Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Aanleiding:

Privé ongevallen zijn de belangrijkste doodsoorzaak bij kinderen van 0-4 jaar en een belangrijke bron van morbiditeit en verlies van kwaliteit van leven. In Nederland sterven per jaar 30 0-4 jarigen ten gevolge van een privéongeval. Per jaar worden in Nederland 46.000 0-4 jarigen behandeld op de spoedeisende hulp vanwege een privéongeval. In het Basistakenpakket (2002) is daarom het geven van veiligheidsvoorlichting aan ouders van 0-4 jarigen met de Veiligheidsinformatiekaarten van de Stichting Consument en Veiligheid opgenomen. Deze kaarten zijn goed ingeburgerd op de consultatiebureaus en de effectiviteit ervan wordt enigszins ondersteund. Echter, ondanks de huidige voorlichting worden in Nederland nog te weinig noodzakelijke veiligheidsmaatregelen/gedragingen toegepast door ouders, waardoor jonge kinderen onnodig risico lopen. Verbetering van de effectiviteit van veiligheidsvoorlichting aan ouders op Consultatiebureaus is daarom zeer gewenst.

 

Doelstelling:

Het doel van dit project was om de resultaten te verzilveren uit een ontwikkelingsproject uit het Gezond Leven programma. In het voorgaande project (# 4010.0033), ‘Het begin van gezond leven’, is succesvol een E-Health4Uth module ontwikkeld en toegepast in de Jeugdgezondheidszorg voor 0-4 jarigen. Het betreft interactief Advies-op-Maat via Internet voor ouders, over de veiligheid van de woning voor hun kwetsbare kind, en met persoonlijke adviezen voor het nemen van veiligheidsmaatregelen.

 

De onderzoeksvragen waren:

 

Effect evaluatie

 

1. Wat zijn de effecten van de interventie ‘E-Health4Uth Veiligheid’ op de veiligheidsgedragingen van ouders en op de gedragsdeterminanten van veiligheidsgedragingen van ouders, in vergelijking met de effecten van ‘Usual care’ (gebruik van generieke veiligheidsinformatie aangeboden volgens het protocol van de Stichting Consument en Veiligheid)?

 

Proces evaluatie

 

2. Wat is de blootstelling aan de verschillende elementen van de interventie ‘E-Health4Uth Veiligheid’ en wordt deze toegepast zoals bedoeld, zowel van de zijde van de ouders als van de Jeugdgezondheidszorg professionals; hoe waarderen zij de verschillende elementen van de interventie; wat zijn volgens professionals en managers factoren die implementatie van de interventie bevorderen of belemmeren?

 

Methoden:

Het design van het onderzoek was een gerandomiseerde trial (RCT), met een baseline meting voorafgaand aan de interventie en een follow-up meting 6 maanden na toepassing van de interventie; er is een interventie conditie (E-Health4Uth, interactief Advies-op-Maat Veiligheid) en een controle conditie (‘Usual care’; Veiligheidsinformatiekaart 1-2 jaar van de Stichting Consument en Veiligheid). De ouder die met het kind het Consultatiebureau bezoekt op de leeftijd van (circa) 11 maanden was de eenheid van randomisatie. Het design kwam overeen met die van de effect-evaluatie van interactief Advies-op-Maat over Veiligheid bij ouders van kinderen van 6-20 maanden oud in de dagelijkse praktijk van de preventieve Jeugdgezondheidszorg in de Verenigde Staten (‘Baby, Be Safe’) door Nansel et al (2002). Vijf organisaties die Jeugdgezondheidszorg voor 0-4 jarigen aanbieden in zowel stedelijke als niet-stedelijke gebieden, werden gekozen voor deelname aan de studie via een open procedure waarbij meerdere organisaties in Nederland worden geïnformeerd over mogelijkheid tot deelname aan de studie. De vijf organisaties hebben deelgenomen met in totaal 30 Consultatiebureauteams. Op basis van toeval (individuele randomisatie) werd bepaald welke ouders behoren tot de interventiegroep en welke ouders horen tot de controlegroep. In de interventiegroep werd E-Health4Uth; interactief Advies-op-Maat Veiligheid voorafgaand aan het Consultatiebureaubezoek aangeboden, en het Advies-op-Maat werd met de ouders besproken door de verpleegkundige op het Consultatiebureau; na circa 4 weken ontvingen de ouders een herhaling van het Advies-op-Maat om de boodschap te versterken. In de controlegroep ontvingen de ouders de reguliere Veiligheidsinformatiekaart 1-2 jaar op het Consultatiebureau tijdens het Consultatiebureaubezoek en deze werd toegelicht door de verpleegkundige.

