Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In dit onderzoek werd onderzocht hoe het komt dat bedrijfsartsen hun beroepsrichtlijn ‘handelen van de bedrijfsarts bij werkenden met psychische problemen’ maar beperkt volgen. Ook werd gekeken of het richtlijngebruik verhoogd kon worden, en of dat resulteerde in een sneller herstel en een snellere werkhervatting van de werknemer. Voor dit onderzoek werd een innovatieve training ontwikkeld die tot doel had om de artsen positiever te laten denken over de richtlijn, hun kennis te vergroten en praktische problemen die richtlijngebruik in de weg staan te verhelpen. De training bleek effectief: artsen die de training hadden gevolgd volgden significant beter de richtlijn. De training bleek echter niet effectief in het verminderen van externe barrières. Dat zijn oorzaken die richtlijngebruik in de weg staan maar waarop zij zelf geen invloed hebben, zoals het feit dat bedrijfsartsen zich moeten houden aan contracten die arbodiensten met werkgevers sluiten, die bijvoorbeeld een maximaal aantal consulten voorschrijven.

Vervolgens bekeken we of werknemers die behandeld werden door artsen die de training hadden gevolgd sneller hersteld waren en het werk weer hervat hadden dan werknemers van artsen die de training niet hadden gevolgd. Hiervoor werd geen bewijs gevonden. Toch concluderen we niet dat de richtlijn maar beter kan worden afgeschaft, om verschillende redenen. Ten eerste werd mede door de bovengenoemde barrières ook in de getrainde groep de richtlijn niet optimaal toegepast, waardoor het lastig is om uitspraken te doen over de effectiviteit van de richtlijn. Ten tweede zou afschaffen van de richtlijn niet wenselijk zijn omdat zieke werknemers recht hebben op een goede en zorgvuldige begeleiding, ook als deze er niet toe leidt dat de werknemer het werk sneller hervat. Deze richtlijn garandeert een zorgvuldige begeleiding, althans als deze goed wordt uitgevoerd. Afschaffing of (te) sterke versobering van de richtlijn zou er bovendien voor kunnen zorgen dat er veel variatie gaat ontstaan in het handelen van de bedrijfsarts, en dat twee zieke werknemers met een andere bedrijfsarts elk een totaal ander soort begeleiding zouden krijgen, waarbij het de vraag is wat dan de uitkomst met betrekking tot herstel en werkhervatting zal zijn. Gezien het hoge aantal mensen dat uitvalt wegens psychische problemen is het van belang om naar goede oplossingen voor dit probleem te blijven zoeken. Juist een herziening van de richtlijn naar aanleiding van de meest recente ontwikkelingen, en een daaraan gekoppelde goede scholings- en implementatiestrategie kunnen hierbij het verschil maken. Ten derde werd in dit onderzoek gevonden dat werknemers van getrainde artsen hun eigen werkvermogen en het zelfvertrouwen om weer te kunnen werken hoger inschatten. Mogelijk heeft dit een positieve invloed op aspecten van het werkhervattingsproces die wij niet hebben gemeten, bijvoorbeeld resulterend in beter functioneren op het werk.

Dit onderzoek heeft veel concrete punten opgeleverd waarmee de inhoud en vorm van de richtlijn verbeterd kunnen worden. Daarnaast levert het onderzoek een aantal concrete aanbevelingen op voor de beroepsvereniging van bedrijfsartsen en voor arbodiensten. Het onderzoek laat bovendien zien dat de nascholing aan bedrijfsartsen verbeterd kan worden. De innovatieve training werd zeer positief ontvangen door de deelnemers, en verhoogde niet alleen hun richtlijngebruik, maar ook hun werkplezier en ‘self-efficacy’. De training is als methodiek vermoedelijk ook goed bruikbaar voor (na-)scholing van andere professionals. Het artikel over de werkwijze van de training is daarom ook gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift BMC Medical Education, dat zich richt op scholing van medische professionals in het algemeen.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Er bleken verschillende redenen te zijn waarom bedrijfsartsen de richtlijn normaal gesproken beperkt volgen. Een belangrijke reden was dat de contracten die tussen arbodienst en werkgever worden afgesloten –buiten de bedrijfsarts om- vaak in strijd zijn met richtlijngebruik. Andere belangrijke redenen waren een hoge werkdruk, de moeilijkheid om oude routines te veranderen, een gebrek aan kennis over de richtlijn en weinig (zelf-) vertrouwen hebben dat het zou lukken om aanbevelingen op te volgen (‘self-efficacy’). De nascholing was effectief in het verhelpen van een aantal barrières; getrainde artsen werkten na afloop significant beter volgens de richtlijn dan hun collega’s zonder training. Wel stond een aantal externe factoren waar zij geen invloed op hadden ook na de training het richtlijngebruik in de weg. Mogelijk vonden we mede hierdoor voor de richtlijn als geheel geen effect op herstel of werkhervatting van de werknemer. Wel hing een specifiek onderdeel van de richtlijn (nl. regelmatig contact tussen bedrijfsarts en werkomgeving) samen met snellere werkhervatting van de werknemer. Concluderend is het de combinatie van factoren die perspectief biedt voor een sneller (arbeids-) herstel van werknemers, te weten: (a) het als bedrijfsarts door de arbodienst in staat gesteld worden om de richtlijn te kunnen volgen, (b) de innovatieve training, en (c) een herziening van de richtlijn. De resultaten van dit onderzoek leveren veel concrete adviezen op voor de herziening van de richtlijn, die gepland staat voor 2016.

