Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Als gevolg van immigratie, is de etnische diversiteit in een samenleving als die van Nederland de laatste decennia sterk toegenomen. Er komen steeds meer aanwijzingen dat er grote verschillen in gezondheid bestaan tussen verschillende etnische groepen die in West-Europa leven. In gezondheidsbeleid wordt veel nadruk gelegd op het belang van intersectorale maatregelen ter bevordering van de volksgezondheid, bijvoorbeeld aangrijpend bij maatschappelijke determinanten als inkomen, opleiding, en inrichting van de wijk. Dergelijke ‘upstream’ strategieën grijpen aan op determinanten die niet heel direct aan gezondheid gerelateerd zijn, maar meer ‘op afstand’ de gezondheid beïnvloeden. Op basis van de literatuur is het aannemelijk dat het belang van deze maatschappelijke determinanten voor het optreden van gezondheidsproblemen tussen etnische groepen verschilt. Dit impliceert dat het effect van intersectoraal beleid op de gezondheid ook kan verschillen tussen die groepen. Er is kennis nodig over welke maatschappelijke determinanten in welke groep van belang zijn, zodat gerichte maatregelen genomen kunnen worden ter bevordering van de gezondheid van een specifieke etnische groep.

 

Dit project beoogde kennis te genereren die ons meer inzicht moet geven in het belang van specifieke maatschappelijke determinanten van gezondheid binnen verschillende etnische groepen, en ter verklaring van verschillen in gezondheid tussen die groepen. We hebben ons in dit project gericht op:

- de vijf grootste etnische groepen in Nederland: autochtone Nederlanders, Nederlanders van Surinaamse afkomst (met een focus op Hindoestaans en Creoolse bevolking), en Turkse en Marokkaanse Nederlanders;

- vier groepen van maatschappelijke determinanten: 1. immigratie gerelateerde factoren (generatie, migratie geschiedenis etc.); 2. familie gerelateerde factoren (burgerlijke staat, huishoudenssamenstelling, etc.); 3. sociaal-economische factoren (opleidingsniveau, positie op de arbeidsmarkt, beroepsstatus, health literacy etc.); en 4. kenmerken van de wijk waarin men woont (ethnic density, psychosociale stressoren etc.).

- twee categorieën van gezondheidsproblemen, namelijk cardiovasculaire gezondheid - en daaraan gerelateerde gedrags- en biomedische factoren - en mentale gezondheidsproblemen, met name depressie en verslaving.

 

Het project was ingebed in de zgn. HELIUS study (Healthy Life in an Urban Setting). De dataverzameling is gebaseerd op een random steekproef uit de Gemeentelijke Basis Administratie van Amsterdam, in de leeftijd van 18-70 jaar. Ook zijn maximaal 3 familieleden uitgenodigd mee te doen. Er werden in dit project 2000 personen per etnische groep geincludeerd, wat het totaal aantal respondenten op 4000 per etnische groep bracht. Deze werd een vragenlijst afgenomen. Ook ondergingen ze een lichamelijk onderzoek.

 

Het onderzoek heeft ons meer inzicht gegeven in de maatschappelijke determinanten van etnische verschillen in risico’s op cardiovasculaire en mentale aandoeningen. Die inzichten zullen vooral behulpzaam zijn bij het gerichter vormgeven van preventieve maatregelen ter bevordering van cardiovasculaire en mentale gezondheid, door middel van primaire preventie, in het kader van intersectoraal beleid.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De eerste twee jaar van het project hebben we geheel besteed aan het opbouwen van de dataverzameling, die 10.000 respondenten uit vijf verschillende etnische groepen omvat. We hebben een random steekproef getrokken onder personen in de leeftijd van 18-70 jaar, op basis van de Gemeentelijke Basis Administratie van Amsterdam. Daarnaast zijn per respondent nog maximaal 3 familieleden ge-includeerd: ofwel zijn ouders (wanneer die in Amsterdam woonden), ofwel zijn kinderen (18 jaar en ouder) en partner. Alle personen uit de steekproef hebben een schriftelijke uitnodiging ontvangen, met een antwoordkaart waarop ze eventueel konden aangeven niet mee te willen doen. Na een positief antwoord, kregen de respondenten een uitnodiging voor een medisch onderzoek. Hen werd gevraagd daaraan voorafgaand een vragenlijst (internet-based of op papier) in te vullen. Bleef een reactie uit, dan hebben interviewers (gematched op etnische herkomst) met een maximum van 5 pogingen de potentiële respondenten bezocht, en het interview thuis afgenomen. De vragenlijst omvatte vragen over cardiovasculaire en geestelijke gezondheid, en drie groepen van maatschappelijke determinanten: 1. Immigratie gerelateerde factoren: generatie, migratie geschiedenis, leeftijd van migratie naar Nederland, verblijfsduur, culturele afstand, etnische identiteit, discriminatie. 2. Familie gerelateerde factoren: burgerlijke staat, huishoudsamenstelling, kinderen, contact met familie in land van herkomst. 3. Sociaal-economische factoren: opleidingsniveau, positie op de arbeidsmarkt, beroepsstatus, health literacy. Gedurende het medisch onderzoek zijn cardiovasculaire risicofactoren gemeten, zoals lengte en gewicht, bloeddruk, vetpercentage, maar ook cardiovasculaire uitkomstmaten, zoals perifeer vaatlijden, en vaatstijfheid. Alle respondenten hebben een samenvatting ontvangen van hun eigen resultaten van het lichamelijk onderzoek (bloeddruk, overgewicht, lipiden profiel, glucose level etc.), met daarbij een verklaring van de resultaten, en waar nodig een verwijzing naar de huisarts.

