Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Samenvatting

Met het ‘Park of Perk?’ project is inzicht verkregen in de kenmerken van de openbare ruimte die lichamelijke activiteit stimuleren dan wel beperken. Ook zijn maatregelen ontwikkeld die ingezet kunnen worden om buurten beweegvriendelijk in te richten. De vraagstellingen die in het project centraal stonden waren:

1) Wat is de beleving en waardering van de openbare ruimte?

2) Hoe wordt er in de openbare ruimte bewogen?

3) Waarom kiezen mensen bepaalde routes en vervoersmiddelen?

4) Wat zijn bevorderende en belemmerende factoren voor bewegen in de openbare ruimte?

5) Hoe kan een wijk beweegvriendelijk worden ingericht?

 

Het daadwerkelijke gebruik van de woonomgeving voor alledaagse activiteiten is geïnventariseerd met behulp van GPS-tracking. 111 respondenten, bestaande uit jongeren (13-17), volwassenen (30-50) en ouderen (60-80), uit vier geselecteerde Amsterdamse buurten (Van de Pekbuurt (Amsterdam Noord), Indische Buurt (Amsterdam-Oost), De Punt (Amsterdam-Nieuw-West), Buurt 5 (Amsterdam Nieuw-west)) hebben gedurende 5 dagen een GPS-apparaat gedragen waarmee kon worden nagegaan welke routes en plekken in de buurt gebruikt werden. Om inzicht te krijgen in de beleving en waardering van de buurt en de motieven voor de keuze van een bepaalde route en vervoersmiddel zijn diepteinterviews afgenomen bij alle mensen die het GPS apparaat hebben gedragen.

In de laatste fase van het onderzoek zijn de resultaten van de GPS-analyses en kwalitatieve interviews, met behulp van een Delphi studie, vertaald naar maatregelen die door gemeenten kunnen worden ingezet om buurten beweegvriendelijk in te richten.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Uit het Park of Perk? onderzoek blijkt dat de inrichting van buurten van invloed is op het beweeggedrag van mensen. Hierbij zijn met name 6 factoren van belang: winkelvoorzieningen, groenvoorzieningen, verkeerssituatie, sociale cohesie en sociale veiligheid.

 

Gebaseerd op onze resultaten kunnen we stellen dat een beweegvriendelijke wijk de volgende aspecten heeft:

• Voldoende en kwalitatief goede winkels op loopafstand

• Winkels die afgestemd zijn op de wensen van de bevolking

• Een park dat activiteiten en faciliteiten biedt

• Groen dat multifunctioneel wordt ingezet (bv door middel van een geveltuin of moestuin)

• Brede wandel- en fietspaden

• Aparte fietspaden

• Verkeersveilige kruispunten/ rotondes

• Meer fietsenstallingen

• Gevarieerde & avontuurlijke speelplekken

• Groene speelplekken

• Goed verlichte straten

• sociale activiteiten om de sociale cohesie onder buurtbewoners te stimuleren

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Investering in het verbeteren van de openbare ruimte zou bewegen in buurten kunnen stimuleren. De vraag is welke investeringen in de openbare ruimte het best gedaan kunnen worden om bewegen te stimuleren.

 

Uit het “De Gezonde Wijk”-onderzoek kwam naar voren dat er aanzienlijke verschillen zijn in het beweeggedrag van bewoners uit verschillende geselecteerde buurten, zeker als het gaat om het te voet of te fiets bezoeken van voorzieningen in de wijk. Bij vergelijkbare loopafstanden naar de boodschappenwinkel bleken sommige wijken veel meer “actief transport” te genereren dan andere wijken. Maar uit dit onderzoek kon niet achterhaald worden waarom mensen bepaalde routes naar dagelijkse bestemmingen kiezen, en of ze bestemmingen combineren. Verder was onduidelijk waarom sommige mensen de fiets namen en sommigen de auto naar vergelijkbare bestemmingen op vergelijkbare afstand.

 

Het doel van dit project is inzicht te krijgen in de kenmerken van de openbare ruimte die lichamelijke activiteit stimuleren dan wel beperken om hiermee tot specifieke adviezen voor bewegingsvriendelijk bouwen te komen. De vraagstellingen die hierbij centraal staan zijn: (1) Hoe wordt er in de openbare ruimte bewogen? (2) Wat is de beleving en waardering van deze ruimte? en (3) Wat zijn bevorderende

en belemmerende factoren voor bewegen in de openbare ruimte?

