Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Dit rapport beschrijft onderzoek naar het gehoor van jongeren tussen 12 en 20 jaar, die zich met enige regelmaat blootstellen aan muzieklawaai. Het onderzoek betreft: a) het bepalen van de meest geschikte meetmethode, b) de gedragsdeterminanten, c) het bepalen van de lange-termijn effecten qua gehoor.

De meest opvallende resultaten zijn:

a) Qua onderzoeksinstrument is en blijft de toonaudiometrie het meest betrouwbaar.

b) Qua gedrag valt het volgende ’t meest op:

1) Jongeren dragen veelvuldig persoonlijke muziekspelers op hoge geluidniveaus en ze bezoeken regelmatig disco’s en schoolfeesten met harde muziek.

2) Jongeren zijn zich meer bewust dan enkele jaren geleden van het risico van blootstelling aan te hard muzieklawaai, maar ze verbinden er nog nauwelijks consequenties aan, ze veranderen hun gedrag niet of nauwelijks, ze weten van het bestaan van gehoorbescherming maar het toepassen ervan neemt slechts heel langzaam toe.

3) Het opleidingsniveau lijkt te correleren met overige beïnvloedende factoren, zoals elkaar aanmoedigen om harde muziek leuk te vinden, lang naar harde muziek luisteren, drankgebruik: lager opleidingsniveau, meer risico.

c) 477 jongeren namen deel aan de initiële metingen, 289 jongeren hebben de uitvoerige gedragsvragenlijst ingevuld, en tot op het moment van het schrijven van dit verslag hebben 149 jongeren deelgenomen aan de slotmetingen, 5 jaar na de initiële metingen.

d) Lange-termijn effect: het gemiddelde audiogram vertoont in het hoge spraakgebied 5 dB (extra) gehoorverlies na verloop van 5 jaar met blootstelling aan muzieklawaai, dit effect is significant.

e) Tinnitus: door blootstelling aan muzieklawaai klaagt de helft van alle jongeren over ’n piep in de oren, en bij gemiddeld 8% van de jongeren is die piep blijvend.

Aanbevelingen:

1) adequate voorlichting op de basisschool

2) aandacht voor gehoor tijdens contactmomenten jeugdarts basisschool en VO

3) handhaving maatregelen convenant in disco’s, etc. met betrekking tot lawaainiveau, beschikbaarstelling van gehoorbescherming, informatievoorziening, etc.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De meest opvallende resultaten zijn:

a) Qua onderzoeksinstrument is en blijft de toonaudiometrie het meest betrouwbaar. Het meten van oto-akoestische emissies is veelbelovend, zou qua gehoorscreening gebruikt kunnen worden, maar er is nog onvoldoende evidence om als screeningsinstrument voor deze populatie te dienen.

b) Qua gedrag valt het volgende ’t meest op:

1) Jongeren dragen veelvuldig persoonlijke muziekspelers op hoge geluidniveaus en ze bezoeken regelmatig disco’s en schoolfeesten met harde muziek.

2) Jongeren zijn zich meer bewust dan enkele jaren geleden van het risico van blootstelling aan te hard muzieklawaai, maar ze verbinden er nog nauwelijks consequenties aan, ze veranderen hun gedrag niet of nauwelijks, ze weten van het bestaan van gehoorbescherming maar het toepassen ervan neemt slechts heel langzaam toe.

3) Het opleidingsniveau lijkt te correleren met overige beïnvloedende factoren, zoals elkaar aanmoedigen om harde muziek leuk te vinden, lang naar harde muziek luisteren, drankgebruik: lager opleidingsniveau, meer risico.

c) 477 jongeren namen deel aan de initiële metingen, 289 jongeren hebben de uitvoerige gedragsvragenlijst ingevuld, en tot op het moment van het schrijven van dit verslag hebben 149 jongeren deelgenomen aan de slotmetingen, 5 jaar na de initiële metingen. Het kost enorm veel moeite om jongeren, zeker op de leeftijd van 17-20 jaar, te motiveren om, m.n. aan slot-metingen mee te doen. Zelfs na heel veel aandringen is die bereidheid er maar mondjesmaat.

d) Lange-termijn effect: het gemiddelde audiogram vertoont in het hoge spraakgebied 5 dB (extra) gehoorverlies na verloop van 5 jaar met blootstelling aan muzieklawaai, dit effect is significant; de hoeveelheid blootstelling, regelmatig geluidsniveaus (Leq) tot 110 dB(A), gemeten met dosimetrie, levert geen significant audiometrisch verschil op.

e) Tinnitus: door blootstelling aan muzieklawaai klaagt de helft van alle jongeren over ’n piep in de oren, en bij gemiddeld 8% van de jongeren is die piep blijvend.

f) Overige bevindingen, metingen met oto-akoestische emissies, suisanalyse, spraak-in-ruis metingen leveren interessante resultaten op, maar zijn nog niet geschikt als gehoorscreeningsinstrument bij jongeren. Nadere analyse en onderzoek kan dit verbeteren.