 

De resultaten van dit project hebben laten zien dat de

ziektelast, uitgedrukt in disability-adjusted life years, tot aan 2030 veel sterker toe zal nemen onder etnische minderheidsgroepen (zowel mannen als vrouwen) dan onder Amsterdammers van autochtone afkomst. De stijging is met name te wijten aan toename in diabetes, hart- en vaatziekten, en depressie en angststoornissen.

 

Ervaren etnische discriminatie bleek geassocieerd te zijn met depressie in alle etnische minderheidsgroepen. Meer precies blijkt ongeveer 15-25% van de prevalentie van depressie in etnische minderheidsgroepen te wijten is aan discriminatie. Dit impliceert dat etnische verschillen in depressie aanzienlijk kleiner kunnen zijn als etnische minderheidsgroepen geen etnische discriminatie zouden ervaren. Discriminatie bleek ook geassocieerd met biomedische risicofactoren voor hart- en vaatziekten (hoge bloeddruk, obesitas etc,), maar niet in alle etnische minderheidsgroepen. Discriminatie bleek daarnaast geassocieerd met rookgedrag en alcohol, en dan met name onder Surinamers en Ghanezen.

 

Andere psychosociale factoren bleken de invloed van discriminatie op gezondheid onder etnische minderheidsgroepen te beïnvloeden. Zo vonden wij dat de associatie tussen EED en depressie in etnische minderheidsgroepen zwakker wordt als zij: (i) religieus zijn, (ii) een groot etnisch sociaal netwerk hebben, en (iii) een sterke etnische identiteit hebben, en (iv) meer controle over het eigen leven ervaren.

 

Ook familiefactoren bleken van invloed op de gezondheid van etnische minderheidsgroepen. Wij zagen dat het rookgedrag van ouders een belangrijke determinant is voor het rookgedrag van hun volwassene kinderen. Dit zou mogelijk helpen om te begrijpen waarom het rookgedrag van de volgende generatie niet convergeert naar het rookgedrag van de autochtone Nederlanders, zoals vaak wordt verondersteld.

 

Tenslotte hebben we de impact van buurtfactoren op gezondheid bestudeerd. We vonden onder meer dat de aanwezigheid van Turken in de buurt een positieve impact heeft op de ervaren gezondheid van Marokkanen. Andersom was dit niet het geval.

 

Dit inzicht in sociale determinanten van de gezondheidstoestand van etnische minderheidsgroepen kan richting geven aan maatregelen om de verwachte stijging van chronische aandoeningen in die groepen te voorkomen.

 

 

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

B a c k g r o u n d

As a result of immigration in Western Europe, ethnic diversity is increasing. Over the past few decades, a growing body of literature has revealed marked inequalities in health between different ethnic groups living in European countries. Previous studies indicate that social factors are extremely important in explaining these ethnic inequalities in health. This implies that these factors might also be important considerations for interventions to tackle ethnic inequalities in health. Those interventions go beyond the individual: moving further ‘upstream’ from specific risk factors for disease, such as smoking and dietary habits, to the neighbourhood level or the broader society. These so-called ‘upstream’ policies can only be effective, however, if they are based on a detailed insight into the health impact of social determinants underlying these inequalities. As the health impact of social determinants is likely to differ between ethnic groups, addressing social determinants in the total population will not automatically lead to an elimination of ethnic inequalities in health. Or, to put it differently, so-called upstream policies that ignore issues of ethnicity and related factors, will not be able to tackle ethnic inequalities effectively. This implies that a detailed insight into the specific social factors that are most important in shaping the health of ethnic minority populations and health inequalities between ethnic groups is warranted. So far this evidence is scarce.

 

O b j e c t i v e

The overall aim of this study is to gain a detailed insight into social determinants underlying ethnic inequalities in health, and to identify specific social determinants to inform measures aimed at tackling these inequalities. We will focus on:

- five largest ethnic groups: ethnic Dutch, Hindu Surinamese, Creole Surinamese, and Turkish and Moroccan people living in Amsterdam, the Netherlands;

- four categories of social determinants: factors related to immigrant status (migration history, cultural distance to host country, discrimination etc.); family relationships (marital status, children, contacts with family in home country etc); socio-economic factors (educational and occupational level, income etc.); and neighbourhood related factors (ethnic density, psychosocial stressors etc.)

- two categories of health problems, i.e. cardiovascular health - and related behavioural and biomedical risk factors - and mental health problems, in particular depressive disorders and substance use related disorders.

 

M e t h o d s

The study will include participants of the baseline examination of the HELIUS study (Healthy Life in an Urban Setting), a longitudinal cohort study in Amsterdam, that started in December 2010. The population will be randomly sampled from the Amsterdam city register and will include family members from up to two generations, aged 18-70 years old. HELIUS is planned to be repeated at 5 year intervals. The proposed study will include 2.000 individuals per ethnic group. Participants are interviewed about their health and social determinants, and they will undergo a medical examination. Biological specimens will be obtained.

 

E x p e c t e d r e s u l t s

The proposed study will give a detailed insight into the health impact of specific social factors on the cardiovascular and mental health status of different ethnic groups, and the way this impact differs between groups. In addition, the results will indicate the relative contribution of specific social factors to the explanation of ethnic inequalities in health, taking the observed differential impact of social factors by ethnicity into account. Examples include the lack of formal education among a high proportion of (first generation) migrants, perceived discrimination, and neighbourhood conditions. Special attention will be paid to the way the health impact of social determinants is moderated by the combination of social factors, such as the impact of living from a low income in combination with living in a one parent family. Finally, on the basis of these results, we expect to be able to generate new insights into the causal mechanisms underlying the association between social determinants and health in general.

 

C o n c l u s i o n

These results will contribute to the evidence base for the so-called ‘upstream’ approach for the prevention of disease and promotion of population health in general, and the reduction of inequalities in health in particular.

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website