Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Bevordering van gezond gedrag is een belangrijk doel van volksgezondheidsbeleid omdat een groot deel van de bevolking van West-Europa niet voldoet aan de bestaande normen voor gezond gedrag. Dit draagt in belangrijke mate bij aan de totale ziektelast. Gezondheidschecks zijn een veelbelovende strategie om mensen aan te zetten tot gedragsverandering, en worden daarom in Nederland in toenemende mate aangeboden. Het bewijs voor de effectiviteit van gezondheidschecks is echter nog niet geleverd. Het doel van dit project was de effectiviteit te evalueren van het PreventieKompas, een online gezondheidscheck voor werknemers ter bevordering van een gezonde leefstijl (roken, bewegen, voeding, alcohol, ontspanning).

Het onderzoek was opgezet als een clustergerandomiseerde trial, met als doel deelnemers (N=1750; interventiegroep) en niet-deelnemers (N=1750; controlegroep) aan de gezondheidscheck te vergelijken op deelname en leefstijlverandering. Beide groepen werden geworven onder werknemers van bedrijven die de gezondheidscheck hebben opgenomen in hun managementstrategie. Voor de interventiegroep was de gezondheidscheck zelf de baselinemeting (T0), met een vervolgmeting (korte elektronische vragenlijst) na 6 maanden (T1). Voor de controlegroep was dit andersom; baseline (T0) de korte elektronische leefstijlvragenlijst; follow-up na 6 maanden (T1) was de gezondheidscheck zelf. In theorie zouden de veranderingen in leefstijl tussen T0 en T1 in interventie- en controlegroep inzicht geven in de effectiviteit van de gezondheidscheck in het bevorderen van gezond gedrag en in de determinanten van deze gedragsverandering.

Echter, in de praktijk liep dit anders. Het is niet gelukt de benodigde aantallen werknemers te includeren in de studie. Het grootste probleem was echter de lage respons op de tweede meting (T1), namelijk 31% in de interventiegroep en 34% in de controlegroep. De lage gerealiseerde respons maakt dat schattingen van de effectiviteit van het Preventiekompas op grond deze data eigenlijk niet valide zijn. We hebben daarom een procesevaluatie van het project uitgevoerd, voor 1) de implementatie van leefstijlinterventies in bedrijven en 2) de evaluatie van de effectiviteit van complexe leefstijlinterventies. Wij concluderen dat de ongunstige economische omstandigheden, waardoor gezondheidsmanagement in bedrijven minder prioriteit kreeg, een belangrijke belemmering was voor implementatie van het PreventieKompas in deze context. Voorbijgaande technische onvolkomenheden in het PreventieKompas zelf, de vrees voor privacyproblemen en lage computervaardigheden/geen toegang tot internet waren belemmeringen voor werknemers voor deelname aan het PreventieKompas. Succesvolle uitvoering van het evaluatieonderzoek werd vooral gehinderd door het feit dat deze afhankelijk was van de implementatie van het Preventiekompas zelf, door de eis van een gerandomiseerde opzet, en de onmogelijkheid om werknemers gericht te benaderen om ze te motiveren tot deelname aan het evaluatieonderzoek. In overeenstemming met Rosen et al (2009) denken we dat een gerandomiseerde onderzoeksopzet mogelijk minder geschikt is voor de evaluatie van complexe leefstijlinterventies; een gefaseerde evaluatie waarin eerst de implementeerbaarheid van de interventie wordt geëvalueerd en waarna de interventie zelf met flexibiliteit wordt ingezet heeft meer kans op succes.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In totaal kwamen binnen de bedrijven die deelnamen aan het evaluatieonderzoek 9569 werknemers (potentiële deelnemers) voor deelname in aanmerking. De respons op de eerste meting in de interventiegroep was 27% en in de controlegroep 22%. De respons op de tweede meting was in de interventiegroep 31% en in de controlegroep 34%. In totaal hebben 1593 (17%) werknemers deelgenomen aan het PreventieKompas.

