Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Aanleiding:

De prevalentie van overgewicht en obesitas bij kinderen is sterk gestegen de afgelopen 25 jaar, zeker in de subgroepen met een lage sociaal-economische status en specifieke etniciteit. In 2004 en 2005 zijn het Signaleringsprotocol Overgewicht en het Overbruggingsplan Overgewicht ontwikkeld, waarmee de jeugdgezondheidszorg (JGZ) een bijdrage kan leveren aan de preventie van overgewicht en obesitas bij kinderen. Door het gebruik van het Signaleringsprotocol kan worden vastgesteld of een kind een normaal gewicht, overgewicht of obesitas heeft. Indien bij een kind overgewicht wordt vastgesteld, dan kan het Overbruggingsplan worden uitgevoerd. Daarbij worden aan de ouders 3 vervolgconsulten aangeboden. In de praktijk blijken zowel het Signaleringsprotocol als het Overbruggingsplan uitvoerbaar en aanvaardbaar. Beide protocollen zijn echter nog niet zorgvuldig geëvalueerd en het Overbruggingsplan is nog niet evidence-based.

Doelstelling:

In dit onderzoek zal het Erasmus MC Rotterdam in samenwerking met het VU medisch centrum Amsterdam, een bijdrage leveren aan de evaluatie van zowel het Signaleringsprotocol als het Overbruggingsplan.

Onderzoeksdesign: Het design van het onderzoek is een geclusterde gerandomiseerde gecontroleerde trial (c-RCT) met 1 interventieconditie en 1 controleconditie. Randomisatie vond plaats op het niveau van de JGZ-teams binnen de GGD’en. De dataverzameling vond plaats gedurende en rond het Preventief GezondheidsOnderzoek (PGO) groep 2 bij kinderen van ongeveer 5 jaar, en na 1 en 2 jaar van follow-up.

Methoden:

De 44 JGZ-teams van de 9 GGD’en die meededen aan het onderzoek hebben in het schooljaar 2007 / 2008 de ouders die een uitnodiging kregen voor het PGO groep 2 ook een uitnodiging gestuurd voor deelname aan het onderzoek. Bij alle kinderen die deelnamen is het Signaleringsprotocol uitgevoerd. Voor de evaluatie van het Overbruggingsplan werd aan ouders van kinderen met overgewicht in de interventiegroep het Overbruggingsplan aangeboden en in de controlegroep werd aan deze ouders usual care aangeboden. Voor de evaluatie van het Signaleringsprotocol werden in de controlegroep gegevens verzameld van kinderen met zowel een normaal gewicht, als met overgewicht en obesitas.

Uitkomstmaten:

Voor het bepalen van de effecten van het Overbruggingsplan zijn de BMI, de middelomtrek en de ‘BOFT-gedragingen’ buitenspelen/lichamelijke activiteit, ontbijten, zoete dranken drinken en tv-kijken/computeren vergeleken tussen de kinderen in de interventiegroep en de controlegroep. Het voorspellend vermogen van het Signaleringsprotocol is geëvalueerd binnen de controlegroep. Hiervoor zijn de labels normaal gewicht, overgewicht en obesitas gesignaleerd op 5-jarige leeftijd vergeleken met de signalering van deze gewichtslabels op 7-jarige leeftijd. Verder is er voor het onderzoek een procesevaluatie uitgevoerd.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Resultaten:

Van de 14.636 ouders die waren uitgenodigd tot deelname aan het onderzoek, gaf 64.4% toestemming (n=8784). Op baseline bestond de studiepopulatie voor 50.9% uit jongens, de gemiddelde leeftijd was 5.7 jaar en 84.9% van de kinderen was in Nederland geboren. De gemiddelde BMI was 15.5; 77.7% had normaal gewicht, 7.3% overgewicht, 1.8% obesitas en 13.2% ‘relatief ondergewicht’. In de controlegroep zaten 3942 kinderen, in de interventiegroep 4842. De interventiegroep en controlegroep vertoonden onderling kleine verschillen in hun gemiddelde BMI (mean[sd]:15.5[1.5] versus 15.4[1.5];p<0.01) en in het percentage in Nederland geboren kinderen (83.9% versus 86.2%;p<0.01).

