Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Schildklierhormoon (thyroxine, T4) is in de vroege levensfasen van essentieel belang voor groei en rijping van de hersenen. Omdat bij kinderen met congenitale hypothyreoidie (aangeboren schildklierhormoontekort, afgekort CH) de hypothyreoidie zich reeds voor de geboorte manifesteert en duurt tot het moment dat adequate T4 behandeling wordt gegeven na de geboorte, lopen deze kinderen het risico op mentale en motorische retardatie indien niet tijdig na de geboorte gestart wordt met de behandeling. Omdat gebleken is dat het klinisch beeld doorgaans te laat tot de diagnose CH leidt, is neonatale screening de enige methode gebleken om kinderen met CH vroegtijdig te kunnen opsporen en behandelen. In Nederland werd de CH screening in 1981 landelijk ingevoerd.

Het doel van de screening en vroege behandeling is de hersenontwikkeling te waarborgen, zodat patiënten met CH zich net zo ontwikkelen als hun leeftijdsgenoten.

Uit onderzoek naar de ontwikkeling van CH patiënten geboren in 1981-82 bleek echter dat kinderen met de ernstigste vorm van hypothyreoidie in vergelijking met kinderen uit een controlegroep, beiden getest op 7,5 en 9,5 jarige leeftijd, gemiddeld circa 10 IQ-punten lager scoorden en ook t.a.v. motorische vaardigheden belangrijk achterbleven.

Om de ontwikkeling van CH kinderen te verbeteren werd in de afgelopen jaren de screeningsprocedure en behandelingsstrategie diverse keren gewijzigd. Zo werd de screening vervroegd, en werd de initiële T4 dosis verhoogd. Er was echter nooit geëvalueerd of deze wijzigingen hadden geleid tot een verbetering c.q. normalisering van de ontwikkeling van CH kinderen.

Het onderzoek “Effectevaluatie van de screening op CH” is opgezet om te onderzoeken 1) in hoeverre de veranderingen aan de screeningsprocedure en behandelingsstrategie hebben bijgedragen aan de optimale ontwikkeling van het kind met CH, 2) in hoeverre de zorg voor kinderen met CH nog verbeterd kan of moet worden, en 3) in hoeverre de screeningsprocedure en behandelingsstrategie nog aanpassingen behoeven.

Bij de opzet van het onderzoek werd de hoogste prioriteit gegeven aan een ongebiasde inclusie van patiënten. Daartoe werd de gehele patiëntenpopulatie geboren in 1981-82, 1992-93, en 2002-04 uitgenodigd, met uitzondering van die patiënten met een mentale of motorische retardatie die gerelateerd was aan een syndroom, of geacht werd niet met hypothyreoidie in de vroege levensfase in verband te kunnen of mogen worden gebracht. Er werd nauwkeurig op toegezien dat alle patiënten ten tijde van de psychologische testen een adequate T4 dosering hadden.

Bij het cohort patiënten geboren in 1981-82 bleek dat de cognitieve en motorische deficieten welke op 9.5 jarige leeftijd werden waargenomen (Kooistra et al, Journal of Pediatrics 1994), persisteerden tot op volwassen leeftijd. Bij de kinderen met ernstige CH die zowel op 9.5 als op 21.5 jarige leeftijd werden getest was de gemiddelde IQ score 91.1 en 90.6, respectievelijk (Kempers et al., J Clin Endocrinol Metab 2006:91;418-24).

Bij het cohort patienten geboren in 1992-93 bleek dat op 10 jarige leeftijd, geen verbetering werd waargenomen in de cognitieve en motorische ontwikkeling, ten opzichte van het 1981-82 cohort, ondanks het feit dat in het 1992-93 cohort de start van de behandeling significant eerder was. Vooral kinderen met een ernstige CH bleken de grootste deficieten te hebben: gemiddeld IQ 93.7 in het 1992-93 cohort, gemiddeld IQ 94.3 in het 1981-82 cohort (Kempers et al., J Clin Endocrinol Metab 2006 in press).

De jongste groep patienten geboren in 2002-04 en getest op 1- en 2-jarige leeftijd bleek op de leeftijd van 1 jaar een mentale ontwikkelingsscore te hebben vergelijkbaar met hun leeftijdsgenoten. De psychomotorische ontwikkelingsscore bleek echter significant lager te zijn ten opzichte van de norm populatie. De 2-jaars resultaten worden momenteel geanalyseerd.

