Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De interventie Communities in Beweging (CiB) van het Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen (NISB) (tegenwoordig Kenniscentrum Sport) stimuleert mensen met een lage sociaal economische status en beweegachterstand om meer en regelmatig te bewegen. De aanpak bestaat uit zeven werkprincipes: sociale netwerkbenadering, participatie, plezier in bewegen, aandacht voor het groepsproces, betrekken van sociale en fysieke omgeving, intersectorale samenwerking en structurele inbedding.

Het vierjarig onderzoeksproject had tot doel buurtgerichte beweegprogramma’s zoals CiB te evalueren in en met de praktijk. Er is gewerkt met een ‘mixed methods’ design om effecten te meten en om inzicht te krijgen in de mechanismen die hierbij een rol spelen. Zeven locaties met buurtgerichte beweegprogramma’s hebben meegedaan aan het onderzoek: Helmond, Tilburg, Amsterdam, Rotterdam, Hengelo/Enschede en Den Haag met in totaal 19 beweeggroepen.

Onderzoeksactiviteiten op de verschillende niveaus waren:

1. Afname van vragenlijsten over gezondheids- en beweeggedrag en bereidheid tot investeren in termen van tijd en geld bij deelnemers van beweegprogramma’s (individuele niveau). 268 deelnemers hebben de T0 vragenlijst ingevuld, 151 deelnemers de T1 vragenlijst (follow-up bereik 56%), 145 deelnemers de T2 vragenlijst (54%) en 129 deelnemers de T3 vragenlijst (48%) (zie bijlage).

2. Operationaliseren en meten van principes van buurtgerichte beweegprogramma’s zoals stimuleren van groepsdynamische processen, actieve participatie en plezier op basis van literatuuronderzoek en focus groep gesprekken met 10 groepen (groepsniveau).

3. Mechanismen en de context in kaart brengen: organisatie, intersectorale samenwerking, inbedding, leerervaringen door diepte interviews met beweegleiders en groepsbegeleiders van alle locaties (programmaniveau).

 

De belangrijkste bevindingen uit het project zijn:

• Buurtgerichte beweegprogramma’s die stand houden, helpen sociaal kwetsbare groepen om te blijven bewegen en daarmee een bijdrage leveren aan het terugdringen van sociaaleconomische gezondheidsverschillen. Mensen die bereikt worden zijn niet noodzakelijkerwijs inactieve mensen.

• Buurtgerichte beweegprogramma’s gedijen bij stakeholders met een passie voor sport en bewegen, die toegewijd zijn aan sociaal kwetsbare groepen.

• Mensen uit sociaal kwetsbare groepen doen vooral mee met buurtgerichte beweegprogramma’s voor hun plezier. Ze willen daar een bescheiden contributie voor betalen. Dit vraagt bij de organisatie van buurtgerichte beweegprogramma’s om een dienstverleningsperspectief .

• Vooral het matchen van een combinatie van specifieke interventies op meerdere niveaus is belangrijk bij buurtgerichte beweegprogramma’s.

• Een belangrijk mechanisme voor duurzame beweegprogramma’s is experimenteel leren op de verschillende niveaus. Dialoog en reflectie ondersteunt dit leren.

• Het stimuleren van groepsdynamische processen blijkt een overkoepelend en voorwaardelijk principe voor het creëren van het plezier en de actieve participatie. Beiden zijn nodig voor de ontwikkeling van eigenaarschap onder deelnemers voor het functioneren van de beweeggroep en voor het volhouden van het eigen beweeggedrag. Een professionele, competente en responsieve beweegleider speelt een sleutelrol in de organisatie en het behoud van buurtgerichte beweegprogramma’s.

• Lokale buurtgerichte beweegprogramma’s zijn afhankelijk van de context en bijbehorende dynamiek. Voor verduurzaming van beweeginitiatieven is het inspelen en reageren op een voortdurend veranderende context cruciaal.

 

Voor onderzoek:

• CiB is een multilevel interventie – gebaseerd op een ecologisch perspectief, in samenwerking uitgevoerd, ingebed in lokale culturen en structuren, en gericht op individuele én collectieve capaciteitsontwikkeling. De toegevoegde waarde van dit onderzoek, is dat naast effecten ook mechanismen en leeruitkomsten zijn meegenomen.

