Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Adolescentie wordt gekarakteriseerd door een sterke toename van roken. In de Verenigde Staten is een interventie genaamd Rookvrije Kids ontwikkeld om te voorkomen dat kinderen in de leeftijd van 9-11 jaar gaan roken. Het doel van deze studie was om na te gaan of dit thuis uit te voeren programma ook in Nederland effectief is. Voor deelname aan dit onderzoek zijn 1479 families geworven via scholen. Een baseline meting is uitgevoerd aan de hand van een telefonisch interview bij moeder en kind. Na de baseline meting zijn de deelnemers gerandomiseerd in de interventie (n=729) of controle groep (n= 750). Randomisatie vond plaats op school niveau om er voor te zorgen dat iedereen op een school in dezelfde interventie of controle groep zit. De interventie groep kreeg vervolgens achtereenvolgens vijf magazines waarin activiteiten staan beschreven die gericht zijn op rookspecifieke opvoeding en rookspecifieke communicatie tussen ouder en kind. De modules bevatten ook een extra blad met communicatie tips. De magazines voor de controle groep bestaan uit informatie gebaseerd op feiten van roken en tabaksgebruik. Door middel van een post-interventie meting is de effectiviteit van het programma getest.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Bij de 6-maanden follow-up meting werden significante effecten gevonden van het programma op frequentie van communicatie, een niet-roken overeenkomst, ouderlijke invloed, weerbaarheid en sociale normen van vrienden en beste vrienden. Er werd geen modererend effect gevonden van rookgedrag van ouders. Bij de 36-maanden follow-up meting werden echter geen significante verschillen gevonden in initiatie van rookgedrag tussen kinderen in de controle conditie en de interventie conditie (10.8% versus 12.0%). Er werden eveneens geen modererende effecten gevonden van rookgedrag van ouders, SES en astma.

 

Rookvrije Kids heeft geen effect of de preventie van rookgedrag bij kinderen bij de 36 maanden follow-up meeting. Brede implementatie van het programma in Nederland is dus niet opportuun. Deze bevindingen zijn mogelijk een indicatie voor het belang van preventie programma’s bij oudere leeftijdsgroepen (dichter bij de te verwachten initiatieleeftijd) of meer intensieve programma’s.

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Adolescentie wordt gekarakteriseerd door een sterke toename van roken. In de Verenigde Staten is een interventie genaamd Rookvrije Kids ontwikkeld om te voorkomen dat kinderen in de leeftijd van 9-11 jaar gaan roken. Het doel van deze studie is om na te gaan of dit thuis uit te voeren programma ook in Nederland effectief is. Voor deelname aan dit onderzoek zijn 1479 families geworven via scholen. Een baseline meting uitgevoerd aan de hand van een telefonisch interview bij moeder en kind. Na de baseline meting zijn de deelnemers gerandomiseerd in de interventie (n=729) of controle groep (n= 750). Randomisatie vond plaats op school niveau om er voor te zorgen dat iedereen op een school in dezelfde interventie of controle groep zit. De interventie groep kreeg vervolgens achtereenvolgens vijf magazines waarin activiteiten staan beschreven die gericht zijn op rookspecifieke opvoeding en rookspecifieke communicatie tussen ouder en kind. De modules bevatten ook een extra blad met communicatie tips. De magazines voor de controle groep bestaan uit informatie gebaseerd op feiten van roken en tabaksgebruik. Door middel van een post-interventie meting zal de effectiviteit van het programma worden getest.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Gebruikte methode: Aan deze studie nemen in totaal 1478 moeders en kinderen deel (interventie: 728, controle groep: 750). Het aantal kinderen dat mee deed aan follow-ups was 1417 (6 maanden follow-up) en 1342 (12 maanden follow-up), met een totale respons van 91% over 3 metingen. De gemiddelde leeftijd van het kind op baseline was 10.11 (SD .78). Bijna alle moeders en kinderen hadden de Nederlandse nationaliteit (98,2%). Van de moeders had 48.3% een hoog opleidingsniveau (voorbereidend HBO of WO niveau), 34.4% middel (MBO) en 17.5% laag (lager onderwijs, LBO, MAVO). Tijdens de eerste meting (baseline) waren er 273 (18.5%) dagelijks rokende moeders en 338 (22.9%) dagelijks rokende vaders. In totaal 80 kinderen gaven aan een trekje van een sigaret te hebben genomen (36 in controle groep en 44 in interventie groep). Na 6 maanden was dit aantal 98 (49 in controle groep en 49 in interventiegroep).

 

Tot nu toe hebben we gekeken naar de effecten van het Rookvrije Kids programma op de niet-roken opvoeding (i.e., communicatie, huisregels, niet roken contract, invloed moeder, etc) en cognities gerelateerd aan roken (i.e., houding, weerbaarheid en sociale norm) van de kinderen direct na het programma (6 maanden na baseline). Met betrekking tot de niet-roken opvoeding zien we dat frequentie van communicatie; het hebben van een niet-roken contract; en de invloed van de moeder t.o.v. roken zijn toegenomen na het Rookvrije Kids programma. Daarnaast zien we positieve effecten van het programma op de weerbaarheid en sociale norm van kinderen. Het was op 6 maanden na baseline nog niet mogelijk om te kijken naar de effecten op beginnen met roken, omdat de kinderen nog te jong zijn. Dit zal wel gedaan worden bij de 36 maanden meting. We verwachten dat het aantal kinderen dat gaat experimenteren met roken lager zal zijn in de groep die deel heeft genomen aan de interventie dan in de controle groep. Wanneer het programma uiteindelijk effectief blijkt dan kan het eenvoudig geïmplementeerd worden omdat er nauwe samenwerking is met het Trimbos Instituut en omdat de inhoud en vormgeving van het programma klaar ligt.

 

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

The aim of the proposed project is to test a highly innovative and successful program in the U.S. for smoking parents of primary school children (Jackson & Dickinson, 2003) in a sample of Dutch parents. A randomized controlled trial (RCT) will be conducted among smoking parents of 9-10 year-olds, and short- and long-term assessments on child smoking and anti-smoking socialization will be conducted. We will test two hypotheses. First, we expect that smoking parents involved in the program (as compared to controls) will be more involved in constructive communication on smoking topics, have more confidence in discussing smoking matters and greater efficacy to prevent their children from smoking, set and keep stricter household rules against smoking, establish a non-smoking contract with their children, and are more likely to monitor children’s and peers’ smoking-related activities. Second, we expect that children of smoking parents involved in this program will be less likely to engage in smoking. Based on the findings of a successful RCT carried out in the US, we expect that relative to controls, children in the intervention condition will be less likely to experiment with smoking at follow-up measurements.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website