Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Dit project richt zich op een herziening, uitbreiding en systematische proefimplementatie van het Programma voor Alternatieve Denkstrategieën (PAD-leerplan) voor het reguliere basisonderwijs. Het PAD-leerplan, onder de naam PATHS oorspronkelijk ontwikkeld in de VS, richt zich op het bevorderen van de sociaal emotionele ontwikkeling van leerlingen van groep 3 t/m 8 van de basisschool. De effectiviteit van PATHS is in de VS onomstotelijk aangetoond (vgl. Greenberg et al, 2001). In dit project werd de bestaande versie niet alleen geherstructureerd en eigentijds vormgegeven, maar ook aangevuld met modules voor groep 1 en 2 die in de VS met succes op effectiviteit is getoetst, maar voor Nederland nog niet eerder beschikbaar waren. Naar verwachting zou de herziene versie enkele van de belangrijkste obstakels wegnemen die veel Nederlandse basisscholen eerder weerhield van invoering van het PAD-leerplan. Andere belemmerende factoren die vooraf verwacht werden (w.o. de moeite bij docenten om hun omgangsstijl met leerlingen te veranderen, onzorgvuldige adoptiebeslissing op schoolniveau, inadequate interne begeleidingsstructuur) trachtte dit project te ondervangen door met een systematisch ontworpen wervings- en implementatie¬strategie waarbij intensieve schoolnabije begeleiding werd geboden door regionale GGD-en. Het begeleidend onderzoek richtte zich op de uitvoerbaarheid van de beoogde invoeringsstrategie door GGD-en, de implementatiegraad die daarmee op scholen bereikt kon worden, de determinanten van gebruik van het PAD-leerplan door leerkrachten en de leerresultaten die bereikt zijn bij de leerlingen.

 

De bereikte resultaten bij leerlingen zijn positief maar bieden ook ruimte voor verbetering. De graad van implementatie op school- en leerkrachtniveau bleek matig. Variatie in gebruik van PAD bleek het best verklaard te worden door individuele taakopvattingen van de leerkrachten, hun uitkomstverwachtingen, verwachtte persoonlijk voordeel van het gebruik, subjectieve normen en de waargenomen bruikbaarheid van het PAD-leerplan. De uitvoerbaarheid van de beoogde invoeringsstrategie door GGD bleek te worden beperkt door het onvoldoende aanvangsniveau van de GGD-medewerkers wat betreft (a) materiekennis over de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen, en (b) vaardigheden om leerkrachten inhoudelijk te begeleiden bij de invoering van een dergelijke vernieuwing. Hierdoor werd de inbreng van de GGD-en bij vooral de realisatie van de schoolnabije begeleiding gedurende de fase van implementatie van PAD op scholen beperkt. Dit is opgevangen door aanvullende ondersteuning door docenten van SVO (licentiehouder van PAD in Nederland).

 

Op basis van de eerder in de VS en nu ook in deze studie gebleken potentie van het PAD-leerplan verdient het aanbeveling het PAD-leerplan verdergaand in te implementeren in Nederland. Dit project heeft daarvoor een bruikbaar versie van het PAD-leerplan voor alle leerjaren in het basisonderwijs opgeleverd. Gezien de ervaringen van deze proefimplementatie kan de noodzakelijke geachte schoolnabijebegeleiding niet zondermeer worden verwacht van de GGD-en. De projectgroep beveelt daarom tweesporen beleid aan waarbij de werving van scholen wordt ontkoppeld van de begeleiding van scholen gedurende de daadwerkelijke implementatie van PAD op scholen.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Conclusies:

1. De vernieuwing van de oorspronkelijke vertaling van het PAD-leerplan is succesvol afgerond en draagt voor de komende tijd bij aan de waarborging van het PAD-leerplan op basisscholen in Nederland.

