Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

-Achtergrond: De afgelopen jaren heeft een sterke toename laten zien in the frequentie waarmee jongeren zichzelf beschadigen. Zelfbeschadiging verwijst naar alle vormen van zelfbeschadigend gedrag met of zonder suïcidale intentie. Vroege identificatie en behandeling van personen met zelfbeschadigend gedrag is van belang omdat iedere episode van zelfbeschadigend gedrag het risico op toekomstige episodes doet toenemen en uiteindelijk ook het risico op suïcide. Er zijn een aantal omvattende behandelingsprogramma’s voor zelfbeschadiging ontwikkeld, waarvan is aangetoond dat ze effectief zijn in het reduceren van zelfbeschadiging bij volwassenen. Met name het verbeteren van inadequate emotieregulatiestrategieën lijkt essentieel bij het voorkomen van toekomstige episodes van zelfbeschadiging. De eerste korte termijn resultaten van een Nederlandse kortdurende en gestructureerde cognitieve-gedragstherapie voor zelfbeschadiging bij adolescenten en jongvolwassenen (ZonMw project Programma Preventie/Innovatie projectnummer 21000068) toonden ook positieve effecten op herhaling van zelfbeschadiging en geassocieerde problemen aan. -Doelstelling: Het bestuderen van de effecten en kosten van de totale individuele cognitieve-gedragstherapie met een van de componenten hiervan, te weten mindfulness training in groepsverband op de korte en lange termijn. -Studieopzet: Een multi-center gerandomiseerde en gecontroleerde studie met herhaalde metingen op baseline (M0) en nameting na 6, 12 en 18 maanden na de baseline. -Procedure: Jonge deelnemers van tussen de 15 en 35 jaar die zich recentelijk zelf hebben beschadigd en zijn verwezen naar het Leids Universitair Medisch Centrum, Rivierduinen of het Universitair Medisch Ziekenhuis St. Radboud naar aanleiding van zelfbeschadiging worden uitgenodigd voor deelname. Personen die ernstige psychiatrische problemen melden die intensieve klinische behandeling vereisen of ernstige cognitieve beperkingen worden uitgesloten. -Interventies: Deelnemers worden at random toegewezen aan individuele cognitieve- gedragstherapie of mindfulness training in groepsverband. De cognitieve gedragstherapie bestaat uit maximaal 12 wekelijkse zittingen bestaande uit het aanleren van emotieregulatievaardigheden, cognitieve herstructurering en vaardigheidsoefeningen. De mindfulness training bestaat uit 8 zittingen van 2 uur in groepsverband binnen een periode van drie maanden. -Uitkomstmaten: Om het effect van de behandeling vast te stellen worden dezelfde uitkomstmaten gebruikt als in de voorafgaande studie (herhaling van zelfbeschadigend gedrag, depressiviteit (BDI-II), angst (SCL-90), zelfconcept (RSC-Q), en suïcidale cognities (SCS)), waardoor een historische vergelijking met de resultaten van de vorige studie mogelijk is. Hiernaast worden op ieder meetmoment de volgende variabelen gemeten: kwaliteit van leven, gebruik van medische voorzieningen en productieverlies (EuroQol, VAS en TTO). Voor en na behandeling zullen ook problemen in emotieregulatie (een belangrijke risicofactor voor herhaling van zelfbeschadiging) worden vastgesteld. -Economische evaluatie: Verschillen in maatschappelijke kosten (interventie, andere (gezondheids)zorg en productiviteit) worden vergeleken met verschillen in de frequentie van zelfbeschadiging en voor kwaliteit gecorrigeerde levensjaren (EuroQol, VAS en TTO).

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Wegens het vroegtijdig stopzetten van de subsidie in verband met de tegenvallende instroom is het op dit moment niet mogelijk om reeds een uitspraak te doen of het effect van mindfulness based cognitive therapy (MBCT) in een groep vergelijkbaar is met de reeds bewezen effectiviteit van individuele cognitieve gedragstherapie (CGT) in het reduceren van zelfbeschadigend gedrag en geassocieerde problematiek op korte en lange termijn. In samenwerking met de Afdeling IQ Health Care van het uMC St Radboud is er een uitgebreide proces evaluatie uitgevoerd om de problemen bij de implementatie van dit onderzoek in kaart te brengen en mogelijke oplossingsrichtingen aan te geven ten behoeve van toekomstig onderzoek in de klinische praktijk.

