarin bepaalde regels, gebruiken en gewoonten bestaan die bepalen hoe je met elkaar omgaat. Deze regels, gebruiken en gewoonten zijn vaak niet beschreven en impliciet aanwezig (Mol, 2008). De sociale onderneming (hierna: SO) waar we onderzoek naar doen, kan worden gezien als een praktijk waar de werk- en zorglogica samenkomen en waar beide logica’s worden gecombineerd. De zorglogica verwijst naar al de regels, gebruiken en gewoonten die centraal staan in zorgpraktijken. De werklogica refereert aan alle regels, gebruiken en gewoonten die centraal staan binnen werk. Het bijzondere van deze SO is dat deze geen keuze maakt tussen een van de logica’s, maar voortdurend een balans zoekt tussen beide. Deze balans wordt per werknemer en zijn mogelijkheden bepaald en varieert ook naar tijd en omstandigheden. Het zoeken van deze balans is te begrijpen als een vorm van koorddansen: de koorddanser blijft alleen in evenwicht door in reactie op interne en externe invloeden voortdurend te bewegen.

Binnen het bewegen tussen de werk- en zorglogica zijn 10 spanningsvelden te onderscheiden, welke hieronder worden weergegeven in de volgorde 'werklogica versus zorglogica'

 

1. Ook minder leuke werkzaamheden uitvoeren versus Alleen maar leuk/leerzaam werk

2. Ambachtelijkheid (beroepstrots) versus Fröbelen

3. Gericht op eindproduct versus Gericht op proces

4. Zinvolle bijdrage aan samenleving (gever)versus Werk in teken van hulpverlening (ontvanger)

5. Prestatie-eisen (werkdruk) versus Vrijblijvend bezig zijn (geen werkdruk)

6. Materiële waardering versus Immateriële waardering

7. Collega’s en werkgever versus Mede-cliënten en zorgverleners

8. Verplichte aanwezigheid versus Vrijblijvende aanwezigheid

9. Gevarieerde en ontwikkelingsgerichte werkzaamheden versus Routinematige werkzaamheden

10. Voorwaardelijke begeleiding versus Onvoorwaardelijke begeleiding

 

SO Binthout balanceert voortdurend tussen de werk en zorglogica en probeert deze constructief in te zetten, zodat werknemers ervaren dat zij zinvol werk doen en geholpen worden in de ontwikkeling van hun competenties en vaardigheden op het gebied van werk.

Concluderend kan gesteld worden dat doordat deze SO zich als werkgever (onderneming) opstelt, maar daarbij veel aandacht heeft voor randvoorwaarden en begeleiding die de werknemers nodig hebben, deze SO in staat is om een zo regulier mogelijke werkplek te bieden. De SO beweegt flexibel mee met de werknemer/cliënt die ‘tussen wal en schip valt’, die meer kan of wil dan dagbesteding maar (nog) niet in staat is – of niet in staat zal zijn – om betaalde arbeid vol te houden.

Door deze menselijk en zorgzame aanpak, binnen een werkgerelateerde context, lukt het de SO om taken aan te bieden die de cliënten/werknemers als echt werk ervaren en waar ook een echte markt voor is, zonder dat er veel sprake is van uitval door werkeisen en werkdruk. Daarmee draagt de SO bij aan het bieden van een zinvolle arbeidsmatige dagbesteding voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en erkenning in hun rol als medewerker van een bedrijf dat producten maakt en verkoopt.

Omdat het flexibel balanceren van de werkgevers tussen de werk- en zorglogica’s per werknemer verschillend is en ook over de tijd heen kan verschillen, lukt het om aan te sluiten bij te competenties en vaardigheden van alle werknemers. Om deze reden is het zelfs mogelijk dat sommige werknemers kunnen doorstromen naar regulier werk, zonder dat dit zorgt voor druk en spanning bij werknemers voor wie dat (nog) niet het geval is.

 

