Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Achtergrond

Een sociale fobie is een veel voorkomende psychiatrische aandoeningen. Uit een studie blijkt dat 75% van de mensen al op 15 jarige leeftijd hun eerste episode ervaren hebben. Een niet behandelde sociale fobie kan veel gevolgen hebben, waaronder ontwikkeling van een negatief zelfbeeld, weglopen van huis, vroegtijdig school verlaten, schoolproblemen, drugs en alcohol verslaving. Doordat een sociale fobie meestal ontstaat tijdens de adolescentie, is dit de periode bij uitstek voor preventieve interventies. Er zijn weining studies die specifiek gekeken hebben naar de preventie van sociale fobie bij kinderen en adolescenten. Internet interventie hebben bewezen effectief te zijn in het behandelen van sociale fobieen. Een preventie programma via het internet zou erg geschikt kunnen zijn voor adolescenten.

 

Doel van het onderzoek

Het eerste doel van dit onderzoek is de haalbaarheid van een grote studie naar de effectiviteit van een online cursus voor jongeren met een sociale fobie. Daarnaast hopen we een indicatie te krijgen van de effectiviteit van de zelfhulpcursus. Ten slotte willen we het verband tussen verlegenheid en sociale angst als voorloper van depressie vaststellen.

 

Onderzoeksopzet

Dit pilotproject bestaat uit twee deelprojecten. In het eerste deelproject voeren we een beperkte open trial (zonder controlegroeg) uit met onze internetinterventie. Het tweede deelproject bestaat uit het uitvoeren van een systematische literatuurstudie uit en het onderzoeken van het verband tussen verlegenheid en sociale angst als voorloper van depressie in een bestaande database.

 

Deelproject 1: open trial design

Er gaat een éénmalige werving uitgevoerd worden dmv advertenties op belangrijke websites die jongeren bezoeken en in de tijdschriften die gericht zijn op deze doelgroep. Bij de geincludeerde adolescenten zal voorafgaand aan de interventie een baseline (T0) vragenlijst afgenomen worden. Zes weken later, nadat de interventiegroep de cursus heeft afgerond, volgt een nieuwe e-mail met een vragenlijst voor de post-test (T1) meting.

 

Onderzoekspopulatie

Dit onderzoek richt zich op (1) adolescenten (13 tot 18 jaar) met (2) een score van 1 standaard deviatie boven het gemiddelde op de “Behavioral Inhibition Scale” (BIS); (3) die positief antwoorden op de vraag of ze altijd verlegen geweest zijn; en (4) een score boven het 75ste percentiel op de “Social Anxiety Scale for Adolescents” (SAS-A) hebben. Daarnaast moeten deelnemers toegang hebben tot het internet en de Nederlandse taal beheersen om de cursus te kunnen doorlopen.

 

Interventie

Het hoofdonderdeel van deze cursus is het evidence-based werkzame aspect van cognitieve gedragstherapie, nl de exposure: blootstelling aan datgene wat mensen uit de weg zijn gegaan vanwege de angst. De cursus bestaat uit 5 wekelijkse lessen.

 

Uitkomstmaten

Primair wordt gekeken naar de haalbaarheid van deze interventie. Data die hiervoor gebruikt zal worden zijn, bijvoorbeeld, hoeveel jongeren interesse tonen en hoeveel zich uiteindelijk aanmelden. Verder wordt er gekeken naar hoeveel er af vallen en wat de demografische factoren zijn van jongeren die uiteindelijk de cursus wel maken.

Secundaire uitkomstmaten zijn depressie, algemene angst klachten (HADS-A), kwaliteit van leven en clienttevredenheid.

 

Deelproject 2:literatuurstudie

Deelproject 2 is gericht op het beter onderzoeken van het verband tussen verlegenheid en sociale angst als voorloper van depressie. We willen hierin nagaan in hoeverre sociale angst zelf een belangrijke psychische stoornis met een aanzienlijke aantasting van de kwaliteit van leven is, en niet alleen van belang is als voorloper van depressie.

