Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Kinderen van ouders met psychische problemen of verslavingsproblemen (1,6 miljoen kinderen in Nederland) lopen een sterk verhoogde kans om zelf ook problemen te krijgen, zoals depressie, angst, verslaving en lichamelijke ziekten. Om dit te voorkomen bestaan er Doe-praatgroepen: preventieve ondersteuningsgroepen voor kinderen van 8 tot 12 jaar. In de groepen leren kinderen 1. dat het belangrijk is om sociale steun te krijgen (met andere mensen praten over zorgen, bij iemand terecht kunnen, leuke dingen doen), 2. dat ze niet de enigen zijn met een ouder met problemen, zich niet schuldig hoeven te voelen of te schamen, 3. hoe ze kunnen omgaan met verschillende moeilijke situaties en meer vertrouwen kunnen krijgen in zichzelf en in de omgang met anderen, 4. hoe ze met hun ouder kunnen omgaan. De ondersteuningsgroepen worden door veel GGZ en verslavingszorg instellingen aangeboden. We hebben een effectonderzoek uitgevoerd omdat niet duidelijk was of de kinderen die meededen aan de groepen ook echt de beoogde inzichten en vaardigheden hadden geleerd en uiteindelijk minder emotionele en gedragsproblemen kregen. Aan het onderzoek namen 254 gezinnen deel waarvan een kind was aangemeld voor een Doe-praatgroep. De kinderen werden willekeurig verdeeld over twee groepen: of ze begonnen meteen met de Doe-praatgroep, of ze kwamen gedurende een half jaar in een wachtlijstgroep terecht, en konden in deze periode aan enkele leuke activiteiten deelnemen. In dit halve jaar vulden beide groepen kinderen en een van hun ouders drie keer een vragenlijst in. Het bleek dat de kinderen die de Doe-praatgroep hadden gedaan meer steun gingen zoeken bij anderen, minder negatieve gedachten hadden (ik ben de enige, schuld, schaamte) en dat ze zich meer geaccepteerd voelden door andere kinderen dan de kinderen die op de wachtlijst stonden.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het doel van dit onderzoek was om effectiviteit van de Doe-praatgroepen te onderzoeken op de directe doelen van de cursus en het uiteindelijke doel: voorkoming van emotionele en gedragsproblemen. De Doe-praatgroepen bleken effectief op drie van de vier doelen: de kinderen zochten meer steun bij anderen, hadden minder negatieve gedachten (schuld, schaamte, ik ben de enige), en voelden zich meer geaccepteerd door andere kinderen. We vonden geen effect op het doel “verbeteren van de relatie tussen ouder en kind”, en ook niet op het uiteindelijke doel “verminderen van problemen”. Dat er geen effect is gevonden op de ouder kind relatie kan ermee te maken hebben dat de ouders relatief maar weinig bij de cursus worden betrokken. We bevelen aan dit meer te gaan doen en hen een apart aanbod te doen gericht op het verbeteren van hun opvoedingsvaardigheden. Het uitblijven van het effect op het voorkomen van problemen kan veroorzaakt zijn door drie zaken: 1. De directe doelen van de cursus leiden tot meer veerkracht bij de kinderen, maar niet (meteen) tot probleemvermindering. De meetperiode was te kort om effecten te kunnen aantonen op de ontwikkeling van emotionele en gedragsproblemen bij de kinderen; 2. Veel kinderen bleken toen ze startten met de groep al flinke problemen te hebben: de groep bleek een vorm van geïndiceerde preventie. De kinderen hebben mogelijk een intensievere cursus of begeleiding nodig waarbij het hele gezin betrokken is; 3. Het effect is niet goed zichtbaar. Er trad namelijk probleem vermindering op zowel in de cursusgroep als in de vergelijkingsgroep. Mogelijk heeft de aandacht die de kinderen uit de vergelijkingsgroep hebben gekregen (om uitval te voorkomen kregen ze tussentijds drie leuke activiteiten aangeboden) geleid tot verbetering in deze groep. Al deze punten moeten verder worden onderzocht in toekomstig onderzoek.

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In de periode van 16-04-2009 tot en met 15-04-2010 hebben we een groot aantal nieuwe onderzoeksdeelnemers geïncludeerd in het project. Op dit moment hebben we van 263 deelnemers een eerste vragenlijst ontvangen. De inclusie van nieuwe onderzoeksdeelnemers loopt nog tot de zomervakantie van 2010. De verwachting is dat we minimaal van 228 onderzoeksdeelnemers een tweede en/of derde vragenlijst terugkrijgen.

De dataverzameling loopt voorspoedig omdat ten eerste de wervingsperiode is verlengd. Oorspronkelijk was het plan in de subsidieaanvraag om gedurende 3 cursusperiodes (1,5 jaar) onderzoeksdeelnemers te werven, dit is uiteindelijk uitgebreid naar 6 cursusperiodes (3 jaar). Ten tweede hebben we in de laatste twee cursusperiodes (najaar 2009 en voorjaar 2010) instellingen die het anders niet lukt om mee te doen aan het onderzoek de mogelijkheid geboden om deel te nemen met enkel een experimentele groep (dus geen randomisatie). De randomisatie bleek voor veel instellingen namelijk een reden te zijn om niet te kunnen/willen deelnemen aan het onderzoek. Dit betekent dat we nog wel een RCT design hebben, maar dat er een scheve verdeling is tussen het aantal deelnemers in de interventiegroep en de controlegroep. Zowel voor de verlenging van de dataverzameling als het afstappen van de randomisatie in de laatste twee cursusperiodes heeft ZonMw haar toestemming verleend.

Naast de gegevens over de effectiviteit van de Doe-praatgroepen zal dit project ook in bredere zin informatie verschaffen over implementatie van dergelijke selectieve interventies binnen de GGZ-praktijk én over de implementatie van effectonderzoek hiernaar.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Er zijn meer dan voldoende eerste vragenlijsten binnen. Op dit moment, april 2010, starten we met het analyseren van deze eerste meting.

Tot nu toe (14-04-10) zijn er 263 eerste vragenlijsten zijn teruggekomen, 184 tweede en 166 derde vragenlijsten.

 

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Over one third of the children of parents with a mental disorder (abbreviated in Dutch as ‘KOPP’) or children of parents with a substance use disorder (‘KVO’ in Dutch) develops serious and long-lasting problems themselves. Early in life, these children run a higher risk for abuse and neglect, depression, eating disorders, conduct problems and academic failure. Later in life, they are at higher risk for depression, anxiety disorders, substance abuse, eating problems and personality disorders. In the Netherlands, a coherent package of preventive interventions has been developed for ‘KOPP’ children and for children of parents with a substance abuse disorder. In this project (research proposal), the effect of one of the longest running interventions will be tested, namely the preventive support-group for children, aged between 8 and 12 years, of parents with mental and and/or substance abuse problems. The intervention is standardized and consists of eight group meetings for the children and two meetings for their parents. The most important aim is to prevent serious emotional and behavioural problems in these children. In this proposal of the experimental group (participants in the support-group condition) will be compared to a waiting list control group. The control group is offered a minimal intervention including three sessions of leisure time activities for the children. Children are assigned randomly (50%) to one of the two conditions. Assessments will take place preceding the intervention (pre-test), directly after termination - that is ten weeks after the start (post-test) -, and three months after post-test (follow-up test). The effect will be assessed on four variables: presence of psychosocial, behavioural and emotional problems, competency, social functioning of the child, and family functioning.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website