Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Intersectorale kosten en baten van Preventie: Een rekeninstrument

 

Preventieve interventies in de gezondheidszorg leiden vaak tot kosten of baten in andere sectoren, zoals onderwijs en justitie. Het doel van dit onderzoek was het inzichtelijk maken van deze zogenaamde ‘intersectorale’ kosten en baten (IKB’en). Gegeven dit doel is onderzoek gedaan naar methoden om IKB’en te identificeren en classificeren (fase 1), gevolgd door de ontwikkeling van een rekeninstrument (fase 2) en de toepassing van dit instrument op een specifieke casus (fase 3).

 

Fase 1:

Voor het verkrijgen van een overzicht van de genoemde kosten en baten is een exploratieve literatuurstudie uitgevoerd en een classificatieschema ontwikkeld. Op basis van de literatuurstudie konden meer dan 70 unieke typen IKB’en worden geïdentificeerd. Deze zijn geclassificeerd onder vier sectoren: onderwijs; arbeid en sociale zekerheid; veiligheid en justitie; huishouden en vrije tijd. Aanvullend zijn interviews verricht met (inter)nationale wetenschappelijke experts op het gebied van o.a. geestelijke gezondheidseconomie, vaccinatie en gezondheidsbevordering. Hierin zijn experts gevraagd feedback te geven op het schema.

 

In fase 2 is een rekeninstrument ontwikkeld, waarmee de IKB’en in monetaire waarden uitgedrukt kunnen worden. Voor de waardering van geselecteerde IKB’en zijn kostprijzen nodig, die via diverse methoden zijn verkregen. Aandacht ging voornamelijk uit naar kosten- en batenposten binnen de sectoren ‘onderwijs’ en ‘veiligheid en justitie’. Naast het feit dat zij een groot deel kunnen vormen van de totale IKB’en, is er over de waardering van deze IKB’en – in tegenstelling tot die binnen de overige sectoren - tot nog toe nog het minste bekend.

Het rekeninstrument bestaat uit diverse kostprijstabellen en een beschrijving van de gehanteerde werkwijzen voor kostprijsbepaling. Samen met de resultaten uit de andere onderzoeksfases, is het rekeninstrument opgenomen in een speciaal daarvoor ontwikkelde handleiding, getiteld: “Handleiding intersectorale kosten en baten van (preventieve) interventies: classificatie, identificatie en kostprijzen” (Drost et al., 2014). Deze handleiding is vrij toegankelijk en kan door iedereen worden gedownload van de volgende website: www.maastrichtuniversity.nl/hsr (dan kiezen voor “publications HSR”; vervolgens voor “reports HSR 2014”).

 

Fase 3:

Om de implicaties voor – en gebruiksvriendelijkheid van - het rekeninstrument nader te kunnen bepalen, zijn de handleiding, kostprijzen en methoden voor kostprijsbepaling meerdere malen ter validatie aan diverse experts/eindgebruikers uit verschillende doelgroepen voorgelegd. In 2013 heeft daarnaast een expertbijeenkomst plaatsgevonden, waarin een tussentijdse versie van de hele handleiding is voorgelegd aan zowel beleidsmakers als wetenschappers, waaronder vertegenwoordigers van het Centraal Planbureau (CPB), het ministerie van VWS, het Trimbos Instituut en vooraanstaande gezondheidseconomen en HTA-experts. Vervolgens is het rekeninstrument toegepast op een specifieke casus uit een extern onderzoeksproject. Laatstgenoemd project betreft een studie naar de effecten van ondersteuning in de vorm van basiszorgcoördinatie voor ouders met psychische problemen (SOOPP-project). In samenwerking met medewerkers van het SOOPP-project is een casusbeschrijving opgesteld en in de handleiding opgenomen. Op basis van de casusbeschrijving wordt, aan de hand van een rekenvoorbeeld, de werking van het rekeninstrument, geïllustreerd.

Zowel de toepassing op deze casus als de suggesties van experts laten zien dat de bruikbaarheid van het instrument mede wordt bepaald door de mate waarin de kostprijseenheden zijn afgestemd op gebruikelijke meeteenheden. Verder blijkt dat - aangezien IKB’en voortkomen uit het gezondheidseffect van een interventie - de handleiding niet alleen geschikt is voor de identificatie en waardering van IKB’en van verschillende preventieve interventies. Ook de IKB’en die voortkomen uit medische interventies en interventies gericht op verzorging kunnen hiermee worden bepaald.

