Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In 1994 is de Europese gerandomiseerde studie naar vroege opsporing (screening) van prostaatkanker (ERSPC) gestart met als doel nagaan of screening een relevant effect heeft op de sterfte aan prostaatkanker. Ruim 180.000 mannen uit 7 Europese landen (ruim 43.000 uit Nederland, centrum Rotterdam) zijn gerandomiseerd tussen de screenings- en de controlegroep. De mannen in de screeningsgroep worden van leeftijd 55-74 jaar om de 4 jaar opgeroepen voor PSA screening.

Na een follow-up van gemiddeld 9 jaar heeft 8.2% van de mannen in de gescreende groep prostaatkanker gekregen, tegenover 4.8% in de controlegroep. De prostaatkankersterfte was 20% lager in de gescreende groep. Wanneer alleen de mannen uit de screening groep die de eerste screening hebben gedaan worden vergeleken met mannen die niet gescreend zijn (ook niet buiten de studie om) in de controlegroep, is de mortaliteitsreductie 31%. Screening leidt dus tot een lagere prostaatkankersterfte, maar ook tot een hoger risico op overdiagnose. Met behulp van de resultaten uit de studie is met een model gemaakt waarmee de lange termijn effecten van screening op verschillende leeftijden zijn voorspeld. In deze voorspellingen zijn de effecten van screening in een populatie op gewonnen levensjaren, kwaliteit van leven, aantal overgediagnosticeerde tumoren en kosten meegenomen.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De analyse is uitgevoerd over ruim 160.000 mannen in de leeftijd van 55-69 jaar bij aanvang van de studie. Na een gemiddelde follow-up van 9 jaar was de cumulatieve prostaatkankerincidentie in de screeningsgroep 8.2% tegenover 4.8% in de controlegroep. De sterfte aan prostaatkanker was 20% lager in de screeningsgroep vergeleken met de controlegroep en 27% lager voor de mannen in de screeningsgroep die de eerste screen ook daadwerkelijk hebben gedaan. Hoewel er dus een afname in prostaatkankersterfte is, blijkt dat er ook veel extra mannen worden gediagnosticeerd met prostaatkanker (overdiagnose).

Het Miscan prostaatkanker model is uitgebreid de laatste gegevens uit de studie. Met dit model is vervolgens berekend wat het lange termijn effect van screening is, wanneer dit landelijk zou worden ingevoerd. Per 1000 mannen zouden 28 mannen extra worden gediagnosticeerd met prostaatkanker en 7 prostaatkankerdoden zouden worden voorkomen, waarmee 60 levensjaren worden gewonnen. Gecorrigeerd voor kwaliteit van leven zouden slechts 25 levensjaren worden gewonnen. Als een screeningsprogramma zoals in de studie wordt ingevoerd zouden de kosten voor prostaatkanker worden verdubbeld. Slechts 10% van deze extra kosten worden dan uitgegeven aan de screening zelf, de rest is nodig voor extra diagnoses en behandelingen.

 

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In juni 1994 is de Europese gerandomiseerde studie naar vroege opsporing (screening) van prostaatkanker (ERSPC – European Randomized Study of Screening for Prostate Cancer) gestart met als doel nagaan of screening een relevant effect heeft op de sterfte aan prostaatkanker. Deze studie vindt plaats in acht Europese landen (België, Finland, Frankrijk, Italië, Nederland, Spanje, Zweden en Zwitserland), met meer dan 250.000 mannen gerandomiseerd tussen de screening- en de controlegroep. Nederland levert hieraan een belangrijke contributie met in totaal 42.376 deelnemers (1:1 gerandomiseerd tussen screening en controle), in de leeftijdsgroep van 55-74 jaar aan het begin van de studie.

 

De mannen in de screeninggroep worden om de 4 jaar opgeroepen voor screening, indien zij hiervoor nog in aanmerking komen. Tijdens een Europese groepsbijeenkomst van de ERSPC op 23 oktober 2008 werd door het Data Monitoring Committee aan de onderzoeksgroep bekend gemaakt dat er een significant verschil van 20% in prostaatkankersterfte ten gunste van de screeningarm was bereikt. Het advies van het comité was verdere inclusie van participanten stop te zetten en de follow-up (na observatie) voort te zetten. De onderzoeksgroep besloot daarop de bij deze derde interim analyse bereikte resultaten te publiceren. Dit is gebeurd in maart 2009 door Schröder et al in the New England Journal of Medicine (Schröder et al. Screening and prostate-cancer mortality in a randomized european study. N Engl J Med. 2009;360:1320-8). Het bereikte resultaat, maar met name het advies de follow-up voort te zetten, zal de looptijd van het project niet verkorten. De volgende evaluatie zal, in lijn met het observatieplan, plaatsvinden op de basis van de gegevens tot en met 31 december 2008. De gegevens zullen ten gevolge van de vertraging van de verschillende kankerregistraties pas in het najaar 2010 beschikbaar komen. Overeenkomstig het Rotterdamse protocol zal de screening in de daarvoor nog in aanmerking komende, steeds kleiner wordende populatie worden voortgezet. 1.747 mannen zullen nog worden uitgenodigd.

 

De instandhouding van de database van ERSPC is mede afhankelijk van koppelingen aan de kankerregistratie en doodsoorzaken registers. Dit proces zal moeten worden voortgezet, net zoals de evaluatie van doodsoorzaken bij de prostaatkankerpatiënten door het onafhankelijke Causes of Death Committee (CODC).