 

Metingen:

Bij ouders die informed consent hadden gegeven, werd data verzameld uit ouder vragenlijsten die via internet of op papier worden ingevuld (baseline en 6 maanden na het Consultatiebureaubezoek); uit de database van de E-Health module van de ouders in de interventiegroep; uit registratieformulieren met procesinformatie van zowel de betrokken verpleegkundigen als de ouders (direct na het consult van 11 maanden).

 

Trefwoorden

E-Health; E-Health4Uth; Jeugdgezondheidszorg; Verpleegkundige; Advies-op-Maat; Veiligheid; Ongevalspreventie; Effectevaluatie; Procesevaluatie

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Bereikte resultaten:

Van de 3147 ouders die waren uitgenodigd voor deelname aan het onderzoek, gaf 45% toestemming voor deelname (n=1383). Er zijn 696 ouders toegewezen aan de interventiegroep en 687 ouders aan de controlegroep.

Het toestemmingsformulier en de vragenlijsten werden in 93% van de deelnemende ouders ingevuld door de moeder van het kind. De gemiddelde leeftijd van de moeder was 32 jaar; van de vader 35; het kind was gemiddeld 7,2 maanden oud op baseline. De studiepopulatie bestond voor 52% uit jongens. 2,8% van de kinderen had op baseline een ongeval gehad waarvoor medische hulp noodzakelijk was.

De kenmerken tussen de interventiegroep en de controlegroep verschillen niet van elkaar op baseline, met uitzondering van de werksituatie van moeder.

 

In totaal hebben 1291 ouders (93,3%) zowel de voormeting als de nameting ingevuld.

 

Er is voor de veiligheidsrisicoscore een significant verschil van -2,58 punten (95% betrouwbaarheidsinterval (BI) -3,37; -1,79; p < 0,001) in de interventiegroep ten opzichte van de controlegroep.

 

Met meenemen van het baseline veiligheidsgedrag, heeft de interventiegroep significant minder onveilig gedrag ten opzichte van de controlegroep op trap boven (OR 0,64; 95% BI 0,49; 0,84), trap beneden (OR 0,68; 95% BI 0,53; 0,87), trap boven en beneden (OR 0,61; 95% BI 0,46; 0,81), trap boven of beneden (OR 0,65; 95% BI 0,49; 0,87), schoonmaakmiddelen bewaren (OR 0,62; 95% BI 0,49; 0,80), kind in bad doen (OR 0,62; 95% BI 0,48; 0,83), hete dranken drinken (OR 0,65; 95% BI 0,51; 0,83) en het gebruiken van de achterste kookpitten (OR 0,57; 95% BI 0,41; 0,78), alle OR’s p < 0,05).

 

Er was minder onveilig gedrag in de interventiegroep ten opzichte van de controlegroep voor ramen (OR 0.89; 95% BI 0,65;1,24), medicijnen bewaren (OR 0,85; 95% BI 0,65; 1,12), vijver (OR 0,90; 95% BI 0,48; 1,69), zwembad (OR 0,44; 95% BI 0,15; 1,29), zwemmen (OR 0,93; 95% BI 0,74; 1,17), warm water in bad/douche (OR 0,93; 95% BI 0,63; 1,38), kind in de keuken tijdens koken (OR 0,76; 95% BI 0,49; 1,16) en stelen van de pannen naar achteren (OR 0,87 (95% BI 0,67; 1,14). Deze verschillen waren niet significant (p > 0,05).

 

Van de 696 ouders die zijn uitgenodigd voor de interventie hebben 623 (89,5%) ouders de E-Health4Uth vragenlijst via Internet ingevuld en het Advies-op-Maat ontvangen.

 

Ouders en professionals zijn tevreden over E-health4Uth Veiligheid. Ouders waren tevreden over zowel het online Advies-op-Maat apart, als over het gehele Advies-op-Maat programma waarbij het advies werd nabesproken op het consultatiebureau.

 

Ouders zijn tevreden over het consult op het consultatiebureau waarin het Advies-op-Maat besproken werd. Zij gaven ook een hoge waardering voor het consult. Het bespreken van het Advies-op-Maat met de verpleegkundige was voor een aantal ouders een waardevolle aanvulling op het ontvangen Advies-op-Maat, hoewel de score hierop gemiddeld was.