 

Wanneer we de verandering in BMI binnen de hele studiepopulatie evalueren zien we dat de interventie en controlegroep significant verschillen in de toename van het gemiddelde aantal BMI-punten tussen leeftijd 5 en 7 jaar (mean[sd]:0.79[1.13] versus 0.93[1.21];p<0.001); waarbij de interventiegroep minder toeneemt in BMI dan de controlegroep (-0.71[95%CI:-1.27;-0.15];p0.01). Ook is er een minder grote toename in middelomtrek in de interventiegroep ten opzichte van de controlegroep tussen de leeftijd 5 en 7 jaar; deze is niet significant (-0.15[95%CI:-0.34;0.04];p>0.05). De veranderingen in de BOFT-gedragingen na 2-jaar follow-up zijn ook geëvalueerd. In de hele studiepopulatie bleken kinderen met overgewicht in de interventiegroep na 2-jaar follow-up relatief significant minder zoete dranken te drinken per dag ten opzichte van de controlegroep (mean[sd]:2.18[1.46] versus 2.39[1.46];p<0.05).

Televisie kijken nam relatief af in de interventiegroep, maar dit was niet significant verschillend van de controlegroep. Ontbijten en buiten spelen veranderden niet significant in de interventiegroep ten opzichte van de controlegroep.

 

Analyses in de subgroep van kinderen met overgewicht in de interventiegroep die het Overbruggingsplan aangeboden kregen, lieten zien dat kinderen in de interventiegroep ten opzichte van kinderen in de controlegroep na 2-jaar follow-up minder toename hadden in BMI (mean[sd]:1.36[1.53] versus 1.44[1.71]). Regressie analyse toonde aan dat met name kinderen met een relatief laag BMI op baseline voordeel hadden van de consulten(p<0.05).

 

De evaluatie van het Signaleringsprotocol in de controlegroep liet een licht verloop in BMI-classificatie zien tussen de leeftijd van 5 en 7 jaar. Van de kinderen met normaal gewicht op baseline in de controlegroep had 89.9% na 2 jaar follow-up eveneens normaal gewicht. Tweeënzestig procent van de kinderen met het label overgewicht op baseline had eveneens overgewicht na 2 jaar follow-up. Van de kinderen met overgewicht op baseline had 25.9% normaal gewicht en 10.9% obesitas na 2 jaar follow-up. Negenenvijftig procent van de kinderen met obesitas op baseline had na 2 jaar follow-up eveneens obesitas.

 

In totaal hebben 247 kinderen (van de 349) met overgewicht in de interventiegroep een uitnodiging geaccepteerd voor een extra consult volgens het Overbruggingsplan. De JGZ-medewerkers rapporteerden dat ze zich tijdens de consulten hebben gericht op het bewuster maken en motiveren van de ouder om de minder goede BOFT-gedragingen van het kind te veranderen. De JGZ-medewerkers gaven aan dat ze beide protocollen goed uitvoerbaar vonden. Het Overbruggingsplan werd door 58.8% van de JGZ-medewerkers gewaardeerd met het cijfer 7 of hoger (schaal 1-10). Van de ouders die naar een consult waren geweest gaf 86% aan dat ze hier tevreden over waren; 90% waardeerde de consulten met het cijfer 7 of hoger (schaal 1-10). In totaal zijn er 399 consulten uitgevoerd van gemiddeld 22 minuten.

 

Conclusie en aanbevelingen:

Deze studie laat gunstige effecten zien ten aanzien van de BMI van het Overbruggingsplan Overgewicht na 2 jaar follow-up. We bepleiten een tweede follow-up op de leeftijd 10 jaar om na te gaan of de effecten blijvend zijn. Ook kan daardoor het inzicht worden verbeterd in het lange termijn effect van de specifieke ‘BOFT-gedragingen’ uit het ‘Overbruggingsplan Overgewicht’ op het ontstaan van overgewicht en obesitas. De gegevens uit deze studie kunnen worden gebruikt voor het verbeteren van adviezen t.a.v. ‘BOFT-gedragingen’ en verbeteren van het Overbruggingsplan en van de Richtlijn Overgewicht.

