Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Klachten van arm, nek en/of schouder (KANS)

KANS komt onder werknemers veel voor: de percentage variëren van 2% tot 41% onder andere afhankelijk van de setting en gebruikte definitie. In 19% van de gevallen zijn de klachten chronisch en 58% van de mensen met chronische klachten maakt gebruik van zorg door bijv. huisarts, medisch specialist of fysiotherapeut. De exacte oorzaak van aspecifieke KANS is niet bekend. Waarschijnlijk spelen werkgerelateerde fysieke, werkgerelateerde psychosociale en persoonlijke factoren een rol. Zonder effectieve behandelmethoden blijven werknemers met KANS pijn, beperkingen in (werkgerelateerde) activiteiten en participatieproblemen houden. Een zelfmanagement programma waarin werknemers met KANS beter met hun klachten leren omgaan en dat aandacht besteedt aan de werkgerelateerde fysieke, psychosociale, persoonlijke en externe factoren van KANS zou mogelijk het omgaan met de klachten kunnen verbeteren en zo op termijn de beperkingen tijdens het werk kunnen verminderen.

 

Onderzoeksgroep

Met subsidie van ZonMw ontwikkelden het Lectoraat Arbeid & Gezondheid van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen en IQ Healthcare van het Radboudumc, op basis van een bestaand zelfmanagement, een zelfmanagement programma voor werknemers met chronische (>12 weken) aspecifieke KANS. Het programma, ‘GRIP op KANS’, bestaat uit een zestal groepsbijeenkomsten en een eHealth module.

 

Ontwikkeling ‘GRIP op KANS’

Het programma is ontwikkeld volgens de zes stappen van het Intervention Mapping protocol. Het programma is onder andere gebaseerd op de multidisciplinaire richtlijn ‘Aspecifieke klachten arm, nek en/of schouders’. Ervaringen van werknemers met KANS en experts op het gebied van KANS, zelfmanagement en eHealth zijn tijdens focusgroepen onderzocht. Uit de focusgroepen met medewerkers met KANS blijkt dat zij onvoldoende inzicht en kennis met betrekking tot hun klachten hebben. Oefeningen, informatie over het omgaan met de klachten, werkdruk, stress, het in acht nemen van de eigen grenzen en communiceren over de klachten met anderen zijn specifieke behoeften van werknemers met KANS. In de focusgroepen met experts is aangegeven dat de interventie zich zou moeten richten op het versterken van de eigen-effectiviteit en op empowerment. Experts bevestigden dat werknemers met KANS moeite hebben met het managen van hun klachten en hun werk(situatie) en dat een zelfmanagement programma in combinatie met eHealth een goede ondersteuning kan zijn voor de doelgroep.

 

Doel programma

Het uiteindelijke doel van het programma is ‘zelfmanagement gedrag op het werk’ om zo de ervaren beperkingen van werknemers met KANS te verminderen. In de groepsbijeenkomsten worden onderwerpen behandeld gerelateerd aan onder andere: werkdruk, belastbaarheid, kernkwaliteiten, timemanagement, omgaan met pijn en vermoeidheid, (omgaan met) stress, een gezonde leefstijl, communicatie, samenwerken en inschakelen van ondersteuning, omgaan met negatieve emoties en positief denken. Daarnaast is er aandacht voor oefeningen, waaronder spierontspanningsoefeningen, sport en lichamelijke inspanning. De eHealth module is zodanig ingericht dat deelnemers hier aanvullende informatie kunnen opzoeken, veelal specifiek gericht op wat zijzelf kunnen doen om beter met hun klachten om te gaan en hun klachten te verminderen. Aan het eind van elke bijeenkomst wordt een individueel actieplan opgesteld met een doel waar de betreffende deelnemer gedurende de daaropvolgende week aan gaat werken.

 

Effectiviteit programma

De effectiviteit van het programma werd onderzocht door middel van een gerandomiseerde gecontroleerde trial (RCT). De DASH (disabilities of the arm, shoulder and hand) vragenlijst werd gekozen als primaire uitkomstmaat. Daarnaast werden verschillende andere vragenlijsten gebruikt als secundaire uitkomstmaat om het effect van het programma vast te stellen. Deelnemers werd gevraagd de vragenlijsten aan het begin van het onderzoek en na 3, 6 en 12 maanden in te vullen. Deelnemers aan ‘GRIP op KANS’ ontvingen ook een vragenlijst over hun ervaringen met de interventie.

