Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het hebben van mentale gezondheidsproblemen heeft een negatieve invloed op de kwaliteit van leven. Ook bij adolescenten komen mentale gezondheidsproblemen, zoals depressie, externaliserend gedrag en angst, voor. Het hebben van dit soort klachten tijdens op jongere leeftijd vergroot de kans op mentale gezondheidsproblemen tijdens volwassenheid. Het voorkomen van mentale problemen bij adolescenten is daarom erg belangrijk. Leerlingen op het MBO zijn erg kwetsbaar voor verminderde mentale gezondheid. Zij hebben bijvoorbeeld relatief vaak last van depressie klachten. Het is daarom belangrijk om het mentale welzijn van deze adolescenten te verbeteren. Volgens de eudamonische visie wordt welzijn ervaren als men het gewenste niveau/inhoud van autonomie, competentie en verbondenheid ervaart. Het stellen van doelen op een of meer van deze vlakken en het bereiken van deze doel kan daarom bijdragen aan het mentale welzijn. De adolescentie is een goed moment om de regulatie vaardigheden te leren die nodig zijn voor dit proces. Het doel van dit project was het ontwikkelen en evalueren van een zelf-regulatie interventie ter bevordering van mentaal welzijn bij MBO leerlingen.

Bij de start van het project is een linkage group samengesteld, bestaande uit docenten, zorgcoördinatoren en andere experts. De groep, heeft gedurende de ontwikkeling van de interventie advies gegeven over inhoudelijke en praktische zaken. Daarnaast zijn ook MBO studenten betrokken bij diverse fases van de ontwikkeling.

Aan de hand van Intervention Mapping is een interventie ontwikkeld ‘Droom, Denk, Doe’; te geven door docenten in de klas. Het bestaat uit 5 modules, die ieder ongeveer 2 lesuren in beslag nemen.

In deze modules gaan studenten aan de slag met het identificeren van hun doelen, het stellen van een doel, het maken van plannen om dit doel te bereiken, inclusief omgaan met moeilijke situaties, het monitoren en evalueren van de vooruitgang, aanpassen van het doel en omgaan met tegenslag. Om dit gebruik te maken wordt gebruik gemaakt van interactieve technieken, waardoor de studenten veel ‘doen’ en met elkaar aan de slag gaan in het buddy systeem.

Binnen de modules kan een docent voor verschillende oefeningen kiezen, waarvan hij/zij deze als meest geschikt ervaren voor een klas. Om de interventie te kunnen uitvoeren zijn er verschillende lesmaterialen: (1) docentenhandleiding, (2) werkboek voor studenten, (3) filmpjes gericht op stimuleren van de buddy vaardigheden (bijv. rondom communiceren en geven van feedback), (4) legacy game, gericht op verkrijgen van inzicht in eigen identiteit en lange termijn doelen.

Uit de resultaten van de trial bleek leerlingen de interventie, en met name het buddy systeem, goed beoordelen. Zij vinden het leuk om een ander te helpen en ervaren het geholpen worden als nuttig. Docenten zijn wat kritischer over de evaluatie. Zij vinden dat de interventie niet zo goed aansluit bij hun leerlingen, en zeggen moeite te hebben om de interventie goed uit te voeren. Er zijn geen effecten van de interventie op mentaal welzijn gevonden; de veranderingen in welzijn over tijd zijn gelijk voor de interventie en controle groep.

Dit gebrek aan resultaat is niet eenvoudig te duiden. Het is onwaarschijnlijk dat het gerelateerd is aan de het design van evaluatie studie. De power lijkt voldoende te zijn en de follow-up termijn lang genoeg. Het gebruik van de interventie speelt waarschijnlijk een belangrijke rol. In de eerste module is gemiddeld 60% van de opdrachten gebruikt, maar dit daalt tot 20% in de vijfde module. Als studenten niet zijn blootgesteld aan de interventie is het onwaarschijnlijk dat er verandering plaatsvindt. De kwaliteit van de implementatie laat mogelijk ook te wensen over veel docenten rapporteerden bijvoorbeeld dat ze zich niet voldoende in staat voelden om de opdrachten goed uit te voeren.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In dit project is een zelfregulatie interventie voor de promotie van mentaal welzijn bij adolescenten ontwikkeld, aan de hand van de Intervention Mapping approach. Dit is en van de eerste interventies die een dergelijke (zelfregulatie) aanpak gebruik bij de bevordering van mentaal welzijn.

Tijdens de ontwikkeling van de interventie zijn focusgroep interviews gehouden met de doelgroep om inzicht te krijgen in welke doelen MBO studenten hebben en wat zij doen om deze te bereiken. Uit deze interviews bleek dat de studenten moeite hebben om doelen te formuleren en weinig controle ervaren over hun doelen. In de interventie is daarom extra aandacht besteed aan de identificatie en specificatie van doelen, en acties identificeren om je doel te bereiken.