Omdat IKB’en vaak nog niet of nauwelijks worden meegenomen in economische evaluaties, is het aan te bevelen nog verder onderzoek te verrichten, o.a. naar het aantal, soort en relatieve en absolute gewicht van IKB’en binnen verschillende interventies en aandoeningen. Ook de manier waarop IKB’en kunnen worden gemeten en welke meetinstrumenten hier het beste bij gehanteerd kunnen worden, zou nader onderzocht moeten worden. Daarnaast is het aan te bevelen verder te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om tot uptake van IKB’en binnen economische evaluaties te komen. Vanuit beleidsmatig perspectief is het interessant om verder na te gaan hoe IKB’en kunnen worden opgenomen binnen Maatschappelijke Kosten-Baten Analyses (MKBA’s), intersectoraal beleid en ‘health in all’ policies.

Onderhavig onderzoek is ingebed binnen een promotieonderzoek aan de Universiteit Maastricht, dat nog loopt tot 15 maart 2016.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Intersectorale kosten en baten van Preventie: Een rekeninstrument

 

Interventies gericht op preventie van ziekte of bescherming en bevordering van gezondheid vinden vaak plaats binnen een brede maatschappelijke context. Hierdoor hebben veel van deze interventies ook kosten of baten tot gevolg in andere sectoren dan de gezondheidszorg. Momenteel is nog maar weinig bekend over deze zogenaamde intersectorale kosten en baten (IKB’s). Dit komt mede door methodologische beperkingen (bestaande instrumenten kunnen vaak alleen gebruikt worden voor het bepalen van de kosten en baten binnen de gezondheidszorg) of andere restricties (studies waarin kosten en baten buiten de gezondheidszorg worden meegenomen, beperken zich vaak uitsluitend tot de arbeidssector). Een overzicht en classificatie van intersectorale kosten en baten ontbreekt echter nog vrijwel geheel.

 

Het doel van dit onderzoek was het inzichtelijk maken van de intersectorale kosten en baten van preventie (IKB’n). Gegeven dit doel is het onderzoek gestart met een identificatie en classificatie van IKB’n (fase 1), gevolgd door de ontwikkeling van een rekeninstrument (fase 2) en de toepassing van dit instrument op een specifieke casus (fase 3).

 

In fase 1 stond het identificeren en classificeren van intersectorale kosten en baten centraal. Voor het verkrijgen van een overzicht van de genoemde kosten en baten is een exploratieve literatuurstudie uitgevoerd en een classificatieschema ontwikkeld. Aanvullend zijn expert interviews verricht. De literatuurstudie resulteerde in 2558 titels, waarvan er 1991 werden geëxcludeerd op basis van titel en abstract. Van de resterende studies werden er uiteindelijk 52 geïncludeerd. Uit deze studies konden 71 typen IKB’s worden geïdentificeerd, variërend in niveau van detail. Deze werden in een schema geclassificeerd onder vier sectoren: onderwijs (14); arbeid en sociale zekerheid (20); justitie (25) en huishouden en vrije tijd (12). Daarnaast werd er een aparte categorie ‘individu en familie’ toegevoegd aan het schema ter representatie van de psychosociale effecten van ziekte of preventie. De genoemde vier sectoren werden ook nog onderverdeeld in sub-categorieën, zoals ‘Pre-school’, ‘School’, ‘Werkloos’ en ‘Werkend’ om aan te geven wanneer welke IKB’en optreden. Op basis van de interviews werd besloten een levensloopdimensie aan het schema toe te voegen. Hiermee kan nader inzicht worden gegeven in welke IKB’s worden veroorzaakt door welke delen van de bevolking, namelijk ‘scholieren/studenten’, ‘beroepsbevolking’ en ‘gehele bevolking’.

 

Om de intersectorale kosten en baten in monetaire waarden te kunnen uitdrukken, is in fase 2 een rekeninstrument ontwikkeld. De bouwstenen van dit instrument (waaronder kostprijstabellen en hieraan gekoppelde checklists) zijn uitgebreid beschreven in een speciaal hiervoor ontwikkelde handleiding, getiteld “Handleiding intersectorale kosten en baten van (preventieve) interventies: classificatie, identificatie en kostprijzen” (Drost et al., 2014). Deze handleiding kan worden gedownload via www.maastrichtuniversity.nl/hsr (dan kiezen voor “publications HSR”; vervolgens voor “reports HSR 2014”). Omdat voor het overgrote deel nog geen gangbare kostprijzen bestonden, zijn de meeste kostprijzen zelf bepaald. De wijze waarop deze kostprijzen zijn bepaald en te raadplegen bronnen zijn eveneens uitgebreid beschreven in deze handleiding.

