Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In dit project werden de effecten van implementatie intenties (II) op het veranderen van complexe gezondheidsgerelateerde gedragingen (voeding en lichamelijke activiteit) en op body mass index (BMI) geëvalueerd. Implementatie intenties zijn specifieke actieplannen waarin een persoon vastlegt waar en wanneer hij/zij een bepaalde actie zal ondernemen om een gewenst doel te bereiken (bv. na het werk een half uur wandelen in het park bij het werk (II), om meer lichamelijk actief te zijn (doel)). Door het maken van een II is de kans groter dat de intentie om een bepaald gedrag uit te voeren (bv. meer lichamelijke activiteit, meer wandelen) wordt omgezet in gedrag. Uit eerder onderzoek is gebleken dat II’s een gunstig effect kunnen hebben op het uitvoeren van relatief eenvoudige, eenmalige gedragingen. De effectiviteit voor het bevorderen van complexe gezondheidsgerelateerde gedragingen, die bij kunnen dragen aan de preventie van overgewicht en obesitas, is nog niet voldoende aangetoond. Als II’s een effect zouden kunnen hebben op complexe gezondheidsgerelateerde gedragingen, zoals voeding en bewegen, dan zou dit een relatief eenvoudige en goed te implementeren interventie zijn die gebruikt kan worden in de preventie van overgewicht en obesitas.

 

In dit project werden twee grote veldstudies uitgevoerd. Beide studies hadden een experimenteel design, waarbij mensen door toeval werden toegewezen aan een van de studiegroepen. In beide studies waren de deelnemers volwassenen.

 

In studie 1 werd gekeken naar de effecten van II’s op het bevorderen van lichamelijke activiteit en op BMI. Deelnemers in deze studie (n = 709) werd gevraagd om 120 minuten per week (20 minuten per dag) meer te gaan bewegen. In deze studie werden de deelnemers toegewezen aan vier groepen. Groep een kreeg de opdracht om II’s te maken om meer te gaan wandelen; groep twee om II’s te maken om meer te gaan doen van een zelfgekozen activiteit; groep drie maakte ook II’s voor een zelfgekozen activiteit, maar maakte opnieuw II’s na twee weken en drie maanden; groep vier (de controlegroep) maakte geen II’s. Na twee weken, drie maanden en zes maanden werd gekeken of er verschillen waren in lichamelijke activiteit en BMI in de verschillende groepen. Gegevens over lichamelijke activiteit en BMI werden verzameld door middel van schriftelijke vragenlijsten. Uit de analyses van de gegevens bleek dat er geen verschillen waren tussen de groepen in lichamelijke activiteit en BMI na twee weken, drie maanden of zes maanden. In deze studie hadden de II’s dus geen effect op het verhogen van de lichamelijke activiteit of op BMI.

 

In studie 2 werd gekeken naar de effecten van II’s op het verlagen van de energie inname en op BMI. In deze studie werd de deelnemers gevraagd om kleine veranderingen in de voeding te maken, om zodoende de energie-inname te verlagen. Voor deze studie werden mensen geworven met (dreigend) overgewicht (BMI >= 24 en <= 31) en die daar wel iets aan zouden willen doen. De deelnemers (n = 487) in deze studie kregen eerst via een speciaal ontwikkeld internet programma advies-op-maat over hun energie inname en kregen suggesties over wat ze zouden kunnen veranderen aan hun voedingspatroon om de energie inname te verminderen. Ook in deze studie waren er vier studiegroepen. Groep een kreeg de opdracht om II’s te maken om de inname van energierijke producten te verminderen; groep twee om II’s te maken om meer energiearme producten te gaan eten; groep 3 om energierijke producten te vervangen door energiearme; groep vier (de controlegroep) maakte geen II’s. Na een maand, drie maanden en zes maanden werd gekeken of er verschillen waren in BMI tussen de verschillende groepen en na een maand en zes maanden werd gekeken naar groepsverschillen in de energie-inname. BMI werd berekend uit objectieve gegevens van lengte en gewicht. Voor het bepalen van de BMI kwamen de deelnemers steeds naar een onderzoekslocatie, om te worden gewogen. Bij het begin van de studie werd ook de lengte gemeten. Gegevens over energie-inname werden verzameld met behulp van een uitgebreide voedingsvragenlijst die via internet kon worden ingevuld. Uit de analyse van de gegevens bleek dat er geen verschil in BMI of energie-inname was tussen de groepen na een, drie en zes maanden. In deze studie had het maken van II’s dus geen effect op energie-inname of BMI.

 

De conclusie op basis van deze twee studies is, dat het maken van II’s als op zichzelf staande interventie niet sterk genoeg is om significante veranderingen in complexe gezondheidsgerelateerde gedragingen te bewerkstelligen. Het lijkt daarom vooralsnog niet aan te bevelen om II’s als op zichzelf staande interventie te gebruiken voor het bevorderen van lichamelijk activiteit, verlagen van de energie-inname of preventie van overgewicht en obesitas. Verder onderzoek is nodig om te bepalen onder welke condities II’s wel effectief kunnen zijn in het bevorderen van complexe gezondheidsgerelateerde gedragingen.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Uit deze studie bleek dat II’s niet effectief zijn in het verhogen van de lichamelijke activiteit met 120 minuten per week, het verminderen van energie-inname of op BMI. Ook werden er geen verschillen gevonden voor de verschillende typen van II (voor een ‘voorgeschreven’ activiteit, een zelfgekozen activiteit, herhaald maken van II, voor acties gericht op het verminderen, vermeerderen of vervangen van bepaalde voedingsproducten).

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Intentions are regarded as the main determinant of behavior. However positive health

behavior intentions (e.g. intentions to eat a low fat diet or to exercise) are often not put into

action (e.g. eating a low fat diet, being physically active). Encouraging people to make so-called

implementation intentions, i.e. making a specific action plan as to when, where and how to act, show

very promising results in overcoming the intention-behavior gap. However, implementation

intentions are mainly studied in relation to relatively simple and straightforward behaviors. The

prevalence of obesity is growing rapidly in the Netherlands and other western countries. Obesity is

caused by an imbalance between two complex behaviors: energy intake (food) and energy

expenditure (physical activity). Long-term effectiveness of obesity treatment is low. Prevention of

weight gain by avoiding a positive energy balance through relatively small dietary and activity changes

may have better prospects. Large majorities of most populations do intend to avoid (further) weight

gain. The present study will test the possibilities of implementation intentions as a tool to help

people to adopt changes in complex health-related behaviors, i.e. to restrict energy intake and/or

increase energy expenditure in prevention of weight gain. The study further aims to provide

additional insight in how and why implementation intentions may be effective in bridging the

intention-behavior gap.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website