 

Literatuurstudie

In dit deelproject wordt eerst een systematische literatuurstudie uitgevoerd waarin epidemiologische studies worden geïnventariseerd die de prevalentie van verlegenheid en sociale angst onderzocht hebben, evenals de studies die de relaties tussen beide hebben onderzocht, en studies die prospectief hebben onderzocht of sociale angst en verlegenheid geassocieerd zijn met de incidentie van depressie.

 

Empirisch onderzoek

In het tweede gedeelte van dit deelproject wordt in enkele primaire datasets de associatie onderzocht tussen sociale angst en depressie in de kindertijd en adolescentie en daarna gerapporteerd in enkele artikelen. Er wordt onderzocht of sociale angst inderdaad een voorspeller is van het ontstaan van depressie, welke rol sociale problemen spelen en in hoeverre een interventie in de kinderleeftijd effect heeft op problemen van angst en depressie.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Resultaten deelproject 1: open trial

De werving leverde uiteindelijk 91 geïnteresseerde jongeren op. Van 11 van deze jongeren ontvingen we de complete toestemmingsformulieren (van jongeren zelf en ouders). De gemiddelde leeftijd van degene die interesse toonden was 14.8 (minimum 13, maximum 18). Ongeveer 18 procent had al eerder hulp gezocht voor hun verlegenheid. Ongeveer 71 % van de jongeren vermelde van onze cursus gehoord te hebben via een internet forum, 13 % via een tijdschrift, 3 % via de radio, 9 % via anderen mensen en de rest (5 % ) via andere wegen (bijv google of banner op internet). Het aantal jongeren wat interesse toonden na de eenmalige wervingsactie was redelijk, maar het aantal de jongeren die uiteindelijke de stap namen om ook daadwerkelijk deel te nemen was heel klein. Gezien de gegevens kunnen we ervan uitgaan dat ongeveer 35% van de jongeren die interesse toonden in de cursus met hun ouders spreken over hun verlegenheid. Dit betekend dat de overige 65% het moeten verkrijgen van een toestemmingsformulier van hun ouders om deel te mogen nemen als een obstakel zullen zien. Het lijkt er dus op dat het moeten verkrijgen van een toestemmingsformulier van de ouders een obstakel is in het vinden van deelnemers aan de cursus, maar andere barriers die het gat tussen aantal mensen die interesse tonen en degene die uiteindelijk zich aanmelden moeten ook bekeken worden.

 

Resultaten deelproject 2: literatuur studie en empirisch onderzoek

De literatuurstudie toont aan dat niet iedereen met sociale angst aan het begin van de adolescentie ook ernstige negatieve gevolgen daarvan ondervindt. Rubin en anderen concluderen in hun overzicht dat niet alle kinderen met sterke verlegenheid sociale angst en teruggetrokkenheid ontwikkelen. Echter, sociale incompetentie en teruggetrokken gedrag op die leeftijd is het resultaat van sterke verlegenheid en inhibitie in combinatie met een onzekere ouder-kind relatie, erfelijke invloeden, overdreven inperkende en beschermende opvoeding, afwijzing en slachtofferschap door leeftijdgenoten en de interactie tussen deze factoren. Een op deze manier ontwikkeld gedrag geeft verhoogde kans op de ontwikkeling van sociale angst, eenzaamheid en negatieve gedachten, die op hun beurt kunnen leiden tot een depressieve stoornis als aan de behoefte aan sociale relaties niet kan worden tegemoetgekomen. Er zijn weinig lange termijn follow-up studies van adolescenten met sociale angst. Verschillende studies vinden een verhoogd risico op een sociale angststoornis bij kinderen en adolescenten met hoge niveaus van gedragsinhibitie maar ook op depressie. Dit geeft aan dat gedragsinhibitie een nonspecifieke risicofactor is voor beide stoornissen en voor een deel de comorbiditeit tussen deze twee verklaart. Er zijn aanwijzingen dat met name bij verstoorde ouder-kind relatie sociale angst tot depressie kan leiden.

