Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Depressie en angststoornissen hebben een hoge prevalentie en zijn geassocieerd met een verminderde kwaliteit van leven en hoge kosten voor de samenleving. Hoewel preventie van deze stoornissen veelbelovend lijkt, blijken bestaande preventieve interventies matig effectief. Het doel van het huidige project was om een nieuwe preventieve interventie voor angststoornissen en depressie te ontwikkelen, welke zich richt op het aanpakken van overmatig repetitief negatief denken (piekeren en rumineren) in adolescenten en jong volwassenen. Een gerandomiseerde, gecontroleerde studie vergeleek (1) een groepsvariant van de nieuwe interventie, en (2) een online variant van de interventie, tegen (3) een wachtlijst controlegroep. N = 5481 adolescenten en jong volwassenen werden gescreend op 13 middelbare scholen en twee instituten voor hoger onderwijs. Hiervan kwamen 867 deelnemers in aanmerking voor de behandeling waarvan uiteindelijk 251 konden worden toegewezen aan één van de drie condities. Repetitief negatief denken, depressie, angst en geassocieerde symptomen werden voor en na de interventie gemeten, evenals bij een 3-maanden en 12-maanden follow-up. Een tweede doel van het project was om korte screeningsvragenlijsten te ontwikkelen teneinde eenvoudige en efficiente identificatie van overmatig piekeren te kunnen vaststellen voor toekomstig preventief gebruik. Deze screeners werden ontwikkeld in een steekproef van 1952 adolescenten en de resultaten werden opnieuw gevalideerd in twee onafhankelijke steekproeven (N = 1954, N = 105).

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De resultaten van de gecontroleerde behandelstudie toonden dat beide interventies leidden tot een significante vermindering van repetitief negatief denken (piekeren, rumineren) van de voormeting naar de nameting. De effectgroottes konden geclassificeerd worden als groot en de vermindering bleek significant groter in de behandelcondities vergeleken met de controlegroep. Deze effecten bleven behouden gedurende de follow-up metingen. Bovendien bleken de deelnemers in de behandelcondities tot een jaar na de behandeling een significant verlaagd risico te lopen op het ontwikkelen van depressie of een angststoornis. Tot slot werd het effect van symptoomreductie van angst en depressie gemedieerd door de vermindering van repetitief negatief denken, een bevinding die het onderliggende theoretisch model van de interventie ondersteunt. Op geen van de uitkomsten werd een verschil gevonden tussen de beide vormen van de aangeboden interventie (groep vs. online). Kortom, de nieuw ontwikkelde interventie bleek zeer effectief te zijn.

De ontwikkelde screeners voor piekeren en rumineren bleken een hoge sensitiviteit en specificiteit te bezitten voor het identificeren van individuen met hoge niveau's van repetitief negatief denken en daardoor in aanmerking komen voor de interventie.

 

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In het eerste jaar van het project zijn de twee interventievarianten (online en groepstherapie) ontwikkeld. In het tweede jaar is de hoofdstudie gestart waarin de interventies worden vergeleken met een controlegroep. In het derde jaar is het hoofdproject voortgezet. De recrutering is inmiddels afgerond. In totaal hebben er 5427 adolescenten aan de screening deelgenomen, 416 adolescenten zijn uitgenodigd voor deelname, 251 adolescenten hebben uiteindelijk deelgenomen. De verzameling van de voormeting, de nameting en de 3-maand-follow-up meting zijn al afgerond. Op dit moment loopt nog de verzameling van de 1-jaar-follow-up meting.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Uit de resultaten van de nameting blijkt dat beide varianten van de interventie in vergelijking met de controleconditie tot significante reducties leiden van piekeren, rumineren en depressieve klachten. Deelnemers die de preventieve interventie volgden, voldoen bovendien minder vaak aan de criteria van een gegeneraliseerde angststoornis en een depressie. De resultaten van alle nametingen zullen halverwege het vierde projectjaar beschikbaar zijn.

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Depression and anxiety disorders are highly prevalent and associated with reduced quality of life for patients and enormous economic costs for society. Although effective treatments are available, a substantial number of patients fail to respond, and the time between disorder onset and treatment is typically long. The development of prevention programs therefore appears promising. Past prevention programs for depression and/or anxiety disorders have only shown modest effects. It has recently been argued that in order to improve the efficacy of prevention, programs should be offered specifically to individuals scoring high on a given vulnerability factor and interventions should then directly target this variable.

In line with this idea, the current project aims to prevent depression and anxiety disorders by targeting excessive levels of repetitive negative thinking (rumination, worry) in adolescents and young adults. Focussing on rumination/worry appears promising as repetitive negative thinking has been shown to be an important risk factor for emotional disorders. In addition, brief interventions informed by basic research have been shown to reduce excessive levels of rumination/worry.

The main study (Study 1) consists of a randomized controlled trial comparing two versions of a new preventive training program targeting excessive rumination and worry versus a no-training control group. The study aims to test proof-of-principle for these novel approaches and to investigate their feasibility and acceptability to the relevant population. Participants will be adolescents and young adults who show heightened levels of rumination/worry and can therefore be expected to be at elevated risk for future depression and anxiety disorders. Eligible participants will be identified via screening at secondary schools and institutions of higher education. The main inclusion criterion will be scores above the 75% percentile on two validated questionnaire measures of worry and rumination (Penn State Worry Questionnaire; Response Style Questionnaire). Exclusion criteria will be clinically relevant levels of depression or anxiety. Participants will be randomly assigned to (1) a rumination-focused cognitive-behavioral training delivered in a group format; (2) a rumination-focused cognitive-behavioral training delivered via the internet and (3) a no-training control condition. The main outcome measures (rumination/worry and emotional problems) will be assessed pre-training, post-training and at 3 months and 1 year follow-up. The rumination-focused cognitive behavioral training delivered in a group setting will be a modified version of a protocol developed by Watkins and colleagues that has been shown to effectively reduce levels of worry/ rumination and prevent relapse in individuals with residual depression. The training is based on (1) experimental research showing that dysfunctional forms of rumination are characterized by an abstract and evaluative style of processing, whereas functional forms processing are more concrete and process-focused and (2) evidence showing that rumination/worry are forms of avoidance. The training uses psycho-education, functional analysis, group discussion, experiential/imagery exercises and behavioral experiments designed to both facilitate a shift from dysfunctional ruminative thinking into the more helpful concrete thinking style and to increase approach behaviors. The internet-based training will be based on the same principles as the group training and will consist of the same basic strategies and exercises. However, no direct contact with a trainer or other participants will take place. The modules of the internet-based training will guide participants in a step-by-step way through the psychoeducation and the exercises practised in the rumination-focused approach, as well as allow participants to set and monitor their own homework.

The implementation of a targeted prevention program for adolescents and young adults with high trait levels of rumination/worry requires the easy identification of individuals in need for the intervention. Therefore, Study 2 aims to develop and evaluate a short 4-item screening measure for excessive rumination/worry that can be used to identify individuals at need of preventive interventions. The data collection will be embedded within the main randomized controlled trial and conducted in parallel with this main study.

If successful, the prevention program will improve quality of life for a substantial number of individuals and reduce the economic costs caused by depression and anxiety disorders, which are two of the five disorders identified to be related to the highest burden of disease in the VTV 2006. In addition, reducing levels of rumination/worry can be expected to also have an impact on other emotional disorders (e.g. eating disorders, substance use disorders, somatization) and therefore result in a relatively large health benefit.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website