• Verschillende soorten bewijs, verzameld in verschillende case studies en met verschillende methoden (mixed methods) dragen bij aan de robuustheid van de data en daarmee aan de generaliseerbaarheid van de uitkomsten.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Dit onderzoek levert een bijdrage aan de kennisbasis voor beweegprogramma’s voor kwetsbare doelgroepen en de evaluatie ervan. In lijn met de 6 wetenschappelijke publicaties worden de resultaten hieronder weergegeven.

 

1. Het beschreven evaluatiedesign is gebaseerd op een ecologische benadering van gezondheid. Dit helpt om de onderliggende mechanismen te identificeren in buurtgerichte beweegprogramma’s, die verklaren wat werkt, voor wie, en waarom, op verschillende niveaus. In het ‘mixed methods design’ zijn zowel kwantitatieve als kwalitatieve onderzoekstechnieken gebruikt. Van 2012 tot 2015 zijn in totaal 268 deelnemers van 19 beweeggroepen gevolgd in zes buurtgerichte beweegprogramma’s gevolgd. Op individueel niveau is een longitudinale, volgordelijke cohortstudie gedaan. Elk half jaar (drie metingen) werden kwantitatieve data verzameld over het beweeggedrag en gezondheid gerelateerde indicatoren van deelnemers. Op dezelfde wijze werd bepaald hoeveel mensen willen betalen voor sport en bewegen. Op groeps- en programma niveau werden interviews en focus groep discussies gebruikt, als manier om alle stakeholders actief te betrekken in het onderzoek.

 

2. Buurtgerichte beweegprogramma’s blijken sociaal kwetsbare groepen te bereiken wat betreft indicatoren voor sociaaleconomische status en gezondheid gerelateerde kwaliteit van leven. De scores voor beweeggedrag tonen niet aan dat het gaat om inactieve mensen. Een multilevel analyse wijst uit:

•Geen bewijs voor toename in beweeggedrag na een jaar

•Mensen die stoppen met buurtgerichte beweegprogramma’s, bewegen na een jaar minder in hun vrije tijd dan mensen die doorgaan met buurtgerichte beweegprogramma’s

•Gezondheid gerelateerde kwaliteit van leven, eigen effectiviteit en plezier ondersteunen het in beweging blijven

•Deelnemers uit groepen in kortlopende buurtgerichte beweegprogramma’s (duur 10–13 weken) met wisselende trainers, scoorden na een jaar significant lager op bewegen in de vrije tijd

 

3. Onderzocht is in hoeverre deelnemers willen investeren in sport en bewegen

in termen van geld en tijd. Gemiddeld wilde men €9,60 per maand betalen, hetgeen €2,64 meer was dan de reële gemiddelde maandelijkse kosten voor deelname aan de beweegprogramma’s. Gemiddeld wilde men krap 18 minuten reistijd naar de sportzaal kwijt zijn. Negatieve voorspellers van bereidheid tot investeren in termen van geld en tijd zijn een laag inkomen en een jongere leeftijd. Positieve voorspellers zijn een betere ervaren eigen gezondheid, tevredenheid over het programma en ervaring met sport en bewegen.

 

4. Op groepsniveau is in kaart gebracht hoe deelnemers de groepsgerichte handelingsprincipes actieve participatie, plezier en het stimuleren van groepsdynamische processen beoordelen. Het stimuleren van groepsdynamische processen bleek een overkoepelend en voorwaardelijk principe voor het creëren van het plezier en de actieve participatie. Een professionele, competente en responsieve beweegleider speelt een sleutelrol in de organisatie en voortgang van buurtgerichte beweegprogramma’s en kan beschouwd worden als een extra actie principe.

 

5. Belangrijke factoren die bijdragen aan het in stand houden van beweeggedrag bij de doelgroep vrouwen van niet-Westerse herkomst zijn:

•individueel niveau: ervaren (gezondheids)voordelen, zelfregulatie, en leeropbrengsten wat betreft beweeggedrag en maatschappelijke participatie belangrijke factoren

•groepsniveau: sociale steun, veiligheid, het delen van verhalen, en onderling vertrouwen belangrijke factoren

•programmaniveau: kwaliteit van het programma, responsiviteit van de begeleiding, continuïteit en toegankelijkheid.