 

Het emprische onderzoek naar de associatie tussen sociale angst en depressie in de kindertijd en adolescentie in verschillende databasets leverde de volgende resultaten op. Vanaf de kleuterklas bleken sociale incompetentie en sociale problemen van invloed op de ontwikkeling van angst en depressie. Het onderzoek van Gooren e.a. (2011) in de PADS studie liet zien dat vanaf de kleuterklas beperkte sociale en emotionele vaardigheden voorspellend zijn voor het ontstaan van angst en depressie in de eerste jaren van het basisonderwijs. Onderzoek van Gooren e.a. met behulp van de gegevens uit de Zuid-Holland studie liet zien dat sociale problemen op de kleuterleeftijd voorspellend zijn voor angst/depressie problemen in de vroege adolescentie, met name bij jongens, welke op hun beurt de kans op angst/depressie in de late adolescentie vergroten. De vraag in hoeverre angstsymptomen in de vroege adolescentie voorspellend zijn voor een toename van depressieve klachten later in de adolescentie over de periode van 13 tot 16 jaar werd onderzocht door Hoek e.a. (ingediend). Opvallend was dat zowel voor meisjes als voor jongens ontwikkelingstrajecten van sociale angst en depressieve klachten sterk comorbide bleken. Trajecten van hoge en middelmatige angst gingen steeds samen met trajecten van hoge en middelmatige depressie. Hoe hoger de niveaus van de gecombineerde trajecten, hoe meer identiteitsproblemen de jongeren hadden. Tenslotte werd nagegaan in hoeverre door middel van interventie gericht op relaties met leeftijdgenoten (Taakspel) symptomen van angst en depressie al in de lagere schoolleeftijd te reduceren zijn. In het onderzoek van Spilt e.a. (ingediend) bleek dat met name kinderen met emotionele problemen en kinderen die veel gepest werden veel baat hadden bij de interventie. Beide groepen kinderen (samen 22% van de populatie) lieten in de jaren na de interventie in vergelijking met een gerandomiseerde controlegroep aanzienlijke daling van zowel emotionele als gedragsproblemen zien. Het grootste effect was te zien bij kinderen met emotionele problemen.

 

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Een sociale fobie is een veel voorkomende psychiatrische aandoeningen. Uit een studie blijkt dat 75% van de mensen al op 15 jarige leeftijd hun eerste episode ervaren hebben. Een niet behandelde sociale fobie kan veel gevolgen hebben, waaronder ontwikkeling van een negatief zelfbeeld, weglopen van huis, vroegtijdig school verlaten, schoolproblemen, drugs en alcohol verslaving. Doordat een sociale fobie meestal ontstaat tijdens de adolescentie, is dit de periode bij uitstek voor preventieve interventies. Internet interventie hebben bewezen effectief te zijn in het behandelen van sociale fobieen. Door middel van deze pilot willen we onderzoeken of het aanbieden van zelfhulp voor sociale fobieën bij adolescenten via het internet haalbaar is. Daarnaast hopen we een indicatie te krijgen van de effectiviteit van de zelfhulpcursus; dus verminderen de klachten bij adolescenten na het doorlopen van de cursus? Tenslotte weten we na de pilot of er genoeg respondenten geworven kunnen worden voor de uitvoering van een RCT. Deze pilot studie betreft een beperkte open trial design. Er gaat een éénmalige werving uitgevoerd worden dmv advertenties op belangrijke websites die jongeren bezoeken en in de tijdschriften die gericht zijn op deze doelgroep. Bij de geincludeerde adolescenten zal voorafgaand aan de interventie een baseline (T0) vragenlijst afgenomen worden. Zes weken later, nadat de interventiegroep de cursus heeft afgerond, volgt een nieuwe e-mail met een vragenlijst voor de post-test (T1) meting. Adolescenten kunnen geincludeerd worden als ze; (1) tussen de 13 en 18 jaar oud zijn, met (2) een score van 1 standaard deviatie boven het gemiddelde hebben op de “Behavioral Inhibition Scale” (BIS); (3) positief antwoorden op de vraag of ze altijd verlegen geweest zijn; en (4) een score hebben boven het 75ste percentiel op de “Social Anxiety Scale for Adolescents” (SAS-A) hebben. De basis van deze cursus is het boek ‘Fobieën’ geschreven door drs. de Neef en prof. Cuijpers. Het hoofdonderdeel van deze cursus is het evidence-based werkzame aspect van cognitieve gedragstherapie, nl de exposure: blootstelling aan datgene wat mensen uit de weg zijn gegaan vanwege de angst. De cursus bestaat uit 5 wekelijkse lessen. De deelnemers worden geacht oefeningen uit te voeren. Zij krijgen daarbij ondersteuning per e-mail door psychologen (of master studenten psychologie).

