Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Griepvaccins worden jaarlijks geproduceerd en geregistreerd op beperkte serologische gegevens. De vraagstelling was in hoeverre de toepassing van griepvaccins op grote schaal en onder alledaagse omstandigheden de morbiditeit en mortaliteit van influenza verminderen. Er werden vier verschillende cohort studies verricht. De eerste studie betrof een cohortanalyse, die werd uitgevoerd in de IPCI (Integrated Primary Care Information) database met als doel om de effectiviteit van influenza vaccinatie in ouderen te onderzoeken. Vaccinatie was geassocieerd met een verminderde mortaliteit en minder influenza infecties bij zelfstandig wonende oudere personen. De tweede studie betrof een onderzoek naar het effect van jaarlijkse influenza revaccinatie. In deze studie werd bij 304 gevaccineerden één dood voorkómen bij een vaccinatiegraad die varieerde tussen 64% en 74%. In deze tweede studie toonden we aan dat jaarlijkse influenza vaccinatie geassocieerd was met een vermindering in mortaliteit bij zelfstandig wonende oudere personen, ook op hogere leeftijd. De derde studie betrof een cohortanalyse waarin het effect werd onderzocht van jaarlijkse vaccinatie op het risico op lagere luchtweginfecties (acute bronchitis, acute exacerbatie van chronische bronchitis en pneumonie) bij zelfstandig wonende ouderen. In onze studie was een eerste vaccinatie niet geassocieerd met een verminderd risico op lagere luchtweginfecties. Tijdens de influenza epidemieën verminderde het risico na revaccinatie echter met 33% (BI95%: 8-52%) bij personen zonder onderliggende ziekten. In de vierde studie werd het effect van jaarlijkse revaccinatie op het risico van plotselinge hartdood beschreven. In het algemeen leek influenzavaccinatie of revaccinatie te zijn geassocieerd met een niet-significante vermindering van het risico op acute hartdood. Er was een verhoogd risico na een eerste vaccinatie, dat statistisch significant was in de groep personen zonder onderliggend lijden en in diegenen die jonger waren dan 70 jaar bij het begin van de studie.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Er werden vier verschillende cohort studies verricht.

 

De eerste studie betrof een cohortanalyse met als doel om de effectiviteit van influenza vaccinatie in ouderen te onderzoeken. Er werden 2 groepen gedefinieerd op basis van vaccinatie status. Deze groepen werden vergeleken op het verschil in risico op overlijden, het ontwikkelen van pneumonie of een klinische influenza infectie. De influenza epidemie van 1996-1997 werd gekarakteriseerd door een milde tot matig ernstige influenza activiteit en een goede antigene “match” tussen circulerende influenza virusstammen en vaccinstammen. Vaccinatie was geassocieerd met een verminderde mortaliteit en minder influenza infecties bij zelfstandig wonende oudere personen.

 

De tweede studie betrof een onderzoek naar het effect van jaarlijkse influenza revaccinatie. Hoewel veel studies het effect van influenzavaccinatie hebben bestudeerd, is het klinisch nut van het revaccineren niet eerder systematisch onderzocht. Deze op de Nederlandse populatie gebaseerde cohortstudie liep van 1996-2002. Elk jaar werd de individuele cumulatieve vaccinatiestatus bepaald in de geselecteerde oudere personen. Personen werden geselecteerd indien ze 65 jaar of ouder waren op 1 januari van het jaar waarin zij in de studie startten (tussen 1996-2001). De associatie tussen het aantal opeenvolgende influenzavaccinaties en mortaliteit werd bestudeerd met personen die niet eerder waren gevaccineerd tegen influenza als vergelijkingsgroep. Hiervoor werd een in tijd variërend multivariate Cox-proportional hazard model ontwikkeld, gecorrigeerd voor leeftijd, geslacht, chronische ziekten van luchtwegen, hart en bloedvaten, hypertensie, diabetes mellitus, chronische nierinsufficiëntie en kanker.