 

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

-Achtergrond: De afgelopen jaren heeft een sterke toename laten zien in the frequentie waarmee jongeren zichzelf beschadigen. Zelfbeschadiging verwijst naar alle vormen van zelfbeschadigend gedrag met of zonder suïcidale intentie. Vroege identificatie en behandeling van personen met zelfbeschadigend gedrag is van belang omdat iedere episode van zelfbeschadigend gedrag het risico op toekomstige episodes doet toenemen en uiteindelijk ook het risico op suïcide. Er zijn een aantal omvattende behandelingsprogramma’s voor zelfbeschadiging ontwikkeld, waarvan is aangetoond dat ze effectief zijn in het reduceren van zelfbeschadiging bij volwassenen. Met name het verbeteren van inadequate emotieregulatiestrategieën lijkt essentieel bij het voorkomen van toekomstige episodes van zelfbeschadiging. De eerste korte termijn resultaten van een Nederlandse kortdurende en gestructureerde cognitieve-gedragstherapie voor zelfbeschadiging bij adolescenten en jongvolwassenen (ZonMw project Programma Preventie/Innovatie projectnummer 21000068) toonden ook positieve effecten op herhaling van zelfbeschadiging en geassocieerde problemen aan.

-Doelstelling: Het bestuderen van de effecten en kosten van de totale individuele cognitieve-gedragstherapie met een van de componenten hiervan, te weten mindfulness training in groepsverband op de korte en lange termijn. -Studieopzet: Een multi-center gerandomiseerde en gecontroleerde studie met herhaalde metingen op baseline (M0) en nameting na 6, 12 en 18 maanden na de baseline. -Procedure: Jonge deelnemers van tussen de 15 en 35 jaar die zich recentelijk zelf hebben beschadigd en zijn verwezen naar het Leids Universitair Medisch Centrum, Rivierduinen of het Universitair Medisch Ziekenhuis St. Radboud naar aanleiding van zelfbeschadiging worden uitgenodigd voor deelname. Personen die ernstige psychiatrische problemen melden die intensieve klinische behandeling vereisen of ernstige cognitieve beperkingen worden uitgesloten.

-Interventies: Deelnemers worden at random toegewezen aan individuele cognitieve- gedragstherapie of mindfulness training in groepsverband. De cognitieve gedragstherapie bestaat uit maximaal 12 wekelijkse zittingen bestaande uit het aanleren van emotieregulatievaardigheden, cognitieve herstructurering en vaardigheidsoefeningen. De mindfulness training bestaat uit 8 zittingen van 2 uur in groepsverband binnen een periode van drie maanden.

-Uitkomstmaten: Om het effect van de behandeling vast te stellen worden dezelfde uitkomstmaten gebruikt als in de voorafgaande studie (herhaling van zelfbeschadigend gedrag, depressiviteit (BDI-II), angst (SCL-90), zelfconcept (RSC-Q), en suïcidale cognities (SCS)), waardoor een historische vergelijking met de resultaten van de vorige studie mogelijk is. Hiernaast worden op ieder meetmoment de volgende variabelen gemeten: kwaliteit van leven, gebruik van medische voorzieningen en productieverlies (EuroQol, VAS en TTO). Voor en na behandeling zullen ook problemen in emotieregulatie (een belangrijke risicofactor voor herhaling van zelfbeschadiging) worden vastgesteld.

-Economische evaluatie: Verschillen in maatschappelijke kosten (interventie, andere (gezondheids)zorg en productiviteit) worden vergeleken met verschillen in de frequentie van zelfbeschadiging en voor kwaliteit gecorrigeerde levensjaren (EuroQol, VAS en TTO).

