Kwaliteit Kinderopvang met enthousiasme begroet

Op 21 februari 2017 vond de informatiebijeenkomst Kwaliteit Kinderopvang plaats. Deelnemers leerden meer over de ‘ins en outs’ van de gelijknamige subsidieoproep. Een enthousiaste groep van meer dan 60 mensen uit kinderopvangorganisaties, onderzoeks- en kennisinstellingen waren aanwezig.

Een interactieve bijdrage werd geleverd door Louis Tavecchio (professor emeritus aan de Universiteit van Amsterdam) en Wilma Poot (opleidingsmanager Sociaal Pedagogische Hulpverlening aan de Haagse Hogeschool), beide ook commissielid van de ZonMw programmacommissie. In een interactief vraaggesprek, kwamen de verschillende aspecten van onderzoek doen binnen de kinderopvang, aan bod. Veel animo was er bij de aanwezige kinderopvangorganisaties om met behulp van wetenschappelijk onderzoek de kwaliteit verder te verbeteren. Het gevoel dat de sector best trots mag zijn op wat er is bereikt, maar dat er tegelijkertijd transparantie moet bestaan over wat nog beter kan, werd breed gedeeld.

Borrelen en bruisen

Dit onderschrijft ook Ruben Fukkink (bijzonder hoogleraar kinderopvang en educatieve voorzieningen voor het jonge kind aan de Universiteit van Amsterdam). ‘Het borrelt en bruist op de bijeenkomst’, aldus Fukkink. ‘Volgens mij zijn er veel mensen hier die niet eerder hebben ingediend binnen een programma van ZonMw. Zo te zien heeft men er echt zin in. De behoefte bestaat binnen de sector om niet alleen beter zicht te krijgen op de effecten van interventies, maar deze ook in de praktijk te implementeren. Een mooi voorbeeld van onderzoek dat zijn weg heeft gevonden naar de praktijk, zijn de NCKO vaardigheden. Dit is een kwaliteitsmodel waarin 6 interactie vaardigheden zijn beschreven, die belangrijk zijn voor het welbevinden van kinderen. Dit model is inmiddels omarmd door het ministerie van SZW, de GGD en ingebed in het beroepsonderwijs en nascholing van pedagogisch medewerkers’. Fukkink hoopt dat het programma Kwaliteit Kinderopvang meer van dit soort mooie voorbeelden oplevert.

Naar elkaar toe gaan staan

‘Een uitdaging is wel om niet alleen de reeds kwalitatief betere kinderopvangorganisaties te betrekken, maar juist ook de zwakkere organisaties binnen onderzoek te includeren. Daarnaast hebben kinderopvangorganisaties lang niet allemaal ervaring met wetenschappelijk onderzoek, maar wel een gevoel voor innovatie. Het is de gezamenlijke uitdaging van wetenschap en praktijk om naar elkaar toe te gaan staan en samen het onderzoek vorm te geven’, zegt Fukkink. Daarbij zijn ook professionals binnen de kinderopvang die dichterbij de wetenschap staan, van waarde. Een voorbeeld zijn kwaliteitsmanagers, die binnen grotere organisaties werkzaam zijn. Deze veelal wetenschappelijke geschoolde pedagogische professionals, kunnen als sparring partner optreden in de opzet en uitvoering van onderzoek.
Partijen vonden elkaar op deze ochtend.

Downloads

Naar boven
Direct naar: NavigatieDirect naar: InhoudDirect naar: Onderkant website