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Dit project bestaat uit drie onderdelen die zich elk op een aspect van gehoorschade door muzieklawaai bij jongeren richten: deel A (screening) richt zich op vroege detectie van gehoorschade door muzieklawaai, deel B (gedrag) op de belangrijkste factoren die gedrag ten aanzien van bloot-stelling aan muzieklawaai beïnvloeden en deel C (lange termijn schade) richt zich op gehoorproblemen die op de lange termijn ontstaan door blootstelling aan muzieklawaai. De onderlinge samenhang tussen de drie onderdelen wordt ook onderzocht bij deels dezelfde steekproef en voor zover mogelijk met dezelfde meettechnieken en/of –instrumenten. De jongeren zijn verdeeld in drie groepen: 1) jongeren die zich vaak aan muzieklawaai blootstellen, 2) jongeren die dat regelmatig (maar niet vaak) doen en 3) jongeren die zich nooit of bijna nooit aan muzieklawaai blootstellen. Op dit moment, voorjaar 2014, is deel A afgerond, en in deel C is het gehoor van 471 jongeren (verdeeld over de drie groepen) uitgebreid getest volgens het meetinstrument zoals dat in deel A ontwikkeld is. Deze gehoormetingen zullen binnen vijf jaar bij dezelfde groep jongeren herhaald worden om de effecten van blootstelling aan lawaai op de lange termijn in kaart te brengen. In de afgelopen periode is deel B aan de orde gekomen en zijn de meeste jongeren middels een uitgebreide vragenlijst ondervraagd over hun gedrag ten aanzien van hard geluid, en wordt de geluidsblootstelling d.m.v. geluidsdosismetingen in kaart gebracht.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Sinds het vorige verslag hebben uitvoerige metingen plaatsgevonden met de geluidsdosismeter, ER-200-D, bij 'n beperkte deelpopulatie . Hierover is 'n uitgebreid verslag geschreven, waarvan de inhoud, inleiding, resultaten en literatuur opgenomen zijn in de bijlage. Uit dit verslag blijkt dat de geluidsdosismetingen adequate informatie verschaffen over de gemiddelde wekelijkse blootstelling aan muzieklawaai. Bovendien is op verzoek van onze Commissie Medische Ethiek 'n Investigational Medical Device Dossier opgesteld m.b.t. het op de juiste wijze hanteren van deze geluidsdosismeters, zie bijlage. Tenslotte bereiden we ons voor om ervoor te zorgen dat er vanaf zomer 2014 slotmetingen (deel C, inclusief geluidsdosimetrie) kunnen plaatsvinden bij zoveel mogelijk deelnemende jongeren (proefpersonen). Om financiële redenen is de inzet van projectmedewerkers gedurende het afgelopen (verslag)jaar minimaal geweest.

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Dit project richt zich op drie verschillende aspecten van gehoorschade bij jongeren die worden bloot-gesteld aan veel lawaai of hoge lawaainiveaus: vroege detectie van lawaaislechthorendheid (deel SCREENING), de belangrijkste factoren die het gedrag van jongeren bepalen ten aanzien van hun keuze om zich aan lawaai bloot te stellen (deel GEDRAG) en de lange termijn effecten ten aanzien van de ervaren problemen in de auditieve communicatie ten gevolge van gehoorschade (deel LANGE-TERMIJN SCHADE). De verschillende aspecten zullen worden onderzocht in hun onderlinge sa-menhang, omdat de verschillende onderdelen grotendeels zullen worden onderzocht in dezelfde popu-latie, gebruikmakend van dezelfde meettechnieken c.q. instrumenten.

 

Ieder deel-project kent een aantal innoverende aspecten:

" In het deel SCREENING zal de validiteit van twee nieuwe screeningsmethoden, te weten oto-akoestische emissies (OAE) en frequentieresolutie worden onderzocht in relatie tot de traditi-onele screeningsaudiometrie. Ook zal er aandacht worden besteed aan een tweetal andere ma-nifestaties van gehoorschade, te weten oorsuizen (tinnitus) en een toegenomen gevoeligheid van hard geluid (hyperacusis).

" In het deel GEDRAG zal aandacht worden geschonken aan de relatie tussen attitudes en ge-drag (cognities, affecten), aan emotie- en stressproblematiek in groepen (groepsgedrag, socia-le dilemma's), aan motivatie, sociale cognitie en perceptie in relatie tot groepskenmerken en aan groepsdynamica en sociale processen.

" In het deel LANGE-TERMIJN SCHADE zal een prospectieve longitudinale studie worden uitgevoerd onder jongeren die een regelmatig aan lawaai bloot staan. In deze studie zullen 400 jongeren met een belast lawaaigedrag tussen de 15 en 20 jaar worden gevolgd voor een perio-de van tenminste 60 maanden. Het onderzoek richt zich op hun lawaaibelasting, de staat van hun gehoor en de subjectief ervaren hoorproblemen. High-risk jongeren zullen worden gese-lecteerd op basis van het actief deelnemen aan activiteiten met luide muziek. In dit deelproject zal worden gewerkt met een combinatie van audiometrische tests, vragenlijsten op het gebied van horen en lawaaigerelateerde gedrag en objectieve dosimetrie.

 

Het onderzoek zal antwoord geven op de volgende vragen:

" Kan bij de screening op gehoorschade door lawaai het toonaudiogram beter en veilig worden vervangen door een meting van de oto-akoestische emissies?

" Welke gedragscomponenten zijn bepalend voor de houding van jongeren ten opzichte van schadelijk hard geluid en wat zijn de mogelijkheden om dit gedrag te beïnvloeden?

" Wat is de grootte van de (middel)lange termijn effecten (5 jaren) in een risico groep, die ge-durende deze periode longitudinaal wordt gevolgd, zowel objectief als subjectief?

" Wat is de relatie tussen de opgelopen schade aan het gehoor en de expositie, gemeten bij de-zelfde personen?

 

Het project zal duidelijker dan in tot nu toe uitgevoerd onderzoek beantwoorden: wat is de impact van gehoorschade door te hard geluid bij jongeren? Waarom hebben jongeren de neiging zich aan te hard lawaai bloot te stellen? Welke aanpak moet gekozen worden om dit gedrag te beïnvloeden?

 

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website