Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Van 1 april 2004 tot 31 maart 2008 is het PRIMA project uitgevoerd. PRIMA staat voor: ‘proefimplementatie antipestbeleid in het basisonderwijs’. Bij de uitvoering zijn de volgende organisaties betrokken: NIGZ (hoofdaanvrager en penvoerder), TNO KvL (onderzoek), EDventure (landelijke koepel van onderwijsbegeleidingsdiensten), GGD Nederland, en de regionale organisaties GGD ZHE, GGD Rotterdam Rijnmond en CED regio Rotterdam.

De doelstelling van het project is het verder ontwikkelen en implementeren van een anti-pest programma op aan dit onderzoek deelnemende basisscholen, ten einde het pesten op deze scholen te verminderen. Het anti-pestbeleid wordt zodanig in materialen vormgegeven dat de procedurele helderheid ervan voor docenten en schoolleiding wordt geoptimaliseerd.

Vraagstellingen hierbij zijn:

Welke factoren bepalen het succes en falen van de beoogde adoptie, implementatie en continuering van het ontwikkelde anti-pest programma op scholen?

Wat is het effect van het ontwikkelde anti-pest programma op pesten en gepest worden op basisscholen?

 

In een eerder door ZonMW gefinancierd project (projectnr 9607.037.2)werd een anti-pest protocol voor basisscholen ontwikkeld, gebaseerd op de uit meerdere trials succesvol gebleken aanpak van Olweus(1991). Deze interventie is op Nederlandse basisscholen effectief gebleken in het verminderen van pesten, maar de onderzoekers adviseerden verdere protocollering en begeleiding van scholen om de implementatie van de interventie te bevorderen.

In het huidige project zijn de bestaande materialen verbeterd en aanvullend geprotocolleerd zodat de adoptie, uitvoering en continuering van het programma, de PRIMA-methode, door docenten/schoolleiding geoptimaliseerd wordt. Er is gebruik gemaakt van focusgroepen om het materiaal aan de behoeften van de doelgroep te laten aansluiten. Daarnaast is een systeem ontwikkeld van regionale begeleiding van scholen door GGD en/of Onderwijs Begeleidingsdienst (OBD).

Het “PRIMA-Pakket” bestaat uit de volgende onderdelen op drie niveaus:

 

I. PRIMA Antipestprogramma op schoolniveau: een invoeringsplan, het opzetten van een Kernteam Pesten, een schoolbrede gedragscode instellen, het organiseren van een schoolbrede ouderbijeenkomst, de PRIMA pestmeter afnemen en conclusies trekken, het houden van een startbijeenkomst.

 

II. PRIMA acties in de klas: het instellen van groepsregels over pesten, het voeren van groepsgesprekken over de groepsregels, een lessenserie van zes lessen over pesten, en het organiseren van een ouderbijeenkomst op groepsniveau.

 

III. PRIMA maatregelen om het pesten te stoppen: een schoolbreed surveillanceplan instellen, vermoedens van pesten onderzoeken, begeleidende gesprekken met leerlingen en ouders, en ondersteuning en hulpverlening.

 

TNO-KvL heeft als nieuw instrument de “PRIMA Pestmeter” ontwikkeld. Deze bevat vragen aan leerlingen over pesten en over welbevinden en is onder meer gebaseerd op Olweus’ vragenlijst over pesten. De PRIMA Pestmeter is zo opgezet dat de gegevens via internet worden verzameld door TNO-KvL, maar dat ook de scholen direct kunnen beschikken over de gegevens (op groepsniveau). De gegevens van individuele leerlingen blijven voor iedereen anoniem.

 

Het PRIMA is uitgevoerd gedurende 2 schooljaren (2005-2006, en 2006-2007) op de 24 experimentele basisscholen in beide proefregio's. De regionale begeleiders hebben een training gevolgd om scholen te kunnen trainen en begeleiden. De scholen zijn getraind en begeleid bij de invoering van PRIMA. In deze periode is ook het onderzoek uitgevoerden zijn aan het eind van het project interviews afgenomen met scholen en regionale begeleiders.

Voor een goede interne communicatie is de PRIMA website ontwikkeld en is een PRIMA nieuwsbrief verschenen voor de betrokken scholen en regionale organisaties.

Op 31 januari 2008 zijn de voorlopige resultaten van het PRIMA project gepresenteerd, met een inhoudelijke bijdrage van onder meer Dan Olweus. Er is rond de landelijke bijeenkomst veel publiciteit geweest. Vanwege de positieve effecten van de pilot is besloten tot landelijke implementatie van PRIMA. Op basis van de onderzoeksresultaten zal het PRIMA materiaal aangepast worden en gereed gemaakt voor landelijke implementatie. Er wordt ook een landelijk dekkend systeem ontwikkeld van gecertificeerde PRIMA begeleiders. De PRIMA methode is vanaf 2009 landelijk beschikbaar voor basisscholen in Nederland.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

TNO heeft als onderdeel van het PRIMA project gedurende twee schooljaren (2005-2006 en 2006-2007) onderzoek verricht op 50 basisscholen naar de meerwaarde die de PRIMA-methode heeft voor de preventie van pesten op scholen. De helft van de

scholen werkte volgens de PRIMA-methode (de interventiescholen). De andere helft stond het vrij een eigen beleid t.a.v. pesten te volgen (de controle scholen).

Door middel van een vragenlijst (PRIMA-pestmeter) via het internet is twee jaar op alle scholen het pestgedrag gevolgd van de leerlingen in groep 6, 7 en 8. Over de totale periode konden 1650 kinderen (leeftijd 9-12 jaar) worden gevolgd. Daarnaast is bij docenten nagegaan welke activiteiten zij in relatie tot de PRIMA methode

gedurende de onderzoeksperiode uitvoerden.