Het bespreken van het Advies-op-Maat tijdens het consult leidde er niet toe dat ouders van mening waren dat zij te weinig informatie over andere onderwerpen ontvingen.

 

Verpleegkundigen zijn tevreden over het consult op het consultatiebureau waarin het Advies-op-Maat besproken werd. Zij gaven ook een hoge waardering voor het consult. Er was naast het bespreken van de veiligheid voldoende ruimte om andere onderwerpen te bespreken binnen het consult.

 

Conclusies en aanbevelingen:

De interventie heeft een positief effect op het veranderen van veiligheidsgedrag van ouders. Er is ten aanzien van de meeste uitkomstmaten in zowel de interventiegroep als de controlegroep een afname van onveilig gedrag te zien, echter in de interventiegroep is een statistisch significante grotere afname van onveilig gedrag gerealiseerd. Bij de enkele gevallen waarbij zowel in interventie- als in controlegroep er in de loop der tijd een relatieve afname was van veilig gedrag, waren toch de resultaten van het interactieve E-health4Uth Veiligheid in de interventiegroep statistisch significant gunstiger dan van de standaard Veiligheidsinformatiekaarten in de controlegroep.

 

Er zal concreet worden gezocht naar manieren waarop de verworven kennis kan worden ingezet voor de verbetering van de veiligheidsvoorlichting voor ouders van jonge kinderen in de praktijk van de Jeugdgezondheidszorg, in overleg met praktijkorganisaties, professionals, vertegenwoordigers van ouders en andere stakeholders. Dit steeds in nauw overleg met ZonMw.

 

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Aanleiding:

Privé ongevallen zijn de belangrijkste doodsoorzaak bij kinderen van 0-4 jaar en een belangrijke bron van morbiditeit en verlies van kwaliteit van leven. In Nederland sterven per jaar 30 0-4 jarigen ten gevolge van een privé-ongeval. Per jaar worden in Nederland 46.000 0-4 jarigen behandeld op de spoedeisende hulp vanwege een privé-ongeval. In het Basistakenpakket (2002) is daarom het geven van veiligheidsvoorlichting aan ouders van 0-4 jarigen met de Veiligheidsinformatiekaarten van de Stichting Consument en Veiligheid opgenomen. Deze kaarten zijn goed ingeburgerd op de consultatiebureaus en de effectiviteit ervan wordt enigszins ondersteund. Echter, ondanks de huidige voorlichting worden in Nederland nog te weinig noodzakelijke veiligheidsmaatregelen/gedragingen toegepast door ouders, waardoor jonge kinderen onnodig risico lopen. Verbetering van de effectiviteit van veiligheidsvoorlichting aan ouders op Consultatiebureaus is daarom zeer gewenst.

 

Doelstelling:

Het doel van dit project is om de resultaten te verzilveren uit een ontwikkelingsproject uit het Gezond Leven programma. In het voorgaande project (# 4010.0033), ‘Het begin van gezond leven’, is succesvol een E-health module ontwikkeld en toegepast in de Jeugdgezondheidszorg voor 0-4 jarigen. Het betreft interactief Advies-op-Maat via Internet voor ouders, over de veiligheid van de woning voor hun kwetsbare kind, en met persoonlijke adviezen voor het nemen van veiligheidsmaatregelen.

 

Methoden:

Het design van het onderzoek is een gerandomiseerde trial (RCT), met een baseline meting voorafgaand aan de interventie en een follow-up meting 6 maanden na toepassing van de interventie; er is een interventie conditie (BeSAFE, interactief Advies-op-Maat Veiligheid interventie) en een controle conditie (‘usual care’; Veiligheidsinformatiekaart 1-2 jaar van de Stichting Consument en Veiligheid). De ouder die met het kind het Consultatiebureau bezoekt op de leeftijd van (circa) 11 maanden is de eenheid van randomisatie. Het design komt overeen met die van de effect evaluatie van interactief Advies-op-Maat over Veiligheid bij ouders van kinderen van 6-20 maanden oud in de dagelijkse praktijk van de preventieve Jeugdgezondheidszorg in de Verenigde Staten (‘Baby, Be Safe’) door Nansel et al (2002). Vijf organisaties die Jeugdgezondheidszorg voor 0-4 jarigen aanbieden in zowel stedelijke als niet-stedelijke gebieden, worden gekozen voor deelname aan de studie via een open procedure waarbij meerdere organisaties in Nederland worden geïnformeerd over mogelijkheid tot deelname aan de studie. De vijf organisaties zullen deelnemen met in totaal 30 Consultatiebureauteams. Binnen elk deelnemend Consultatiebureauteam zal op basis van toeval (individuele randomisatie) worden bepaald welke ouders behoren tot de interventiegroep en welke ouders horen tot de controlegroep. In de interventiegroep wordt ‘BeSAFE’ interactief Advies-op-Maat Veiligheid voorafgaand aan het Consultatiebureaubezoek aangeboden, en het Advies-op-Maat wordt met de ouders besproken door de verpleegkundige op het Consultatiebureau; na circa 4 weken ontvangen de ouders een herhaling van het Advies-op-Maat om de boodschap te versterken. In de controlegroep ontvangen de ouders de reguliere Veiligheidsinformatiekaart 1-2 jaar op het Consultatiebureau tijdens het Consultatiebureaubezoek en deze wordt toegelicht door de verpleegkundige.

 

Uitkomstmaten:

Bij ouders die informed consent hebben gegeven, zal data worden verzameld uit ouder vragenlijsten die via internet of op papier worden ingevuld (baseline en 6 maanden na het Consultatiebureaubezoek); uit de database van de E-health module van de ouders in de interventiegroep; uit registratieformulieren met procesinformatie van zowel de betrokken verpleegkundigen als de ouders (direct na het consult van 11 maanden).

 

De onderzoeksvragen zijn:

 

Effect evaluatie

 

1. Wat zijn de effecten van de interventie ‘interactief Advies-op-Maat Veiligheid’ op de veiligheidsgedragingen van ouders en op de gedragsdeterminanten van veiligheidsgedragingen van ouders, in vergelijking met de effecten van ‘usual care’ (gebruik van generieke veiligheidsinformatie aangeboden volgens het protocol van de Stichting Consument en Veiligheid)?

 

Proces evaluatie

 

2. Wat is de blootstelling aan de verschillende elementen van de interventie ‘Het begin van gezond leven Veiligheid’ en wordt deze toegepast zoals bedoeld, zowel van de zijde van de ouders als van de Jeugdgezondheidszorg professionals; hoe waarderen zij de verschillende elementen van de interventie; wat zijn volgens professionals en managers factoren die implementatie van de interventie bevorderen of belemmeren?

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

5 JGZ organisaties doen mee aan het onderzoek, met in totaal 30 consultatiebureaus (CB). De inclusie van ouders en hun kind is in 2009 gestart. Voor het onderzoek werd uitgegaan van een deelnamepercentage van min 50%, waardoor het aantal deelnemende ouders 1200 moest zijn. Het aantal uit te nodigen ouders is 2400. Het uitnodigen van ouders liep tot en met juli 2010. In sept 2010 heeft de laatste deelnemende ouder informed consent gegeven voor deelname. In deze periode heeft de JGZ 3147 ouders met een kind in de leeftijd van 5-8 maanden uitgenodigd om deel te nemen. De response is 45%. Er doen 1409 ouders mee aan het onderzoek; 704 in de interventiegroep; 705 in de controlegroep. Daarnaast doen 60 ouders mee aan (uitsluitend) de beginmeting.

 

Baselinedata

Via een vragenlijst zijn gegevens verzameld over kind-, ouder – en huiskarakteristieken.

Kindkarakteristieken omvat onder andere de ontwikkeling van het kind, etniciteit, leeftijd, eerdere ongevallen van het kind. Ouderkarakteristieken bestaan onder andere uit opleidingsniveau, etniciteit, werksituatie, gezinssituatie, veiligheidsgedrag van ouders mbt vallen, vergiftigen, verdrinken, verbranden. Daarnaast werd ouders gevraagd naar intenties, self-efficacy, response efficacy, vulnerability en severity. Huiskarakteristieken omvatte type woning, wel of geen trappen, tuin, zwembad. Alle baselinedata is verzameld.

 

Interventie

Ouders in de interventiegroep vullen een online vragenlijst in. Aan de hand van de vragenlijst wordt een persoonlijk advies gegenereerd. Nadat ouders het advies hebben gelezen, wordt hen gevraagd een evaluatievragenlijst in te vullen.