De analyse van de respons op de tweede meting van het evaluatieonderzoek laat zien dat zowel in de interventie- als controlegroep significante verschillen zijn tussen werknemers die alleen op T0 hebben deelgenomen en werknemers die op zowel T0 als T1 hebben deelgenomen. In de interventiegroep zijn deelnemers die aan beide metingen hebben meegedaan, vergeleken met deelnemers die alleen aan de eerste meting hebben meegedaan, qua demografie iets ouder, iets vaker getrouwd of samenwonend, en hadden zij iets vaker een middelhoog opleidingsniveau. Qua leefstijl hadden de respondenten die twee metingen invulden vaker geen overgewicht, voldeden ze vaker aan de norm voor voldoende fruitinname en waren zij vaker niet-rokers. In de controlegroep zijn deelnemers die aan beide metingen hebben meegedaan, vergeleken met deelnemers die alleen aan de eerste meting hebben meegedaan, iets ouder, ze voldeden vaker aan de norm voor voldoende fruit- en groente inname en waren vaker niet-rokers. In beide groepen hadden deelnemers aan beide meetmomenten dus een relatief gezonde leefstijl.

De effectevaluatie laat zien dat deelnemers in de interventiegroep een significante verbetering van hun beweeggedrag en hun fruitconsumptie rapporteren. Ook voor andere leefstijlelementen rapporteren zij verbeteringen, maar die waren niet significant. In de controlegroep werden enkele significante verslechteringen in leefstijl gerapporteerd, maar ook significante verbeteringen (stress en verzadigd vet consumptie.)Deze resultaten suggereren een positief effect van deelname aan het Preventiekompas op beweeggedrag en fruitconsumptie, maar de interpretatie is hachelijk vanwege de lage respons op de tweede meting, het feit dat deelnemers die aan beide metingen meededen een relatief gezonde leefstijl hadden en het vermoeden dat juist mensen die hun leefstijl verbeterd hebben meer geneigd zouden kunnen zijn om aan de tweede meting mee te doen.

 

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Een groot deel van de bevolking van West-Europa haalt niet de bestaande aanbevelingen voor gezond gedrag (niet roken, voldoende bewegen, gezond dieet). Ongezond gedrag draagt in belangrijke mate bij aan de totale ziektelast. Bevordering van gezond gedrag is daarom een belangrijk doel van volksgezondheidsbeleid.

Gezondheidschecks worden in Nederland in toenemende mate aangeboden om mensen in de gelegenheid te stellen hun verantwoordelijkheid te nemen inzake gezonder gedrag. De kern van deze gezondheidschecks is een individuele schatting van gezondheidsrisico’s, met als doel dat mensen zich hiervan bewust worden. Kennis en bewustzijn van de gezondheidsrisico’s die men loopt zijn een noodzakelijke voorwaarde voor effectieve gedragsverandering. Daarmee zijn gezondheidschecks een veelbelovende strategie om mensen voor te bereiden op effectieve gedragsverandering. Het bewijs voor de effectiviteit van gezondheidschecks is echter nog niet geleverd.

De brede beschikbaarheid van gezondheidschecks en het gebrek aan bewijs voor de effectiviteit onderstrepen het belang van het huidige onderzoek. We evalueren de effectiviteit van een gezondheidscheck, die wordt aangeboden aan werknemers van bedrijven, op gezondheidsgerelateerd gedrag (roken, bewegen, voeding, alcohol, ontspanning). We meten determinanten van deelname aan de gezondheidscheck, de respons op deelname aan de gezondheidscheck in termen van gezond gedrag, en variatie in effectiviteit tussen groepen, met speciale aandacht voor individuen met ongunstige risicoprofielen en van lage sociaal-economische status. In het onderzoek wordt met een quasi-gerandomiseerd design een vergelijking gemaakt tussen deelnemers (n=1750; interventiegroep) en niet-deelnemers (n=1750; controlegroep) aan de gezondheidscheck. Beide groepen worden geworven onder werknemers van bedrijven die de gezondheidscheck hebben opgenomen in hun managementstrategie. Medewerkers worden uitgenodigd in twee groepen; de eerste groep betreft de interventiegroep, de tweede groep de controlegroep. Voor beide groepen worden gegevens verzameld bij het begin van het onderzoek en na 6 maanden. Voor de interventiegroep is de gezondheidscheck zelf de baselinemeting (T0), met vervolgmeting (korte elektronische vragenlijst) na 6 maanden (T1). Voor de controlegroep is het precies andersom: baseline (T0) met korte elektronische vragenlijst; follow-up na 6 maanden (T1) is de gezondheidscheck zelf. De veranderingen in gezondheidsgerelateerd gedrag tussen T0 en T1 geven inzicht in de effectiviteit van de gezondheidscheck in het aanzetten tot gedragsverandering en in de determinanten van het effect.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In de periode oktober 2010 – oktober 2011 zijn de volgende activiteiten uitgevoerd:

 

1) Werving van bedrijven

Gesprekken met bedrijven gevoerd betreffende de evaluatiestudie; de mogelijkheid tot includeren en de praktische zaken voor inclusie in de studie.

2) Start inclusie deelnemers

Heden zijn 2 bedrijven geincludeerd in de studie. Op dit moment heeft dit geresulteerd in 771 deelnemers in de interventiegroep en 1242 deelnemers in de controlegroep.

3) Projectmanagement

Gedurende het jaar is het projectmanagement van beide bedrijven uitgevoerd door de onderzoeker.

4) Schrijven artikel ‘study protocol’

Artikel gereed voor indienen (oktober 2011).

5) Voorbereiding 2 andere internationale artikelen

 

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

The majority of western European populations do not meet current recommendations for healthy behaviour, in terms of non-smoking, sufficient physical exercise, and a healthy diet. These behaviours account for a substantial part of the total burden of disease. Promoting healthy behaviour has therefore become a central goal of public health policies.

 

In the Netherlands, health check-ups on health behaviour are increasingly being offered as a strategy to obtain this goal. The core of these health check-ups is a risk assessment. The aim of this is to increase the awareness of participants on their health risks influenced by their personal behaviour. Awareness of people’s own risk (or susceptibility) is acknowledged as an important factor for behavioural change. Given this, health check-ups can be considered as a promising strategy to prepare people for engaging into health promotion, including organised preventive programs.

 

Although promising, the evidence on the effectiveness of health check-ups for promoting healthy behaviour is yet limited. The wide availability and use of health check-ups in combination with the lack of evidence concerning their impact on health behaviour raises the need for the present study. The aim of this study, is to evaluate, in a quasi-experimental design, the effectiveness of a health check-up for promoting healthy behaviour, including smoking, dietary intake, physical activity, alcohol consumption and relaxation. The setting in which this will be studied is that of companies. The health check-up to be evaluated is the Prevention Compass of NIPED. In order to understand the factors that explain its effectiveness, we will also evaluate the level of participation of relevant subgroups in the health check-up, as well as the behavioural responses to the health risk assessment. Finally, we will assess whether and why the effectiveness varies according to subgroups, with a special attention to participants with an adverse risk profile, including those in lower educational groups.

 

The study will be set up a quasi-randomised controlled trial in which a comparison will be made between participation in Prevention Compass (intervention group, n=1750) and no intervention (control group, n=1750). Both groups are formed out of employees of companies that embedded the Prevention Compass in their corporate health management strategies.

 

The companies involved invite employees to participate in the programme in different time clusters. The first half of the clusters will serve as intervention group and the second half as control group. For both the control group as the intervention group data will be collected at baseline and after six months. For the intervention group the baseline measurement (T0) is the health check-up it self. Follow-up measurements for the intervention group will be done by sending a short electronic questionnaire with health behaviour items derived from the questionnaire of the health check-up six months after participation (T1) in the health check-up. For the control group it is the other way around. Control group members will receive a short electronic questionnaire focussing on health behaviour six months before invitation to the health check-up (T0). The actual health check-up, six months later, will then serve as follow-up measurement (T1). After six month, the change in health behaviour between T0 and T1 will be assessed and compared in both the intervention and control group.

 

The results of this study will increase our insight into the effectiveness of health check-ups for promoting healthy behaviour, as well as into the conditions which are important for optimizing their effectiveness. This may in the long term provide an important contribution to the promotion of healthy behaviour in the Dutch population.

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website