De conclusie is dat de individueel ervaren voordelen in combinatie met factoren op groeps- en programmaniveau, gericht op een passende mix van beweeg- en sociale activiteiten, van groot belang zijn voor vrouwen van niet-Westerse herkomst om in beweging te blijven.

 

6. Vanuit het perspectief van lokale betrokkenen, zijn sleutelcombinaties van contextuele factoren en mechanismen in kaart gebracht, die resulteren in uitkomsten die er toe doen voor de beweegprogramma’s. Deze uitkomsten hadden betrekking op het bereik van en zichtbaarheid in de buurt, verduurzaming van het beweegprogramma, intersectorale samenwerking en het stimuleren van een actieve leefstijl onder deelnemers.

Beleidsveranderingen zorgden vaak voor discontinuïteit in financiering en samenwerkingsrelaties, en bijgevolg in de beschikbaarheid van professionele expertise, waardoor de ontwikkeling en duurzaamheid van het beweegprogramma werd belemmerd.

 

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De interventie Communities in Beweging (CiB) van het Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen (NISB) stimuleert mensen met een lage sociaal economische status en beweegachterstand om meer en regelmatig te bewegen. De aanpak bestaat uit zeven werkprincipes: sociale netwerkbenadering, participatie, plezier in bewegen, aandacht voor het groepsproces, betrekken van sociale en fysieke omgeving, intersectorale samenwerking en structurele inbedding.

 

Het vierjarig onderzoeksproject heeft tot doel de effectiviteit en kosteneffectiviteit van CiB te evalueren. (Kosten)Effectiviteit van CiB en mechanismen die daar in een rol spelen worden op drie niveaus onderzocht:

1. individuele niveau: gezondheids- en beweeggedrag;

2. groep niveau: groepsbinding, participatie en plezier;

3. programma niveau: organisatie, intersectorale samenwerking, inbedding, leerervaringen, context.

 

Het onderzoek wordt uitgevoerd door de leerstoelgroep Gezondheid en Maatschappij van de Wageningen Universiteit. NISB werft, onderhoudt contacten met locaties en verzorgt op verzoek van locaties trainingen om de implementatie van CiB te faciliteren.

 

In 2014 zijn zeven organisaties betrokken in het onderzoek, die beweeggroepen hebben in verschillende gemeenten. Eind 2014 zijn in totaal 19 groepen betrokken in het onderzoek. In deze groepen zijn doorlopend gegevens verzameld op het individuele, groeps-, en programmaniveau:

• Op individueel niveau worden T0, T1, T2 en T3 metingen uitgevoerd in 19 groepen in vier cohorten. Voor alle cohorten is de T1 vragenlijst ingevuld, totaal 151 deelnemers (follow-up bereik 56%). De T2 en T3 metingen zijn voor cohorten één en twee afgerond. In 2015 worden de laatste metingen gedaan.

• Op groepsniveau zijn de werkprincipes van CiB onderzocht in tien groepen.

• Op het programma niveau zijn met beweegleiders en groepsbegeleiders diepte-interviews gehouden en is de tijdlijnmethode en de Coordinated Action Checklist toegepast.

 

Wetenschappelijke producten in 2014 zijn:

• Artikel over factoren van invloed op duurzaam beweeggedrag bij vrouwen van niet-westerse herkomst. Geaccepteerd door Tijdschrift voor Gezondheidswetenschappen (TSG 93(1), 2015).

• Drie abstracts (mondelinge presentaties) op (inter-)nationale congressen.

• Interview protocol voor focusgroep gesprekken over werkprincipes participatie, plezier en aandacht voor groepsproces.

• Vier onderzoeksrapporten.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In 2014 is ingezet op het werven van de laatste locaties en nieuwe groepen, continuering van dataverzameling op deelnemers niveau, afronding van dataverzameling op groeps- en programma niveau. Naast de vijf lokale organisaties die in 2012 en 2013 zijn betrokken, zijn in 2014 twee extra organisaties geworven in Den Haag (3 groepen). Binnen de bestaande locaties, Amsterdam, Enschede, Hengelo, Helmond, Rotterdam zijn nieuwe groepen geïncludeerd. In totaal zijn 19 beweeggroepen geïncludeerd in het onderzoek, in totaal 268 deelnemers. Zeven organisaties voer(d)en de beweegprogramma’s uit.

