Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Dit project was bedoeld om een nieuwe theorie over stoppen met roken en terugval te testen; de Abstinentie Leer Theorie (ALT). Deze theorie gaat er vanuit dat het proces van succesvol stoppen met roken bestaat uit het leren van de juiste dingen. Met name zal een ex-rokers moeten leren dat 1) hij of zij zonder roken kan en 2) dat het leven zonder roken leuk en zinvol kan zijn. Dit project was bedoeld om enkele aspecten van deze theorie te testen en om een interventie te ontwikkelen die ex-rokers steunt om abstinent te blijven. Alle vier geplande studies zijn uitgevoerd: Ten eerst is er een grote groep ex-rokers gevolgd en is gekeken wat de voorspellers van terugval waren als we stoppen met roken bekijken vanuit het perspectief van de ALT. Ten tweede zijn er twee laboratoriumexperimenten uitgevoerd bij abstinente rokers om te kijken of hun psychologische toestand van invloed is op de mate waarin hun sigaretten tot hunkering leidden. Ten derde is er een groot veldexperiment uitgevoerd waarin een interventie werd getoetst die ontwikkeld was op grond van de ALT. De ontwikkeling is goed gelukt, er deden ook ruim voldoende rokers en ex-rokers mee, maar de deelnemers maakten nauwelijks gebruik van de interventie. Ondanks het feit dat ze gemotiveerd waren om te stoppen en ondanks de uitnodigingen en herinneringen die verstuurd zijn is het niet gelukt om voldoende rokers en ex-rokers bloot te stellen aan de interventie. Daarmee kunnen dus geen uitspraken gedaan worden over de effectiviteit van de ontwikkelde interventie.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Studie 1 was een cohort onderzoek waarin ten eerst temporale vergelijkingen robuuste voorspellers van terugval waren: Deze zelf geconstrueerde feedback over de voortgang van de eigen stoppoging voorspelde terugval in interactie met eigen-effectiviteitsverwachtingen. Daarnaast bleek dat de evaluatie van leersituaties terugval voorspelde. Tot slot bleek ambivalentie terugval te voorspellen. De mediatie-data suggereren dat ambivalentie van invloed is op hoe er geleerd wordt in leersituaties. Dit laatste idee werd verder getoetst in twee laboratoriumexperimenten waarin abstinente rokers worden blootgesteld aan hun eigen rookwaar om te kijken hoe dit van invloed was op de hunkering naar roken. De resultaten laten zien dat twee psychologische toestanden gebaseerd op de sociaal cognitieve theorie (zwakke versus sterk eigen-effectiviteitsverwachtingen en zwakke versus sterke verwachte positieve uitkomsten van roken) van invloed waren op het niveau van hunkering. Daarnaast bleek het niveau van hunkering beïnvloed te worden door een zelf-affirmatieprocedure. De conclusie is dat psychologische toestanden hunkering beïnvloeden boven de hoeveelheid sigaretten die iemand rookt en het aantal stoppogingen die iemand heeft ondernomen. De laatste studie was een veldexperiment waarin een internet-interventie werd aangeboden aan rokers die wilden stoppen en aan ex-rokers. De interventie bestond uit een pakket van enerzijds feedback over iemands voortgang en anderzijds een mentale contrasttaak die bedoeld was om iemands temporale vergelijkingen ten positieve te beïnvloeden. Deelnemers werden gevraagd om gedurende de zes maanden van de studie, vijf maal zich bloot te stellen aan deze interventie. Dat is echter niet gelukt. Ondanks de ruim voldoende instroom van deelnemers, de hoge motivatie van de deelnemers om te stoppen met roken en ondanks de uitnodigingen en herinneringen waren er veel te weinig deelnemers die gebruik maakten van de interventie en daarom kon de effectiviteit van de interventie niet worden bepaald.

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het project ligt op schema. Sinds de vorige voortgangsrapportage zijn de resultaten van de cohortstudie verder geanalyseerd. Daaruit bleek bijvoorbeeld dat ook ambivalentie van ex-rokers terugval voorspelt. Deze relatie werd gemedieerd door positieve leerervaringen. Binnen de abstinentieleertheorie betekent dit dat ambivalentie het leren in risicosituaties beinvloed. Verder is na het uitvoeren van experiment 1, nu ook experiment 2 uitgevoerd. Hieruit blijkt dat het hunkeren naar een sigaret inderdaad beinvloed kan worden met een zelf-affirmatieprocedure. Dat betekent dus dat de ervaren hunkering onder invloed staat van defensieve mechanismen die het zelfbeeld beschermen. Tot slot wordt op dit moment de gerandomiseerde trial voorbereid, waarin een interventie getest zal worden die ontwikkeld is op grond van de abstinentieleertheorie. Naar verwachting zal deze studie voor de zomer van start gaan.

