Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Er bestaat discussie over de vraag of het zinvol is om thuiswonende ouderen regelmatig en systematisch preventief te bezoeken vanuit de thuiszorg. Verondersteld wordt dat een dergelijk programma het zelfstandig functioneren van ouderen kan bevorderen en hun beroep op – dure – intramurale zorgvoorzieningen kan verminderen. In de afgelopen 20 jaar is er al vrij veel onderzoek naar de effecten van deze huisbezoeken verricht. Desondanks is nog steeds onduidelijk of de bezoeken daadwerkelijk effectief zijn, en zo ja, bij welke doelgroep van ouderen. Onderzoek in Nederland heeft aangetoond dat de bezoeken waarschijnlijk niet zinvol zijn voor ‘de gemiddelde thuiswonende oudere’, maar mogelijk wel voor ouderen die reeds gezondheidsproblemen ervaren.

In dit onderzoek is deze laatste aanwijzing nader onderzocht. Het onderzoek – in de vorm van een gecontroleerd experiment – werd uitgevoerd bij thuiswonende ouderen (70-84 jaar) in de gemeente Sittard-Geleen-Born. Middels een korte schriftelijke enquête onder circa 5000 ouderen werden 330 ouderen met ervaren gezondheidsproblemen geselecteerd. Deze ouderen werden door het lot verdeeld over 2 groepen. De interventiegroep (160 ouderen) ontving gedurende anderhalf jaar minimaal 8 (geprotocolleerde) bezoeken van ervaren wijkziekenverzorgenden. Zij bespraken de gezondheid met de ouderen, gaven adviezen en waar nodig werd verwezen naar andere hulpverleners, zoals de huisarts. De 170 ouderen in de controlegroep werden ‘ongemoeid gelaten’; zij konden echter gewoon gebruik blijven maken van alle beschikbare zorg- en welzijnsvoorzieningen.

Effecten op de gezondheid van de ouderen werden vastgesteld na 12, 18 en 24 maanden d.m.v. schriftelijke enquêtes en mondelinge interviews. Op basis van gegevens van ziektekostenverzekeraars en huisartsen werd het zorggebruik door de ouderen continu gedurende 24 maanden geregistreerd. Hiermee konden ook de kosten van het zorggebruik vastgesteld worden.

De huisbezoeken bleken nauwelijks of geen effecten te hebben gehad op de gezondheid van de ouderen. Aan het eind van de bezoekperiode waren 18 bezochte ouderen (11%) en 16 niet-bezochte ouderen (9%) overleden. Op de verschillende meetmomenten werden geen duidelijke effecten gevonden op o.a. zelfredzaamheid, gezondheidsbeleving, kwaliteit van leven, gezondheidsklachten en eenzaamheid. Het extramurale en intramurale zorggebruik (o.a. huisarts, thuiszorg, ziekenhuis- en verpleeghuisopnamen) bleek evenmin te verschillen tussen bezochte en niet-bezochte ouderen. Bezochte ouderen bleken wel meer hulpmiddelen aangeschaft te hebben en er hadden bij hen meer aanpassingen in de woning plaatsgevonden. De kosten van het zorggebruik waren voor de bezochte ouderen over een periode van 2 jaar gemiddeld € 450 hoger per persoon.

Hoewel de bezoeken gewaardeerd werden door de ouderen blijken ze geen aantoonbare effecten te hebben op de gezondheid en het zorggebruik van ouderen met (ervaren) gezondheidsproblemen. Nader onderzoek is gewenst naar de inhoud en effecten van andere strategieën om de gezondheidsproblemen van kwetsbare thuiswonende ouderen aan te pakken.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In dit project is onderzocht of het zinvol is om thuiswonende ouderen (70-84 jaar) met ervaren gezondheidsproblemen regelmatig en systematisch preventief te laten bezoeken door wijkziekenverzorgenden van de thuiszorg. Hiertoe is een groep van 160 ouderen die de bezoeken gedurende anderhalf jaar ontving vergeleken met een controlegroep van 170 ouderen die deze bezoeken niet ontving. Centraal in het onderzoek stonden de effecten op de gezondheid van de ouderen, hun zorggebruik en de kosten van dit gebruik. Deze effecten zijn 12, 18 en 24 maanden na de start van de bezoeken vastgesteld.