Het Advies-op-Maat wordt ook nog naar ouders gemaild. Tijdens het consult op het CB van 11 maanden (1 maand na de interventie) wordt het advies met ouders besproken. 625 ouders hebben de interventievragenlijst ingevuld en Advies-op-Maat ontvangen (respons 89%).

 

Procesevaluatie

Na het consult van 11 maanden waarin het Advies-op-Maat is besproken met ouders, wordt zowel JGZ verpleegkundigen als ouders gevraagd een korte vragenlijst in te vullen over het Advies-op-Maat en het consult waarin het Advies-op-Maat besproken wordt. Er wordt gevraagd naar de tevredenheid en de toepassing van het Advies-op-Maat.

 

Follow-up

Via een follow-up vragenlijst worden nogmaals gegevens verzameld over onder andere veiligheidsgedragingen van ouders. Ook wordt ouders gevraagd of hun kind een ongeval heeft gehad sinds het begin van het onderzoek. Deze vragenlijst wordt naar ouders opgestuurd ca 6 maanden na de interventie. 18 januari 2011 hebben 453 ouders de follow-up vragenlijst ingevuld (respons ca 90%). Het uitnodigen van ouders voor de follow-up vragenlijst zal nog tot juni 2011 duren.

 

(Tussen)resultaten:

Gezinssituatie:

De vragenlijst werd meestal ingevuld door de moeder van het kind (93%). In 48% van de ingevulde vragenlijsten ging het om het eerste kind binnen het gezin; de gezinssituatie betrof in 97% beide ouders samenlevend met hun kind/kinderen; gehuwde ouders (62%); de ouder die de vragenlijst retourneerde is voornamelijk geboren in Nederland (92.6%) en 90% van de partners is geboren in Nederland; 22% van de vaders is laag opgeleid tegenover 17% van de moeders; Vaders werken iets vaker dan moeders (90% vs 80%).

 

Kinderen:

Ongeveer de helft van de kinderen zijn jongens (52%); de leeftijdsrange loopt van 5 -18 maanden; de kinderen zijn voornamelijk geboren in Nederland (99%); 35% van de kinderen kunnen kruipen en 1% van de kinderen kan lopen; 2,9% van de kinderen heeft eerder een 1-2 ongevallen gehad waarvoor medische hulp is bezocht, waarbij de voornaaste het vallen van hoogte was.

 

Huiskarakteristieken:

73% van de gezinnen woont in een eengezinswoning met meerdere verdiepingen; een balkon is aanwezig bij 27%; 90% van de huizen heeft één of meerdere trappen waar het kind bij kan komen; 88% heeft een tuin en 10% een vijver.

 

Veiligheidsgedrag:

Op basis van de antwoorden gegeven door ouders wordt het volgende onveilige gedrag gezien (alleen berekend wanneer van toepassing); 52% van de ouders heeft geen traphekje; 58% heeft geen raambeveiliging; 60% van de ouders bewaart schoonmaakmiddelen niet op een veilige plek in huis; 38% bewaart medicijnen niet kindveilig; 7% van de ouders laat hun kind wel eens alleen in bad; Van de huizen met een vijver heeft 86% een onveilige omgeving van de vijver; 63% van de ouders neemt onvoldoende veiligheidsmaatregelen bij het zwemmen met hun kind; 30% van de huizen heeft geen thermostaatkraan; 52% van de ouders drinkt wel eens hete dranken met hun kind op schoot en 64% van de kinderen komt wel eens in de keuken wanneer de ouder aan het koken is. Vervoer van kinderen in de auto zonder gebruik te maken van een kinderzitje, komt slechts in 0,5% van de ouders voor.

 

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

 

Het doel van dit project is om de resultaten te verzilveren uit een ontwikkelingsproject uit het Gezond Leven programma. In het voorgaande project (# 4010.0033), ‘Het begin van gezond leven’, is succesvol een E-health module ontwikkeld en toegepast in de Jeugdgezondheidszorg voor 0-4 jarigen. Het betreft interactief Advies-op-Maat via Internet voor ouders, over de veiligheid van de woning voor hun kwetsbare kind, en met persoonlijke adviezen voor het nemen van veiligheidsmaatregelen.

 

Traditioneel wordt op het Consultatiebureau generiek informatie materiaal (folders) gebruikt; in dit geval de Veiligheidsinformatiekaarten van de Stichting Consument en Veiligheid. De ouders hebben daarbij een passieve rol. Via de innovatieve E-health module, die is ontwikkeld in het voorafgaande Gezond leven project, bereiden ouders zich actief voor op het bezoek aan het Consultatiebureau, en krijgen een meer actieve rol tijdens het consult.