 

Om de implicaties voor – en gebruiksvriendelijkheid van - het rekeninstrument nader te kunnen bepalen, zijn in fase 3 diverse stappen doorlopen. Zo zijn de handleiding, kostprijzen en methoden voor kostprijsbepaling meerdere malen ter validatie aan diverse experts/eindgebruikers uit verschillende doelgroepen (waaronder beleidsmakers en onderzoekers) voorgelegd. Vervolgens is het rekeninstrument toegepast op een specifieke casus uit een onderzoeksproject, waarin een preventieve interventie in de vorm van ondersteuning voor ouders met psychische problemen (SOOPP-project) centraal staat.

 

Zowel de toepassing op deze casus als de suggesties van experts laten zien dat de bruikbaarheid van het instrument mede wordt bepaald door de mate waarin de kostprijseenheden zijn afgestemd op gebruikelijke meeteenheden. Daarnaast maakt de toepassing duidelijk dat - aangezien IKB’en voortkomen uit het gezondheidseffect van een interventie - de handleiding niet alleen geschikt is voor verschillende preventieve interventies, maar ook voor medische interventies en interventies gericht op verzorging.

 

Onderhavig onderzoek is ingebed binnen een promotieonderzoek aan de Universiteit Maastricht, dat nog loopt tot 15 maart 2016.

 

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Kosten en Baten van Preventie: Een instrument voor het berekenen van specifieke kosten en baten van preventie

 

Veel activiteiten gericht op preventie in de zorg hebben ook kosten of baten tot gevolg in andere sectoren, zoals sociale zaken, arbeid, justitie en onderwijs. Het doel van dit onderzoek is om deze zogenaamde ‘intersectorale’ kosten en baten van preventie inzichtelijk te maken. Beleidsmakers, wetenschappers en andere stakeholders kunnen deze informatie gebruiken om meer te weten te komen over de mogelijke gevolgen van preventie. Ze kunnen deze informatie ook gebruiken om keuzes te maken tussen verschillende preventieve interventies. Het onderzoek is gestart op 15 maart 2012 en bestaat uit drie fases. Tijdens de eerste fase is een uitgebreide literatuurstudie verricht en zijn interviews gehouden met (inter)nationale experts op verschillende gebieden van preventie waaronder vaccinatie, preventie van mentale stoornissen, gezondheidseconomische aspecten van preventie en gezondheidsbevordering. Dit heeft geresulteerd in een uitgebreid overzicht van verschillende intersectorale kosten en baten, die vervolgens in vier sectoren en diverse subgroepen nader zijn onderverdeeld. Het doel van de tweede fase is het maken van een handleiding waarin richtlijnen zijn beschreven die gebruikt kunnen worden voor het bepalen van de relevante intersectorale kosten en baten. Tenslotte, zullen deze richtlijnen in de derde fase worden toegepast op een praktijkcasus. Deze casus heeft betrekking op preventie van psychische aandoeningen bij kinderen met ouders die psychische problemen of verslavingsproblemen hebben, ook wel KOPP-kinderen genoemd. Het doel van deze fase is om na te gaan hoe goed en bruikbaar de geformuleerde richtlijnen zijn. Het onderzoek dat door ZonMw wordt gefinancierd, loopt nog tot 15 maart 2014. Het onderzoek is ingebed binnen een promotieonderzoek aan de Universiteit Maastricht, dat nog loopt tot 15 maart 2016.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Interventies gericht op preventie van ziekte of bescherming en bevordering van gezondheid vinden vaak plaats binnen een brede maatschappelijke context. Hierdoor hebben veel van deze interventies ook kosten of baten tot gevolg in andere sectoren dan de gezondheidszorg. Momenteel is nog maar weinig bekend over deze zogenaamde intersectorale kosten en baten (IKB’s). Dit komt mede door methodologische beperkingen (bestaande instrumenten kunnen vaak alleen gebruikt worden voor het bepalen van de kosten en baten binnen de gezondheidszorg) of andere restricties (studies waarin kosten en baten buiten de gezondheidszorg worden meegenomen, beperken zich vaak uitsluitend tot de arbeidssector). Een overzicht en classificatie van intersectorale kosten en baten ontbreekt echter nog vrijwel geheel.