De studie naar factoren van duurzaam beweeggedrag, uitgevoerd in samenwerking met TNO is afgerond en de publicatie is geaccepteerd voor publicatie door TSG.

 

Ontwikkeling onderzoeksmethoden:

Individueel niveau:

• Vaststellen vragenlijsten voor follow-up metingen T3, in lijn met de T0, T1 en T2metingen.

• Ontwikkeling protocol voor schriftelijke en telefonische follow-up van deelnemers, die uitgevallen zijn bij beweegprogramma’s.

Groepsniveau:

• Interview protocol focusgroepen om de werkprincipes participatie, plezier en aandacht voor het groepsproces te evalueren is toegepast in tien focusgroepen.

Programmaniveau:

• Procesevaluatie op basis van een interview met coördinatoren en beweegleiders, en de Coordinated Action Checklist en tijdlijnmethode met de belangrijkste stakeholders per locatie.

 

Onderzoeksactiviteiten:

Individueel niveau:

• Dataverzameling op individueel niveau loopt volgens plan (2x per jaar, 4 cohorten). Dataverzameling voor cohorten één en twee is afgerond.

• Aanvullend vanaf september 2014 ingezet op schriftelijke follow-up van respondenten, die niet meer via de beweeggroepen te bereiken zijn. Redenen hiervoor zijn dat groepsactiviteiten zijn gestopt of uitval uit het beweegprogramma.

Groepsniveau:

• In tien beweeggroepen zijn focusgroepen uitgevoerd. In totaal hebben 76 deelnemers daar aan deelgenomen.

• In de focusgroepgesprekken met CiB groepen zijn de CIB werkprincipes groepsbinding, participatie en plezier gemeten vanuit het perspectief van deelnemers.

Programmaniveau:

• In navolging van de methode van dataverzameling voor procesevaluatie in 2013 in Helmond en Rotterdam, zijn in 2014 data verzameld in Enschede, Den Haag, Hengelo en Tilburg middels documentanalyse, interviews en evaluatieworkshops. Uitkomsten van de workshops zijn teruggekoppeld naar lokale projectleiders.

Wetenschappelijke producten

• Factoren duurzaam beweeggedrag. Artikel geaccepteerd in TSG.

• Drie abstracts en mondelinge presentaties op (inter-)nationale congressen.

• Tool voor focusgroep gesprekken over werkprincipes participatie, plezier en aandacht voor groepsproces.

• Vier onderzoeksrapporten

 

Wetenschappelijke publicaties:

• Herens M, Wagemakers A, Besten H den, Bernaards, C. Welke factoren zijn van invloed op duurzaam beweeggedrag bij vrouwen van niet-westerse herkomst? Tijdschrift voor Gezondheidswetenschappen. Accepted for publication. (TSG 93(1), 2015).

 

Abstracts:

• Herens M, Wagemakers A, Besten LAA den, Bernaards CM, Koelen M, Vaandrager L, Ophem JAC van. Factoren die zorgen voor duurzaam beweeggedrag bij migrantenvrouwen. Nederlands Congres Volksgezondheid (NCVGZ), 10-11 april 2014, De Doelen Rotterdam, Tijdschrift voor Gezondheidswetenschappen 2014;11(3)

• Herens M, Wagemakers A, Van Ophem J, Koelen M. Factors for physical activity maintenance in socially disadvantaged groups in the Netherlands. Poster presentation. 10th Annual meeting and 5th Conference of HEPA Europe. August 27-29 2014. University of Zurich, Switzerland, p. 50-51.

• Schuitemaker S, Herens M, Vaandrager L, Wagemakers A. Validiteit vragenlijst effectonderzoek Communities in Beweging: Een goed alternatief ontbreekt. Dag van het sportonderzoek, 30 oktober 2014.