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Dit project bestaat uit twee delen. In het eerste deel wordt een pilotproject uitgevoerd om de mogelijkheden te onderzoeken om adolescenten te werven voor een internetinterventie gericht op sociale angst bij adolescenten. Voor dit deel zijn verschillende werkzaamheden uitgevoerd. Het onderzoeksprotocol heeft goedkeuring verkregen van de Medische Ethische Commissie van het VUMc op 12/10/2010 en is eveneens geregistreerd bij het CCMO (Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek) and CBP (College Bescherming Persoonsgegevens).

De adolescenten website die voor deze pilot studie gebruikt wordt is gebaseerd op een al bestaande website (fobieenondercontrole.nu) voor volwassenen met een specifieke fobie. Het taalgebruik op de website is door ons aangepast voor jongeren in de leeftijdscategorie 13-18 jaar en de behandelmodules zijn specifiek voor sociale fobie gemaakt. De voorbeelden op de website zijn eveneens aangepast zodat ze betrekking hebben op jongeren.

Alle vragenlijsten die gebruikt worden binnen de pilot studie zijn aangepast, geprogrammeerd in NetQ en klaar voor gebruik. Er is een aanmeldingswebsite gemaakt met daarop informatie over het onderzoek en de aanmelding. Op het moment wordt de behandel website door een design bureau opgeleukt met animaties en aanpassingen in de lay-out om het aantrekkelijker te maken voor adolescenten. De tekst voor persberichten en ander wervingsmateriaal is geschreven. De lay-out van het materiaal wordt op het moment ontworpen door een design bureau.

Het tweede deel van dit project bestaat uit een systematische literatuurstudie en een studie in een bestaande dataset over de relatie tussen verlegenheid en sociale angst, als predictor van depressie. Voor dit deel van het project zijn diverse analyses uitgevoerd en papers hierover zijn in voorbereiding.

 

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Background

Social anxiety is a highly prevalent anxiety disorder with a considerable disease burden, serious consequences for the quality of life of those involved and enormous economic costs. The first incidence of most social anxiety disorders are in early adolescence. Although Internet interventions have been found to be effective in the treatment of social phobia, and seem to be very suitable for those with beginning social anxieties, no studies have examined the possibilities to prevent social anxiety in adolescents.

 

Objective

The goal of the proposed study is to test whether an internet-based guided self-help intervention aimed at high-risk adolescents (who consider themselves to be shy, see below) is effective in the prevention of social anxiety disorders and other mood- and anxiety disorders in this target group.

 

Design

Randomized controlled trial in which adolescents (13-18 years) who consider themselves to be shy and behaviorally inhibited will be assigned to a internet-based guided self-help intervention or an information only control group.

 

Intervention

The existing website “Fobieënondercontrole.nu” based on exposure therapy, social skills training and cognitive restructuring will be adapted for the use by adolescents. Each participant has a personal coach, who gives feedback on the weekly homework assignments.

 

Main outcome measures

Main outcome measure is the level of symptoms of social anxiety (SAS-A), the number of incident cases of severe social anxiety symptomatology, the level of depressive symptoms, quality of life, and variables that may predict outcome.

 

Sample size calculation

We will recruit a total of 264 respondents, which is enough to find a standardized effect size of 0.40. It is also sufficient to find a reduction of the incidence of severe phobic symptomatology from 40% in the control group to 20% in the experimental group.

 

Statistical analyses

All analyses will be conducted according to the intention-to-treat principle.

 

Economic evaluation

The economic evaluation will be conducted from a societal perspective, with a time horizon of 1 year. Resource use will be valued using Dutch standard prices. Cost-effectiveness ratios will be calculated. Bootstrapping will be used to estimate the uncertainty surrounding these ratios.

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website