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Zie voor een meer uitvoerige beschrijving van de resultaten tot nu toe het bijgesloten voortgangsverslag. In het eerste jaar van het project bestonden de voornaamste activiteiten uit: -recruteren en aanstellen promovendus en onderzoeksassistenten; -opstarten wervingsactiviteiten tbv instroom deelnemers; -voorbereiden en starten inclusie deelnemers; -intrainen en superviseren van therapeuten voor cognitieve-gedragstherapie en mindfulness training; -samenstellen protocol mindfulness training specifiek gericht op zelfbeschadiging; -uitvoeren eerste onderzoeksbehandelingen.

In het tweede jaar werden inclusie en behandelactiviteiten voortgezet, maar werd gezien de achterblijvende inclusie in overleg met ZonMW besloten het design aan te passen. In plaats van over drie armen wordt nu over twee armen gerandomiseerd: cognitieve gedragstherapie vs mindfulness training. Tevens werd een begin gemaakt met een procesevaluatie om belemmerende en bevorderende factoren systematisch in kaart te brengen.

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

-Background: In recent years, there has been a marked rise in the frequency of young people engaging in Deliberate Self-Harm (DSH). DSH refers to all kinds of self-harming behaviour, with and without suicidal intent. Early identification and treatment of persons who engaged in DSH is important because every episode of DSH increases the risk of future episodes and, eventually, suicide. A number of comprehensive treatment programmes have been developed and proven to be effective in reducing DSH in adults. Especially the modification of inadequate emotion regulation strategies seems to be essential in the prevention of future episodes of DSH. The first short-term results of a Dutch time-limited and structured individual cognitive-behavioral treatment (CBT) for DSH in adolescents and young adults (ZonMw project Program Prevention/Innovation projectnr. 21000068) also showed positive effects on repetition of DSH and associated problems.

 

-Objective: To study the effects and costs of the total individual CBT package and one of the components of the total CBT treatment package (i.e. mindfulness training) in a group format compared to Treatment-as-Usual (TAU) on the short and long term.

 

-Design: Multi-center randomized controlled clinical trial with repeated measurements at baseline (M0), and posttreatment (M6)), 12 (M12) and 18 months (M18) after baseline.

 

-Procedure: Young persons aged 15-35 who recently have engaged in DSH and have been referred to the Leiden University Medical Centre, the mental health centre Rivierduinen or the University Medical Centre St. Radboud following an act of DSH will be invited to participate. Persons reporting severe psychiatric disorders requiring intensive inpatient treatment or serious cognitive impairments will be excluded.

 

-Interventions: Participants are randomly allocated to CBT, Mindfulness-Based Cognitive Therapy (MBCT) or Treatment-as-Usual (TAU). The CBT treatment consists of up to 12 weekly sessions of individual treatment mainly consisting of emotion regulations skills, cognitive restructuring, and behavioural skills training. The MBCT training consists of 8 2-hour sessions in a group format within a three months time frame.

 

-Outcome measures: The same outcome measures to assess the clinical effects of treatment as in he previous study will be used (repetition of DSH, depression (BDI-II), anxiety (SCL-90), self-concept (RSC-Q), and suicide cognitions (SCS)) allowing a historical comparison of treatment effectiveness across both randomized clinical trials. In addition at all assessments health-related quality of life, use of medical resources and loss of productivity will be assessed (EuroQol, VAS and TTO). In addition, problems in emotion regulation (an important risk mechanism for repetition of DSH) will be assessed before and after treatment.

 

-Economic evaluation: Differences in societal costs (intervention, other (health) care and productivity) will be compared to differences in the frequency of DSH and quality adjusted life years (EuroQol, VAS and TTO).

 

-Data-analysis/power: Based on our previous study at least a medium effect of treatment on repetition of DSH may be expected. Assuming a medium effect of one of the treatments compared to TAU (delta = .75) and an attrition rate of about 20 %, at least 42 patients per study arm are needed to detect a minimal clinical relevant difference in repetition of DSH with a power of 80% and alpha set at .05.

 

-Time schedule: M 1-3 preparations, M 4- 28 screening and treatment, M 10 – 34 posttest, M 16 -40 follow-up 6 months, M 22 -46 follow-up 12 months, M 28 – 48 analyses, interpretation, preparation of publications.

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website