2. De invoeringstrategie die de GGD-en volgens plan zouden uitvoeren is in de praktijk onvoldoende uit de verf gekomen. Met name de beoogde schoolnabije begeleiding voor de implementatiefase kwam in het gedrang vanwege het relatief geringe aanvangniveau van de GGD-medewerkers wat betreft (a) materiekennis over de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen, en (b) vaardigheden om leerkrachten inhoudelijk te begeleiden bij de invoering van een dergelijke vernieuwing.

3. De gevolgde invoeringsstrategie heeft geleid tot een matige graad van invoering van PAD. Gemiddeld genomen voerden de betrokken leerkrachten minder dan de helft van de voorgeschreven onderdelen uit van PAD.

4. Uit het onderzoek naar determinanten van gebruik van PAD op leerkrachtniveau blijkt dat taakopvattingen, uitkomstverwachtingen, persoonlijk voordeel, subjectieve norm en waargenomen bruikbaarheid de beste aangrijpingspunten bieden voor verbetering van gebruik.

5. Het begeleidend experimentele onderzoek op leerling-niveau laat effecten zien op zowel emotionele competentie als probleemgedrag. Deze effecten kwamen vooral tot stand in het eerste halfjaar van de studie, maar bestendigen zich tot ruim anderhalf jaar na de start van de interventie.

 

 

Aanbevelingen:

Op basis van de eerder in de VS en nu ook in deze studie gebleken potentie van het PAD-leerplan verdient het aanbeveling het PAD-leerplan verdergaand in te implementeren in Nederland: het bevordert en voorkomt mogelijke verstoringen in de sociaal emotionele ontwikkeling van kinderen in de basisschoolleeftijd (primaire preventie) en draagt als gevolg (blijkens de Amerikaanse studies) bij aan betere schoolprestaties. Deze studie heeft daartoe een bruikbaar versie van het PAD-leerplan voor alle leerjaren in het basisonderwijs opgeleverd. Als vervolg zal de projectgroep deze nieuwe versie van het PAD-leerplan voor het reguliere basisonderwijs aanmelden voor certificering door het Centrum Gezond Leven (RIVM) en de database Effectieve Jeugdinterventies.

 

De ervaringen met de proefimplementatie leert dat noodzakelijk geachte schoolnabije begeleiding niet zondermeer verwacht mag worden van de gemiddelde GGD-medewerker. Er doen zich twee problemen voor: (1) GGD-medewerkers hebben een onvoldoende aanvangniveau wat betreft materiekennis over de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen en vaardigheden om leerkrachten daarbij te begeleiden, en (2) er is een tamelijk groot personeelsverloop onder de GGD-medewerkers. Om genoemde problemen geen sta in de weg te laten zijn voor verdere verspreiding van PAD beveelt de projectgroep tweesporen beleid aan. Het eerste spoor is die waarbij onder strikte kwaliteitsbewaking medewerkers van de GGD een volledige PAD-licentie verwerven (zij werven scholen en bieden zelf de schoolnabije begeleiding). Het tweede spoor is die waarbij de werving van scholen wordt ontkoppeld van de schoolnabije begeleiding voor de fasen van implementatie en continuering. De werving van scholen verricht de GGD in het kader van haar reguliere contacten met scholen (bijv. in het kader van de bredere Gezonde School benadering). En de GGD schakelt vervolgens docenten van het SVO in (inmiddels is er een landelijk dekkend netwerk van docenten) voor de invulling van de schoolnabije begeleiding. In dit tweede model vervult de GGD voornamelijk een makelaarsrol; zij koppelt vragen van de school aan partijen (in dit geval SVO) die scholen kunnen begeleiden bij het inlossen van die vragen.

 

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het project richt zich op het aanpassen, uitbreiden en een systematische proefimplementatie van een herziene versie van het “Programma Alternatieve Denkstrategieën” (ook wel Padleerplan genoemd). Dit leerplan is onder de noemer Paths (Promoting Alternative Thinking Strategies) eerder is de VS ontwikkeld ter bevordering van de sociaal emotionele ontwikkeling van kinderen vanaf groep 3 t/m groep 8 van de basisschool. De effectiviteit van dit leerplan is door verschillende studies in de VS meerdere malen overtuigend aangetoond (zie Greenberg e.a., 2001).