 

De meerderheid van de ouders ervaart het nieuwe Advies-op-Maat over veiligheid als nuttig en toepasbaar en de Jeugdgezondheidszorg medewerkers zijn enthousiast. Er is echter nog geen inzicht in de effecten van het nieuwe Advies-op-Maat in vergelijking met de huidige voorlichting.

 

Privé ongevallen zijn de belangrijkste doodsoorzaak bij kinderen van 0-4 jaar en een belangrijke bron van morbiditeit en verlies van kwaliteit van leven. In Nederland sterven per jaar 43 0-4 jarigen ten gevolge van een privé-ongeval. Per jaar worden in Nederland 56.000 0-4 jarigen behandeld op de spoedeisende hulp vanwege een privé-ongeval. In het Basistakenpakket (2002) is daarom het geven van veiligheidsvoorlichting aan ouders van 0-4 jarigen met de Veiligheidsinformatiekaarten van de Stichting Consument en Veiligheid opgenomen. Deze kaarten zijn goed ingeburgerd op de Consultatiebureaus en de effectiviteit ervan wordt enigszins ondersteund. Echter, ondanks de huidige voorlichting worden in Nederland nog te weinig noodzakelijke veiligheidsmaatregelen/gedragingen toegepast door ouders, waardoor jonge kinderen onnodig risico lopen. Verbetering van de effectiviteit van veiligheidsvoorlichting aan ouders op Consultatiebureaus is daarom zeer gewenst.

 

ZonMw heeft recent de stand van zaken rondom het toepassen van E-health in de Jeugdgezondheidszorg in kaart gebracht. In de ZonMw rapportages wordt de innovatieve waarde van E-health erkend, evenals de potentie om de effectiviteit van de voorlichting in de Jeugdgezondheidszorg te vergroten met behulp van E-health modules. Er wordt echter aangedrongen op het doen van studies naar de effecten van E-health in de Jeugdgezondheidszorg; deze ontbreken nagenoeg. Verder wordt aanbevolen om ontwikkeling en onderzoek te richten op E-health modules voor ouders van jonge kinderen.

 

Daarom wordt in deze aanvraag voorgesteld om de effecten van de nieuwe interventie ‘Het begin van gezond leven, interactief Advies-op-Maat Veiligheid’ te evalueren. De interventie zal worden toegepast rondom het reguliere bezoek aan de Consultatiebureau verpleegkundige als het kind ongeveer 11 maanden oud is.

 

De onderzoeksvragen zijn:

 

Effect evaluatie

 

1. Wat zijn de effecten van de interventie ‘Het begin van gezond leven, interactief Advies-op-Maat Veiligheid’ op de veiligheidsgedragingen van ouders en op de gedragsdeterminanten van veiligheidsgedragingen van ouders, in vergelijking met de effecten van ‘usual care’ (gebruik van generieke veiligheidsinformatie aangeboden volgens het protocol van de Stichting Consument en Veiligheid).

 

Proces evaluatie

 

2. Wat is de blootstelling aan de verschillende elementen van de interventie ‘Het begin van gezond leven Veiligheid’ en wordt deze toegepast zoals bedoeld, zowel van de zijde van de ouders als van de Jeugdgezondheidszorg professionals; hoe waarderen zij de verschillende elementen van de interventie; wat zijn volgens professionals en managers factoren die implementatie van de interventie bevorderen of belemmeren.

 

Dit gerandomiseerde onderzoek met een interventie en een controlegroep en een voormeting en een nameting zes maanden na afloop van de interventie, wordt uitgevoerd bij 4 á 5 organisaties voor Jeugdgezondheidszorg 0-4 met in totaal 20 deelnemende Consultatiebureauteams. Deze zullen 2.400 ouders uitnodigen om mee te doen. De deelnemers zullen ‘at random’ worden toegewezen aan de nieuwe interventie en aan de controle groep waarin ‘usual care’ wordt gegeven. Uitgaande van 50% participatie en 30% drop-out tijdens de follow-up worden 840 complete metingen verwacht, 420 in de interventiegroep en 420 in de controlegroep. De analyses zullen worden gedaan met lineaire regressie en logistische regressie. De studie duurt in totaal 30 maanden.

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website