Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Sociaaleconomische verschillen in roken, voeding en lichaamsbeweging dragen in belangrijke mate bij aan sociaaleconomische gezondheidsverschillen. Verschillen in gezond en ongezond gedrag zijn echter niet het gevolg van vrije individuele keuzes, maar worden voor een groot deel gevormd en beïnvloed door allerlei omgevingsfactoren. Ongezond gedrag wordt bijvoorbeeld sterk beïnvloed door financiële stress, onafhankelijk van het inkomensniveau. Omgaan met financiële stress vergt veel aandacht en energie, wat ten koste gaat van de inspanning die nodig is om constant gezonde keuzes te maken. Daarnaast blijkt dat de sociaal-culturele omgeving sterk bijdraagt aan sociaaleconomische verschillen in gezond gedrag. In de huidige maatschappij wordt een gezonde leefstijl vaak door hogere sociaaleconomische groepen gebruikt als middel ter onderscheiding van anderen. Deze culturele betekenis van gezond en ongezond gedrag draagt in sterke mate bij aan sociaaleconomische verschillen in voeding en beweging.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Een grotere bijdrage van gezondheidsgedragingen aan de verklaring van sociaaleconomische gezondheidsverschillen:

 

Als eerste stap hebben wij onderzocht in hoeverre sociaaleconomische verschillen in gezond en ongezond gedrag bijdragen aan sociaaleconomische gezondheidsverschillen. Waar eerdere onderzoeken deze gezondheidsgedragingen slechts één keer hebben gemeten, aannemend dat dit niet veranderd gedurende de levensloop, waren wij in staat rekening te houden met veranderingen in gezondheidsgedrag. Uit het onderzoek bleek dat verschillen in gezondheidsgedrag voor een belangrijke mate bijdragen aan sociaaleconomische gezondheidsverschillen, en zelfs in belangrijkere mate dan we tot nu toe dachten.

 

 

Financiële stress, zelfcontrole en gezondheidsgedrag:

 

De 'theorie van de schaarste' gaat ervan uit dat we een gelimiteerde mentale capaciteit hebben om doordachte keuzes te maken en met verleidingen om te gaan, en dat stressvolle omstandigheden de mentale capaciteit verkleinen. Dit leidt tot een afname van de ‘cognitieve bandbreedte’ die mensen overhouden voor andere (op dat moment minder belangrijke) zaken in hun leven, waaronder gezond gedrag. In een samenleving waarin ongezond gedrag steeds makkelijker wordt gemaakt (denk hierbij onder meer aan de recente introductie van nieuwe fastfoodketens in ons land), zouden ongunstige, stressvolle omstandigheden sneller kunnen leiden tot impulsief, en daarmee vaak ongezond gedrag. Ons onderzoek toont inderdaad aan dat mensen met financiële stress minder zelfcontrole lieten zien en minder vaak gezond gedrag vertoonden. Uit deze resultaten bleek ook dat financiële stress veel sterker gerelateerd was aan ongezond gedrag, dan absoluut inkomensniveau.

 

 

Cultureel kapitaal en sociaaleconomische verschillen in gezondheidsgedrag:

 

