Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Over de afgelopen jaren zijn vele risicofactoren voor het ontstaan van knieartrose uitvoerig onderzocht. Dankzij deze inzichten kunnen we ons nu richten op eventuele mogelijkheden voor de preventie van knieartrose. Vandaar dat we enkele jaren geleden zijn begonnen aan een grootse studie naar de preventieve effecten van een gewichtsreductieprogramma en van glucosamine sulfaat op het ontstaan van knieartrose.

In het totaal hebben 407 vrouwen tussen de 50 en 60 jaar, met overgewicht, maar zonder knieklachten, deelgenomen aan het onderzoek. Na 2,5 jaar zijn de preventieve effecten van beide interventies geëvalueerd op het ontstaan van knieartrose. Gezien de langzame progressie van de aandoening, is voor het de evaluatie van de preventieve effecten op het ontstaan van knieartrose zowel de afwijkingen op de röntgenfoto als het ontstaan van de klachten samen genomen.

Onlangs is dit onderzoek afgerond en zijn alle data geanalyseerd. Slechts 10% van de deelnemers is uitgevallen gedurende het onderzoek. Na 2,5 jaar had 17% van alle knieën of afwijkingen op de röntgenfoto of werden er chronische klachten gerapporteerd. In het totaal had 28% van alle deelneemsters knieartrose in één of beide knieën.

Uit de analyses bleek dat het effect van het gewichtsreductieprogramma afhankelijk was van of men de placebo of het glucosamine sulfaat gebruikte en vice versa. Dit noemt men interactie. Rekening houdend met deze interactie waren er slechts aanwijzingen (niet significant) voor een preventief effecten van beide interventies op het ontstaan van knieartrose.

In het totaal heeft 28% van de vrouwen in de interventie groep van het gewichtsreductieprogramma zich aan de interventie gehouden. Binnen deze groep werd ook slechts een trend voor een preventief effect op het ontstaan van knieartrose gevonden. Na 2,5 jaar hebben 63 deelneemsters het voorafgestelde doel van 5 kg of 5% gewichtsreductie bereikt. Deze mate van gewichtsreductie bleek, naast significante verbeteringen in bloedsuiker, vetpercentage, middelomvang en bloeddruk, ook een significant preventief effect te hebben op het ontstaan van knieartrose te hebben.

Over de gehele duur van de studie zijn er 261 Adverse Events en 29 Serious Adverse Events gerapporteerd. De aantallen waren gelijk verdeeld over de placebo en glucosamine groepen. In het totaal heeft 66% van de deelnemers 75% of meer van de dagen het voedingssupplement ingenomen. Ook binnen deze deelneemsters was er geen preventief effect van glucosamine op het ontstaan van knieartrose.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De 50 deelnemende huisartsen hebben contact opgenomen met alle 6691 vrouwen tussen de 50 en 60 jaar die bij in hun praktijk ingeschreven stonden om ze te informeren over de studie. Van deze vrouwen waren 1736 geïnteresseerd in deelname aan het onderzoek. Slechts 889 werden gescreend op de inclusiecriteria, aangezien zij een BMI ≥ 27 kg/m2 rapporteerden. Na deze screening, voldeden 407 vrouwen aan alle inclusiecriteria en werden gerandomiseerd over het gewichtsreductieprogramma en de placebo-gecontroleerde glucosamine interventies, in een 2x2 factorieel design. Na 2,5 jaar werden de preventieve effecten van beide interventies op de ontwikkeling van knie artrose geëvalueerd.

Over de 2,5 jaar heeft slechts 10% van de deelnemers zich teruggetrokken uit de studie. In totaal ontwikkelde 17% van alle knieën artrose. Bij 28% van alle vrouwen ontwikkelde zich knieartrose in één of beide knieën.

Intention To Treat analyses toonde een significant interactie-effect tussen de twee interventies. Rekening houdend met deze interactie werden er geen significante preventieve effecten van beide interventies gevonden, maar beide interventies toonde wel trends voor een preventief effect.

In het totaal heeft 28% van de deelnemer in het gewichtsreductieprogramma de interventie daadwerkelijk goed gevolgd. Binnen de placebo en glucosamine interventie lag dat aantal op 66%. Alleen voor degenen die het gewichtsreductieprogramma volgden werd een trend voor een preventief effect gevonden. De deelneemsters die na 2,5 jaar een klinisch relevante gewichtsverlies van ≥ 5 kg of 5% hadden bereikt, ontwikkelden significant minder knieartrose.