 

Vraagstelling 1: Welke factoren bepalen het succes en falen van de beoogde adoptie, implementatie en continuering van het ontwikkelde anti-pest programma op scholen?

 

Bij de werving van scholen en docenten hebben de GGD en/of OBD de ontworpen wervingsstrategie niet gevolgd, maar hebben ze overwegend scholen per post benaderd met informatie over het anti-pest programma. Scholen die geïnteresseerd waren, werden vervolgens persoonlijk bezocht, waarbij vaak alleen met de schoolleider gesproken werd. Er zijn een drietal factoren geïdentificeerd die de werving zoals gepland beïnvloed hebben, namelijk (1) onvoldoende tijd om alle scholen telefonisch te benaderen, (2) het programma was nog in ontwikkeling ten tijde van de werving en (3) de GGD en/of OBD heeft onvoldoende materiekennis over pesten en kennis over alternatieve programma’s gericht op de preventie van pesten op school.

Scholen blijken de toegezonden brief en brochure met informatie over het programma slecht gelezen te hebben. Daarnaast blijkt slechts 12% van de scholen aan het eind van de wervingsfase van plan te zijn het anti-pest programma te gaan gebruiken in de toekomst.

De GGD en/of OBD bleek goed in staat de scholen te begeleiden bij de implementatie van het programma. De GGD en/of OBD hebben goed gebruik gemaakt van het ontwikkelde handboek voor begeleiders en waren hier positief over. De GGD en/of OBD heeft in het eerste schooljaar meer tijd besteed aan de begeleiding van scholen dan in het tweede schooljaar. De GGD en/of OBD vonden wel dat de huidige opzet van training die ze aan docenten hebben gegeven, veranderd moet worden.

Docenten zijn over het algemeen positief over het programma en de ontwikkelde materialen. Het gebruik van het programma door docenten in het eerste schooljaar is over het algemeen gemiddeld te noemen. In het tweede schooljaar nam het gebruik van het programma op school- en klas niveau licht af, vergeleken met het eerste jaar. Het gebruik van het programma op individueel niveau bleef gelijk in het eerste en tweede schooljaar.

Docenten gaven aan tevreden te zijn over de training, maar gaven de voorkeur aan meer interactie en practische adviezen.

 

Vraagstelling 2: Wat is het effect van het ontwikkelde anti-pest programma op pesten en gepest worden?

De conclusie luidt dat het programma een duidelijk gewenst effect heeft op pesten en gepest worden als wordt gekeken naar de afzonderlijke schooljaren. De effecten bleken telkens het grootst onder leerlingen van groep 6. Bekijken we de effecten in longitudinaal perspectief door de analyses te beperken tot leerlingen die de totale invoeringsperiode van 2 jaar deelnamen aan het onderzoek, dan verschilt de eveneens in de controle conditie opgetreden daling niet langer significant van die van de experimentele conditie. Dit wordt hieronder uitgelegd.

Gegevens uit andere onderzoeken naar pesten maken het plausibel dat de sterke daling in pesten en gepest worden op de controle scholen binnen het PRIMA-project niet op basis van het natuurlijk verloop verwacht had mogen worden. Het is aannemelijk om het uitblijven van een significant contrast tussen de daling in pesten op de experimentele en controle scholen toe te schrijven aan een gecombineerd effect van (1) de wijze waarop scholen bij aanvang werden toegewezen aan de onderzoekscondities, en (2) het effect van het onderzoek op het pestbeleid van de controle scholen. De toewijzing aan de onderzoekscondities kwam niet random tot stand, maar op basis van de voorkeurskeuze van de scholen zelf.

De verklaringen voor de eveneens gevonden dalingen in op de controle scholen rechtvaardigen de overall conclusie dat de PRIMA-methode effectief bijdraagt aan het terugdringen van pesten op scholen. De effecten van het programma zijn nagenoeg gelijk voor jongens en meisjes, kinderen met en zonder een chronisch ziekte, en voor kinderen met verschillende etnische achtergrond. Bovendien blijkt het beter toepassen van de programmaonderdelen gericht de beheersing van individuele pestincidenten bij te dragen aan een verhoogd effect op het terugdringen van pesten en gepest worden.

 

 

 

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In het project worden binnen twee regio's basisscholen ondersteund vanuit de GGD samen met de

OBD bij het opzetten en uitvoeren van een anti-pestbeleid. Een eerdere trial van TNO-PG heeft

uitgewezen dat een anti-pestbeleid de pestproblematiek op Nederlandse basisscholen effectief

terugdringt. Maar ook bleek dat niet alle scholen alle activiteiten uitvoerden en dat de intensiteit van

de activiteiten afnam. In dit project wordt daarom een aantal onderdelen gestructureerd en

geprotocolleerd, zodat deze eenvoudiger in een jaarlijks terugkerend anti-pestbeleid door scholen

kunnen worden uitgevoerd en bewaakt. Daarnaast ontbrak het scholen na de initiële teamtraining aan

follow-up begeleiding. Daarom richt dit project zich op de ontwikkeling van een wervings- en

begeleidingsstrategie die door GGD-en en/of OBD-en wordt toegepast in twee regio's. Er wordt

landelijk een conceptmodel ontwikkeld voor de werving, initiële docententraining en follow-up

begeleiding, dat naar gelang de regionale situatie concreet wordt ingevuld door de GGD en/of OBD in

overleg met de scholen. Onderzoek wordt verricht naar de succes- en faalfactoren van invoering van

dit beleid en naar de effecten op leerlingniveau. Het project levert de voorwaarden voor landelijke

implementatie van dit anti-pestbeleid. Bij het leerlingenonderzoek wordt onderzocht of er een relatie

bestaat tussen pesten en het hebben van een chronische ziekte.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website