Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Veel rokers zijn niet gemotiveerd om te stoppen met roken (ongeveer 76%). Om de rookprevalentie (ongeveer 28%) in Nederland nog verder te verlagen is het nodig om interventies voor deze groep te ontwikkelen. Rokers die niet gemotiveerd zijn om te stoppen met roken zien meer positieve dan negatieve uitkomsten van roken in vergelijking met rokers die wel van plan zijn om te stoppen met roken. Bovendien, hebben rokers die niet gemotiveerd zijn om te stoppen met roken een lagere self-efficacy. Overtuigingsstrategieën zijn echter wellicht niet de meest ideale veranderingsstrategie om rokers die niet willen stoppen met roken te beïnvloeden. Vooral, omdat deze rokers het lezen, praten en denken over hun risicogedrag zoveel mogelijk vermijden. In dit project worden daarom alternatieve strategieën getest: impliciete hertrainingstrategieën om impliciete processen te beïnvloeden. De waargenomen voor- en nadelen van roken evenals self-efficacy kunnen namelijk overhevig zijn aan een impliciete bias zoals een toenaderings-/vermijdingsbias of een aandachtbias. Dit betekent dat rokers wellicht onbewust aangetrokken worden door de voordelen van roken, wat de afwezigheid van de motivatie om te stoppen verder zou kunnen verklaren. Dit soort impliciete processen kunnen op twee manieren aangepakt worden: middels een toenaderings-/vermijdingsbias hertraining of een aandachthertraining. Toenaderings-/vermijdingsmodellen gaan er vanuit dat individuen toenadering zoeken tot (voor hen) positieve stimuli (in dit geval bijvoorbeeld de voordelen van roken) en moeite hebben om deze stimuli te vermijden (andersom met negatieve stimuli). De zogenoemde ‘Visual Probe’ Taak (VPT) en de ‘Approach Avoidance’ Taak (AAT) zijn taken waarmee deze processen kunnen worden gemeten en getraind.

 

De taken

De VPT toont twee plaatjes (bijvoorbeeld een plaatje van een voordeel van roken en een plaatje van een nadeel van roken) naast elkaar op een computer scherm. Na een kort tijdsinterval verdwijnen de plaatjes en wordt 1 van de plaatjes vervangen door een pijl (omhoog of omlaag wijzend): de deelnemers wordt gevraagd om de richting (omhoog of omlaag) van de pijl te identificeren (via het toetsenbord). Snellere reacties op pijlen die achter de voordeelplaatjes staan dan op pijlen die achter de nadeelplaatjes staan kunnen wijzen op een aandachtbias ten aanzien van de voordelen van roken. Deze taak kan als meting en als training gebruikt worden. In de meting verschijnt de pijl in 50% van de keren achter het voordeelplaatje en in de resterende 50% van de keren achter het nadeelplaatje. In de training wordt geprobeerd om de aandacht naar het gewenste plaatje te trainen (bijvoorbeeld: naar de nadelen van roken in plaats van naar de voordelen van roken) door de pijl in 90-100% van de keren achter het gewenste plaatje te laten verschijnen.

 

De AAT toont de plaatjes (wederom bijvoorbeeld de voor- en nadelen van roken) 1 voor 1 in portrait of landscape formaat. Deelnemers krijgen de instructie om te reageren (door de afbeelding naar zich toe te trekken of van zich af te duwen met behulp van het toetsenbord) op het formaat van het plaatje (ze krijgen bijvoorbeeld de instructie om een plaatje naar zich toe te trekken wanneer dit in landscape formaat verschijnt). De taak kan als meting en als training gebruikt worden. In de meting worden de plaatjes van de twee categorieën (bijvoorbeeld de voor- en nadelen van roken) even vaak in een duw of trekformaat geplaatst: wanneer deelnemers (in het geval van voor- en nadelen) sneller zijn om voordeelplaatjes naar zich toe te trekken dan dat ze deze wegduwen dan is er sprake van een toenaderingsbias ten aanzien van de voordelen. In de training staat de categorie die ‘weggetraind’ wordt in 90-100% van de keren in het formaat dat weggeduwd moet worden.