 

Methode

Tussen september 2012 en januari 2014 werkten in totaal 123 werknemers met KANS mee aan het onderzoek: ongeveer de helft deed mee aan het zelfmanagement programma ‘GRIP op KANS’, de anderen fungeerden als controlegroep, zij konden gebruik maken van de gebruikelijke behandelmethoden voor KANS.

Naast de kwantitatieve evaluatie door middel van een RCT, werd ook een procesevaluatie uitgevoerd. Deze procesevaluatie bestond uit semigestructureerde interviews met 31 deelnemers aan ‘GRIP op KANS’. Deelnemers werden onder andere ondervraagd over hun ervaringen met het programma en over mogelijke verbeterpunten. Daarnaast bestond de procesevaluatie uit een vragenlijst over de ervaringen met het programma die werd ingevuld door alle deelnemers aan ‘GRIP op KANS’.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Bij het analyseren van de kwantitatieve data is gebruik is gemaakt van lineaire regressieanalyse en longitudinale analyses (Generelized Estimating Equations). Er bleek geen significant verschil te zijn wat betreft de generieke module van de DASH tussen de groep die aan ’GRIP op KANS’ heeft deelgenomen en de controlegroep. Op de werkmodule van de DASH was er wel een verschil tussen de groepen van -3.82 (95% CI -7.46 tot -0.19, P = 0.04), wat betekent dat gemiddelde scores van de interventie groep 3.82 lager waren dan de gemiddelde scores van de controlegroep. Dit verschil is echter kleiner dat wat genoemd wordt ‘klinisch relevant’. De deelnemers aan de interventie ervoeren minder beperkingen in aan het werk gerelateerde activiteiten dan de controlegroep: het verschil tussen de groepen op 12 maanden was -1.01 (95% CI -1.97 tot -0.04, P = 0.04). Het gemiddeld aantal uren besteed aan sportactiviteiten in de afgelopen drie maanden was 1 uur minder in de interventiegroep (95% CI -1.90 tot -0.12, P = 0.03) in vergelijking met de controlegroep. Alle andere uitkomstmaten verschilden niet van elkaar tussen beide groepen. Geconcludeerd kan worden dat de interventie de ervaren beperkingen tijdens het werk verminderde en bijdroeg aan het zelfmanagementgedrag op het werk.

 

Ten aanzien van de procesevaluatie blijkt dat de deelnemers tevreden zijn over de interventie. Ze waarderen de diversiteit en het werken in de groep. Ook over de eHealth module, hoewel niet door iedereen gebruikt, was men positief, vooral over het gedeelte met oefeningen. De deelnemers kregen meer inzicht in hun klachten en werden zich meer bewust van hoe daar mee om te gaan. Er waren ook wat suggesties voor verbetering, zoals meer aandacht voor de fysieke component en een follow-up sessie. Over het algemeen voldeed het programma aan de verwachtingen en de behoeften van de deelnemers.

 

Bij toekomstige studies is het nodig om meer aandacht te geven aan het gebruik van de eHealth module evenals het effect van het programma bij lager opgeleide werknemers (de deelnemers waren relatief hoog opgeleid). Ook is het belangrijk om de follow-up periode te verlengen, bijvoorbeeld naar twee jaar.

 

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Achtergrond

Hoewel de aandacht in de media voor KANS (klachten arm, nek en/of schouder) wat lijkt te zijn weggeëbd, laten cijfers zien dat nog steeds veel werknemers last hebben van deze klachten (36,5% in 2007/2008; 36,8 % in 2009) (Koppes et al, 2009).

De prevalentie van KANS in de open bevolking varieert tussen de 5 en 10% en in specifieke arbeidspopulaties is dat 22-40% (Karels, 2010). Gezien de aantallen en de hoge kosten (2,1 miljard euro op jaarbasis) (TNO, 2005) loont het de moeite te investeren in duurzame inzetbaarheid van werknemers met KANS. De top-5 van sectoren waar waarschijnlijk het meest te besparen valt zijn: gezondheidszorg, industrie, onderwijs, bouwnijverheid en handel (TNO, 2005).

Het beloop van KANS is in veel gevallen niet gunstig. Bij 77% van de werknemers zijn er na 6 maanden nog klachten aanwezig (Karels, 2010). Een mix van individuele (leeftijd, geslacht), en werkgerelateerde factoren (aard van het werk, hoge taakeisen, lage autonomie en weinig sociale steun) onderhoudt de klachten en beïnvloedt verzuim (Keijsers et al, 2010; Staal et al, 2007; Eltayeb et al, 2011).

