Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

STERK-onderzoek: Verbeter de veerkracht van kinderen

Screening and Training: Enhancing Resilience in Kids

 

Kinderen van ouders met een depressie of angststoornis lopen een verhoogd risico op het ontwikkelen van psychische klachten. Onderhavig onderzoeksproject bestaat uit twee delen, een kwantitatieve (STERK-1) en een kwalitatieve studie (STERK-2).

 

Het kwantitatieve onderzoek richtte zich op de vraag of een korte gedragstherapeutische training voor hoogrisico-kinderen effectiever is in het voorkómen of uitstellen van een depressie of angststoornis dan ‘care as usual’ (minimale informatie) over een periode van 2 jaar. Hoogrisico-kinderen (8-18 jaar) van ouders die momenteel in behandeling zijn (geweest) voor een depressie of angststoornis werden geselecteerd voor deelname aan een gerandomiseerd onderzoek. Deze kinderen hadden subklinische klachten en/of voldeden aan 2 of 3 criteria van de High Risk Index. De training bestond uit 10 wekelijkse gedragstherapeutische zittingen plus 2 sessies met ouders. Thema’s in deze training waren: gedragsactiveren, het versterken van het sociale netwerk en het opzoeken en uitbouwen van positieve emoties, situaties en karaktereigenschappen.

 

Het bleek erg lastig om de doelgroep goed te bereiken en voldoende ouders en kinderen bereid te vinden aan de screening of de training deel te nemen. Helaas hebben we, ondanks al onze inspanningen, moeten concluderen dat de RCT vroegtijdig moest stoppen (zie paragraaf Resultaten).

 

Het kwalitatieve onderzoek richtte zich op de vraag wat de ervaringen van ouders met een angst- of stemmingsstoornis zijn in de opvoeding van hun kinderen, of ze zich zorgen maken over hun kinderen, wat hun behoefte is aan preventieve activiteiten voor hun kinderen, en waarom ouders hun kinderen wel of niet laten deelnemen aan preventieve activiteiten. Er werden hiervoor 24 ouders geselecteerd met heel diverse kenmerken (vaders en moeders, patiënten en partners, verschillende leeftijden van de kinderen, angst- en stemmingsstoornissen). De interviews werden afgenomen aan de hand van “topic lists” door twee interviewers: een psycholoog en een duo-partner (ervaringsdeskundige). Vervolgens werd het interview uitgeschreven en gecodeerd in thema’s door twee onafhankelijke onderzoekers. Tot slot werden per thema op basis van alle interviews samenvattingen geschreven en conclusies getrokken. De resultaten werden voorgelegd aan focusgroepen van professionals en van patiënten.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Voor het STERK-onderzoek zijn verschillende producten ontwikkeld: een uitgebreid instrumentarium dat via internet afgenomen kan worden, een internet-toepassing van de bestaande kinderversie van het gestructureerde diagnostische interview DISC-IV, een modulair opgebouwde preventieve training van 10 kindersessies en 2 oudersessies (gericht op het sociale netwerk, op positieve emoties en activiteiten, en op gedragsactivatie en exposure).

 

Een belangrijk inzicht uit STERK-1 is dat de doelgroep erg moeilijk bereikbaar bleek. Er werden in drie regio’s ruim 11.000 dossiers gescreend in verschillende (poli)klinieken voor angst- en stemmingsstoornissen. Een grote groep patiënten met angst- en stemmingsstoornissen had geen kinderen in de leeftijd 8-18 jaar, had toch andere klachten op de voorgrond of beheerste de taal onvoldoende. Er konden uiteindelijk zo’n 1300 brieven worden verstuurd (12%). De ouders reageerden maar mondjesmaat op informatie-pakketten over het onderzoek (N=78, 6%). Van hen deden 63 kinderen daadwerkelijk mee aan de screening, en konden 25 kinderen met een ultra hoog risico uiteindelijk worden gerandomiseerd in de interventiestudie. Het oorspronkelijke doel was 204 kinderen. Deze gerandomiseerde interventiestudie hebben we hierdoor, ondanks alle inspanningen, voortijdig af moeten breken. Het lijkt erop dat de opzet en de procedures van het STERK-1 onderzoek niet de goede manier waren om demensen te bereiken.

 

Voorafgaand aan het STERK-onderzoek hebben we in een pilot-studie de haalbaarheid van de inclusie onderzocht. Behandelaren vroegen patiënten rechtstreeks of ze in principe zouden deelnemen als er zo’n studie zou lopen. Van de gevraagde patiënten met een angst- of stemmingsstoornis kwam 50-62% in aanmerking voor de studie: zij hadden kinderen in de juiste leeftijdsgroep en belangststelling voor deelname. In de praktijk bleek dit 6% van 12% = 0.072%.

Het was onduidelijk waar de grote discrepantie vandaan kwam. De zoektocht naar het antwoord op deze vraag was de leidraad voor het opzetten van STERK-2, waarin we kwalitatieve interviews afnamen bij de patiënten om meer zicht te krijgen op hun ervaringen met hun kinderen en met opvoeden, hun behoefte aan deelname aan preventieve activiteiten, en de redenen om wel of niet deel te nemen aan preventieve activiteiten.

 

Uit de interviews en de focusgroepen kwam het volgende naar voren: ouders zijn in de volwassen GGZ vooral met hun eigen behandeling bezig voor hun angst- of stemmingsstoornis. Deze focus wordt doorgaans als positief ervaren. Vaak zijn ouders in deze periode al behoorlijk belast en is er weinig energie en aandacht over voor preventieve activiteiten voor de kinderen.

