Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

We analyseerden de richtlijnen van het NHG met betrekking tot preventieve activiteiten om deze vervolgens te gebruiken in een beslissingondersteunend systeem. Dit systeem, Sunrise, gaat uit van het elektronische dossier van de huisarts. Voor elke patiënt in de praktijk worden de medische gegevens geanalyseerd. Sunrise doet dit door de gegevens te vergelijken met de richtlijnen van het NHG. Per patiënt wordt bijgehouden of een situatie beschreven in de NHG richtlijnen zich voordoet (met andere woorden, of deze patiënt voldoet aan de criteria voor een preventieve actie zoals beschreven in de richtlijnen). Indien de patiënt voldoet aan deze criteria, dan gaat Sunrise na of de bijbehorende actie (bijvoorbeeld, het uitvoeren van vervolgonderzoek of het starten van een medicatie) daadwerkelijk is uitgevoerd. Indien deze actie niet is uitgevoerd, dan wordt deze door Sunrise aan het totaal van nog uit te voeren preventief handelen toegevoegd. De acties kunnen betrekking hebben op anamnese of lichamelijk onderzoek (bijvoorbeeld, een familieanamnese). Maar de acties zijn ook het aanvragen van laboratorium onderzoek (bijvoorbeeld aanvragen lipidenspectrum), het starten van medicatie (bijvoorbeeld starten van statines), of het verwijzen naar een specialist.

 

Het centrale scherm waarin Sunrise de resultaten presenteert is een “spreadsheet” waarbij op de horizontale as de (delen van) NHG richtlijnen vermeld staan, en op de verticale as de acties die in die richtlijnen benoemd zijn. Elke cel van het speadsheet bevat het aantal patiënten waarvoor de omstandigheden die in de richtlijn beschreven worden waar zijn, maar waarbij de bijbehorende actie nog niet is uitgevoerd. Nadat de huisarts in dit centrale scherm van Sunrise heeft aangegeven welke preventieve taken hij/zij wil gaan uitvoeren voegt Sunrise de informatie over de preventieve acties toe aan het dossier van een individuele patiënt. Deze informatie wordt zichtbaar zodra de gegevens van een patiënt worden geraadpleegd. Doel van deze functies is het ondersteunen van preventieve activiteiten in het kader van “reguliere” zorg. Met andere woorden, zodra de patiënt contact heeft met de praktijk verschijnt er een overzicht van nog openstaande preventieve activiteiten.

. De interventie studie is begin 2009 gestart. De studie is aangemeld (in Nederland) om later te kunnen publiceren. Daarna werd de studie voorgelegd aan de Medisch Ethische Commissie van het ErasmusMC. De MEC van het ErasmusMC gaf een “geen bezwaar” verklaring af. Er deden 77 huisartsen in 33 praktijken met de zorg voor 1498.957 patiënten mee met de studie. Het ontwerp van de interventie studie is een cluster- randomised trial.

 

De studie betrof het jaar 2009. De resultaten laten zien dat de huisartsen die de beschikking kregen over het Sunrise de protocollen voor preventie beter volgden: meer patiënten werden onderworpen aan preventieve zorg. Met andere woorden, in de interventie groep werd er meer aan preventie gedaan. De functies om delen van protocollen voorrang te geven over andere protocollen werd in de praktijk niet gebruikt. Met andere woorden, de mogelijkheid om delen van protocollen uit te schakelen voor bepaalde groepen patiënten om daarmee de werklast voor de praktijk te beperken werd niet gebruikt.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

