Verslagen

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Oudere vrouwelijke werknemers halen de AOW-leeftijd minder vaak dan hun mannelijke collega’s, onder meer doordat zij in hun werk vaker last hebben van gezondheidsproblemen. Niet alleen biologische sekse, maar ook gender-gerelateerde factoren liggen mogelijk ten grondslag aan deze man-vrouw verschillen in gezondheid. Verschillen in arbeidspositie gedurende het gehele werkzame leven vormen een belangrijke factor. Deze drukken we uit in de arbeidsmarkt-gender-identiteit, waarin het opleidingsniveau, de man-vrouw verhouding in de sector waarin men werkt, het aantal uren werk per week, en het verlenen van mantelzorg samenkomen. Daarnaast kan de psychologische gender-identiteit een rol spelen, namelijk hoe mannelijk of vrouwelijk men zich voelt. Naast biologische sekse en de twee typen gender-identiteit onderzoeken we de ervaren werkbelasting als mogelijk verklarende factor in de relatie tussen gender en gezondheid. De inzichten uit dit onderzoek zullen aanknopingspunten bieden voor een gelijkwaardiger arbeidsmarktpositie en werkbelasting van komende generaties oudere werknemers.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Nog geen resultaten

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

GEZONDHEID EN GENDER BIJ OUDERE WERKNEMERS

In de levensfase die voorafgaat aan de officiële pensioenleeftijd loopt de arbeidsdeelname van vrouwen achter bij die van mannen. Onder oudere werknemers hebben vrouwen vaker gezondheidsproblemen dan mannen. Het sekseverschil in gezondheid vormt een belemmering voor een volledige implementatie van beleid dat erop is gericht dat oudere werknemers langer doorwerken. Dit onderzoek beoogt de implementatie van dit beleid te verstevigen door gendergerelateerde factoren te onderzoeken die mogelijk ten grondslag liggen aan de gezondheidsverschillen tussen vrouwelijke en mannelijke werknemers.

In onderzoek naar gezondheidsverschillen tussen vrouwen en mannen (dus biologische sekseverschillen) blijven genderverschillen onderbelicht. Gender wordt opgevat als de resultante van ‘een sociaal en cultureel proces waarbij aan mannen en vrouwen verschillende rollen en gedragingen worden toegeschreven, inclusief de wisselwerking met psychologische aspecten daarvan’ (ZonMw 2018, p. 7). In het voorgestelde onderzoek wordt het ‘sociale en culturele proces’ gespecificeerd als de arbeidsmarktpositie gedurende de gehele levensloop. Vier structurele aspecten vormen tezamen een zogenaamde ‘arbeidsmarkt-gender’-identiteit, te weten opleidingsniveau, man-vrouw verhouding in de sector waarin men werkt, aantal uren werk per week, en het verlenen van mantelzorg. In vergelijking met mannen hebben vrouwen van de huidige generatie oudere werknemers een lager opleidingsniveau, zijn zij vaker werkzaam in door vrouwen gedomineerde en lager betaalde beroepen, werken zij vaker parttime, en geven zij vaker mantelzorg. Psychologische genderaspecten kunnen worden uitgedrukt in de mate waarin vrouwen – en vice versa, mannen – zich vrouwelijk of mannelijk voelen, kortweg hun psychologische ‘genderidentiteit’. Het voorgestelde onderzoek beoogt zowel de arbeidsmarkt-gerelateerde als de psychologische genderidentiteit te onderzoeken als specifiekere verklaringen voor de bekende gezondheidsverschillen tussen oudere vrouwelijke en mannelijke werknemers dan biologische sekse-kenmerken.

De structurele arbeidsmarktpositie van oudere werknemers is bepaald gedurende de gehele voorafgaande levensloop. Aandacht hiervoor vergroot het inzicht in achterliggende processen in huidige genderverschillen en biedt aanknopingspunten voor het inrichten van een gelijkwaardiger arbeidsmarktpositie van komende generaties werknemers. Het arbeidsverleden biedt echter weinig aanknopingspunten om sekseverschillen in gezondheid te verkleinen en langer doorwerken te bevorderen bij de huidige generatie oudere werknemers. Wél kan aanpassing van de huidige werkomstandigheden een aanknopingspunt zijn. Daarom richt het voorgestelde onderzoek zich bovendien op de werkbelasting als mogelijk verklarende factor in de relatie tussen gender en gezondheid.

 

VRAAGSTELLING

De vraagstelling bestaat uit een oriënterende vraag vooraf (1) en twee hoofdvragen (2 en 3, zie diagram in bijlage):

1. Hoe sterk hangen de biologische sekse, de arbeidsmarkt-genderidentiteit en de psychologische genderidentiteit met elkaar samen?

2. In hoeverre hangen de biologische sekse, de arbeidsmarkt-genderidentiteit en de psychologische genderidentiteit samen met (veranderingen in) fysieke en mentale gezondheid?

3. Wat is de mediërende rol van de werkbelasting in ieder van deze associaties?

 

DATASET

Gebruik wordt gemaakt van vier meetmomenten bij deelnemers aan de Longitudinal Aging Study Amsterdam (LASA) tussen 2012-13 en 2018-19. In het in 2012-13 geïncludeerde cohort zijn longitudinale gegevens beschikbaar over zowel fysieke en mentale gezondheid als genderidentiteit en werkbelasting. Voor dit onderzoek worden deelnemers van 55 jaar en ouder die betaald werk doen en nog niet de officiële pensioenleeftijd hebben bereikt (n=617; 54% mannen en 46% vrouwen) geselecteerd.

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website