Sociale ongelijkheid doet zich niet alleen voor in economische termen (klassenverschillen), maar ook in culturele termen (statusverschillen). De Franse socioloog Pierre Bourdieu introduceerde hierbij de term ‘cultureel kapitaal’, wat refereert aan de beheersing van culturele competenties, zoals houdingen, opvattingen en smaak die kenmerkend zijn voor groepen met een hoge sociale status. Hij toonde hierbij aan dat verschillen in cultureel kapitaal een duidelijke maatschappelijke hiërarchie vormen. Deze hiërarchie is gerelateerd aan opleidingsniveau en gaat gepaard met grote verschillen in leefstijl, zowel in culturele smaak en taalgebruik, als in eetgewoonten, sportvoorkeuren en andere gedragingen die we tegenwoordig aan gezondheid relateren. De differentiatie in leefstijl heeft volgens Bourdieu een belangrijke maatschappelijke functie: ze laat zien tot welk sociaal milieu iemand behoort. Gezondheidsgedrag kan voor hogere sociaaleconomische groepen dus een manier zijn om zichzelf te onderscheiden van andere sociale groepen. Bovendien is het goed denkbaar dat gezondheidsgedrag in de loop der tijd belangrijker is geworden als een middel voor sociale distinctie. Door toegenomen welvaart zijn mogelijkheden voor distinctie op basis van materiële bezittingen afgenomen: vrijwel iedereen koopt tegenwoordig een flatscreentelevisie en smartphone. Daarbij leven we in een omgeving die ongezond gedrag (vet- en suikerrijk eten, weinig bewegen) in hoge mate faciliteert. Dit biedt kansen tot onderscheiding op basis van een gezonde leefstijl. Uit ons onderzoek blijkt dat de consumptie van zogeheten ‘superfoods’ (zoals quinoa, spelt, gojibessen) bijvoorbeeld een vorm van sociale distinctie en uiting van cultureel kapitaal is. Maar ook sociaaleconomische verschillen in gezonde voedingspatronen, vrijetijdsbeweging, sport en obesitas blijken in ons onderzoek voor een deel verklaard te worden door verschillen in cultureel kapitaal.

 

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Door de toenemende vergrijzing, en omdat veel chronische aandoeningen op latere leeftijd optreden, kunnen effectieve preventiemaatregelen die die aandoeningen voorkómen, leiden tot belangrijke volksgezondheidswinst. Ongezond gedrag is een belangrijke risicofactor voor veel chronische aandoeningen en komt meer voor onder mensen uit lagere sociaaleconomische groepen. Om effectieve preventiemaatregelen te kunnen ontwikkelen juist voor die groepen, moeten de oorzaken duidelijk zijn waarom deze verschillen in ongezond gedrag bestaan. In dit onderzoek wordt bestudeerd of de leefomgeving een rol speelt bij sociaaleconomische verschillen in lichamelijke activiteit, voeding, roken en alcoholgebruik. Vooral wordt de rol van de sociale omgeving bestudeerd, zoals de grootte en samenstelling van sociale netwerken. Daarnaast worden individuele preferenties voor gezondheidsgedrag bestudeerd en hoe deze verschillen voor hogere en lagere sociaaleconomische groepen.

 

Om antwoord te geven op de onderzoeksvragen zijn in 2014 vragenlijsten afgenomen binnen de longitudinale GLOBE-studie, de enige grootschalige Nederlandse studie specifiek gericht op het verklaren van gezondheidsongelijkheden. Deze studie is in 1991 gestart met een dataverzameling onder de bevolking van Eindhoven en omstreken, met volgende dataverzamelingen in 1997, 2004, 2011 en nu ook 2014. Hierop volgend zullen ook interviews en discrete keuze experimenten worden afgenomen bij een deel van de onderzoeksgroep.

 

In de vragenlijsten is nadruk gelegd op het in kaart brengen van de sociale en culturele omgeving van de deelnemers. Er is data verzameld over belangrijke sociale netwerk kenmerken, sociale steun en sociale invloeden, sociaal en cultureel kapitaal en gezondheidsgedrag.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Sociaaleconomische verschillen in gezondheidsgedrag zijn verre van statisch. Ongezond gedrag wordt vaak eerst aangenomen door hogere sociaaleconomische groepen, waarna het overslaat richting lagere sociaaleconomische groepen. Eerder onderzoek waarin de invloed van gedrag op één moment in de tijd werd gemeten, onderschatte daardoor mogelijk de rol van gedrag bij het ontstaan van gezondheidsverschillen. Recent onderzoek suggereert inderdaad dat de rol van gezondheidsgedrag voor de verklaring van sociaaleconomische verschillen in sterfte sterker wordt wanneer deze gedragingen vaker worden gemeten. In aanvulling hierop onderzochten wij wat de rol van gedragsfactoren en materiële factoren is voor de verklaring van sociaal-economische gezondheidsverschillen, wanneer deze factoren op meerdere momenten over het leven van volwassenen worden gemeten.