 

Er is een meta-analyse uitgevoerd om te onderzoeken welke zelf-regulatie technieken effectief zijn in het bevorderen van mentaal welzijn bij adolescenten. Omdat dit de eerste studie is om dit te onderzoeken, is er een taxonomie van zelf-regulatie techieken ontwikkeld. Ui tde analyses bleek dat Interventies die gebruik maakten van social skills training (of een variant daar op) waren significant minder effectief dan interventies die deze methode niet gebruikten. Interventies die een goal setting component hadden waren bijna signifcant effectiever dan interventies die dat niet hadden. Interventies gegeven uiten de school waren minder effectief dan die gegeven binnen de school . Interventies gericht op secundaire preventie hebben een groter effect dan primaire preventie interventies. Er is 1 combinatie gevonden van effectieve componenten : het grootste effect vind plaats bij secundaire preventie interventies die gebruik van coping planning/ skills.

 

De interventie bestaat uit 5 modules die zich richten op het leren van de stappen van zelf-regulatie: het stellen van doelen, het maken van plannen, uitvoering, monitoring en evaluatie (vergelijking van gemaakte verandering met het gestelde doel).

 

De klasseninterventie laat geen effecten zien op mentaal welzijn of doelgerelateerd gedrag en cognities. De interventie wordt positief geëvalueerd door leerling, en kritischer door docenten. Het gebruik van de interventie is echter behoorlijk lag (gemiddeld onder 50%), wat de meest waarschijnlijke verklaring is voor het gebrek aan effect.

 

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Psychische problemen vormen een belangrijk deel van de totale ziektelast bij kinderen en jongeren. Jongeren op regionale opleidingscentra (ROC) lopen veel risico: een derde van hen heeft psychische problemen. In het project wordt een interventie ontwikkelt en geëvalueerd die de psychische gezondheid van ROC-scholieren bevordert. De interventie leert de jongeren persoonlijke, haalbare doelen na te streven. Doelen waar iemand geen invloed op heeft (zoals financieel succes of populariteit) zullen het psychisch welbevinden niet bevorderen. Haalbare doelen daarentegen wel. De interventie leert de jongeren daarom vaardigheden en strategieën aan waarmee ze hun plannen kunnen verwezenlijken. De jongeren zijn daardoor beter in staat hun doelen te concretiseren, en onhaalbare doelen eerder op te geven zodat ze hun energie kunnen richten op nieuwe, realistische doelen. Naast effecten op welzijn, is de verwachting dat de interventie indirect ook bijdraagt aan het verminderen van schooluitval en gedragsproblemen.

De interventie wordt ontwikkeld aan de hand van Intervention Mapping. In het eerste projectjaar is gewerkt aan de samenstelling van een linkage groep met onderzoekers, medewerkers van het ROC en GGD. Daarnaast zijn er contacten gelegd met ROC docenten, zorgcoördinatoren en ook de MBO raad om mogelijkheden en inhoud van het lespakket te verkennen, en ook aandacht te vragen voor het project en projectdoel. Om de doelstellingen van het project goed te kunnen inbedden bij de doelgroep, zijn focus groep interviews gehouden met ROC leerlingen.

In het tweede projectjaar zijn de linkage activiteiten doorgezet, waaronder een nieuwe serie van expert interviews en focus groep interviews met studenten over de mogelijkheden van peer mentoring. Er wordt momenteel gewerkt aan een lespakket met 5 lessen, waarin naast het doelen stellen, het vergroten van autonomie, controle en ‘relatedness’ worden benadrukt. De lessen gaan respectievelijk over 1. ‘wie ben ik’, 2. ‘wat wil je en hoe kom je daar’, 3. Het maken van een actieplan, 4. Aan de slag gaan, 5. ‘wat heb je bereikt, wat ging er moeilijker’. De lessen worden gecombineerd met peer mentoring, waarbij de mentor ondersteunend is in de vorm van reflectie, motiveren, empoweren en complimenteren. Additioneel zijn er nog 4 keuzemodules, gericht op a. probleemoplossende vaardigheden, b. Emotie- en stressmanagement, c. Monitoring, evaluatie en herziening, d. Proactieve vaardigheden. De klassikale lessen worden ondersteund door een doel-selectie game en filmpjes die de ondersteuning bieden bij de peer mentor vaardigheden, zoals luisteren, doorvragen en feedback geven. De klassikale lessen bevatten verschillende werkvormen, maar zijn allen gericht op ‘doen’ en ‘ervaren’ (om zo goed mogelijk aan te sluiten bij de interesses en mogelijkheden van de leerlingen).