 

Onderzoeksrapporten

• Brandsen, E. Kosten en baten van buurtgerichte beweegprogramma’s, gezien vanuit de beleidsperspectieven sport, welzijn en gezondheidsbevordering. Master thesis. Leerstoelgroep Economie van Consumenten en Huishoudens. Wageningen Universiteit, 2014.

• Schuitemaker, S. Validiteit vragenlijst effectonderzoek Communities in Beweging: Een goed alternatief ontbreekt. Master thesis. Leerstoelgroep Gezondheid en Maatschappij. Wageningen Universiteit, 2014.

• Rombouts, M. Reden van uitval bij Communities in Beweging. HBO-bachelor scriptie Hogeschool Arnhem Nijmegen, Sport, Gezondheid en Management, Nijmegen, 2014.

• Van der Boezem, Th. QALYs and Community-Based HEPA Programs: A reflection on the use of the QALY in the light of a new definition of health. Bachelor thesis. Leerstoelgroep Gezondheid en Maatschappij. Wageningen Universiteit, 2014.

 

Maatschappelijke producten

• S. van Maanen (2014): ‘Bewegende communities bieden kansen, voor iedereen’. Interview. Sport & Gemeenten, magazine van Vereniging Sport en Gemeenten:62(2): 22-25

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

This research project aims to study the effectiveness and cost-effectiveness of the Communities on the Move program (CiB) of the Netherlands Institute for Sport and Physical Activity (NISB).

 

The aim of CiB is to stimulate exercise in low SES (Socio Economic Status) groups that lack physical activity. NISB supports local organizations to collaborate and to address low SES groups not reached by other programs. CiB is implemented in 37 municipalities, reaching over 100 low SES groups.

 

CiB consists of a collection of health promotion instruments based on participation and collaboration.

 

CiB fits into the ZonMW ‘Preventieprogramma 4’ because it addresses low SES groups, promotes physical activity and is implemented nationwide. The theoretical foundation of CiB has been certified by a Dutch expert panel of the Centre of Healthy Living. The research project contributes to the search for more evidence based programs targeting low-SES groups where substantial health gains can be achieved.

 

The CiB health promotion intervention affects three impact levels: the individual health and well-being, the program level that includes national and local organizations, and the wider community. Therefore, the (cost-) effectiveness needs to be addressed at the three levels of impact. This research project addresses the following research questions:

 

1. At the individual level, what is the effectiveness of CiB with respect to physical activity and habitual behaviour, physical health, quality of life and life satisfaction?

2. At the program level, what mechanism explain the successes and failures of CiB for different low SES groups and how can these be addressed to support nationwide implementation of CiB?

3. At the community level, what is the mutual relationship of CiB with community participation and social capital in general?

4. At the individual, program and community level, how can results be interpreted in terms of costs and benefits for CiB and what combination of economic valuation methods and tools is most appropriate to evaluate a community-program such as CiB on cost-effectiveness?

 

Data are collected at four points in time at the three levels of impact before (t0) and 6 (t1), 12 (t2) and 18 months (t3) after the start of a local CiB program. Data will be collected through questionnaires, interviews, document analysis and focus groups. The data will be gathered for 16 local CiB programmes and involve about 240 respondents. In analysing the qualitative data the Atlas program will be used, while the survey data will be analysed using appropriate cohort analysis techniques.

 

This research project is innovative in two ways:

 

1. It assesses (cost-) effectiveness at the individual, program and community level of CiB comprehensively.

2. It creates a win-win situation at the program and community level as both research and practice benefit. Research activities will be part of the intervention in such a way that change is facilitated and learning processes are stimulated. Results will be fed back into the program immediately in order to undertake subsequent action. In addition to evidence on effectiveness, this research project facilitates wider implementation of CiB on both the national and local level.

 

The deliverables of this research project are a report about the (cost-) effectiveness of CiB, an improved manual for community programs addressing different low SES groups, guidelines for research and practice and a PhD thesis consisting of peer reviewed articles. Knowledge transfer of this research project and its results is guaranteed by the involvement of stakeholders, consultation of Dutch experts in the field of health promotion, presentations at (inter-) national networks and conferences and inclusion in the curricula of university and European teaching programs. If CiB turns out to be (cost)effective it will be put forward for certification as evidence-based by the Dutch Centre of Healthy Living (CGL).

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website