Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In 2012 is op de soa poli’s in Amsterdam en Rotterdam met succes een pilot afgerond met online partnerwaarschuwing, waarbij soa patiënten een persoonlijke code kregen waarmee ze via een website een standaard sms of email konden sturen aan (ex-)partners. In Rotterdam is daarna een vervolgproject gestart om dit online systeem aan te passen voor gebruik in de huisartspraktijk.

Er is vooronderzoek gedaan onder professionals en soa patiënten naar barrières met betrekking tot (het bespreken van) partnerwaarschuwing en behoefte aan ondersteuning hierbij. Op basis van de uitkomsten zijn – aanvullend op de bestaande waarschuwingsmodule - verschillende online tools ontwikkeld om zowel professionals in de huisartspraktijk als soa-patiënten beter te ondersteunen bij (het bespreken van) partnerwaarschuwing, zoals filmpjes met voorbeeldgesprekken voor beide groepen, tips, en ervaringen van anderen. Vervolgens is de nieuwe site, www.partnerwaarschuwing.nl, getest in een pilot onder 78 professionals in de huisartspraktijk. Na een jaar hadden 18 professionals (23%) zelf codes aangemaakt voor in totaal 137 soa patiënten. Doktersassistenten met een speciaal spreekuur soa/seksuele gezondheid hadden de meeste codes aangemaakt. Van de patiënten met een code heeft 15% deze gebruikt om via de site partners te waarschuwen (gemiddeld 2,3 partners per patiënt).

Het gebruik door professionals in de huisartspraktijk is lager dan verwacht. Niettemin zijn er groepen professionals die het wel frequent gebruiken. Over het algemeen zijn de professionals positief over de site, evenals soa patiënten en gewaarschuwde partners. Ook het Nederlands Huisartsen Genootschap en hun Huisarts Adviesgroep Seksuele Gezondheid zien de site als een waardevol instrument om professionals in de huisartspraktijk te ondersteunen bij het bespreken en uitvoeren van partnerwaarschuwing. Er is dan ook besloten om de site verder te implementeren onder professionals in de huisartspraktijk in Nederland.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Door middel van interviews is onderzocht wat de huidige praktijken en barrières m.b.t. partnerwaarschuwing zijn onder 30 professionals in de huisartspraktijk. Zij noemen o.a. gebrek aan tijd, twijfel of de patiënt wel bereid is partners te waarschuwen, en privacy overwegingen. Soa-patiënten noemen in interviews o.a. barrières als geen (goed) contact met ex-partner(s), angst voor reactie van de partner, angst voor roddels, boosheid t.o.v. (ex-)partner, en gebrek aan contactgegevens van losse partners.

Op basis van dit vooronderzoek is er een nieuwe website gemaakt, www.partnerwaarschuwing.nl, met een online waarschuwingsmodule, tips, ervaringen van anderen, en filmpjes met voorbeeldgesprekken. Voor professionals bevat de website, naast informatie en veelgestelde vragen, eveneens filmpjes met voorbeeldgesprekken hoe men partnerwaarschuwing (inclusief de site) in het spreekuur kan bespreken. De site is getest in een pilot waaraan 78 professionals hebben meegedaan, gedurende (gemiddeld) 9 maanden. Van hen hebben uiteindelijk 18 professionals zelf codes aangemaakt (23%) voor in totaal 137 soa patiënten. Van de patiënten met een code heeft 15% deze gebruikt om via de site partners te waarschuwen.

Uit de evaluatievragenlijst blijkt dat het merendeel van de huisartsen de website wél wilden gebruiken, maar dat hun soa patiënten zelf hun partners wilden waarschuwen. Slechts 6 van de 39 professionals gaven aan de site niet gebruikt te hebben omdat het te ingewikkeld of tijdrovend was (15%). De professionals die de site wel gebruikt hebben vinden deze makkelijk, duidelijk, veilig, acceptabel en betrouwbaar. Professionals die de site niet hebben gebruikt vinden het toch een aanwinst voor de huisartspraktijk. De online vragenlijst onder 126 soa patiënten die via de site partners hebben gewaarschuwd laat zien dat zij zeer tevreden zijn over de site. Van hen had 56% minstens 1 partner via de site gewaarschuwd die men zonder de site niet zou hebben gewaarschuwd. Men heeft vooral seksmaatjes en eenmalige contacten gewaarschuwd via de site.