 

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Ambivalentie in de cohortstudie

 

Ambivalentie is eigenlijk een tijdelijke normale psychologische toestand in een beslissingsproces. Ex-rokers hebben al besloten om te stoppen en zouden dus niet meer ambivalent moeten zijn. Toch blijkt er onder ex-rokers een flinke variatie te bestaan in ambivalentie. Ambivalentie zou in ex-rokers wel eens niet zo’n goed teken kunnen zijn. Er werden twee maten van ambivalentie getest. Potentiële ambivalentie en ervaren ambivalentie. Potentiële ambivalentie is een maat gebaseerd op gescheiden valide metingen van de voordelen van roken en de voordelen van stoppen. Hoe dichter de metingen (in z-scores) bij elkaar komen, hoe groter de ambivalentie. Zo kan ambivalentie gemeten worden, geheel afgezien van of de iemand die ambivalentie ook voelt. Ervaren ambivalentie is gemeten met een schaal die vraagt naar de mate waarin de ex-roker zich “verscheurd” voelt tussen de voordelen van roken en van stoppen. Ervaren ambivalentie verwijst dus naar een subjectieve ervaring. Het was deze subjectieve ervaring die een robuuste voorspeller was van terugval na twee maanden, Exp(B) = 1.567; p < .001: Hoe sterker de ervaren ambivalentie, hoe groter de kans dat ex-rokers weer hadden gerookt. Vervolgens werd getoetst of leerervaringen de relatie tussen ambivalentie en terugval medieerden. Als positieve leerervaring aan het model werd toegevoegd, waren zowel ambivalentie (Exp(B) = 1.487, p = .001) als leerervaring (Exp(B) = .774, p = .044) significante voorspellers. Een significante Sobel test liet zien dat positieve leerervaring de relatie tussen ambivalentie en terugval inderdaad medieerde (Sobel Test Statistic: 2.42, p < .001, one-tailed). Binnen de abstinentieleertheorie zou dit kunnen betekenen dat ambivalentie als “state-of-mind” de interpretaties in een risicosituatie determineren en zo bijdragen aan het leren van ex-rokers over abstinentie.

 

Experiment 2

 

Experiment 2 werd in het laboratorium uitgevoerd onder rokers die waren gevraagd om tijdelijk niet te roken, de abstinente rokers. Experiment 1 suggereerde dat de confrontatie met een sigaret leidt tot een psychologisch conflict tussen wel en niet roken. Dit conflict is een bedreiging van het zelf, in de zin dat het niet consistent, adequaat en adaptief is om twee tegenstrijdige behoeften te hebben (Steele, 1988). Deze interpretatie werd bevestigd door de modererende invloed van cognitieve self-affirmatie inclinatie (CSAI; de mate waarin mensen positieve beelden van zichzelf denken). De CSAI was echter en individueel verschilmaat. In experiment 2 is daarom gekeken of dezelfde effecten bewerkstelligd kunnen worden met een manipulatie van self-affirmatie. Het uitgangspunt is dat blootstelling aan een zelf-affirmatie procedure mensen open-minded maakt. Mensen zullen minder defensief worden t.a.v. bedreigende informatie, maar ook de default emotie/inputregulatie zal door een zelf-affirmatieprocedure afnemen. Als zelf-affirmatie dus een effect heeft op craving, dan betekent dat dat er sprake was van defensief informatie verwerken of van een substantiële emotie/inputregulatie.

Experiment 2 laat een significante interactie zien tussen involvement en self-affirmatie, F(1,115)=13.06, p<.001. Contrasten laten zien dat bij rokers met een lage involvement, de self-affirmatieprocedure tot een hogere craving leidt (p<.01), terwijl bij rokers met een hoge involvement self-affirmatie tot een lagere craving leidt (p<.05).

Rokers met een hoge involvement hadden op de voormeting aangegeven dat ze gezondheid en stoppen met roken belangrijk vonden. Dat betekent dat dat belangrijke waarden of doelen voor hen zijn. Bij hen is de confrontatie met rookwaren pijnlijk omdat gezondheid voor hen zo belangrijk is. Als op dat moment het zelf wordt geaffirmeerd wordt dit als te pijnlijk ervaren en treedt een defensief mechanisme in werking. De roker probeert het interne conflict af te wenden door de zelfbedreiging af te houden. Dit resulteert in een lagere craving. Deze verklaring is in lijn met bevindingen en theorie op het gebied van overredende communicatie en zelf-affirmatie. Consistent met de abstinentieleertheorie laten deze bevindingen zien dat het waarnemen en dus het leren in risico situaties afhangt van de state-of-mind waarin de risicosituatie wordt beschouwd.

 

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In the Netherlands each year over 20,000 people die from smoking tobacco. Although many smokers in the Netherlands attempt to quit, approximately 90% of them relapse within one year. Even the effectiveness of intensive behavioral/psychological treatment and pharmacological treatment mostly does not exceed the 30%. Moreover during the past 20 years hardly any progress in the prevention of relapse to smoking again has been made. To give a new impetus to the field of relapse prevention, new perspectives on the problem are needed. In the present project a new theoretical framework concerning relapse and continuing abstinence is examined. In the new perspective quitting is considered to be a learning process in which positive learning experiences in risk situations (situations in which one used to smoke) in the past are responsible for successful quitting. Positive learning experiences come about by processing information in risk situations in a way that it leads to desired changes in self-efficacy and positive outcome expectations of smoking; the two most important psychological factors of continuing abstinence. Study 1 examines the relation between the two central psychological factors and continuing abstinence among a cohort of ex-smokers, using a prospective design with three measurements. In study 2, a laboratory experiment will be conducted to determine the extent to which both psychological factors are actual causes of craving, which is the most proximal determinant of relapse. In study 3, it will be studied by means of a laboratory experiment which information processing strategy in risk situations leads to desired changes in self-efficacy and positive outcome expectations. Finally, the theory holds that it is essential for ex-smokers to know whether they are making progress to determine whether it is still worthwhile putting in their effort to stay abstinent. For this reason in (field-) study 4 an internet system will be developed and tested that provides ex-smokers with feedback concerning their progress. This system can easily be converted to be used in practice to support real quit attempts several times with feedback during a longer period.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website