 

De studies

De eerste studie van dit project had als doel om een goede set plaatjes te ontwikkelen voor de voor- en nadelen van roken en voor risicovolle roken-gerelateerde situaties/neutrale situaties (deze risicovolle situaties hebben met self-efficacy te maken). De tweede studie had als doel om de beste hertrainingstrategie (AAT training (toenaderings-/vermijdingstraining) of VPT training (aandachthertraining)) te identificeren voor de voor- en nadelen van roken en self-effiacy. De derde studie diende om te onderzoeken of het toevoegen van spelelementen aan de taken bevorderlijk is voor de deelname door en beoordeling/ervaring van deelnemers. De oorspronkelijke vierde studie, een veldstudie met RCT design, is in verband met bezuinigingen bij ZonMw indertijd voorlopig geschrapt, waarbij de afspraak was hier een apart verzoek voor subsidiering in te dienen (zie de bijgevoegde brief hierover dd. 16 augustus 2011) na het einde van de eerste drie studies.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Dit project resulteerde in een aantal bevindingen aangaande de effecten van impliciete hertrainingstrategieën met betrekking tot 1) impliciete biases; 2) de waargenomen voor- en nadelen van roken, 3) self-efficacy en 4) de motivatie om te stoppen met roken.

 

STUDIE 1 (N=33) resulteerde in relevante plaatjes voor de metings- en trainingstaken. De plaatjes representeren de voor- en nadelen van roken (voor studie 2A) en roken-gerelateerde risicovolle situaties/neutrale situaties (voor studie 2B).

 

STUDIE 2A (N=450) gaf inzicht in de beste hertrainingstrategie voor de voor- en nadelen van roken. Uit de studie bleek dat rokers op baseline significant meer nadelen dan voordelen van roken zagen; desondanks was deze groep niet gemotiveerd om binnen zes maanden te stoppen met roken. Er was op baseline geen significante impliciete bias ten aanzien van de voordelen van roken noch ten aanzien van de nadelen van roken. Dit laatste zou een rol kunnen spelen bij het gegeven dat deze rokers bewust wel meer nadelen dan voordelen van roken zien, maar toch niet gemotiveerd zijn om te stoppen met roken (bijv. omdat ze onbewust nog niet meer oog hadden voor de nadelen). Verder bleek uit de studie dat de VPT training leidde tot een marginaal significant lagere bias m.b.t. de voordelen van roken en de AAT training tot een significant lagere bias. Er waren geen significante effecten op de expliciete maten (de waargenomen voor- en nadelen van roken en de motivatie om te stoppen met roken).

 

STUDIE 2B (N=358) gaf inzicht in de beste hertrainingstrategie voor self-efficacy. Uit de studie bleek dat rokers op baseline een redelijk lage self-efficacy hadden (het gemiddelde was 2.5 op een schaal van 5 (5=hoge self-efficacy)). Er was op baseline geen impliciete bias ten aanzien van de neutrale situaties noch ten aanzien van de roken-gerelateerde risicovolle situaties. Geen van de hertrainingstaken had een significant effect op de impliciete biases. De VPT training resulteerde wel in een marginaal significant hogere expliciete self-efficacy, direct na de training. Na 1 maand had deze training bovendien een positief significant effect op de motivatie om te stoppen met roken. Echter, zowel het effect op self-efficacy als het effect op motivatie hield niet stand op de volgende metingen. Mogelijk is een combinatiestrategie (impliciete hertrainingstrategie gecombineerd met expliciete strategieën) nodig om de effecten te behouden.

 

STUDIE 3 (N=236) gaf inzicht in de rol van aan de taken toegevoegde spelelementen – zijnde een puntenteller en animatiefilmpjes – met betrekking tot uitval en de ervaring van deelnemers. Uit deze studie bleek dat het toevoegen van spelelementen aan de standaard taken niet tot significant minder uitval leidde noch tot een significant positievere beoordeling door deelnemers.

 

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Veel rokers zijn niet gemotiveerd om te stoppen met roken (ongeveer 76%). Om de rookprevalentie (ongeveer 28%) in Nederland nog verder te verlagen is het nodig om interventies voor deze groep te ontwikkelen. Rokers die niet gemotiveerd zijn om te stoppen met roken zien meer positieve dan negatieve uitkomsten van roken in vergelijking met rokers die wel van plan zijn om te stoppen met roken. Bovendien, hebben rokers die niet gemotiveerd zijn om te stoppen met roken een lagere self-efficacy. Overtuigingsstrategieën zijn echter wellicht niet de meest ideale veranderingsstrategie om rokers die niet willen stoppen met roken te beinvloeden. Vooral, omdat deze rokers het lezen, praten en denken over hun risicogedrag zoveel mogelijk vermijden. In dit project worden daarom alternatieve strategieën getest: impliciete hertrainingstrategieën om impliciete processen te beïnvloeden.