 

Onze resultaten laten zien dat zowel opleiding als beroep gerelateerd zijn aan sterfte, waarbij de lagere sociaaleconomische groepen een grotere kans op sterfte hebben dan de hogere sociaaleconomische groepen. Het blijkt dat een deel van deze verschillen verklaard wordt door zowel gezondheidsgedrag als materiële factoren. Echter, de invloed van gezondheidsgedrag wordt sterker als deze meerdere keren over de levensloop van volwassenen gemeten is, terwijl de invloed van materiële factoren veel minder verandert.

 

Om meer inzicht te krijgen in de rol van vooral sociale omgevingkenmerken, is een vragenlijst afgenomen, waarin wij uitgebreid navraag hebben gedaan over factoren in de sociale omgeving van mensen, en de wijze waarop deze een rol kunnen spelen bij (on)gezond gedrag.

 

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

With health problems mainly occurring in older adults (i.e. individuals aged >50 years) and with increasingly ageing populations, effective health promotion strategies in older adults can contribute substantially to population health. Because unhealthy behaviours in older adults are unequally distributed over socioeconomic groups, strategies need to be successful in lower socioeconomic groups particularly. What causes socioeconomic inequalities in health behaviours in older adults however, is still poorly understood.

 

This study aims at making a substantial contribution to the understanding of socioeconomic inequalities in four health-behaviours in older adults, through the integration of environmental and individual determinants of health-behaviours. Specific aims are to investigate 1) the growing role of health-behaviours for socioeconomic inequalities in cause-specific mortality, 2) the importance of socio-cultural, physical, and economic environmental factors for socioeconomic inequalities in health behaviours, thereby considering socio-cultural factors the most important missing link in current understanding of inequalities in health-behaviours, and 3) the importance of preferences for behavioural attributes (e.g. costs, convenience, social aspects, health consequences, bodily sensations) to the explanation of these inequalities.

 

The study will be integrated in the longitudinal GLOBE study - the only large scale Dutch study specifically designed to study health inequalities. The study population mainly resides in the south-east of the Netherlands (i.e. Eindhoven and surrounding municipalities). The GLOBE study consists of a baseline measurement conducted in 1991, with subsequent waves of data collection in 1997, 2004 and 2011. We propose to conduct a postal survey in 2014, with subsequent interviews among a subsample of postal survey participants in 2015.

 

For the first aim, health-behaviour measurements over a 14-year time period will be used to assess their role for explaining socioeconomic inequalities in health (i.e. cause-specific mortality), also when taking other possible explanatory factors into account. Cox proportional regression analysis with age as the time scale will be used to estimate the hazard ratios for the association between socioeconomic position and mortality, and the mediating role of repeatedly measured health-behaviours. For the second aim, information on a multi-layered set of elements of the socio-cultural environment will be used as reported in the postal survey of 2014, and, additionally, geographic information systems and Google street view will be used to measure the physical environment. In separate models for each of the four health-behaviours, we will test the association with indicators of socioeconomic position (SEP). Then, we examine which socio-cultural environmental factors are differentially distributed across SEP groups, and related to the health-behaviour, and to which extent these factors mediate the association between SEP and the health-behaviour. Specific pathways from socio-cultural factors to health-behaviours will be explored via structural equation models, based on information collected in interviews among participants of the postal survey in 2015. For the third aim, Discrete Choice Experiments (DCE) will be conducted at the end of every interview. A DCE can only be done for one specific health-behaviour per respondent, as it takes about 10-15 minutes to conduct the DCE. Therefore, DCE’s will be conducted with regard to one type of behaviour (physical activity, diet, smoking or alcohol) with n=250 respondents for each behaviour. The DCE observations are analysed by a mixed logit regression model to take heterogeneity as well as correlation between the choice task completed by each individual into account. Differences in preference structures between socioeconomic groups of respondents and relations with environmental exposures (as reported by participants in the 2014 survey) and psychosocial cognitions from the Theory of Planned Behaviour (as reported in the interview) will also be analysed.

 

Finally, knowledge resulting from the project will be exchanged on a continuous base with relevant stakeholders, for instance via CEPHIR, the academic workplace collaboration between Erasmus MC and Health Municipality Rotterdam (GGD). Main entry-points (regarding the socio-cultural environment and preferences for behavioural attributes) for health promotion strategies aimed at reducing socioeconomic inequalities in health-behaviours among older adults will be discussed during a final conference.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website