In het huidige project wordt de reeds bestaande Nederlandse versie van PAD niet alleen grondig herzien, het leerplan wordt ook uitgebreid met een module voor de groepen 1 en 2. Hiermee wordt naar verwachting één van de belangrijke hinderpalen voor brede implementatie van dit leerplan in Nederland weggenomen. Daarnaast wordt op systematische wijze een wervings- en implementatiestrategie ontworpen om de overig bekende belemmeringen voor invoering van PAD weg te nemen (o.a. op het vlak van docent-leerling interactie, en betrokkenheid van het hele schoolteam). De invoeringstrategie leunt in belangrijke mate op de schoolnabije begeleiding zoals die gerealiseerd wordt door regionale GGD-en en/of onderwijsbegeleidingsdiensten. Het begeleidend onderzoek richt zich zowel op de vraag of met het gereviseerde Pad-leerplan de beoogde leereffecten bij leerlingen worden gehaald, als op de vraag in hoeverre de gehanteerde invoeringsstrategie leerkrachten beter in staat stelt om het Pad-leerplan uit te voeren zoals bedoeld.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Scholen gebruiken het PAD-leerplan momenteel en worden hierbij ondersteund door de regionale GGD en het SvO. Tevens wordt het onderzoek naar zowel de invoeringsstrategie als de effectiviteit gecontinueerd en zijn metingen verricht aan het eind van het schooljaar 2005/2006 en aan het begin van het schooljaar 2006/2007, vergelijkbaar met de voormetingen aan het begin van het schooljaar 2005/2006. Rapportage over de werving van scholen bevindt zich in het stadium van een conceptartikel t.b.v. een Nederlandstalig tijdschrift. Resultaten van het effectonderzoek en het implementatieonderzoek zijn nog niet beschikbaar. Wel is er op basis van interviews met docenten en GGD-medewerkers enig inzicht verkregen in hun ervaringen. Docenten oordelen over het algemeen positief over het PAD-leerplan, maar vinden de methode wel te talig met te weinig activiteiten. GGD-medewerkers voelen zich onvoldoende toegerust om scholen goed te begeleiden bij de implementatie van het PAD-leerplan. Naar aanleiding hiervan werden GGD-medewerkers extra ondersteund door de landelijke projectgroep. Docenten voerden ongeveer de helft van de PAD-lessen uit, terwijl 80% van de docenten minimaal één PAD-les per week gaf.

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

This project will focus on revising, expanding and a systematic pilot implementation of the existing

"Programme for Alternative Thinking Strategies" (known in Dutch as the "PAD curriculum"). The

objective of this curriculum, which was originally developed in the US under the acronym PATHS, is to

promote the social-emotional development of the 6 to 12-year age group in primary education. In the

US, PATHS has convincingly demonstrated its effectiveness (Greenberg et al, 2001).

The present project will consist not only of restructuring and modernising the existing Dutch version

of PAD, but also of extending it with modules for the 4 to 5 year age groups. This will remove one of

the greatest obstacles that have so far hindered the introduction of PAD in Dutch primary education.

Moreover, by designing a systematic strategy for recruitment and implementation, this project also

intends to overcome other known barriers to implementation (such as teachers' difficulty in trying to

change their style of interaction with pupils, shortcomings at school level with regard to adopting

PAD). A prominent role in this strategy will be played by the regional Municipal Health Services (GGDs)

and/or School Advisory Services (OBDs), who will give the schools their close guidance. The research

will focus not only on the effectiveness of the revised version of PAD at pupil level, but also on the

extent to which the innovation strategy enables teachers to implement the programme as intended.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website