 

De waargenomen voor- en nadelen van roken evenals self-efficacy kunnen namelijk overhevig zijn aan een impliciete bias zoals een toenaderings-/vermijdingsbias of een aandachtbias. Dit betekent dat rokers wellicht aangetrokken worden door de voordelen van roken, wat de afwezigheid van de motivatie om te stoppen zou kunnen verklaren. Dit soort impliciete processen kunnen op twee manieren aangepakt worden: middels een toenaderings-/vermijdingsbias hertraining of een aandachtshertraining. Toenaderings-/vermijdingsmodellen gaan er vanuit dat individuen toenadering zoeken tot (voor hen) positieve stimuli (in dit geval bijvoorbeeld de voordelen van roken) en moeite hebben om deze stimuli te vermijden (andersom met negatieve stimuli). De zogenoemde ‘Visual Probe’ Taak (VPT) en de ‘Approach Avoidance’ Taak (AAT) zijn taken waarmee deze processen kunnen worden gemeten en getraind.

 

De taken

De VPT toont twee plaatjes (bijvoorbeeld een plaatje van een voordeel van roken en een plaatje van een nadeel van roken) naast elkaar op een computer scherm. Na een kort tijdsinterval verdwijnen de plaatjes en wordt 1 van de plaatjes vervangen door een pijl (omhoog of omlaag wijzend): de deelnemers wordt gevraagd om de richting (omhoog of omlaag) van de pijl te identificeren (via het toetsenbord). Snellere reacties op pijlen die achter de voordeelplaatjes staan dan op pijlen die achter de nadeelplaatjes staan kunnen wijzen op een aandachtsbias ten aanzien van de voordelen van roken. Deze taak kan als meting en als training gebruikt worden. In de meting verschijnt de pijl in 50% van de keren achter het voordeelplaatje en in de resterende 50% van de keren achter het nadeelplaatje. In de training wordt geprobeerd om de aandacht naar het gewenste plaatje te trainen (bijvoorbeeld: naar de nadelen van roken ipv naar de voordelen van roken) door de pijl in 90-100% van de keren achter het gewenste plaatje te laten verschijnen.

 

De AAT toont de plaatjes (wederom bijvoorbeeld de voor- en nadelen van roken) 1 voor 1 in portrait of landscape formaat. Deelnemers krijgen de instructie om te reageren (door de afbeelding naar zich toe te trekken of van zich af te duwen) op het formaat van het plaatje (ze krijgen bijvoorbeeld de instructie om een plaatje naar zich toe te trekken wanneer dit in landscape formaat verschijnt). De taak kan als meting en als training gebruikt worden. In de meting worden de plaatjes van de twee categorieën (bijvoorbeeld de voor- en nadelen van roken) even vaak in een duw of trekformaat geplaatst: wanneer deelnemers (in het geval van voor- en nadelen) sneller zijn om voordeelplaatjes naar zich toe te trekken dan dat ze deze wegduwen dan is er sprake van een toenaderingsbias ten aanzien van de voordelen.

 

De studies

De eerste studie van dit project heeft als doel om een goede set plaatjes te ontwikkelen voor de voor- en nadelen van roken en voor risicovolle/neutrale situaties (deze risicovolle situaties hebben met self-efficacy te maken). De tweede studie heeft als doel om de beste trainingsmethode (toenaderingsbias of aandachtsbias modificatie training) voor de voor- en nadelen van roken en self-effiacy te bepalen. De derde studie is bedoeld om te onderzoeken of het bevorderlijk is om de training in de vorm van een computerspel aan te bieden.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In deze eerste fase van het project is de eerste studie uitgevoerd, resulterend in een lijst met plaatjes die voor- en nadelen van roken en risicovolle/neutrale situaties uitbeelden. Om deze plaatjeslijst te verkrijgen is een gestructureerde methode gevolgd. Eerst zijn de belangrijkste waargenomen voor- en nadelen, de risicosituaties (situaties waarin het voor rokers moeilijk is om niet te roken) en neutrale situaties (situaties waarin het voor rokers niet moeilijk is om te roken) geïdentificeerd. Dit is gedaan met behulp van de literatuur, bestaande datasets en een interview dat gehouden is onder twintig rokers (die niet gemotiveerd zijn om te stoppen met roken). Vervolgens zijn per item een aantal plaatjes gezocht die volgens het onderzoeksteam goed de inhoud van de items weergeven. De plaatjes zijn via Istock gedownload (Er zijn 140 plaatjes gedownload in totaal). Om de interpretatie van de inhoud te controleren onder de doelgroep zijn tien rokers uitgenodigd om de inhoud van de plaatjes te beoordelen. De ‘goede’ plaatjes zijn behouden. Uiteindelijk, zijn vijftig rokers uitgenodigd om de plaatjes te beoordelen op intrinsieke aantrekkingskracht (valence), opwinding (arousal) en perceptuele complexiteit. Dit is gedaan om plaatjes van verschillende categorieën (bijvoorbeeld een voordeelplaatje en een nadeelplaatje) op basis van deze drie factoren aan elkaar te matchen en zo uit te kunnen sluiten dat verschillen in reactietijden veroorzaakt worden door het verschil in het gevoel dat een plaatje oproept (in plaats van door de inhoud).