 

De huisbezoeken bleken nauwelijks of geen effecten te hebben gehad op de gezondheid van de ouderen. Er werden op de verschillende meetmomenten geen duidelijke effecten gevonden op o.a. functionele status, gezondheidsbeleving, kwaliteit van leven, gezondheidsklachten, eenzaamheid en sterfte. Het extramurale en intramurale zorggebruik (o.a. huisartscontacten, thuiszorg, ziekenhuis- en verpleeghuisopnamen) bleek evenmin te verschillen tussen bezochte en niet-bezochte ouderen. Bezochte ouderen bleken wel meer hulpmiddelen aangeschaft te hebben en er hadden bij hen meer aanpassingen in de woning plaatsgevonden. De kosten van het zorggebruik waren in de bezochte groep over een periode van 2 jaar gemiddeld € 450 hoger per persoon.

 

Hoewel de bezoeken gewaardeerd werden door de ouderen blijken ze geen aantoonbare effecten te hebben op de gezondheid en het zorggebruik van ouderen met (ervaren) gezondheidsproblemen. Nader onderzoek is gewenst naar de inhoud en effecten van andere strategieën om de gezondheidsproblemen van kwetsbare thuiswonende ouderen aan te pakken.

 

Een gedetailleerder verslag van de opzet en bevindingen van het project zijn opgenomen in de eindrapportage over het onderzoek.

 

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Er bestaat discussie over de vraag of het zinvol is om thuiswonende ouderen regelmatig en systematisch preventief te bezoeken vanuit de thuiszorg. Verondersteld wordt dat een dergelijk programma het zelfstandig functioneren van ouderen kan bevorderen en hun beroep op – dure – intramurale zorgvoorzieningen kan verminderen. In de afgelopen 20 jaar is er al vrij veel onderzoek naar de effecten van deze huisbezoeken verricht. Desondanks is nog steeds onduidelijk of de bezoeken daadwerkelijk effectief zijn, en zo ja, bij welke doelgroep van ouderen. Onderzoek in Nederland heeft aangetoond dat de bezoeken waarschijnlijk niet zinvol zijn voor de ‘gemiddelde thuiswonende ouderen’, maar mogelijk wel voor ouderen die reeds gezondheidsproblemen ervaren.

In dit onderzoek wordt deze laatste aanwijzing nader onderzocht. Het onderzoek – in de vorm van een gecontroleerd experiment – wordt uitgevoerd bij thuiswonende ouderen (70-84 jaar) in de gemeente Sittard-Geleen-Born. Middels een korte schriftelijke enquête onder circa 5000 ouderen worden 330 ouderen met ervaren gezondheidsproblemen geselecteerd. Deze ouderen worden door het lot verdeeld over 2 groepen. De interventiegroep (160 ouderen) ontvangt gedurende anderhalf jaar minimaal 8 bezoeken van ervaren wijkziekenverzorgenden. Deze bespreken de gezondheid met de ouderen, geven adviezen en waar nodig wordt verwezen naar andere hulpverleners, zoals de huisarts. De (170) ouderen in de controlegroep worden ‘ongemoeid gelaten’; zij kunnen echter gewoon gebruik blijven maken van alle beschikbare voorzieningen.

Effecten op de gezondheid van de ouderen worden vastgesteld na 12, 18 en 24 maanden d.m.v. schriftelijke enquêtes en mondelinge interviews. Op basis van gegevens van ziektekostenverzekeraars en huisartsen wordt het zorggebruik door de ouderen continu gedurende 24 maanden geregistreerd. Dit laatste geldt ook voor de kosten van het zorggebruik, zodat tevens de kosten-effectiviteit van de bezoeken onderzocht kan worden.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Op dit moment zijn nog geen (tussentijdse) resultaten voorhanden.

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Systematic home visits by community nurses aim to enhance the functional abilities and quality of life of elderly people and to reduce the use of institutional care services. Previous research indicates that home visiting programmes may only be effective when restricted to elderly people with a poor health status. To test this assumption we propose a study with the following main question: are home visits, conducted by enrolled home nurses under supervision of public health nurses, effective when specifically targeted on elderly people with poor (perceived) health in terms of health outcomes, reduction of institutionalization, and cost-effectiveness? Three hundred elderly people (70-84 years) with a poor perceived health status will be selected and randomly allocated to an intervention or control group. The intervention group (n=150) will be visited at least 8 times during a 18 months period by home nurses. The nurses assess the health status, detect problems and risks, give advice and refer to other services. The control group (n=150) receives usual care.Effects of the visits on the health status will be measured after 12, 18 (end of intervention) and 24 months of follow-up (6 months after the intervention has ended). Data on service use (both community and institutional care) will be registered concurrently during 24 months. The cost-effectivenes will be calculated on the health status and service use data.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website