 

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In 2012 is op de soa poli’s in Amsterdam en Rotterdam met succes een proef afgerond met online partnerwaarschuwing voor mensen met een soa via de website www.suggestatest.nl. In Rotterdam is in december 2012 een vervolgproject gestart om dit online systeem aan te passen voor gebruik in de huisartspraktijk. Daarnaast worden er aanvullende middelen ontwikkeld om zowel professionals in de huisartspraktijk als soa-patiënten beter te ondersteunen bij (het bespreken van) partnerwaarschuwing. In dit eerste jaar is onderzoek gedaan naar barrières met betrekking tot partnerwaarschuwing en behoefte aan ondersteuning hierbij. Hiervoor zijn 30 professionals en 26 soa-patiënten geïnterviewd. Op basis van de uitkomsten van dit onderzoek worden nu verschillende tools ontwikkeld. Hierbij wordt onder andere nauw samengewerkt met het Nederlands Huisartsen Genootschap.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Door middel van groepsgesprekken, interviews en schriftelijke vragenlijsten is onderzocht wat de huidige praktijken en barrières m.b.t. partnerwaarschuwing zijn onder 30 professionals in de huisartspraktijk. Zij noemen o.a. gebrek aan tijd, twijfel of de patiënt wel bereid is partners te waarschuwen, en privacy overwegingen. Zij geven aan onder meer behoefte te hebben aan een protocol, achtergrondinformatie en filmpjes met voorbeeldgesprekken.

Soa-patiënten noemen in interviews o.a. barrières als geen (goed) contact met ex-partner(s), angst voor reactie partner, angst voor roddels, boosheid t.o.v. (ex-)partner, en gebrek aan contactgegevens van losse partners. Zij hebben behoefte aan tips over het waarschuwen van partners, filmpjes met voorbeeldgesprekken, informatie over soa en het voorkomen van soa, en chatten met een soa verpleegkundige.

 

 

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In the Netherlands, 75% of sexually transmitted infections (STIs) are diagnosed by general practitioners (GPs). Partner notification (tracing, testing and treating asymptomatic sexual partners) is a cornerstone in the prevention and control of STI: it yields a higher rate of STIs compared to screening the general population; it reduces re-infections in index patients as well as complications such as tubal infertility and ectopic pregnancy; and it prevents further transmission of STIs.

 

Although the GP is a key player in the STI field, surprisingly little is known about practices of Dutch GPs. According to Dutch guidelines, GPs are supposed to discuss partner notification with their STI patients. It is assumed that after prescription of treatment for the index patient, treatment of the regular partner and partner notification is discussed. GPs often mention lack of time and skills to do so, or they are confronted with other barriers such as discomfort discussing sexual matters, uncertainty over patients’ willingness to contact their partners, and concerns about breaching patients’ privacy. GPs indicate a need for supporting tools, and prefer these tools to be web-based. In literature, restraining factors are also described for STI patients notifying sex partners, such as embarrassment and stress, fear for the reaction of the notified partner, fear for gossiping, and the inability to physically trace casual and anonymous partners. STI patients also indicate a need for tools that support them in partner notification.

 

In this pilot study we want to promote partner notification in the general practice, by adapting and further develop an existing online tool, to overcome barriers in partner notification for general practitioners as well as their STI patients. We want to pilot-test this tool with 30 general practitioners in Rotterdam.

 

In the needs assessment phase (4 months), we will explore GPs’ current practices and barriers and need for support tools, and investigate how such tools could be used and implemented in the general practice. To this end, we will have 3 focus group discussions with a total of 15 GPs working in low SES areas of Rotterdam, and we will send an online survey to all GPs in Rotterdam with known e-mail address (estimated to be around 300). We will also explore STI patients’ barriers for partner notification and needs for online tools, supporting face-to-face partner notification as well as automated online partner notification through new technologies as SMS text messaging and e-mails. To this end we will interview 25 STI patients, derived from both the GP setting as the STI clinic setting.

 

In the development phase (6 months), we will adapt the online tool ‘Suggest a Test’, which is designed for use in the STI clinic setting, to be used in the GP setting. The current tool, which focuses on automated online partner notification through new technologies, will be extended with practical skill-building and information-giving tools for both the GPs, and STI patients and their partners. It will contain E-learning instruction modules, “how-to” animations, and information elements, for GPs and STI patients. The tool will be pre-tested among GPs and STI patients.

 

In the evaluation phase (8 months), we will pilot-test the new tool. Around 30 general practitioners in Rotterdam (30 fte, full-time equivalent) will use it for 4 months, in this period they together see about 180-240 STI patients (1.5 to 2 a month). The GPs will be surveyed online (by receiving an e-mail with an internet-link) at the end of this period, to assess their ease of use and acceptability of the tool. STI patients and notified partners will be surveyed online at the end of their (first) visit to the website, to asses their ease of use and acceptability of the tool. Also, actual use of the site will be analyzed (how many GPs and patients visited the site, which elements did they see, how long did they stay at the site, etc).

 

We will consider the tool effective, if all 3 of the following requirements are met: 1) 50% of GPs and 50% of STI patients report to have used at least one element of the tool; 2) Both GPs and STI patients find the tool easy to use and acceptable; 3) 30% of STI patients report to have notified more partners using this tool then they would have done without this tool (self-reported efficacy). If the tool proves to be effective, we will collaborate with the NHG/SeksHAG and the RIVM, to realize further implementation.

 

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website