We analyseerden de richtlijnen van het NHG met betrekking tot preventieve activiteiten om deze vervolgens te gebruiken in een beslissingondersteunend systeem. Dit systeem, Sunrise, gaat uit van het elektronische dossier van de huisarts. Voor elke patiënt in de praktijk worden de medische gegevens geanalyseerd. Sunrise doet dit door de gegevens te vergelijken met de richtlijnen van het NHG. Per patiënt wordt bijgehouden of een situatie beschreven in de NHG richtlijnen zich voordoet (met andere woorden, of deze patiënt voldoet aan de criteria voor een preventieve actie zoals beschreven in de richtlijnen). Indien de patiënt voldoet aan deze criteria, dan gaat Sunrise na of de bijbehorende actie (bijvoorbeeld, het uitvoeren van vervolgonderzoek of het starten van een medicatie) daadwerkelijk is uitgevoerd. Indien deze actie niet is uitgevoerd, dan wordt deze door Sunrise aan het totaal van nog uit te voeren preventief handelen toegevoegd. De acties kunnen betrekking hebben op anamnese of lichamelijk onderzoek (bijvoorbeeld, een familieanamnese). Maar de acties zijn ook het aanvragen van laboratorium onderzoek (bijvoorbeeld aanvragen lipidenspectrum), het starten van medicatie (bijvoorbeeld starten van statines), of het verwijzen naar een specialist.

 

Het centrale scherm waarin Sunrise de resultaten presenteert is een “spreadsheet” waarbij op de horizontale as de (delen van) NHG richtlijnen vermeld staan, en op de verticale as de acties die in die richtlijnen benoemd zijn. Elke cel van het speadsheet bevat het aantal patiënten waarvoor de omstandigheden die in de richtlijn beschreven worden waar zijn, maar waarbij de bijbehorende actie nog niet is uitgevoerd. Nadat de huisarts in dit centrale scherm van Sunrise heeft aangegeven welke preventieve taken hij/zij wil gaan uitvoeren voegt Sunrise de informatie over de preventieve acties toe aan het dossier van een individuele patiënt. Deze informatie wordt zichtbaar zodra de gegevens van een patiënt worden geraadpleegd. Doel van deze functies is het ondersteunen van preventieve activiteiten in het kader van “reguliere” zorg. Met andere woorden, zodra de patiënt contact heeft met de praktijk verschijnt er een overzicht van nog openstaande preventieve activiteiten.

. De interventie studie is begin 2009 gestart. De studie is aangemeld (in Nederland) om later te kunnen publiceren. Daarna werd de studie voorgelegd aan de Medisch Ethische Commissie van het ErasmusMC. De MEC van het ErasmusMC gaf een “geen bezwaar” verklaring af. Er deden 77 huisartsen in 33 praktijken met de zorg voor 1498.957 patiënten mee met de studie. Het ontwerp van de interventie studie is een cluster- randomised trial.

 

De studie betrof het jaar 2009. De resultaten laten zien dat de huisartsen die de beschikking kregen over het Sunrise de protocollen voor preventie beter volgden: meer patiënten werden onderworpen aan preventieve zorg. Met andere woorden, in de interventie groep werd er meer aan preventie gedaan. De functies om delen van protocollen voorrang te geven over andere protocollen werd in de praktijk niet gebruikt. Met andere woorden, de mogelijkheid om delen van protocollen uit te schakelen voor bepaalde groepen patiënten om daarmee de werklast voor de praktijk te beperken werd niet gebruikt.

