Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Implementatie van drie verschillende strategieen om groep B streptokokken ziekte bij pasgeborene in Nederland te voorkomen. Resultaten van de kosten effectiviteitstudie.

 

In 3 regio's in Nederland zijn in de verloskundig samenwerkingsverbanden 3 verschillende strategieen om groep B streptokokken ziekte bij de pasgeborene te voorkomen, geimplementeerd. Naast het meten van het gebruik van de strategie door de zorgverleners zijn ook kosten en effecten gemeten. Met deze gegevens is een kosten effectiviteitsanalyse gedaan. Vrouwen die antibiotica profylaxe zouden moeten krijgen, worden in alle strategieen matig tot slecht behandeld. Meer inzicht op detailniveau over het niet volgen van de strategie is nodig om voorkomen van groep B streptokokkenziekte te verbeteren.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Implementatie van drie verschillende strategieen om groep B streptokokken ziekte bij pasgeborene in Nederland te voorkomen. Resultaten van de kosten effectiviteitstudie.

 

In 3 regio's in Nederland zijn in de verloskundig samenwerkingsverbanden 3 verschillende strategieen om groep B streptokokken ziekte bij de pasgeborene te voorkomen, geimplementeerd. Naast het meten van het gebruik van de strategie door de zorgverleners zijn ook kosten en effecten gemeten. Met deze gegevens is een kosten effectiviteitsanalyse gedaan. Vrouwen die antibiotica profylaxe zouden moeten krijgen, worden in alle strategieen matig tot slecht behandeld. Meer inzicht op detailniveau over het niet volgen van de strategie is nodig om voorkomen van groep B streptokokkenziekte te verbeteren.

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Groep B streptokokken (GBS) zijn bacterien die zich bij ongeveer 20% van alle zwangere vrouwen vaak asymptomatisch in het rectum of de vagina bevindt. Deze infectie wordt door 50% van de GBS positieve zwangeren verticaal overgedragen aan de neonaat. Bij 10% van de gekoloniseerde kinderen kan dit leiden tot een infectie bij de pasgeborene (EOGBS). Een dergelijke infectie kan ernstige gevolgen hebben voor de baby.

Er zijn verschillende preventie strategieën om neonatale infecties met groep B streptokokken te voorkomen. Bij implementatie van een nieuwe strategie moet naast het voorkomen van een infectie ook rekening gehouden worden met de invloed die de preventiestrategie kan hebben op de zorg rond zwangerschap en geboorte.

In dit onderzoek wordt in 3 regio's twee (in theorie) kosteneffectieve strategieën en de verbeterde bestaande richtlijn ter voorkoming van EOGBS uitgezet. Doel is om de uitvoerbaarheid, gebruik, kosten en effecten van deze

preventie strategieën in de klinische praktijk te bepalen. Met behulp van de uitkomsten van dit onderzoek, kan uiteindelijk een landelijke invoering van de meest kosteneffectieve strategie gerealiseerd worden.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Dit onderzoek is opgezet in fasen. In de eerste fase zijn er interviews gehouden met 29 zorgverleners, 14 zwangeren verschillend in afkomst en pariteit en met leden van de richtlijnen commisies van de KNOV en NVOG. In deze interviews is respondenten hun mening gevraagd over de wenselijkheid en uitvoerbaarheid van verschillende strategien ter voorkoming van EOGBS.

Op basis van de interviews is een Quickscan ontwikkeld en uitgezet onder alle verloskundige praktijken en obstetrische en neonatologische units. In de Quickscan is gevraagd naar draagvlak voor (elementen uit de) verschillende strategieën in de praktijk en naar de incidentie van de geïdentificeerde determinanten per strategie. Er bleek een breed scala aan determinanten te zijn: de kans op nadelige gevolgen voor de client, uitkomst verwachtingen, samenwerking tussen professionals, logistieke procedures, materiele voorzieningen, helderheid van de richtlijnen, kosten en tijdsinvesteringen. In de tweede fase is deze informatie verwerkt bij het schrijven van de protocollen voor de in te zetten strategieën én voor de implementatiestrategieën.