Tot slot resulteerde deze eerste fase van het project in de algehele ontwikkeling van het hertrainingsprogramma dat gebruikt zal worden in studie 2. Het programma dat ontwikkeld is, ondersteunt het afspelen van de VPT en AAT. Het programma is een uitgebreide tool waarmee onder andere plaatjes en pijlen getoond kunnen worden, instructies kunnen worden gegeven, reactietijden kunnen worden gemeten en vragenlijsten kunnen worden afgenomen. De komende maanden staan in het teken van de werving voor studie 2 en eind dit jaar verwachten we de eerste resultaten te hebben met betrekking tot de effecten van de hertrainingstaken.

 

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

A large number of smokers is unmotivated to quit smoking: 40 % are not motivated to quit within one year, 14% are not willing to quit within six months, while 22 % is not planning to quit at all. Current smoking cessation programs do not focus on smokers who are unmotivated to quit smoking. Yet, Dutch smoking prevalence rates remain quite stable (28%) and targeting smokers unmotivated to quit is essential in order to further decrease the prevalence, morbidity and mortality of smoking.

 

Several studies analyzed which motivational beliefs underline the decision to quit smoking. They found that smokers are unmotivated to quit because they are unaware of or underestimate the negative outcomes of smoking and/or have low self-efficacy regarding quitting smoking. Smokers unmotivated to quit perceive more positive than negative outcomes of smoking and have lower levels of self-efficacy compared to smokers who are motivated to quit .

Persuasion, however, may not be the most optimal change strategy to influence smokers unmotivated to quit. Especially, as smokers who are unmotivated to quit avoid reading, talking and thinking about their risk-behavior. We, therefore, propose an alternative method: implicit retraining strategies targeting implicit tendencies. Perceived pros and cons of smoking as well as self-efficacy are likely to be subject to implicit biases such as approach-avoidance biases and attentional biases. This implies that smokers may be implicitly attracted by the pros of smoking, thus explaining the absence of actual motivation to quit. Regarding self-efficacy, Bandura has stated that smokers with low levels of self-efficacy tend to avoid high-risk smoking related situations – a tendency which can also be measured implicitly by assessing approach-avoidance biases.

 

Two approaches can be used to target implicit associations: approach-avoidance bias retraining or attentional-bias retraining. First, approach-avoidance models imply that individuals tend to approach positive stimuli (in this proposal e.g. the perceptions of advantages of smoking) and are inhibited in avoiding them (and vice versa with negative stimuli). Attentional biases indicate that individuals have more attention for salient stimuli, i.e. the pros of smoking. Consequently, stimuli representing the pros of smoking will facilitate approach biases and attentional biases among smokers who are unmotivated to quit smoking. Regarding self-efficacy, it can be expected that high-risk smoking related situations evoke avoidance biases and attract less attention compared to low-risk situations. Consequently, these smokers are more likely to profit from implicit strategies helping them to change their focus from pros to cons of smoking and to master high-risk smoking related situations (=increasing self-efficacy)

 

This proposal aims at testing the efficacy of a new behavioral change strategy for smokers focusing on retraining implicit tendencies in order to reach and change levels of motivation in smokers unmotivated to quit. We will use principles of recently developed retraining programs. We aim to identify the relevant stimuli for developing a program aimed at retraining implicit biases underlying the pros and cons of smoking and self-efficacy using an implicit pictorial retraining program (IR). We will assess new delivery modes of the implicit retraining by packaging them as games in order to increase acceptability by LSES groups. We will compare these effects with traditional persuasive computer tailored methods. We will focus on low-SES groups as they are at higher risk of smoking continuation and as they may benefit more from implicit approaches using pictures.

 

Study 1 aims at generating a set of standardized picture pairs matching a cognition-related picture (pro of smoking, con of smoking, high-risk smoking related situations (=self-efficacy related) to a contrast category (e.g. high risk smoking related situation matched to low or no-risk situation). This identification is needed for building a valid retraining program.

 

Study 2 aims at identifying the best retraining method (approach bias retraining or attentional bias retraining) for targeting pros and cons of smoking and self-efficacy.

 

Study 3 aims at testing whether packaging the implicit pictorial retraining tasks as games is favorable by assessing user experiences with the games compared to the user experiences with a standard format of the tasks.

 

Study 4 integrates the obtained results in a RCT and tests the effects of implicit pictorial retraining, compared to two control conditions: 1. computer tailored messages (persuasive) and 2. no intervention. We will also conduct a cost-effectiveness evaluation. Implementation of the new approaches will occur with Health Education Authorities (GGD-en) and national organizations such as the Dutch Smoking and Health Foundation and the Dutch Cancer Society.

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website