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In de dagelijkse praktijk worden preventieve activiteiten meestal per categorale patiëntengroep ingezet. Hierbij moeten zorgverleners een keus maken voor welke groep zij hun capaciteit zullen inzetten en hoe zij de preventieve taken integreren met de dagelijkse patiëntenzorg en praktijkvoering. In toenemende mate wordt ICT ingezet ter ondersteuning van het uitvoeren van preventieve taken. Ook hierbij is echter sprake van het gebruik van modules die bedoeld zijn voor de opsporing van risicofactoren per categorale patiëntengroep, terwijl er een overlap kan bestaan tussen de verschillende risicofactoren per ziektecategorie. Idealiter ondersteunt ICT een individuele arts bij het uitvoeren van preventieve taken die toegespitst zijn op de specifieke populatie van diens praktijk. Tot nu toe echter gaat deze ICT ondersteuning alleen uit van aparte ziekte categorieën en wordt niet ingezet, bij beperkte beschikbaarheid van mens en middelen, voor optimale preventie activiteiten voor alle relevante ziektecategorieën in een specifieke populatie. In deze studie onderzoeken wij het effect van een computerondersteunde interventie die de arts in staat stelt preventieve taken uit te voeren toegespitst op een individuele populatie en uitgaande van lokale omstandigheden. Als uitgangspunt kiezen wij preventie als taak in het algemeen in plaats van preventie per ziektecategorie. In deze studie zullen wij A) Alle NHG standaarden analyseren op geadviseerde preventieve activiteiten B) Een computerondersteunde module ontwikkelen die een analyse maakt van de lokale populatie en procedures, de arts de mogelijkheid geeft een set preventieve activiteiten te definiëren en de arts ondersteunt bij het uitvoeren van die activiteiten C) Een gerandomiseerd onderzoek uitvoeren om de haalbaarheid van de interventie te onderzoeken.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De afgelopen verslagperiode heeft in het teken van het afronden van de software module en het testen van die module in een aantal praktijken gestaan. De module, Sunrise, gaat uit van het elektronische dossier. Voor elke patiënt in de praktijk worden de medische gegevens geanalyseerd. Sunrise doet dit door de gegevens te vergelijken met de richtlijnen van het NHG. Deze vergelijking is beperkt tot die delen van de richtlijnen die betrekking hebben op preventieve zorg. Per patiënt wordt bijgehouden of een situatie beschreven in de NHG richtlijnen zich voordoet (met andere woorden, of deze patiënt voldoet aan de criteria voor een preventieve actie zoals beschreven in de richtlijnen). Indien de patiënt voldoet aan deze criteria, dan gaat Sunrise na of de bijbehorende actie (bijvoorbeeld, het uitvoeren van vervolgonderzoek of het starten van een medicatie) daadwerkelijk is uitgevoerd. Indien deze actie niet is uitgevoerd, dan wordt deze door Sunrise aan het totaal van nog uit te voeren preventief handelen toegevoegd.

 

Het centrale scherm waarin Sunrise de resultaten presenteert is een “spreadsheet” waarbij op de horizontale as de (delen van) NHG richtlijnen vermeld staan, en op de verticale as de acties die in die richtlijnen benoemd zijn. Elke cel van het speadsheet bevat het aantal patiënten waarvoor de omstandigheden die in de richtlijn beschreven worden waar zijn, maar waarbij de bijbehorende actie nog niet is uitgevoerd. De acties kunnen betrekking hebben op anamnese of lichamelijk onderzoek (bijvoorbeeld, een familieanamnese). Maar de acties zijn ook het aanvragen van laboratorium onderzoek (bijvoorbeeld aanvragen lipidenspectrum), het starten van medicatie (bijvoorbeeld starten van statines), of het verwijzen naar een specialist. Nadat de huisarts in dit centrale scherm van Sunrise heeft aangegeven welke preventieve taken hij/zij wil gaan uitvoeren voegt Sunrise de informatie over de preventieve acties toe aan het dossier van een individuele patiënt. Deze informatie wordt zichtbaar zodra de gegevens van een patiënt worden geraadpleegd. Doel van deze functies is het ondersteunen van preventieve activiteiten in het kader van “reguliere” zorg. Met andere woorden, zodra de patiënt contact heeft met de praktijk verschijnt er een overzicht van nog openstaande preventieve activiteiten. Deze overzichten kunnen worden getoond aan zowel praktijkondersteuners (bijvoorbeeld, wanneer de huisarts een aantal taken heeft gedelegeerd) of aan de huisarts zelf (bijvoorbeeld, zodra het consult begint).