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Knie artrose treft een groot deel van de oudere bevolking in Nederland. In de afgelopen jaren is veel onderzoek gedaan naar de risicofactoren voor het ontstaan van knie artrose. Overgewicht is de grootste, beïnvloedbare risicofactor voor deze aandoening gebleken. In deze studie wordt de preventieve werking van twee behandelingen op het ontstaan van knie artrose onderzocht. In het totaal doen er 407 vrouwen van middelbare leeftijd met overgewicht, zonder knie klachten mee. De helft van de deelnemende vrouwen krijgt een gewichtsreductie programma aangeboden (diëtiek en fysieke activiteit) en de andere helft niet. Daarnaast zal in beide groepen de helft van de vrouwen gedurende de gehele studie dagelijks glucosamine sulfaat innemen en de andere helft een placebo (niet-werkzame stof). Na 2 en een half jaar wordt van beide behandelingen gekeken of ze leiden tot het voorkomen van knie artrose (of de eerste tekenen daarvan).

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Samenvatting

De 50 huisartsen die hebben meegedaan aan deze studie hebben in het totaal 6691 vrouwen aangeschreven om ze te informeren over de studie. Uit deze groep hebben uiteindelijk 407 vrouwen meegedaan. Na 2,5 jaar heeft maar liefst 89% van de vrouwen heeft de studie met de eindmeting afgesloten.

De gemiddelde leeftijd van alle deelneemsters aan het begin van de studie was 55 jaar en het gemiddelde gewicht 89 kg.

De gewichtreductie interventie is redelijk goed doorlopen door de mensen in de interventie groep. Bijna 90% van de deelneemsters is minimaal 1 keer naar de diëtist geweest en bijna 80% minimaal één maal bij de beweegcursus. Dit heeft geleid tot een verdubbeling van het aantal mensen dat 5 kg of 5% van hun gewicht heeft verloren in de interventie groep ten opzichte van de controle groep na 6 maanden. Helaas nam dit verschil hierna af, waardoor er in de loop van de studie geen verschil meer was tussen beide groepen.

Geen van de deelneemsters had ernstige knieklachten aan het begin van de studie. Toch heeft bijna 60% van alle deelneemsters gedurende de 2,5 jaar minimaal op drie van de vier dagen de poeders ingenomen.

Ongeveer 1 op de 5 vrouwen heeft in de loop van de studie artrose van de knieën ontwikkeld. De exacte effecten van de interventies moet nog worden berekend. Naar verwachting zullen deze resultaten halverwege 2012 beschikbaar zijn.

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

The past decades, world wide research identified the major risk factors for developing osteoarthritis (OA) of the knee. The next important step in osteoarthritis research, also based on recent developments on intermediate outcome measures in OA, is to test preventive strategies in high-risk groups

Overweight is the major modifiable risk factor in knee OA. Overweight most often is caused by an unbalanced food intake in relation to physical activity, a way of life which is hard to change. To accomplish any change in such behavior, a "tailor made" intervention with diet and physical activity is the most successful. However, an intervention with oral crystalline glucosamine sulphate, a product with growing scientific evidence for its chondroprotective actions, is probably much more easy and feasible then the above-mentioned intervention.

In this full scale randomized intervention study we will test the preventive effect of both interventions. The study population will comprise a high-risk group for knee OA of 400 overweight women aged 50-60 years who not yet have consulted for pain in the knee. In a randomized controlled trial with factorial design half of the women will be randomized to the tailor made intervention to reduce weight, the other half will not receive this intervention. Secondly, in both groups half of them will be randomized to receive oral crystalline glucosamine sulphate while the other half will receive a placebo. Both groups will be followed for two and a half years. The primary outcome measure after two and a half years is the difference between the intervention and control groups in occurrence of radiological knee osteoarthritis (Kellgren & Lawrence index 2 or more), and/or joint space narrowing of 1 mm or more in one of the knees during the follow-up time, and/or occurrence of a knee osteoarthritis according to the ACR criteria.

Because OA is a gradually ongoing process and radiological OA features only are late derivatives of the processes in the joint, we will also measure intermediate outcomes (osteoarthrotic features measured on MRI, bone and collagen markers), giving a more direct insight in ongoing processes in and around the joint.

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website