In het derde projectjaar zijn de materialen ontwikkeld en de evaluatiestudie gestart. Het eerste half jaar stond in het teken van de ontwikkeling van de materialen. Dit gebeurde in 2 fases. In de eerste fase is de docentenhandleiding geschreven en vervolgens beoordeeld door 5 docenten. Zij gaven hun mening over o.a. inhoud, haalbaarheid, aansluiting bij de leerlingen. Zij waren hoofdzakelijk positief, en hun feedback was met name op het taalgebruik en vormgeving van de handleiding gericht. Vervolgens is deze aangepast. Daarnaast zijn enkele opdrachten door een onderzoeker in de les-uitgevoerd en nabesproken met de klas. Hierdoor waren we beter in staat om in de handleiding te benodigde tijd voor iedere opdracht in te schatten, een vraag van de docenten. In het tweede fase is het nieuwe lespakket in zijn geheel gebruikt door 1 docent in twee klassen. Op basis van zijn feedback en observaties, is het lespakket weer aangepast. Een aantal voorbeelden van deze aanpassingen zijn: de toevoeging van instructie-filmpjes, werkbladen bij alle oefeningen en een online game om leerlingen aan het denken te zetten over hun doelen.

In het tweede half jaar is er gewerkt aan opstarten van de evaluatiestudie, zoals het werven van deelnemende scholen, ontwikkelen van de vragenlijst, etc. Voor de zomer is gepoogd om in Rotterdam voldoende klassen te werven, via huidige contacten en (gepoogde) nieuwe. Dit is echter niet gelukt. In de zomervakantie is daarom gestart met landelijke werving, door 957 brieven te sturen naar scholen in heel Nederland. Hierop zijn 52 reacties gekomen. Twaalf scholen zijn gestart met het onderzoek met 49 docenten en 74 klassen. In deze klassen zitten 1408 leerlingen. Achtendertig klassen zijn de interventie aan het gebruiken en 35 klassen zitten in de controle groep.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De ontwikkeling van de interventie aan de hand van het Intervention Mapping protocol is voortgezet. Het hoofddoel van de interventie is het bevorderen van het mentale welzijn van ROC leerlingen. Interventiedoelen die gedefinieerd zijn in het kort : (1) begrip van de eigen waarden, (2) stellen van een specifiek, meetbaar, controleerbaar doel, (3) concretiseren van doel in een actieplan, (4) actie, (5) monitoring en aanpassing. Analyses van de focusgroep interviews in 2011 lieten zien dat studenten veelal streven naar relatedness: het gevoel om bij een groep te horen, geliefd te zijn en lief te hebben. Ook bleek dat studenten over het algemeen weinig gedetailleerde doelen hebben en over het algemeen geen concrete plannen maken om deze doelen

te bereiken. Meer gedetailleerde analyses van de (meta-analytische) review lieten zien dat interventies een grotere kans hebben op succes als zij 4 of meer zelfregulatie technieken gebruiken. Een ‘monitoring en evaluatie’ component geeft de grootste kans op effectiviteit. Om tot verdere uitwerking van de doelen te komen zijn er additionele interviews gehouden met docenten, ervaringsdeskundigen rondom gebruik van werkvormen binnen het ROC, en leerlingen.

Interviews met docenten binnen het ROC liet zien dat er grote behoefte ervaren wordt voor een interventie die het welzijn verhoogd en gericht is op zelfregulatievaardigheden. Docenten gaven aan dat studenten goed in staat zijn om elkaar te helpen bij het evalueren van hun doelen. Op basis van het vooronderzoek is gekozen voor een programma met een klassikale component en een peer mentoring component. De klassikale component bestaat uit 5 modules die bij elkaar aansluiten en de basisprincipes van zelfregulatie betreffen. Daarnaast zijn er 4 additionele modules over o.a. emotie en stress management, waar docenten naar keus gebruik van kunnen maken. Binnen iedere module kunnen docenten kiezen uit verschillende oefeningen, afhankelijk van de behoeftes en mogelijkheden van de klas.

Focus groep interviews met de leerlingen bevestigden dat zij openstaan voor peer mentoring, maar zich wel zorgen maken over vertrouwelijkheid (mentees) en de tijd die het kost (mentoren). De mentees gaven er de voorkeur aan dat hun mentor dezelfde studie volgt als zij, maar dan in een hogere klas en van een hogere leeftijd. Zowel mentees als experts benadrukken dat mentoren goed getraind moeten worden.