 

In het voorjaar van 2008 is de module in test gegaan. Bij een paar praktijken werd de module in de dagelijkse praktijk gebruikt. Bij deze test bleek dat de snelheid van de module niet adequaat was – het duurde tot 30 seconden voordat Sunrise het patiënt-gebonden preventiescherm (het scherm waarin de preventie-gerelateerde metingen en handelingen staan) toonde. Een dergelijke trage response van het systeem is niet acceptabel. In de daaropvolgende maanden is veel tijd besteed aan het versnellen van de module. Nu is de response tijd zo’n 3 seconden – nog steeds niet optimaal, maar in de praktijk werkbaar. De gebruikersinterface van Sunrise en de geboden functionaliteit zijn, in vergelijking met het derde voortgangsverslag niet wezenlijk gewijzigd, alleen is de software geoptimaliseerd om sneller te functioneren.

 

De interventie studie is eind 2008 gestart.

 

De studie is aangemeld (in de USA) om later te kunnen publiceren. Daarna werd de studie voorgelegd aan de Medisch Ethische Commissie van het ErasmusMC. De MEC van het ErasmusMC gaf een “geen bezwaar” verklaring af. Op dit moment doen 70 huisartsen mee met de studie – we pogen dit aantal nog wat te verhogen. De interventie studie wordt uitgevoerd conform de beschrijving van de studie bij onze oorspronkelijke aanvraag.

 

Het feit dat de interventiestudie nu daadwerkelijk begonnen is geeft voldoening. Dit project is moeizamer verlopen dat we aanvankelijk hadden geschat. De problemen leken geen einde te hebben: eerste de analyse van alle richtlijnen die moeizamer was dan we hadden voorzien, vervolgens de uitdaging van het vinden van een gebruikersinterface die geschikt was voor de huisartsen, en tenslotte het opnieuw moeten schrijven van het de software op de snelheid van het systeem te verhogen. Het gebruik van ICT om de dagelijkse praktijk te ondersteunen heeft enerzijds de potentie die zorg daadwerkelijk te verbeteren, maar kenmerkt zich anderzijds door een breed spectrum van technische problemen. Het is voor ons als ervaren onderzoekers op het gebied van beslissingsondersteunende systemen toch weer ontnuchterend hoe moeilijk deze projecten kunnen zijn. Het is goed te zien dat Sunrise haar uiteindelijke doel heeft bereikt: de module is nu onderwerp van de interventie studie.

 

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Prevention is usually positioned as a separate, disease-specific activity (prevention of diabetes mellitus, prevention of cardiac diseases, etc.). In daily practice, workers in the health care system and often even the target groups themselves have to integrate (or select between) these separate preventive activities and merge them with other activities (e.g., curative care).

 

Information and Communication Technology (ICT) is increasingly used to support preventive tasks. The intervention strategies developed for this purpose, however, are also characterized by a fragmented, disease oriented approach (one software module for cardiovascular screening, another module for diabetes, etc) -- even though the risk factors for individual diseases may overlap.

 

Ideally, ICT aids an individual practitioner to deliver an effective, integrated set of preventive activities tailored to the special characteristics of the population served by that individual practitioner. As illustrated by the separate disease-specific modules, current intervention strategies that use ICT to support preventive tasks are based on the prevention in the setting of an individual disease; these interventions do not address the issue of providing, in an environment characterized by limited resources, the optimal set of preventive activities for an individual population over all diseases.

 

In this study we will investigate the impact of an ICT-based intervention that allows the practitioner to tailor preventive activities to a local population and to local procedures. The intervention takes as starting point the generic activity prevention rather than prevention based on an individual disease. Rather than support preventive care in the context of an individual disease, we propose an intervention that supports selecting and tailoring prevention over multiple diseases to the characteristics of the local population in the light of the local circumstances.

 

In this study we will

 

a) prepare an inventory of the preventive activities documented in the guidelines of the Dutch College of General Practitioners,

b) develop an ICT-supported intervention that analyses the local population and procedures, allows the practitioner to define a set of preventive activities and supports the execution of those activities, and

c) conduct a randomized trial to study the feasibility of the intervention.

 

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website