De meest onderzochte interventies voor KANS (fysiotherapie, manuele therapie, ergonomische maatregelen) zijn niet of slechts ten dele effectief (van Eijsden-Besseling, 2010; Karels, 2010; Heemskerk et al, 2010; Verhagen et al, 2007). Een actieve leefstijl en het zelf managen van klachten lijken belangrijk en worden in richtlijnen aanbevolen(Heemskerk et al, 2010).

Uit de Arbobalans 2009 blijkt dat 92% van de bedrijven ergonomische maatregelen heeft genomen, 33% geeft voorlichting en training, bij 22% zijn organisatorische aanpassingen gedaan; en bij 18% lag het accent op gedragsaspecten en werktijdaanpassingen.

 

Doelgroep

Werknemers van de Hogeschool Arnhem en Nijmegen (HAN) en het UMC St Radboud te Nijmegen met KANS waarbij de klachten zijn ontstaan door het werk of verergeren door het werk en die ten gevolge van de klachten (klachtduur > 4 weken) beperkt zijn in het uitvoeren van werkzaamheden kunnen deelnemen aan het onderzoek. Deelnemers met mogelijk ernstige psychosociale problemen worden uitgesloten alsmede deelnemers met aanwezigheid van rode vlaggen (mogelijk wijzend op ernstige onderliggende pathologie).

Het UMC St Radboud (ca. 9000 medewerkers) en de HAN (ca. 2900 werknemers) hebben tezamen ca. 12.000 werknemers. Bij een voorzichtige inschatting van 15-20% van de werknemers met KANS gaat het om 1800-2400 werknemers op jaarbasis.

 

Design

Het onderzoek is een gecontroleerd gerandomiseerd onderzoek waarbij werknemers die aan bovenstaande criteria voldoen worden toegewezen aan een zelfmanagement interventie aangevuld met een e-health programma of aan usual care. Deelnemers worden geworven via oproep op de website en nieuwsbrief of via arbo-coördinatoren en/of leidinggevenden. De selectie en randomisatie wordt gedaan door een fysiotherapeut-onderzoeker.

De interventie bestaat uit het aangepaste Chronic Disease Self-management Program (CDSMP) voor werknemers (Detaille et al, 2010; Lorig et al, 2001a&b) aangevuld met een e-health programma. In het programma leren werknemers om te gaan met stress en krijgen tools om zelf verantwoordelijkheid te nemen. Het oorspronkelijke CDSMP programma van Stanford University biedt zelfmanagement technieken aan voor personen met een chronische aandoening (Lorig et al, 2006). Deelnemers leren zelf hun vaardigheden en zelfvertrouwen te ontwikkelen waarbij de nadruk ligt op persoonlijke factoren (met name leefstijl) en ziektegerelateerde factoren. Door Detaille et al (2010) is het programma aangepast voor werknemers met een chronische aandoening; waarbij het gaat om het aanleren van zelfmanagement gedrag op de werkvloer. Doel is klachten beheersbaar te maken en inzetbaarheid duurzaam te verhogen.

De deelnemers aan de interventiegroep kunnen naast de interventie, zoals alle medewerkers, gebruik maken van de usual care (werkplekonderzoek, voorlichting, hulpmiddelen, fysiotherapie), zoals die binnen het UMC St Radboud en de HAN al beschikbaar zijn voor werknemers met KANS. De controlegroep zal alleen gebruik kunnen maken van het bestaande aanbod voor KANS. Werknemers zijn natuurlijk vrij om daarnaast ook voor andere zorg te kiezen.

 

Evaluatie

Direct voorafgaande aan de cursus (T0), direct na de cursus (T1) en na 3 (T2), 6 (T3) en 12 maanden (T4) follow-up zal aan beide groepn een aantal vragenlijsten ontleend aan de testbatterij van Detaille et al (2010) plus KANS-specifieke meetinstrumenten (waaronder de DASH) worden voorgelegd. De belangrijkste uitkomsten zijn zelfgerapporteerde beperkingen en pijn, verzuim, eigen effectiviteit op het werk, werkvermogen, catastroferen bij pijn, en kwaliteit van leven en algemene gezondheidstoestand (SF-12).

Daarnaast zullen circa 16 deelnemers aan de interventiegroep zowel voorafgaande als na afloop van de zelfmanagement cursus worden geïnterviewd over hun verwachtingen en ervaringen met de cursus (procesevaluatie).

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website