Om nog een groter effect te kunnen bereiken met het Overbruggingsplan Overgewicht adviseren wij om het percentage ouders dat een consult krijgt te laten toenemen, bijvoorbeeld door het toepassen van innovatieve benaderingswijzen (sociale media, sms, advies-op-maat) in combinatie met persoonlijk contact.

De gegevens uit deze grote, landelijke, longitudinale gerandomiseerde interventiestudie waaraan 8784 gezinnen meededen bieden aangrijpingspunten voor de verdere verbetering van de preventie van overgewicht bij kinderen, en ook voor de verdere verbetering van het Overbruggingsplan Overgewicht. We bepleiten een brede aanpak om verzamelde gegevens verder uit te buiten via vervolgprojecten.

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Aanleiding:

De prevalentie van overgewicht en obesitas bij kinderen is sterk gestegen de afgelopen 25 jaar, zeker in de subgroepen met een lage sociaal-economische status en specifieke etniciteit. In 2004 en 2005 zijn het Signaleringsprotocol Overgewicht en het Overbruggingsplan Overgewicht ontwikkeld, waarmee de jeugdgezondheidszorg (JGZ) een bijdrage kan leveren aan de preventie van overgewicht en obesitas bij kinderen. Door het gebruik van het Signaleringsprotocol kan worden vastgesteld of een kind een normaal gewicht, overgewicht of obesitas heeft. Indien bij een kind overgewicht wordt vastgesteld, dan kan het Overbruggingsplan worden uitgevoerd. Daarbij worden aan de ouders 3 vervolgconsulten aangeboden. Binnen deze consulten wordt door middel van motiverende gespreksvoering geprobeerd gezondheidsgedragingen van de kinderen en hun ouders te verbeteren. Veel GGD’en maken al gebruik van het Signaleringsprotocol. Ook het overbruggingsplan wordt door steeds meer GGD’en (gedeeltelijk) gebruikt. In de praktijk blijken zowel het Signaleringsprotocol als het Overbruggingsplan uitvoerbaar en aanvaardbaar. Beide protocollen zijn echter nog niet zorgvuldig geëvalueerd en het Overbruggingsplan is nog niet evidence-based.

Doelstelling:

In dit onderzoek zal het Erasmus MC Rotterdam en samenwerking met het VU medisch centrum Amsterdam, een bijdrage leveren aan de evaluatie van zowel het Signaleringsprotocol als het Overbruggingsplan. Onderzoeksdesign: Het design van het onderzoek is een geclusterde gerandomiseerde gecontroleerde trial (c-RCT) met 1 interventieconditie en 1 controleconditie. Randomisatie heeft plaatsgevonden op het niveau van de JGZ-teams binnen de GGD’en. De dataverzameling vindt plaats gedurende en rond het Preventief GezondheidsOnderzoek (PGO) groep 2 bij kinderen van ongeveer 5 jaar, en na 1 en 2 jaar van follow-up.

Methoden:

De 44 JGZ-teams van de 9 GGD’en die meedoen aan het onderzoek hebben in het schooljaar 2007 / 2008 de ouders die een uitnodiging kregen voor het PGO groep 2 ook een uitnodiging gestuurd voor deelname aan het onderzoek. Bij alle kinderen die deelnemen is het Signaleringsprotocol uitgevoerd. Voor de evaluatie van het Overbruggingsplan werd aan ouders van kinderen met overgewicht in de interventiegroep het Overbruggingsplan aangeboden en in de controlegroep werd aan deze ouders usual care aangeboden. Voor de evaluatie van het Signaleringsprotocol worden in de controlegroep gegevens verzameld van kinderen met zowel een normaal gewicht, als met overgewicht en obesitas.