 

Het daadwerkelijke gebruik van de woonomgeving voor alledaagse activiteiten zal worden geïnventariseerd met behulp van GPS-tracking. Jongeren (13-17), volwassenen (30-50) en ouderen (60-80) worden gevraagd om gedurende zeven dagen een GPS-apparaat te dragen waarmee de onderzoekers kunnen nagaan welke routes en plekken zij in de buurt gebruiken. Voor het beantwoorden van de vraag waarom mensen een bepaald vervoermiddel kiezen en om inzicht te krijgen in de beleving en waardering van de eigen woonomgeving zullen diepte-interviews worden afgenomen en focusgroepsgesprekken worden georganiseerd.

Aan de hand van de resultaten uit dit onderzoek zullen, met behulp van een Delphi studie, richtlijnen worden ontwikkeld voor gemeenten die buurten beweegvriendelijk willen inrichten.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het Park of Perk? Project bestaat uit verschillende fase. Op dit moment zijn we druk bezig met Fase 0 en Fase 1A en 1B.

 

Fase 0: Selectie van wijken

In samenwerking met de begeleidingscommissie (bestaande uit vertegenwoordigers van de Dienst Ruimtelijke Ordening van de gemeente Amsterdam, GGD Amsterdam, INBO en Planbureau van de Leefomgeving) zijn een viertal buurten geselecteerd waarin het onderzoek plaats gaat vinden.

 

De gekozen buurten:

• Komen qua typologie meer voor in Nederland, zodat de resultaten ook elders in Nederland toepasbaar zijn

• Kunnen op korte of middellange termijn onderdeel kunnen worden van stadsvernieuwingsplannen

• Zijn vergelijkbaar qua demografische samenstelling, in die zin dat alle buurten gekenmerkt worden door een groot aantal bewoners met een lage sociaaleconomische status.

• De buurten verschillen in soort woningbouw, groen en parkeerdruk.

 

Uiteindelijk is gekozen voor de volgende buurten:

• Van der Pekbuurt (Amsterdam Noord);

• De Punt (Osdorp)

• Buurt 5 (Geuzenveld/ Slotermeer)

• Indische Buurt (Zeeburg).

 

Fase 0: selectie van respondenten

In augustus zijn we begonnen met het werven van respondenten die een week lang met een GPS apparaat willen lopen en daarna willen deelnemen aan een semi-gestructureerde interview. In totaal moeten voor deze fase 120 respondenten geworven worden (in elke buurt 10 mensen per leeftijdscategorie).

Voordat de veldwerkers bij de buurtbewoners langsgingen hebben ze eerst een informatiefolder bij de bewoners in de bus gedaan (zie bijgevoegde informatiefolder). Bij deze informatiefolder werd ook een antwoordkaart geleverd waarop de mensen konden aangeven of ze al dan niet wilden meewerken aan het onderzoek.

Helaas bleek de deur-tot-deur methode niet de meest efficiënte methode te zijn om mensen te werven. Veel mensen waren niet thuis of deden niet open. Dit terwijl er op diverse tijdstippen was geworven. Vooral het werven van jongeren en ouderen was lastig via deze methode. Uiteindelijk is daarom besloten om de jongeren en ouderen te werven door hen op straat aan te spreken

 

Op dit moment zijn 115 van de 120 respondenten geworven.

Uit de achtergrondgegevens, die via een vragenlijst zijn verzameld, blijkt dat de meeste respondenten vrouw zijn (64%) en dat, zoals verwacht kon worden, het merendeel van de respondenten een lage sociaaleconomische status heeft.

 

GPS tracking

Om het daadwerkelijke gebruik van de woonomgeving in kaart te brengen is gebruik gemaakt van een GPS tracking. Voor de keuze van het juiste GPS apparaat zijn verschillende apparaten door de hoofdonderzoekers van het project uitgetest. Uiteindelijk is gekozen voor de GPS Travel recorder Qstarz BT-Q1000X.

 

Uit de GPS gegevens is erg goed af te lezen welke routes respondenten precies hebben genomen.Daarnaast kan ook de snelheid waarmee een bepaalde routes zijn genomen worden afgelezen. Hiermee kan bepaald worden welk vervoersmiddel de respondenten precies genomen hebben.