 

Gezien de trend die zichtbaar is in de bovengenoemde publicatie, figuur 2, verwacht de onderzoeksgroep met toenemende follow-up een groter verschil te zien in prostaatkankersterfte ten gunste van de interventiegroep; de gescreende mannen. Dit zal ook tot uitdrukking komen door een verlaging van het aantal mannen dat moet worden gediagnosticeerd en behandeld ten einde één prostaatkankerdode te voorkomen. Dit laatste getal bedraagt op dit moment 48 en zal omlaag gebracht moeten worden ten einde vroege opsporing naar prostaatkanker als bevolkingsonderzoek zinvol en attractief te maken.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Gedurende de verslagperiode 01-07-2008 – 30-06-2009 is de Rotterdamse studie overeenkomstig de planning voortgezet. Er zijn geen vertragingen of andere problemen opgetreden. Alle koppelingen en de follow-up in de participerende ziekenhuizen door review van de patiëntendossiers werd voortgezet. De noodzakelijke gegevens werden op tijd aangeleverd aan het onafhankelijke datacenter van de ERSPC. Hierbij werd artikel 42a van de CBS-wet in acht genomen. In Rotterdam is de derde screeningronde afgerond. Hierin zijn 8.144 mannen gescreened, 2.732 mannen zijn niet meer uitgenodigd vanwege hun leeftijd of waren tussentijds overleden. 1.747 mannen die waren uitgenodigd zijn niet geweest voor de screening. De vierde en vijfde screeningronde zijn volop bezig.

 

In totaal werden er in ERSPC Rotterdam t/m juni 2009 2.067 prostaatkankers gevonden. Er zijn 913 participanten overleden, daarvan 242 aan prostaatkanker volgens de definitieve vaststelling van de doodsoorzaak door het CODC. Al deze werkzaamheden zijn continue processen en worden tot het einde van dit project op 30 juni 2010 en ook daarna voortgezet.

 

Ook de opbouw van het Miscan prostaatmodel loopt volgens schema. Er zijn concrete plannen gemaakt voor de inclusie van een alternatieve methode voor de evaluatie van prostaatkankersterfte door middel van het evalueren van ‘excess mortaliteit’.

 

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Prostate cancer (PC) has become the most common non-cutaneous malignancy in men in several countries. The proportion of patients ultimately dying from the disease is similar or even higher than in breast, cervical or colorectal cancer, since symptoms often appear at late stages. Prostate specific antigen (PSA) is a biomarker capable of detecting 80% of PCs early, and trials have now shown surgical treatment to be beneficial. The effects, favorable and unfavorable, and costs of (nation-wide) screening for PC however are unknown. The European Randomized Study of Screening for Prostate Cancer (ERSPC trial) set up in 1994 has the power to show a 25% PC mortality reduction or more due to PSA screening at 4-year intervals. A 25% PC mortality reduction may indicate up to 600 PC deaths prevented per year in the Dutch setting. In eight European countries more than 150,000 men aged 55-69 have been randomized, of which Rotterdam contributes approximately one quarter. In the Rotterdam section of ERSPC, 3 rounds of screening have already been performed with a 90% attendance rate. In all centers, a 78% biopsy rate for men with high PSA-values has been achieved.

 

The purpose of this final proposal is to complete follow-up evaluation of all men randomized in the Rotterdam section, estimate the magnitude of mortality reduction and unfavorable effects in a nation-wide setting, and analyse the cost-effectiveness of PC screening.

 

Cumulative deaths and causes of death for the calendar years up to 2008 will be ascertained in both arms of the trial through record linkage with the Central Bureau for Genealogy (CBG) and Statistics Netherlands (CBS). Three independent medical doctors, blinded towards arm of the trial, will review files from all deceased PC patients, verified through linkage to the regional cancer registry, to correctly ascertain the cause of death (PC or other). According to the internationally agreed monitoring plan, PC mortality in each arm at the end of 2006, 2008 and 2010 latest (respectively 7.5, 9.5 and 11.5 mean years of follow-up and representing cumulative data of 2004, 2006 and 2008) will be compared for the ERSPC-trial as a whole. In case of a statistically significant interim result, the trial will be published. The point estimate for PC mortality reduction will be adjusted for compliance in the study arm and contamination in the control arm. The latter will be analyzed by regular linkages of trial participants to the Regional Clinical Chemistry and Pathology laboratories, and by model estimations on the increase in incidence and stage distribution of PC in the control arm.

 

The long follow-up period and information collected on more than 2,500 PC patients in Rotterdam will allow to assess different screening strategies and to move towards identifying aggressive and less-aggressive prostate cancers. The MISCAN PC model has already been developed, based on the available detailed screen data and clinical data, and has estimated lead time, overdiagnosis, sensitivity, stage shifts due to screening and cost. In these final years, the magnitude of unfavorable effects, per alternative screening scenario, and its impact on health-related quality of life (HRQoL) will be assessed (based on the finished separate HRQol-project). We will extrapolate the ERSPC-performances to the population level, predicting the number of screens, false positives, extra incidence, treatment changes, quality-of-life decrements, PC deaths prevented, life-years gained, cost-changes, and cost-effectiveness under different realistic screening scenarios in the Netherlands. These estimates will give the answer on recommending or discouraging PSA screening for asymptomatic men. At present it is estimated that 45 million PSA tests are annually being sold worldwide.

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website