 

Soms maken ouders zich wel zorgen over hun kinderen. Ze hebben dan vragen over de psychische gezondheid van hun kind en over de manier waarop ze hun kind het beste kunnen informeren over hun eigen psychische klachten. Laagdrempelig”, “laagfrequent” en “gericht op de ouders” lijken sleutelwoorden voor de behoeften aan preventieve activiteiten. Veel leesmateriaal en lange vragenlijsten en frequente afspraken buiten de deur maken preventieve activiteiten (binnen onderzoek) erg onaantrekkelijk.

 

Er lijkt een behoorlijke drempel te zijn om de kinderen zelf te betrekken bij een vorm van preventie: ouders willen hun kinderen er niet mee belasten om heel diverse redenen. Wanneer er daadwerkelijk problemen bij de kinderen worden gesignaleerd is er wel behoefte aan gemakkelijke doorstroom naar (reguliere) hulpverlening.

 

Concluderend lijkt het erop dat de studie te “zwaar” was voor de ouders, met teveel materiaal, in een periode waarin ze weinig tijd en energie over hadden, die zich teveel en te snel richtte op de kinderen. Een interventie of onderzoek met minder materiaal, met een focus op de ouders zelf binnen de volwassenzorg, aangeboden door de behandelaar, praktisch rekening houdend met de moeilijke fase waar de ouders doorheen gaan, zou een kansrijker en vruchtbaarder weg kunnen zijn om het patroon van intergenerationele overdracht van angst- en stemmingsstoornissen te doorbreken.

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

STERK-onderzoek: Verbeter de veerkracht van kinderen

Screening and Training: Enhancing Resilience in Kids

Kinderen van ouders met een depressie of angststoornis lopen een verhoogd risico op het ontwikkelen van psychische klachten. In dit onderzoek wordt onderzocht of een korte gedragstherapeutische training voor hoogrisico-kinderen effectiever is in het voorkómen of uitstellen van een depressie of angststoornis dan ‘care as usual’(minimale informatie) over een periode van 2 jaar. Hoogrisico-kinderen (8-18 jaar; N=204) van ouders die momenteel in behandeling zijn (geweest) voor een depressie of angststoornis worden geselecteerd voor deelname aan de RCT. Deze kinderen hebben subklinische klachten en/of voldoen aan 2 of 3 criteria van de High Risk Index. De training bestaat uit 10 wekelijkse gedragstherapeutische zittingen plus 2 sessies met ouders. Thema’s die aan bod komen zijn gedragsactiveren, het versterken van het sociale netwerk en het opzoeken en uitbouwen van positieve emoties, situaties en karaktereigenschappen. Dit onderzoek zal leiden tot een Nederlands gedragstherapeutisch preventief programma en kennis over de mogelijkheden voor het inzetten van cognitieve gedragstherapie bij preventie. Daarnaast wordt gekeken naar kosten-effectiviteit en naar welke mogelijke medierende en modererende factoren een rol spelen bij de behandeluitkomst.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Op dit moment heeft het project geleid tot - een uitgebreid instrumentarium dat via internet afgenomen kan worden - een internet-toepassing van de bestaande kinderversie van het gestructureerde diagnostische interview DISC-IV - een modulair opgebouwde preventieve training van 10 kindersessies en 2 oudersessies, gericht op het sociale netwerk, op positieve emoties en activiteiten, en op gedragsactivatie en exposure. Bovendien is er een website ontwikkeld van het STERK-onderzoek in een eigen huisstijl, relevante informatie en een filmpje: www.sterk-onderzoek.nl

 

Een belangrijk inzicht is dat de doelgroep moeilijk bereikbaar is. Teneerste hebben veel volwassen patienten geen kinderen tussen 8 en 18 jaar. Verder blijken veel volwassen patienten niet aan de inclusie-criteria te voldoen: ze hebben naast de angst- of stemmingsstoornis tevens duidelijke persoonlijkheidsproblematiek of psychoses. Of de kinderen zijn al in zorg voor diverse problematiek (dat was in eerste instantie een exclusiecriterium). Vervolgens krijgen we weinig reacties op verstuurde brieven, en blijkt het moeilijk om regelmatige afspraken met de mensen te maken die aan de studie beginnen.

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

The present study investigates whether a 12-session CBT program can postpone or prevent the onset of mood or anxiety disorders in a sample of 204 children (aged 8-17 years) of parents who are currently being treated for anxiety or mood disorders. Anxiety and mood disorders are highly prevalent and pose a huge burden on patients. Their offspring is at increased risk for developing these disorders as well, and we have recently developed a High Risk Index that enables us to select ultra high risk children within his population. The current study qualifies for both a selected (offspring of anxiety and mood disordered patients with the additional risk factors) and an indicated (elevated symptoms) prevention program. Offspring of anxious or depressed patients (aged 8-17 years; N=204) with an ultra high risk are selected for participation in the intervention trial. These children report sub-threshold symptoms and / or meet two of three criteria for the High Risk Index (female gender, both parents affected, history of a parental suicide (attempt)). All parents receive care as usual for their emotional disorder. Children are randomised to one of two treatment conditions, namely (a) 10 weekly individual child CBT sessions and 2 parent group sessions) or (b) Minimal information. Assessments are held at pre-test, post-test and at 12 and 24 months follow-up. Primary outcome is the time to onset of depression or anxiety disorders in the offspring. Secondary outcome measures include number of days with depression or anxiety, child and parent symptoms, quality of life, and cost-effectiveness. In line with models on aetiology of mood and anxiety disorders as well as mechanisms of change during interventions, we selected possible mediators of treatment outcome, namely stages of change, cognitive style, coping, parent-child interaction, temperament, and emotion processing.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website