Verslagen

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Deze VIMP-aanvraag is gericht op de implementatie en verspreiding van de resultaten van het SPIMEU project (zie ook www.spimeu.org) een internationale studie naar de optimale condities voor implementatie van selectieve preventie van cardiometabole aandoeningen. SPIMEU wordt uitgevoerd in vijf EU landen, en gesubsidieerd vanuit het "Health Programme" van de Europese commissie (zie bijlage voor projectbeschrijving). Onder cardiometabole aandoeningen wordt in dit project verstaan: hart- en vaatziekten, diabetes mellitus en chronisch nierlijden.

 

Het doel van deze VIMP-aanvraag is het bestuderen van de optimale condities voor grootschalige implementatie van selectieve preventie van cardiometabole aandoeningen in Nederland in de context van het SPIMEU project. Daarbij geldt de NHG-standaard "Preventieconsult" als voorbeeld, en gaat het om determinanten voor succesvolle implementatie zoals optimale vormgeving van het programma, wijze van aanbieden, afstemming op de doelgroep van hoog-risico patiënten, optimale inbedding in de dagelijkse praktijkvoering en vereiste personele inzet.

Deze doelstelling sluit nauw aan bij prioriteiten van het 4e Preventieprogramma (Deelprogramma 3: Screening en preventieve interventies), n.l onderzoek

1. "naar vormen van screening ... die informatie bieden die door vele Nederlandse burgers als zinvol worden ervaren"

2. "van nieuwe potentieel waardevolle vormen van vroege opsporing"

3. "implementatieaspecten van vroege opsporing".

 

In het kader van deze VIMP-aanvraag zijn met name de 'workpackages' (WP) 5, 6 en 8 van het SPIMEU project relevant.

In WP5 wordt een systematisch literatuuronderzoek uitgevoerd om de bestaande kennis over bevorderende en belemmerende factoren bij de implementatie van selectieve preventieactiviteiten in kaart te brengen. Generieke kennis over implementatiecondities is ook relevant voor de Nederlandse eerstelijns praktijk.

Specifieke kennis over de voorwaarden voor optimale implementatie onder professionals en de doelgroep in Nederland wordt verzameld in WP6. Daarin worden twee surveys uitgevoerd onder een aselecte steekproef van 250 Nederlandse huisartsen en 600 personen in Nederland die - op grond van hun medisch dossier - in aanmerking komen om benaderd te worden in het kader van het "Preventieconsult". Het doel van deze twee surveys is om in kaart te brengen of, en zo ja onder welke voorwaarden a) huisartsen bereid zijn om programmatische selectieve preventieactiviteiten in hun praktijkvoering op te nemen en b) leden van de doelgroep aan een selectief preventieprogramma zouden deelnemen, en de daaruit voortvloeiende adviezen en/of behandelingen zouden opvolgen.

In WP8 wordt een haalbaarheidsstudie uitgevoerd naar de toepasbaarheid in vijf EU landen (waaronder Nederland) van een in WP7 ontwikkeld generiek implementatiemodel voor selectieve preventieprogramma’s. Dit model wordt gebaseerd op de opgedane kennis in WP5 en WP6. Deze haalbaarheidsstudie zal voor de Nederlandse situatie specifieke inzichten opleveren over de bruikbaarheid en voor- en nadelen van (elementen van) dit Europese model.

 

Het SPIMEU project zal een actueel inzicht geven in de bestaande kennis over en in het draagvlak onder huisartsen en de beoogde doelgroep van hoog-risicopatiënten in Nederland voor a) een succesvolle grootschalige invoering van selectieve preventie van cardiometabole aandoeningen, en over b) de toepasbaarheid van een ‘state of the art’ implementatiemodel in de Nederlandse huisartsenpraktijk. Deze uitkomsten zullen naar verwachting bijdragen aan het doorbreken van de bestaande impasse ten aanzien van grootschalige implementatie van selectieve preventie in Nederland door meer duidelijkheid te scheppen over optimale vormgeving van het programma, de wijze van aanbieden aan en afstemming op de doelgroep, inbedding in de dagelijkse praktijkvoering, vereiste personele inzet en andere randvoorwaarden. Daarmee zijn de resultaten zowel van belang voor huisartsen en de doelgroep van het selectieve preventieprogramma’s, als voor verzekeraars, patiëntenorganisaties en beleidsmakers.

 

De inbedding van deze VIMP-aanvraag in een internationale implementatiestudie biedt belangrijke meerwaarde. Omdat in andere landen dezelfde gegevens worden verzameld over het draagvlak voor invoering van programmatische selectieve preventieactiviteiten in huisartspraktijken, kunnen bevindingen met elkaar worden vergeleken en nieuwe inzichten bieden over generieke, en land- specifieke belemmerende en bevorderende factoren.

Over de resultaten zal worden gerapporteerd in verschillende Engelstalige wetenschappelijke artikelen (in het kader van het SPIMEU project). De resultaten zullen worden samengevat in een Nederlandstalig wetenschappelijk artikel, ter publicatie aan te bieden aan het tijdschrift "Huisarts en Wetenschap". Daarnaast zal een invitational conference worden georganiseerd voor alle stakeholders die betrokken zijn bij de implementatie van programmatische selectieve preventieactiviteiten in Nederland.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website