Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Omdat alvleesklierkanker in een vroeg stadium meestal geen klachten geeft, wordt deze ziekte in meer dan 80% van de patiënten pas in een vergevorderd en ongeneselijk stadium ontdekt. Dit heeft als gevolg dat de overleving na het stellen van de diagnose zeer slecht is; gemiddeld leven patiënten minder dan 6 maanden en na vijf jaar is minder dan 5% nog in leven. Gezien deze slechte vooruitzichten is alvleesklierkanker de vierde meest voorkomende vorm van kanker gerelateerde dood in Nederland.

 

Omdat recente ontwikkelingen op het gebied van radiologie, chirurgie, oncologie en radiotherapie nauwelijks hebben bijgedragen aan een verbetering van de vooruitzichten (prognose) van alvleesklierkanker, is het noodzakelijk om alvleesklierkanker eerder op te sporen, voordat de ziekte klachten geeft, om op deze manier de kans op genezing te vergroten.

 

In de PANCREATIC CANCER SURVEILLANCE STUDY IN HIGH RISK INDIVIDUALS lag de focus op personen die door een erfelijke aanleg een verhoogd risico hebben op het krijgen van alvleesklierkanker en onderzochten wij of twee verschillende onderzoekstechnieken, inwendige echo (EUS) en Magnetic Resonance Imaging (MRI), in staat zijn om alvleesklierkanker in een eerder stadium op te sporen.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In totaal werden er 145 hoog risico personen geincludeerd in deze studie. De prevalentie van afwijkingen gedetecteerd bij de eerste screening ronde door EUS en MRI was hoog, 35%. De meest frequent gedetecteerde laesies waren kleine vochtblazen, deze afwijkingen werden vaker gedetecteerd door MRI dan door EUS. EUS detecteerde meer kleine solide laesies.

 

In 12 personen leiden de bevindingen van het baseline onderzoek er toe dat er afgeweken werd van het jaarlijkse follow-up beleid. In drie personen werd de afwijking operatief verwijderd, bij 9 personen werd het follow-up interval verkort naar 3 of 6 maanden. Van de drie personen die geopereerd werden, werd er bij 2 personen kanker vastgesteld (een kleine tumor en een vergevorderde tumor). Bij de derde persoon werden voorstadia van kanker vastgesteld.

 

De eerste resultaten van onze psychologische studie tonen dat de psychische belasting van alvleesklierkanker screening draaglijk is en dat het niveau van angst, depressie en zorgen over kanker niet significant beïnvloed worden door deel te nemen aan een alvleesklierkanker screeningsprogramma.

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Omdat alvleesklierkanker in een vroeg stadium meestal geen klachten geeft, wordt deze ziekte in meer dan 80% van de patiënten pas in een vergevorderd en ongeneselijk stadium ontdekt. Dit heeft als gevolg dat de overleving na het stellen van de diagnose zeer slecht is; gemiddeld leven patiënten minder dan 6 maanden en na vijf jaar is minder dan 5% nog in leven. Gezien deze slechte vooruitzichten is alvleesklierkanker de vierde meest voorkomende vorm van kanker gerelateerde dood in Nederland.

 

Omdat recente ontwikkelingen op het gebied van radiologie, chirurgie en oncologie nauwelijks hebben bijgedragen aan een verbetering van de vooruitzichten (prognose) van alvleesklierkanker, is het noodzakelijk om alvleesklierkanker eerder op te sporen, voordat de ziekte klachten geeft, om op deze manier de kans op genezing te vergroten.

 

In de PANCREATIC CANCER SURVEILLANCE STUDY IN HIGH RISK INDIVIDUALS focussen we ons op personen die door een erfelijke aanleg een verhoogd risico hebben op het krijgen van alvleesklierkanker (life-time risico tussen de 10 – 40%!) en onderzoeken wij of twee verschillende onderzoekstechnieken, inwendige echo (EUS) en Magnetic Resonance Imaging (MRI), in staat zijn om alvleesklierkanker in een eerder stadium op te sporen; in een stadium dat de kanker nog erg klein is of een goedaardig voorloper stadium (wanneer er nog geen sprake is van kanker) en de kansen voor genezing optimaal zijn.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In het derde jaar van de PANCREATIC CANCER SURVEILLANCE STUDY AMONG HIGH-RISK INDIVIDUALS zijn er 35 nieuwe hoog-risico individuen geincludeerd. Sinds de start van het ZonMW-project, doen er op dit moment 100 mensen mee aan deze studie.