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Achtergrond: De transities van de AWBZ naar de Wmo, de invoering van de participatiewet en de bezuinigingen in de langdurige zorg zetten het speelveld van de (arbeidsmatige) dagbesteding behoorlijk in beweging. Met de invoering van zowel de nieuwe Wmo als de Participatiewet sinds 1 januari 2015 wil het kabinet dat zoveel mogelijk mensen participeren in de samenleving om hiermee vorm te geven aan sociale inclusie. Het beleid is dan ook gericht op activering van mensen door een actieve en zinvolle dagbesteding. Uit onderzoeken weten we dat het belang van een zinvolle dagbesteding (via betaald werk) voor mensen met een verstandelijke beperking en/of psychiatrische problematiek veel positieve persoonlijke opbrengsten met zich mee brengt. Deze opbrengsten zijn zelfs groter wanneer er regulier (ondersteund) werk wordt gedaan. Toch is de instroom van deze groep mensen naar regulier werk nog beperkt. Sinds de invoering van de Participatiewet wordt er dan ook gezocht naar (nieuwe) mogelijkheden om deze instroom te vergroten. Sociale ondernemingen (SO: ‘zelfstandige ondernemingen die een product of een dienst leveren en primair en expliciet een maatschappelijk doel nastreven’ [15].) worden gezien als kans om de participatie van mensen met een (verstandelijke, psychiatrische) beperking te vergroten. Dit onderzoek richt zich specifiek op zo’n SO: Binthout. SO Binthout in de gemeente Zwolle maakt en verkoopt houten designproducten. In het productieproces worden mensen MB/PP ingezet. De SO biedt zowel plaats aan mensen met een VB met een Wlz-indicatie 6, 7 en 8, als beschut werk en werkervaringsplaatsen aan mensen met een LVB en/of PP die de opstap naar regulier werk willen maken maar nog laatste vaardigheden moeten en willen opdoen.

 

Doelstelling: Het primaire doel is het versterken van de re-integratie van mensen met een verstandelijke beperking en mensen met psychiatrische problematiek op het gebied van werk, ten dienste van hun integratie in de maatschappij. In dit project gaat het specifiek om 1) het verkrijgen van kennis over de effectiviteit van de werkwijze van sociale onderneming ‘Binthout’ in de gemeente Zwolle en 2) het versterken van de samenwerking en kennisuitwisseling tussen beleid, praktijk, onderwijs en onderzoek in de regio Zwolle, maar ook landelijk, rondom werk en inkomen en in het bijzonder sociale ondernemingen. Aan de hand van deze inzichten willen wij handvatten aanreiken die de opgeleverde kennis toepasbaar maken voor de gemeentelijke (uitvoerings)praktijk, sociale ondernemingen en sociale professionals.

 

Methode:

Het onderzoek is een effectonderzoek en wordt vormgegeven met behulp van de Effectladder (Nederlands Jeugdinstituut, hierna te noemen: NJI). Het doel is een beschrijving van de werkwijze van sociale onderneming Binthout te maken, conform het format van het NJi. Dit format wordt gebruikt om aan te sluiten bij de uniforme werkwijze van het ZonMw-programma Vakkundig aan het Werk. De werkwijze van sociale onderneming ‘Binthout’ is impliciet, de werkwijze en de resultaten zijn niet duidelijk. Om kennis te verkrijgen over de effectiviteit van de werkwijze van sociale onderneming ‘Binthout’ streven we ernaar om de interventie naar het niveau te brengen van “effectieve interventie volgens eerste aanwijzingen’ (niveau 3 van de effectladder: Niveau 3: effectieve interventies volgens eerste aanwijzingen).

De volgende drie stappen zijn hiervoor nodig:

Stap 1: Het maken van een goede omschrijving van de werkwijze van sociale onderneming Binthout;

Stap 2: De werkwijze van sociale onderneming Binthout nader onderbouwen d.m.v. theoretisch onderzoek;

Stap 3: De werkwijze van sociale onderneming Binthout onderzoeken (meten) op doeltreffendheid.

Om de kennis uit stappen 3 toepasbaar te maken voor de gemeentelijke uitvoeringspraktijk voegen we een stap aan het project toe:

Stap 4: Kennis effectiviteit sociale onderneming(en) toepasbaar maken voor gemeente(n).

 

Resultaten: Aan het einde van het project zijn de volgende resultaten behaald. Allereerst heeft het project kennis opgeleverd over de effectiviteit van sociale ondernemingen m.b.t. de re-integratie van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Deze kennis houdt in: een methodiekbeschrijving van de werkwijze van sociale onderneming Binthout, inzicht in de theoretische effectiviteit van werkwijze van sociale onderneming Binthout en inzicht in de doeltreffendheid van de werkwijze van sociale onderneming Binthout. Voorts is de opgeleverde kennis toepasbaar gemaakt voor de gemeentelijke (uitvoerings)praktijk zodat gemeenten kunnen leren t.b.v. andere interventies, en zodat ze stimuleringsbeleid kunnen voeren op sociale ondernemingen. Ook onder een breder publiek is de kennis (en de toepassingen daarvan) over de effectiviteit van sociale ondernemingen verspreid onder interne en externe belanghebbenden, specifiek (andere) gemeenten, sociale ondernemingen, sociale professionals (o.a. in sociale wijkteams) en binnen het onderwijs.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website