Uitkomstmaten:

De uitkomstmaten zijn onder te verdelen in de uitkomstmaten voor de evaluatie van het Overbruggingsplan en de uitkomstmaten voor de evaluatie van het signaleringsprotocol. Voor het bepalen van de effecten van het Overbruggingsplan zullen de BMI, de middelomtrek en de gedragingen buitenspelen/lichamelijke activiteit, ontbijten, zoete dranken drinken en tv-kijken/computeren vergeleken worden tussen de kinderen in de interventiegroep en de controlegroep. Het voorspellend vermogen van het Signaleringsprotocol zal worden geëvalueerd binnen de controlegroep. Hiervoor zullen de labels normaal gewicht, overgewicht en obesitas gesignaleerd op 5-jarige leeftijd vergeleken worden met de signalering van deze gewichtslabels op 7-jarige leeftijd. Verder worden er voor het onderzoek een procesevaluatie en een kosten-effectiviteitsanalyse uitgevoerd.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Goedkeuring van de METC

In 2007 heeft de Medisch Ethische Toetsingscommissie van het ErasmusMC een positieve beoordeling gegeven voor uitvoering van het onderzoek.

 

Werving en inclusie

9 GGD’en doen mee aan het onderzoek, met in totaal 44 JGZ- teams (22 interventieteams en 22 controleteams).

 

Vanaf september 2007 is begonnen met de inclusie van kinderen en ouders. Uitgaande van een deelnemerspercentage van 50% was volgens het plan van aanpak een totaal aantal deelnemers van 7200 kinderen en ouders nodig.

 

In het schooljaar 2007/2008 zijn door de GGD’en en de deelnemende teams 13.500 ouders uitgenodigd voor het onderzoek. Het deelnemerspercentage is ongeveer 65%, er doen circa 8800 ouders en kinderen mee aan het onderzoek.

 

Verzameling onderzoeksgegevens

Baselinedata:

- Via een korte vragenlijst zijn de eerste gegevens verzameld over lichamelijke activiteit, ontbijten, zoete drank, tv-kijken/ computeren door het kind, zelfgerapporteerde lengte en gewicht door ouders van het kind en algemene gezondheidstoestand en gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven van het kind.

- Een uitgebreidere vragenlijst is gestuurd naar een subgroep van de ouders waarin meer gegevens zijn verzameld over lichamelijke activiteit, ontbijten, zoete drank, tv-kijken /computeren door het kind, opvoedingspraktijken en attitudes van de ouders ten opzichte van deze gedragingen, en de algemene gezondheidstoestand en gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven van het kind.

- Gegevens over de lengte, het gewicht en de middelomtrek van het kind zijn verkregen via de JGZ-teams. De JGZ-medewerkers registreerden of het kind een normaal gewicht, overgewicht of obesitas had, of er vervolgconsult was afgesproken of ouders zijn doorverwezen naar een specialist.

 

1ste follow up meting, na 12 maanden:

- Via een korte vragenlijst zijn gegevens over lichamelijke activiteit, ontbijten, zoete drank, tv-kijken/ computeren door het kind, zelfgerapporteerde lengte en gewicht door ouders van het kind en algemene gezondheidstoestand en gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven van het kind verzameld.

- Deze vragenlijst is naar de ouders opgestuurd circa 12 maanden na het PGO in groep 2 waar het kind en de ouders bij aanwezig waren.

- De respons op deze vragenlijst is op dit moment ongeveer 77%, circa 8400 mensen doen mee met de 1ste follow up meting. De 1ste follow up meting wordt in februari 2010 afgerond.

 

2de follow up meting, na 24 maanden:

- Via een uitgebreidere vragenlijst worden er gegevens verzameld over lichamelijke activiteit, ontbijten, zoete drank, tv-kijken/ computeren door het kind, opvoedingspraktijken en attitudes van de ouders ten opzichte van deze gedragingen, en de algemene gezondheidstoestand en gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven van het kind.

- Deze vragenlijst wordt de ouders zowel online als op papier aangeboden.

- Deze vragenlijst wordt verstuurd circa 24 maanden na de datum van het PGO in groep 2 waar het kind en de ouders bij aanwezig waren en rond de tijd dat het kind opnieuw wordt gewogen en gemeten.

- Op 1 december 2009 is de respons op de 2de follow up vragenlijst geschat op 65 à 70%.

- Lengte, gewicht en de middelomtrek van de kinderen worden gemeten tijdens schooljaar 2009/2010, circa 24 maanden na het PGO in groep 2. Deze metingen vinden plaats op school en worden uitgevoerd door getrainde professionals. Op dit moment, december 2009, zijn rond de 1000 kinderen opnieuw gewogen en gemeten.