 

Twee-en-veertig procent van alle deelnemers is man en de gemiddelde leeftijd op het moment van start van deelname is 50.6 jaar (spreiding 20-73 jaar). Vier-en-vijftig deelnemers (54%) dragen een genmutatie (fout in het erfelijk materiaal (DNA)) waarvan bekend is dat ze en verhoogd risico op alvleesklierkanker geven. De overige deelnemers zijn afkomstig van families waarin alvleesklierkanker veelvuldig voorkomt zonder dat de onderliggende genmutatie bekend is.

 

Van deze 100 deelnemers, hebben er 93 (93%) reeds baseline EUS en MRI ondergaan en deze screening resulteerde in de opsporing van een afwijking in 25 personen (27%); een afwijking is een massa of een cyste (vochtblaas). In zeven personen leidden deze opsporing tot een verandering in het klinische beleid. Dit was (1) een operatie in een persoon bij wie een zeer verdachte afwijking gevonden was en (2) het herhalen van de screening na 3 maanden bij zes personen. Het pathologische onderzoek van het weefsel van de geopereerde persoon toonde goedaardige voorloper stadia, geen kanker. Bij de zes personen bij wie interval screening uitgevoerd werd, was er geen verandering waarneembaar.

 

Het wel of niet succesvol zijn van screening is niet alleen afhankelijk van de karakteristieken van de screening-tests maar ook afhankelijk van de bereidheid van personen om deel te nemen aan screening welke beinvloed wordt door de psychosociale impact van deelname aan screening. Omdat er weinig bekend is over de ervaringen van mensen die controle van de alvleesklier ondergaan hebben wij vorig jaar een retrospectieve vragenlijst studie uitgevoerd. Deze studie, verricht onder 66 personen die deelnemen aan de PANCREATIC CANCER SURVEILLANCE STUDY had als doel uit te zoeken wat de psychosociale impact is van deelname aan een alvleesklierkanker screening programma. Een opmerkelijke bevinding was dat, ondanks dat EUS een invasief onderzoek is en MRI niet, EUS niet als meer belastend ervaren werd. Verder, ondanks dat eenderde van de respondenten aangaf vaak zorgen over kanker te hebben, lijkt er geen relatie te bestaan tussen iemand zijn zorgen over kanker en de uitslag van de screening. De meerderheid van de respondenten gaf aan dat de mogelijke voordelen van deelname aan alvleesklierkanker screening opwegen tegen de mogelijke nadelen van screening. Op basis van deze resultaten kunnen we concluderen dat alvleesklierkanker screening vanuit psychologisch oogpunt dragelijk.

 

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Background: Pancreatic cancer (PC) is among the most fatal of human cancers with an overall 5-year survival rate below 3%. Aside from cigarette smoking, family history is the only other well-established risk factor in PC. About 10 to 15% of cases are caused by inherited genetic factors with a risk of developing PC that exceeds 40% in selected cases. Importantly, the only hope for cure is surgical resection of an asymptomatic precursor lesion or a small cancer. Novel imaging techniques potentially offer the opportunity to detect precursor lesions or PC by interval surveillance at an early and curable stage.

Study goal: The aim of this study is to assess and compare the effectiveness of two different surveillance techniques to detect (early) neoplastic lesions in patients with a high (familial) risk for pancreatic cancer (cumulative life time risk >10%) that prompt for a change in clinical management. Methods: Prospective comparative cohort study. Individuals will be surveilled yearly by both endoscopic ultrasonography (EUS) (with videotaping) and MRI. Investigators are blinded to the result of the competing imaging modality, but also to interpretation of his/her fellow colleague endosonographist or radiologist. Depending on the test outcome, clinical management is unchanged with the continuation of surveillance at yearly intervals, or changed to surgical resection in case of the detection of a solid lesion or intensifying follow-up by shortening the surveillance interval to 6 months in case of the detection of a potential precursor lesion.

Relevance: The potential and relevance of such a surveillance program is highlighted by the results of a pilot study in 46 individuals (inclusion until 28-1-2008) which showed an unprecedented high yield of the first (baseline) surveillance investigations with detection of asymptomatic cancerous lesions in 3 patients (6,5%), potential precursor lesions in 8 patients (17,4%) and a left adrenal gland mass suspected for adrenal cell carcinoma in 1 patient (2,2%) who is presently awaiting surgery.

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website