Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Pedagogisch medewerkers in de kinderopvang stimuleren de taal-, spel- en denkontwikkeling van kinderen via goede interacties. Doel van het project ‘Kwaliteit van taal, spel en denken’ was een adaptieve werkwijze te ontwikkelen die hen daarvoor (beter) toerust.

 

Een projectteam van onderzoekers, opleiders en pedagogisch coaches en medewerkers van twee kinderopvangorganisaties heeft een ontwerponderzoek uitgevoerd waarin een professionaliseringstraject is ontwikkeld gebaseerd op:

- De leerwensen van pedagogisch medewerkers in spelinteracties met jonge kinderen

- 10 kernelementen voor taaldenken in spel

- Groepsbijeenkomsten, individuele coaching, eigen videomateriaal, collegiale uitwisseling

 

Opbrengsten zijn:

* een beter inzicht in belemmerende randvoorwaarden, vaardigheden en opvattingen van pedagogisch medewerkers over interacties in spel

* een voor de kinderopvangpraktijk duurzaam uitvoerbaar, en adaptief professionaliseringstraject, dat bijdraagt aan verbetering van de interactievaardigheden van pedagogisch medewerkers, gericht op de spelontwikkeling en het taaldenken van jonge kinderen (2 tot 4 jarigen).

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Eindproducten van het project zijn:

• Een onderzoeksrapport

• Een handleiding voor pedagogisch coaches in kinderopvangorganisaties, onderbouwleerkrachten in het primair onderwijs en opleiders in het mbo en hbo,

• Een online train-de-trainercursus, via Eduseries

• Een boekje ‘Kernelementen voor taaldenken in spel’

• Vernieuwing en uitbreiding van de website www.taal-in-spel.nl (zie: Taaldenken in spel)

 

Inhoudelijke resultaten zijn:

• Er is inzicht in wat belangrijke belemmeringen zijn voor pedagogisch medewerkers in de kinderopvang bij het begeleiden van spel en het daarbinnen stimuleren van de taal- en denkontwikkeling van kinderen

• Er is een onderbouwde aanpak ontwikkeld, waarvan aannemelijk is gemaakt dat hij leidt tot verbetering van de interactievaardigheden van pedagogisch medewerkers. Dat komt naar voren uit interviews met de direct betrokkenen (gepercipieerde effecten), en uit een eerste indicatieve analyse van videofragmenten van spelsituaties uit het begin, midden en eind van het uitgevoerde professionaliseringstraject.

 

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Kinderopvang kan de sociaal-emotionele en cognitieve ontwikkeling van kinderen stimuleren door te zorgen voor een hoge kwaliteit van spel en interactie. Pedagogisch medewerkers (pm’ers) die als speelmaatje deelnemen in doen-alsof-spel van kinderen en hen daarbinnen weten uit te dagen tot taal en denken, bieden die kwaliteit. De combinatie van een veilige omgeving, vrij spel en een sterke betrokkenheid van kinderen creëert een gunstige context om nieuwe dingen te leren. Om dat te kunnen doen hebben pm’ers een goede beheersing nodig van zowel de basale als de educatieve interactievaardigheden.

Veel pm'ers in Nederland zijn inmiddels getraind in die basale en educatieve interactievaardigheden, maar kwaliteitspeilingen laten zien dat de daadwerkelijke toepassing van vooral de educatieve interactievaardigheden nog voor verbetering vatbaar is. Zowel persoonsgebonden als contextgebonden factoren kunnen soms een belemmering vormen voor de toepassing van interactievaardigheden tijdens doen-alsof-spel. Persoonsgebonden factoren kunnen bijvoorbeeld maken dat een pm’er zich geremd voelt om mee te doen in het vrije spel van kinderen, of leiden tot een beroepsbeeld waarin zoveel nadruk ligt op groepsmanagement dat er weinig ruimte overblijft voor samen spelen. Bij contextgebonden factoren die een belemmering vormen, kan het bijvoorbeeld gaan om het ontbreken van een gedeelde visie op het belang van spel en meespelen, of om een gebrek aan ondersteuning vanuit de instelling bij het experimenteren met een nieuwe aanpak.

Of er sprake is van belemmeringen, en van welke, in welke mate, kan verschillen per pm’er (en per instelling). Dat betekent dat een professionaliseringsaanpak die als doel heeft de ontwikkeling van interactievaardigheden van pm’ers voor ‘taal, spel en denken’ een stap verder te brengen, moet kunnen inspelen op individuele behoeften en contexten. Wat die behoeften en contexten precies zijn, is nog niet eerder in kaart gebracht, noch is helder ‘wat werkt voor wie.’ De kernvraag voor het onderzoek is daarom:

Wat zijn kenmerken van een adaptieve professionaliseringsaanpak die kan inspelen op de diversiteit aan behoeften van pm’ers om te komen tot het daadwerkelijk inzetten van educatieve interactievaardigheden in spelcontexten, met behoud van de kwaliteit van de basale interactievaardigheden?

 

Via literatuurstudie en interviews brengen we eerst een breed scala aan mogelijke belemmeringen in kaart. Vervolgens ontwikkelen we – via een ontwerponderzoek waarin onderzoekers, pm’ers en interne coaches samenwerken in professionele leergemeenschappen (plg’s) – een adaptieve werkwijze voor continue professionalisering in taal, spel en denken. Het onderzoek als geheel levert tools op die ook door andere professionals binnen hun eigen instelling kunnen worden ingezet.

 

Het ontwerponderzoek wordt uitgevoerd in twee rondes. In beide rondes nemen drie plg’s deel, bestaande uit een interne coach en 6-8 pm’ers.

De focus ligt in de eerste ronde op het gezamenlijk ontdekken van ‘wat werkt voor wie’: samen met de praktijkprofessionals worden daarvoor instrumenten ontworpen en beproefd. We denken aan:

- vignetten: korte beschrijvingen van praktijksituaties die belemmerende factoren zo concreet mogelijk in beeld brengen,

- een observatie-instrument taal, spel en denken, waarmee de professionals hun eigen handelen en de betrokkenheid van de kinderen kunnen volgen,

- een reflectieleidraad als steun voor interne coach en pm’ers,

- handelingssuggesties (op basis van de reflecties en uitwisselingen in de plg’s)

- werk- en oefenvormen om bepaalde drempels te overwinnen (zoals: leren improviseren in spel)

De plg-bijeenkomsten worden geleid door de interne coach en een externe trainer uit het projectteam. Na elke bijeenkomst oefenen de pm’ers hun nieuwe vaardigheden. Zij krijgen daarbij individuele coaching aan de hand van video-opnames. Via interviews, logboeken en kwalitatieve analyse van de video-opnames vindt dataverzameling plaats met het oog op het bijstellen van het ontwerp en de tools.

De tweede ronde van het ontwerponderzoek is gericht op het

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website