In fase 1 van onderhavig onderzoek stond het identificeren en classificeren van intersectorale kosten en baten dan ook centraal. Voor het verkrijgen van een overzicht van de genoemde kosten en baten is een exploratieve literatuurstudie uitgevoerd en een classificatieschema ontwikkeld. Aanvullend is een zevental interviews verricht met (inter)nationale wetenschappelijke experts op het gebied van o.a. geestelijke gezondheidseconomie, vaccinatie en gezondheidsbevordering. Op basis van vooraf bepaalde open vragen, is deze experts gevraagd om feedback te geven op de geïdentificeerde en geclassificeerde intersectorale kosten en baten.

De literatuurstudie resulteerde in 2558 titels, waarvan er 1991 werden geexcludeerd op basis van titel en abstract. Van de resterende studies werden er uiteindelijk 52 geïncludeerd. Uit deze studies konden 71 typen IKB’s worden geïdentificeerd, variërend in niveau van detail. Deze werden in een schema geclassificeerd onder vier sectoren: onderwijs (14); arbeid en sociale zekerheid (20); justitie (25) en huishouden en vrije tijd (12). Daarnaast werd er een aparte categorie ‘individu en familie’ toegevoegd aan het schema ter representatie van de psycho-sociale effecten van ziekte of preventie. De genoemde vier sectoren werden ook nog onderverdeeld in sub-categorieën, zoals ‘Pre-school’, ‘School’, ‘Werkloos’ en ‘Werkend’ om aan te geven wanneer welke IKB’s optreden. Op basis van de interviews werd besloten een levensloopdimensie aan het schema toe te voegen. Hiermee kan nader inzicht worden gegeven in welke IKB’s worden veroorzaakt door welke delen van de bevolking, namelijk ‘scholieren/studenten’, ‘beroepsbevolking’ en ‘gehele bevolking’.

Er worden richtlijnen ontwikkeld om de relevante intersectorale kosten en baten in meer numerieke waarden te kunnen uitdrukken. Op dit moment worden deze richtlijnen verder uitgewerkt voor de onderwijs – en justititionele sector, waarna de andere sectoren volgen. Hiertoe is een format ontwikkeld, zijn relevante kostprijzen achterhaald en bepaald, zijn enkele rekenvoorbeelden opgesteld en zijn data verzameld die van belang zijn voor het opstellen van deze richtlijnen. In de laatste fase van het onderzoek zullen de richtlijnen worden toegepast op een praktijkcasus. De eerste voorbereidingen hiertoe zijn inmiddels getroffen.

 

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

SUMMARY

 

Background:

Preventive interventions often take place within a wider societal context. Consequently, many preventive interventions have inter-sectoral costs and benefits, i.e. costs and benefits that spill over to other sectors than the one in which the actual prevention takes place. Currently, little is known about the inter-sectoral costs and benefits of prevention. This is related, among others, to methodological challenges and the fact that existing tools can only be used to determine these costs and benefits within the narrow context of the health care sector.

 

Objectives:

The main objective of this study is to identify the inter-sectoral costs and benefits of prevention, to construct a tool that can be used to calculate these costs and benefits, to apply this tool to preventive interventions for children of parents with mental disorders and of parents with substance use disorders and to assess the resulting implications for the future use of this tool in other areas of prevention.

 

Research questions:

 

-What are the inter-sectoral costs and benefits of preventive interventions?

 

-What are the main building blocks of a calculation tool that can be used to express or determine the inter-sectoral costs and benefits of preventive interventions?

 

-What are the inter-sectoral costs and benefits of preventive interventions for children of parents with mental disorders and children of parents with substance use disorders and what are the implications for the future use of this tool in other areas where prevention might be applied?

 

 

Strategy

 

The strategy consists of three steps.

 

In step 1, on the basis of a literature study, interviews and an expert panel, an overview will be made of the relevant inter-sectoral costs and benefits of prevention as well as the methods suggested or used to measure and value these costs and benefits. The final outcome of this step will be a checklist that stakeholders can use to identify the expected inter-sectoral costs and benefits of prevention.

 

In step 2, a “calculation tool” will be developed which can be used to explicit the inter-sectoral costs and benefits of prevention. A central feature in this step is to make a manual which stakeholders can use to explicitly map the inter-sectoral implications of prevention in terms of the expected costs and benefits. The manual will encompass guidelines and/or advices on how to determine these expected costs and benefits.

 

In step 3, an application of the developed tool will take place. First, the tool will be applied to preventive interventions undertaken for children of parents with mental disorders and children of parents with substance use disorders. After an analysis of the inter-sectoral costs and benefits of prevention, the manual and results and insights from the application will be presented to the experts in the field of preventive disorders for children of parents with mental disorders or substance abuse disorders (for a face validity check). Finally, to assess the implications for the future use of this tool, the tool will be presented to the expert panel.

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website