Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De doelstelling van deze studie was het nagaan van de resultaten van de effecten van gezondheidsboodschappen die positief en negatief geformuleerd zijn. Resultaten uit verschillende studies vonden verschillende bevindingen, en de hypothese was dat dit mogelijk te wijten was aan het effect van andere "derde" variabelen. De resultaten laten de volgende bevindingen zien.

 

1. Allereerst is onderzocht of het effect van postieve en negatieve boodschappen verschilde per motivationeel nivo. Onze hypothese werd echter niet bevestigd.

 

2. Ten tweede blijkt uit ons onderzoek dat de effectiviteit van geframede informatie afhangt van de mate waarin de informatie bedreigend is. Wanneer de informatie niet bedreigend is, zijn winstframes effectiever dan verliesframes. Wanneer de informatie wel bedreigend is, is er geen verschil tussen winst- en verliesframes. Ervaren dreiging is dus een moderator voor de effecten van gain en loss framed messages.

 

3. Ten derde hebben wij onderzocht en gevonden dat de eigeneffectiviteit van de ontvanger om het gezonde gedrag uit te voeren de effectiviteit van winst- en verliesframes kan modereren: wanneer de ontvanger een hoge eigen effectiviteit heeft zijn verliesframes effectiever dan winstframes. Wanneer de ontvanger een lage eigeneffectiviteit heeft is er geen verschil in effectiviteit tussen winst- en verliesframes. Het niveau van iemand's eigen effectiteit is dus een moderator voor de effecten van frames, overeenkomstig onze verwachtingen hierover geformuleerd in de onderzoeks aanvrage.

 

4. Onze resultaten wijzen verder uit dat emotionele reacties op geframede informatie het effect van winst- en verliesframes kunnen medieren. Winstframes resulteren in meer positieve gevoelens dan verliesframes en deze positieve gevoelens kunnen de acceptatie van de informatie vergroten en ook de attitude ten opzichte van het gezonde gedrag. Verliesframes leiden - overeenkomstig met onze hypothese - tot meer negatieve gevoelens dan winstframes en deze negatieve gevoelens kunnen leiden tot een sterkere intentie om het gezonde gedrag uit te voeren.

 

De resultaten impliceren de volgende conclusies. De modererende rol van risico informatie en self-efficacy impliceert dat men dus niet kan uitgaan van hoofd effecten. Voor niet bedreigende informatie lijken loss-framed boodschappen het meest effectief te zijn, terwijl er geen verschil is in effectiviteit voor bedreigende boodschappen. Op een optimaal gebruik van frames te kunnen krijgen impliceert dit dat men eigenlijk moet weten of de boodschap al dan niet als bedreigend zal worden ervaren door de doelgroep. Eveneens betekenen de modererende effecten van eigen effectiviteit voor de praktijk dat men het nivo van eigen effectiviteit van de doelgroep moet kennen om te kunnen bepalen of het gebruik van verliesframes kan worden ingezet bij een doelgroep met hoge effectiviteit.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

. Allereerst is onderzocht of het effect van postieve en negatieve boodschappen verschilde per motivationeel nivo. Onze hypothese werd echter niet bevestigd.

 

2. Ten tweede blijkt uit ons onderzoek dat de effectiviteit van geframede informatie afhangt van de mate waarin de informatie bedreigend is. Wanneer de informatie niet bedreigend is, zijn winstframes effectiever dan verliesframes. Wanneer de informatie wel bedreigend is, is er geen verschil tussen winst- en verliesframes. Ervaren dreiging is dus een moderator voor de effecten van gain en loss framed messages.

 

3. Ten derde hebben wij onderzocht en gevonden dat de eigeneffectiviteit van de ontvanger om het gezonde gedrag uit te voeren de effectiviteit van winst- en verliesframes kan modereren: wanneer de ontvanger een hoge eigen effectiviteit heeft zijn verliesframes effectiever dan winstframes. Wanneer de ontvanger een lage eigeneffectiviteit heeft is er geen verschil in effectiviteit tussen winst- en verliesframes. Het niveau van iemand's eigen effectiteit is dus een moderator voor de effecten van frames, overeenkomstig onze verwachtingen hierover geformuleerd in de onderzoeks aanvrage.

 

4. Onze resultaten wijzen verder uit dat emotionele reacties op geframede informatie het effect van winst- en verliesframes kunnen medieren. Winstframes resulteren in meer positieve gevoelens dan verliesframes en deze positieve gevoelens kunnen de acceptatie van de informatie vergroten en ook de attitude ten opzichte van het gezonde gedrag. Verliesframes leiden - overeenkomstig met onze hypothese - tot meer negatieve gevoelens dan winstframes en deze negatieve gevoelens kunnen leiden tot een sterkere intentie om het gezonde gedrag uit te voeren.