Van de 26071 geselecteerde personen overleden er 3485 gedurende de studie. In het algemeen leek een eerste vaccinatie geassocieerd met een niet-significante daling van 10% in het risico op overlijden gedurende het jaar (95% betrouwbaarheidsinterval (BI95%): -3%- 22%), revaccinatie verminderde echter het risico op overlijden met 24% (BI95%: 17-30%). In deze studie werd bij 304 gevaccineerden één dood voorkómen bij een vaccinatiegraad die varieerde tussen 64% en 74%. In deze eerste studie toonden we aan dat jaarlijkse influenza vaccinatie geassocieerd was met een vermindering in mortaliteit bij zelfstandig wonende oudere personen, ook op hogere leeftijd.

 

De derde studie beschrijft een cohortanalyse waarin het effect werd onderzocht van jaarlijkse vaccinatie op het risico op lagere luchtweginfecties (acute bronchitis, acute exacerbatie van chronische bronchitis en pneumonie) bij zelfstandig wonende ouderen. In onze studie was een eerste vaccinatie niet geassocieerd met een verminderd risico op lagere luchtweginfecties. Tijdens de influenza epidemieën verminderde het risico na revaccinatie echter met 33% (BI95%: 8-52%) bij personen zonder onderliggende ziekten.

 

In de vierde studie wordt het effect van jaarlijkse revaccinatie op het risico van plotselinge hartdood beschreven. Ook in deze studie werd het risico op acute hartdood na een eerste vaccinatie of een revaccinatie vergeleken het risico in personen zonder vaccinatie, gebruik makend van een in tijd variërend multivariaat Cox-proportional hazard model, en gecorrigeerd voor leeftijd, geslacht, en onderliggende ziekten. In het algemeen leek influenzavaccinatie of revaccinatie te zijn geassocieerd met een niet-significante vermindering van het risico op acute hartdood. Er was een verhoogd risico na een eerste vaccinatie, dat statistisch significant was in de groep personen zonder onderliggend lijden en in diegenen die jonger waren dan 70 jaar bij het begin van de studie. Deze resultaten vormen een ondersteuning voor het belang van jaarlijkse vaccinatie.

 

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Vanuit het oogpunt van volksgezondheid wordt influenzavaccinatie bij ouderen (>65 jr) van groot

belang geacht, gegeven het grote aantal dat jaarlijks griep krijgt en dat aan de gevolgen hiervan

overlijdt. Toch is weinig bekend omtrent de effectiviteit van deze behandeling omdat grootschalig

kwantitatief onderzoek in Nederland niet verricht is. In het bijgaande projectvoorstel wordt met

behulp van 2 grote bestanden met geautomatiseerde huisartsengegevens, het IPCI- en het

LINH-bestand, een studie verricht naar de mortaliteit bij 21.000 niet-gevaccineerde ouderen (>65 jaar)

en 42.000 gevaccineerde leeftijdsgenoten gedurende een studieperiode van 1 jaar. Hierbij wordt

gestratificeerd naar het al dan niet voorkomen van risicofactoren, zoals diabetes mellitus, respiratoire

en cardiovasculaire aandoeningen. Tevens wordt hierbij een vergelijking gemaakt tussen het aantal

patienten met pneumonie en/of influenza bij niet-gevaccineerden en gevaccineerden en wordt het

zorgbeslag (bezoeken huisarts, aantal geneesmiddelen, verwijzingen, ziekenhuisopnames en duur

van opnames) in relatie tot influenza en de hieraan verbonden kosten met elkaar vergeleken. Omdat

de verschillen in werkzaamheid en doelmatigheid tussen verschillende influenzavaccins nooit zijn

bestudeerd, verrichten we tevens een naar huisartspraktijk gerandomiseerde studie. Hierin wordt

bepaald of de bovengenoemde uitkomsten verschillen tussen ouderen, die met RIVM-1 of RIVM-2

vaccin worden behandeld.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website