Bij de keuze van gedragsveranderingstechnieken is geput uit de bevindingen van de meta-analyse gericht op het in kaart brengen van zelfregulatiemethodieken die positief bijdragen mentale gezondheid van jongeren, en de interviews. Bij de uitwerking van de methodieken in geschikte werkvormen is wederom met verschillende professionals gesproken te inzicht te krijgen in werkvormen en randvoorwaarden, o.a. bij het succesvol activeren van ‘waardeoriëntatie’ of de randvoorwaarden, mogelijkheden en grenzen van peer mentoring, Op basis van is een opzet gemaakt van de lessen, met een uitwerking (zo is bijvoorbeeld bij les 1 een voorstel gedaan voor het gebruik van een ‘kwaliteitenlijst’, welke eerder gebruikt is om jongeren inzicht te geven in hetgeen waar ze goed in zijn. En andere vorm om de waarden verder te bepalen is het zogenaamde 4D model, dat gericht is op ‘ontdekken van successen’ en ‘dromen in de toekomst’).

Een eerste opzet is met de linkage groep besproken. Op basis van deze bijeenkomst zijn verdere aanpassingen gemaakt, welke nu uitgewerkt worden in lesmateriaal. Hierbij gaat het om te zorgen dat dromen wel echt aansluiten bij keuzes die jongeren kunnen maken vanuit ‘de eigen marges en cirkel van invloed’ met het doel om te voorkomen dat doelen onbereikbaar zijn, en teleurstelling te voorkomen wordt. Met de MBO raad wordt gekeken naar het laten aansluiten van het lespakket bij TestJeLeefstijl en de Gezonde Schoolmethode.

Het lespakket is af, inclusief aanpassingen na de pilot-test. Het lespakket bestaat uit verschillende onderdelen.1. De handleiding voor de docenten. 2. De map en werkbladen voor de leerlingen. 3. De Legacy Life game, die leerlingen op een speelse manier helpt om na te denken over wat ze belangrijk vinden. 4. Peer mentoring in de vorm van buddy opdrachten, en filmpjes die de benodigde vaardigheden voor het zijn van een goede buddy, laten zien.

De werving heeft geleid tot de inclusie van 78 klassen in 12 scholen. Zij hebben in het najaar de eerste vragenlijst ingevuld. Achtendertig klassen zijn gestart met het lespakket en zesendertig klassen zitten in de controle groep.

De review over gedragsveranderingstechnieken is ingediend bij Health Psychology Review.

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Mental health problems are of particular concern among adolescents. Mental health problems contribute importantly to the overall burden of disease of youth, and in addition, and have been related to for instance school drop-out . Early mental problems are an important predictor of mental disorders later in life. Recent policy changes support prevention of mental health problems at an early age. Vocational school students (ROC) seem disproportionally affected: One third of vocational students report mental health problems, including headaches, worries, unhappiness and anxiety. These students are often from disadvantaged groups. Hence, there is an urgent need to target these students, with the aim of promoting psychological well-being.

 

Low psychological well-being, emotional and behavioural problems may result from unsuccessful or inadequate goal striving. Personal goals are an important reflection of the self, and fulfil fundamental psychological needs. Personal goals guide daily behaviour and social interactions. In some cases this can constitute a vicious circle of risky behaviours and unfulfilled psychological needs leading to lower well-being. On the other hand when goal pursuit is successful and psychological needs such as that of affiliation are met, well-being is high. In addition, previous studies have shown that goal regulation skills are amenable to change, with interventions showing promising results: improved study results, school attendance, and subjective well-being.

The project objective is to increase adequate goal striving and self-regulatory skills among vocational students, with the ultimate goal of promoting psychological well-being. In order to reach our aim we will develop, implement and evaluate a goal-based intervention targeting 16-18 year old ROC students. The intervention should (1) stimulate selection of desirable and intrinsic goals in order to promote competency and autonomy, and subsequently psychological well-being/mental health, (2) teach flexible and adaptive goal striving strategies in order to ensure successful goal attainment. Successful achievement of important personal goals is likely to contribute to well-being and to reduce the likelihood of emotional problems, negative affect, incl. depression and anxiety. Secondary benefits examined are (1) school attendance and performance, and (2) behavioural problems and health compromising behaviours, and (3) (intrinsic) goal ownership. The project consists of four phases aimed at the development and evaluation of a goal-based intervention: 1)

A planned approach is taken in order to reach our objectives, the project comprising four phases: (1) the identification of effective goal striving strategies by means of a systematic review, 2) systematic program planning, based on Intervention Mapping, starting with identification of program objectives, 3) program development and pretesting, using 4) intervention evaluation. The final evaluation will be based on a cluster-RCT where classes as units will be randomized between the goal intervention and a waiting list control trial. Effects will be examined at 3- and 6-month follow-up, psychological well-being being the primary outcome.

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website