 

De resultaten impliceren de volgende conclusies. De modererende rol van risico informatie en self-efficacy impliceert dat men dus niet kan uitgaan van hoofd effecten. Voor niet bedreigende informatie lijken loss-framed boodschappen het meest effectief te zijn, terwijl er geen verschil is in effectiviteit voor bedreigende boodschappen. Op een optimaal gebruik van frames te kunnen krijgen impliceert dit dat men eigenlijk moet weten of de boodschap al dan niet als bedreigend zal worden ervaren door de doelgroep. Eveneens betekenen de modererende effecten van eigen effectiviteit voor de praktijk dat men het nivo van eigen effectiviteit van de doelgroep moet kennen om te kunnen bepalen of het gebruik van verliesframes kan worden ingezet bij een doelgroep met hoge effectiviteit.

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Sommige geschreven gezondheidsvoorlichting (zoals uitingen op sigarettenverpakkingen) benadrukken of wel de positieve consequenties van het uitvoeren van gedrag (winstframe, bijvoorbeeld: ‘als u stopt met roken dan leeft u gezonder’) of de negatieve consequenties van het niet uitvoeren van gedrag (verliesframe, bijvoorbeeld: ‘als u niet stopt met roken, dan leeft u ongezonder’). Het is echter nog niet onderzocht welke manier nu effectiever is (meer persuasief) om mensen te overtuigen bepaald gedrag (stoppen met roken) uit te voeren. Het doel van het huidige project is dit systematisch uit te zoeken. Het huidige project focust zich met name op de eigenschappen van de doelgroep.

 

In de eerste twee studies onderzoeken we wat de impact is van positief en negatief geframede boodschappen op mensen met een hoge of lage eigeneffectiviteit om te stoppen met roken. Eigeneffectiviteit wil zeggen: het vertrouwen in het kunnen uitvoeren van gedrag. De hypothese hierbij is dat mensen met een hoge eigeneffectiviteit eerder overtuigd zijn door informatie in een verliesframe, terwijl er voor mensen met een lage eigeneffectiviteit geen verschil is in de effectiviteit van winst- en verliesframes.

 

De derde studie kijkt ook naar misclassificatie van gedrag en de impact die verschillend geframede boodschappen over bewegen en fysieke activiteit zal hebben. De hypothese hierbij is dat verliesframes effectiever zijn voor mensen die zichzelf correct classificeren als niet actief. Voor mensen die zichzelf incorrect classificeren als actief, zullen winstframes effectiever zijn.

 

In de vierde studie ten slotte kijken we naar de effecten van het opwekken van angst voorafgaand aan het lezen van verschillend geframede boodschappen. De hypothese is dat verliesframes effectiever zijn wanneer de informatie voorafgegaan wordt door angstaanjagende voorlichting. Wanneer de geframede informatie niet voorafgegaan wordt door angstaanjagende voorlichting zal een winstframe effectiever zijn.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het project verloopt volgens schema en inmiddels zijn alle benodigde studies uitgevoerd. Onze resultaten wijzen erop dat:

 

1. eigeneffectiviteit het effect van geframede gezondheidsvoorlichting kan modereren: Mensen met een hoge eigeneffectiviteit zijn eerder overtuigd door informatie in een verliesframe, terwijl er voor mensen met een lage eigeneffectiviteit geen verschil is in de effectiviteit van winst- en verliesframes (Studie 1 en 2).

2. Misclassificatie van gedrag geen invloed heeft op de effecten van message framing (Studie 3)

3. het effect van framing afhangt van de mate waarin de informatie bedreigend is. Bij niet-bedreigende boodschappen zijn winstframes overtuigender dan verliesframes, terwijl er bij bedreigende informatie geen verschil lijkt te zijn (Studie 4).

4. Een vierde bevinding van het onderzoek is dat gezondheidsvoorlichting die gebruik maakt van een winstframe meer positieve emoties opwekt dan gezondheidsvoorlichting die gebruik maakt van een verliesframe. Gezondheidsvoorlichting in een verliesframe wekt meer negatieve emoties op. Onze resultaten wijzen er verder op dat positieve emoties als gevolg van een winstframe de overtuigingskracht van gezondheidsvoorlichting kan vergroten. Deze resultaten zijn waardevol omdat ze erop wijzen dat positieve emoties het effect van winstframes kunnen medieren (Studie 4).

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Most health education interventions use a comprehensive approach. Consequently, the question regarding the components that cause a message to be effective cannot be addressed in such an approach. This project aims at testing why health education messages are effective using Prospect Theory that states that gain or loss framed messages will result in different outcomes, depending on the characteristic of the behavior and the target group. We will focus on the characteristics of the target group by testing in the first two studies the impact of gain or loss framed messages in persons motivated or not motivated to change. The hypothesis is that loss framed messages will be more effective under situations of risk and thus will be more effective to change people not motivated to change; gain framed messages will be more effective under situations of low risk and will be more effective for persons motivated to change. The additional impact of self-efficacy enhancing information will be tested as well. In the second study we will additionally test the mediating impact of misclassification of behaviour.

In a third study we will test whether the induction of fear preceded by loss or gain frames will result in different effects than when framing information is followed by fear induction.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website