Op dit moment loopt de derde fase: In 3 regio's wordt in een nulmeting het huidige beleid rondom EOGBS en de uitkomsten in een nulmeting onderzocht. Deze nulmeting is voor 2 regio's net afgerond en in de 3e regio begin 2014. Vervolgens wordt in elke regio ofwel een van de twee (in theorie) kosteneffectieve strategien of de verbeterde richtlijn ingevoerd gedurende 6 maanden (interventieperiode). Voorafgaand aan de invoering worden zorgverleners getraind in de nieuwe strategie. In de interventieperiode worden uitvoerbaarheid, gebruik, kosten,effecten en ervaringen van zwangeren en zorgverleners in de klinische praktijk bepaald.

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Research question.

The perinatal mortality in the Netherlands is high compared to other European countries (1). Early Onset Group B-hemolytic Streptococcus infection (EOGBS) is an important cause of neonatal morbidity and mortality within the first week of life. The estimated incidence is 2-3 per 1,000 live births. In 2007 the mortality rate for children with EOGBS was 9.2% (2).

Primary prevention of EOGBS is possible by administering Intrapartum Antibiotic Prophylaxis (IAP). Several strategies exist for the prevention of EOGBS.

In a risk-based strategy all women with one or more of the clinical risk factors for EOGBS will receive IAP. In a screening strategy, a culture is taken at 35-37 weeks gestation, and all screen-positive women will receive IAP. In a combination strategy, all women will be screened with a culture at 35-37 weeks of gestation, but only women with both a positive screening test and a risk factor for EOGBS will receive IAP during labour.

The Dutch guideline recommends IAP for women with intrapartum fever, a previous child with EOGBS or bacteriuria caused by GBS during pregnancy. Women with other risk factors receive IAP after a positive intrapartum recto-vaginal culture (3). After introduction of the guideline in 1998 a slight reduction in incidence of proven EOGBS cases was seen, but there was no decrease in severe morbidity and mortality (4).

Recently the cost effectiveness of the risk-based strategy, the screening strategy, the combination strategy and the Dutch guideline has been compared in a theoretical model (ZONnr 2200.0123) (5). In this analysis we took into account the unique maternity care system in the Netherlands with 31% home birth and different professional care providers for different risk levels.

This study showed that the combination strategy and the risk-based strategy have the most favourable cost-effectiveness ratios. The screening strategy will result in the highest effects, but at a high cost-effectiveness ratio. The Dutch guideline resulted in lower effects at higher costs.

The combination strategy is theoretically most cost effective. Introduction of a combination strategy would prevent 337 of the 600 cases yearly at a cost of € 6 million, yielding a cost-effectiveness ratio of € 9,100 per Quality Adjusted Life Year (QALY) gained. The risk-based strategy would prevent 352 cases yearly yielding a cost-effectiveness ratio of € 7,600 per QALY gained.

However, for these calculations 100% adherence to the described prevention strategy was assumed. The question remains how the prevention strategies will be applied in daily practice and what the impeding and enhancing factors may be for adherence. It is necessary to understand these factors before an implementation strategy can be developed.

 

Study Design.

First, we will identify determinants (potentially impeding and enhancing factors) for adherence to the risk based strategy and the combination strategy. The screening strategy will not be subject of study due to its high cost-effectiveness ratio.

As baseline measurement adherence to the current Dutch guideline will be measured during a period of three month in three regions. Subsequently, based on the outcomes of the determinant analysis, we will develop and carry out implementation strategies that are adapted to the specific prevention strategies. The prevention strategies will be randomly allocated and introduced to a region. Adherence to the different prevention strategies and birth outcomes will be measured. Finally, an economic evaluation will be performed and recommendations for national implementation of the most cost effective prevention strategy will be developed.

 

Study Population.

To identify impeding and enhancing factors per prevention strategy interviews will be conducted with professionals (midwives, obstetricians, paediatricians and microbiologists) and pregnant women and their partners. To determine the prevalence of the determinants questionnaires will be distributed to a representative sample of obstetricians, midwives and paediatricians. To be able to evaluate the effects of a prevention strategy in a pilot region, 420 women per region will be followed up. Three pilot regions are needed to compare the risk based strategy and combination strategy to the current Dutch guideline.

 

Outcome measures.

Outcome measurements related to adherence are: percentage of pregnant women who were offered the prevention strategy, percentage of care providers and pregnant women who have adhered to the prevention strategy, reasons why (components of) the strategies were not offered or adhered to. Furthermore, satisfaction and decisional conflict with screening and treatment will be measured in pregnant women. Clinical outcomes such as maternal and neonatal morbidity, GBS colonization of the child as a proxy measure of EOGBS, and care provided to mother and child will be measured to validate the cost effectiveness model.

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website