 

Op dit moment wordt bekeken hoe de GPS gegevens het best geanalyseerd kunnen worden. Hiervoor hebben we contact met de DRO van de gemeente Amsterdam. Zij hebben ons gedetailleerde GIS gegevens gegeven van alle betrokken buurten. Bij de analyse van de GPS apparaten zal samengewerkt worden met studenten Sociale Geografie van de Universiteit van Amsterdam.

 

Dagboekjes

Om de GPS data te kunnen interpreteren houden de respondenten een dagboekje bij waarin zij in grote lijnen aangeven welke activiteiten ze die dag hebben ondernomen.

 

Semi gestructureerde interviews

Nadat de respondenten een week lang het GPS apparaat bij zich hebben gedragen, zijn zij door de veldwerkers geïnterviewd. In het interview werd gevraagd naar de beleving en waardering van de buurt. Daarnaast werd de respondenten gevraagd of zij op de kaart konden aangeven wat positieve en negatieve plekken in de buurt waren.

Ook werd gevraagd naar de tevredenheid met verschillende voorzieningen. Aan de hand van de resultaten van het GPS apparaat werd gevraagd naar het gebruik van de openbare ruimte en naar de motieven voor de keuze voor een bepaald vervoersmiddel. Tot slot, werd in het kader van de toekomstverkenning gevraagd of men nog ideeën had voor hoe de buurt beweegvriendelijker kon worden ingericht. (zie bijgevoegd kwalitatief interview).

 

We zijn op dit moment druk bezig met het labellen van de interviews. Hiervoor hebben verschillende onderzoekers enkele interview bekeken om zo tot een lijst van labels te komen (zie bijgevoegde codeboom).

 

Focusgroepen

Eind juni zullen de focusgroepgesprekken in de buurten plaats gaan vinden.

 

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Investering in het verbeteren van de openbare ruimte kan een belangrijke stimulans betekenen voor de bewegingsvriendelijkheid van buurten. De vraag is echter op welke wijze deze investeringen het beste renderen.

Uit het “De Gezonde Wijk”-onderzoek kwam naar voren dat er aanzienlijke verschillen zijn in het beweeggedrag van bewoners uit verschillende geselecteerde buurten, zeker als het gaat om het te voet of te fiets bezoeken van voorzieningen in de wijk. Bij vergelijkbare loopafstanden naar de boodschappenwinkel bleken sommige wijken veel meer “actief transport” te genereren dan andere wijken. Maar uit dit onderzoek kon niet achterhaald worden waarom mensen bepaalde routes naar dagelijkse bestemmingen kiezen, en of ze bestemmingen combineren. Verder was onduidelijk waarom sommige mensen de fiets namen en sommigen de auto naar vergelijkbare bestemmingen op vergelijkbare afstand.

Het doel van dit project is inzicht te krijgen in de kenmerken van de openbare ruimte die lichamelijke activiteit stimuleren dan wel beperken om hiermee tot specifieke adviezen voor bewegingsvriendelijk bouwen te komen. De vraagstellingen die hierbij centraal staan zijn: (1) Hoe wordt er in de openbare ruimte bewogen? (2) Wat is de beleving en waardering van deze ruimte? en (3) Wat zijn bevorderende en belemmerende factoren voor bewegen in de openbare ruimte?

Het daadwerkelijke gebruik van de woonomgeving voor alledaagse activiteiten zal worden geïnventariseerd met behulp van GPS-tracking. Jongeren, volwassenen en ouderen worden gevraagd om gedurende vijf dagen (twee weekenddagen en drie doordeweekse dagen) een apparaatje te dragen waarmee de onderzoekers kunnen nagaan welke routes en plekken zij in de buurt gebruiken. Voor het beantwoorden van de vraag waarom mensen een bepaald vervoermiddel kiezen en om inzicht te krijgen in de beleving en waardering van de eigen woonomgeving zullen diepte-interviews worden afgenomen en focusgroepgesprekken worden gevoerd.

Aan de hand van de resultaten uit dit onderzoek zullen in samenwerking met betrokken partijen stedenbouwkundige richtlijnen worden ontwikkeld die gemeenten kunnen gebruiken bij het ruimtelijke ordening beleid.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website