 

Procesevaluatie en kosteneffectiviteitanalyses:

- In schooljaar 2007/2008 en 2008/2009 zijn procesevaluatieformulieren naar de ouders en de JGZ-medewerkers gestuurd om gegevens te verzamelen voor de procesevaluatie en de kosteneffectiviteitanalyse van het onderzoek.

 

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Overweight and obesity are main determinants of the ZonMw priority diseases. The prevalence of overweight and obesity among children has at least doubled in the past 25 years, especially in socially disadvantaged and specific ethnic subgroups. Overweight and obesity in childhood track into adulthood moderately to very well. Adverse health effects of adult overweight and obesity and of childhood obesity, resulting in considerable loss of healthy-life expectancy, have been well documented. Obesity in adulthood is associated with increased prevalence of diabetes, cardiovascular disease, distinct types of cancer, and orthopedic problems; also associations with asthmatic disease and psychological disorders have been shown. Obesity in childhood is associated with increased adult morbidity and mortality, even independent of adult weight. Adverse health effects of childhood obesity that already emerge during childhood, such as diabetes type II, increased levels of cardiovascular risk factors, knee complaints, apnea during sleep and psychosocial problems have also been documented.

 

The current study proposes to evaluate a monitoring intervention and a counseling intervention in the setting of Dutch Youth Health Care (YHC), aiming at the prevention of obesity in childhood and at the prevention of overweight and obesity in adulthood. Among the recently prioritized topics for YHC evaluation studies in the ZonMw Prevention program, the evaluation of YHC monitoring and prevention of childhood overweight and obesity have both been rated “top priority”.

 

Dutch Youth Health Care (YHC) may contribute to the prevention of overweight and obesity by the recently developed YHC Overweight Detection-protocol (Signaleringsprotocol Overgewicht) and Prevention-protocol (Overbruggingsplan Overgewicht). The Detection-protocol identifies children with “overweight but no obesity”, and these children and their parents are offered the Prevention-protocol with up to three visits with a program of non-directing behavioral counseling to improve health behaviors and to reduce body fatness. Children with “obesity” will be referred to the family physician.

 

These protocols have proven to be feasible and acceptable. The Prevention-protocol, however, has not yet been subjected to a rigorous effect evaluation.

 

This study contributes to the evaluation of the Detection- and Prevention-protocol, as applied by YHC to 5-year-olds. Experts consider this age group as most relevant since it is early enough to really prevent the development of childhood obesity, while avoiding preschool years with a less established relationship with obesity in later life. Furthermore, at age 5 years, YHC has a very high coverage (97%).

 

We propose a cluster-randomized trial with YHC-teams as unit of randomization. In the Intervention group both the Detection-protocol and the Prevention-protocol will be applied, while in the Control group the Detection-protocol will be applied in combination with “usual care”. Thirty-six YHC teams from six Municipal Health Services will invite, during one school year, 14.400 5-year-olds and their parents to participate in the study with an expected participation rate of 50% (n=7.200). Assuming a prevalence of “overweight, not obesity” of 9% and a dropout of maximally 30%, we expect complete data on 450 children with “overweight not obesity at baseline” of whom 225 belong to the Intervention group and 225 to the Control group.

 

We will evaluate the effects of the Overweight Prevention-protocol among overweight children in terms of measures of body fatness and in terms of overweight-reducing and -inducing behaviors at 2-year follow-up. Secondarily, within the Control group, we will evaluate the fundament of the Screening protocol by evaluation of how normal weight, overweight and obesity according to the Detection-protocol at age 5 years, predict these outcomes at age 7 years, and how this is moderated by the parent-reported overweight-reducing and -inducing behaviors and by participation in weight-management interventions. In addition we will conduct a thorough process evaluation.

 

Intention to treat and secondarily additional per protocol analyses will be applied. We will use multi-level analyses to allow for dependency between the individual measurements within the YHC-teams. Differences in effects and process characteristics for subgroups socially disadvantaged and non-Dutch children will be explored.

 

Finally, a cost-effectiveness analysis will be performed using a societal perspective, including program and parents costs. The primary analysis will be based on the key outcome measures, whereas a secondary analysis will translate the findings into long-term health effects and costs with use of modeling techniques.

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website