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Sickness absence due to common mental disorders such as anxiety, depression, burnout and emotional distress is a serious and prevalent problem in The Netherlands. About one third of people receiving disability benefits do so because of mental health problems, the majority of which are common mental health problems, including emotional distress. The costs of sick leave due to common mental disorders in The Netherlands are estimated at 7,5 milliard Euros annually. Apart from these economic aspects, long term sick leave also negatively affects the sick-listed worker, causing social isolation, and a weakened financial position. Also chances of eventual work resumption rapidly diminish, as only 50% of those who are off work for 6 months or more return to work. Considering the scope of the problem, it is surprising that only very few international studies have been conducted on sick leave due to mental disorders, as opposed to sick leave caused by physical problems.

 

In 2000, the Netherlands Society of Occupation Medicine (NVAB) published a practice guideline entitled: The management of workers with common mental health problems by occupation physicians'. The guideline promotes a more active role of the occupational physician (OP) facilitating work resumption. Specifically, OPs are supposed to operate as activating counselors using cognitive behavioural elements aiming to enhance the problem-solving capacity of workers, especially in relation to their work environment. Rebergen and colleagues found that Dutch OPs have a positive attitude towards the guideline and intend to apply it in practice, but that actual compliance with the guideline appeared to be minimal. In fact, in most consultations OPs did not work in accordance with the recommendations of the guideline. Nieuwenhuijsen found that workers with adjustment disorders who were treated by an OP who closely followed the guideline had a shorter sick leave duration than those treated by an OP who did not follow the guideline closely.

 

The aim of the present study is to investigate in a comprehensive way the question how sick leave duration due to common mental disorders can be reduced. Therefore, this question will be addressed using a combination of research techniques, including action research, qualitative research such as focus groups and interviews, and quantitative research. Also, viewpoints of different stakeholders will be included in the study, such as sick-listed workers themselves, OPs who treat them, as well as supervisors.

 

Specifically, the research questions of this study are:

 

1. Why do Dutch OPs currently adhere only minimally to the NVAB guideline 'management of workers with common mental health problems by occupational physicians', and how can these barriers overcome?

 

2. Does adherence to this guideline lead to a shortened sick leave duration of the worker?

 

3. What do workers sick listed due to common mental disorders themselves indicate as motivational factors or barriers for work resumption at different times during their sick leave period?

 

This study will be conducted in close cooperation with the Arbo Unie. First, 60 OPs will be randomised to either the experimental group (N=30) or the control group (N=30). By means of an audit of medical records, guideline adherence of all OPs will be measured. During the first phase of the research, (conducted by a post-doc researcher), action research will be used in the experimental group, to investigate what barriers OPs encounter using the guideline. In 12 monthly sessions, following a plan-do-check-act cycle, OPs are activated to find ways to improve their guideline adherence, while no action is undertaken in the control group. Aat the end of this year, guideline adherence will again be checked. During the second phase of the study, (by a PhD researcher) the effect of guideline adherence on sick leave duration will be assessed. A total of 232 sick listed workers who are treated by the 2 groups of OPs will be followed for 1 year. A variety of aspects will be measured at the start of their sick leave period (T0), and after 3, 6 and 12 months, by means of questionnaires and telephone interviews. After 12 months, guideline adherence will again be checked. To answer the third research question, face-to-face interviews will be held with an additional sample of 50 sick-listed workers, at the start of their sick leave period, after 2 months, and shortly after work resumption. These interviews will focus on workers' own views on what facilitates or hampers their work resumption. For this third research question, which is to be conducted by a third researcher, a grant application will be submitted to the UWV. The financial support by ZonMw sought in the present application concerns research questions 1 and 2.

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website