Voordat meer definitieve conclusies kunnen worden getrokken ten aanzien van de ontwikkeling van CH patiënten gescreend en behandeld volgens de huidige inzichten, zullen de resultaten op 2-jarige leeftijd van het 2002-04 cohort moeten worden afgewacht. De resultaten van dit cohort op 1 jaar laten echter enig optimisme toe voor wat betreft de mentale ontwikkeling. Echter, ondanks verschillen in startdag en behandelingsstrategie bleek de motorische ontwikkeling bij alle drie cohorten achter ten opzichte van de norm populatie. Bovendien werd in geen van de cohorten een correlatie gevonden tussen de startdag van de behandeling en de motorische ontwikkeling. Het lijkt daarom aannemelijk dat de motorische ontwikkelingsachterstand in belangrijke mate prenataal bepaald is. Op grond van deze (deels voorlopige) bevindingen lijkt er dus geen reden de screeningsdag verder te vervroegen.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In het 1981-82 cohort hebben 70 patienten met thyroidale CH deelgenomen (gem. leeftijd 21.5 jaar); 49 van hen waren voorheen getest op 9.5 jarige leeftijd. De mediane leeftijd bij starten van de behandeling was 28 dagen (range 4-293).

De gemiddelde Full Scale IQ score (95.8) was significant lager than in the norm populatie. Ook de motoriek scores waren significant slechter in de CH populatie vergeleken met de norm populatie. Zowel de intellectuele als motorische uitkomsten waren het meest aangedaan in patienten met ernstige CH. In de groep patienten die voorheen getest was op 9.5 jarige leeftijd, was er geen significante verandering in IQ scores waar te nemen van de kinderleeftijd naar volwassen leeftijd en voor het grootste deel van de patienten gold dat de classificatie van de motoriek score hetzelfde bleef. De initiele T4 concentratie, maar niet de startdag van behandeling, correleerde met de IQ en motoriek scores.

In het 1992-93 cohort deden 82 patienten met thyroidale CH mee, getest op de leeftijd van 10.5 jaar. De mediane leeftijd bij starten van de behandeling was 20 dagen (range 2-73). In de totale CH groep was de Full Scale IQ score (97.3) niet significant verschillend van het populatie gemiddelde. Echter, in patienten met ernstige CH was de Full Scale IQ score (93.7) significant lager. De IQ scores van patienten met matig ernstige en milde CH waren vergelijkbaar met de norm populatie. In alle drie ernstgroepen, maar het meest uitgesproken in de ernstige CH groep, werden motoriek problemen geobserveerd. De initiele FT4 concentratie, maar niet de startdag van behandeling of de initiele T4 dosis, correleerde met IQ en motoriek scores.

In het 2002-04 cohort deden 119 patienten met thyroidale CH mee. Zij werden getest met de Bayley Scales of Infant Development (BSID-II-NL) op de leeftijd van 1.1 jaar. (de resultaten op de leeftijd van 2 jaar worden momenteel geanalyseerd). De mediane leeftijd bij starten van de behandeling was 9 dagen (range 2-34). In de totale groep was the mentale ontwikkelingsscore (MDI 101.2) niet verschillend van het populatie gemiddelde (100). De psychomotore ontwikkelingsscore was echter wel significant lager (PDI 89.1 vs 100). Er werd geen verschil gezien tussen de verschillende ernstgroepen. De MDI en PDI scores correlerden zwak met de initiele T4 dosis, maar niet met de initiele FT4 concentratie of the startdag van behandeling. Het dient opgemerkt dat het 2002-04 cohort op het moment van deze eerste evaluatie nog erg jong was (gemiddeld 1.1 jaar); de uitkomsten op latere leeftijd moeten worden afgewacht voordat meer definitieve conclusies kunnen worden getrokken ten aanzien van de intellectuele en motorische ontwikkeling van dit cohort. De huidige resultaten laten zien dat in het 2002-04 cohort, gescreend en behandeld volgens de huidige richtlijnen, geen verschil kon worden aangetoond op de leeftijd van 1 jaar, in de mentale ontwikkeling ten opzichte van leeftijdsgenoten. De psychomotore ontwikkeling was echter nog steeds lager in het 2002-04 cohort dan in de norm populatie, ondanks een substantiele vervroeging van de behandeling ten opzichte van de andere 2 cohorten.

 

De belangrijkste conclusies uit de drie cohorten tezamen zijn:

De (subtiele) cognitieve and motore deficieten, gevonden op 10-jarige leeftijd in het 1981-82 cohort, persisteren tot in volwassenheid.

Het risico op cognitieve deficieten lijkt het grootst als sprake is van een ernstige CH, die relatief laat wordt behandeld.

De substantiele vervroeging van de startdag van behandeling van gemiddeld 29 dagen (in 1981-82) tot gemiddeld 19 dagen (in 1992-93) heeft niet geresulteerd in verbeterde intellectuele uitkomsten op de leeftijd van 10 jaar. Patienten geboren in 2002-04, ook met een ernstige CH (gem. startdag 9 dagen), hadden op de leeftijd van 1 jaar een MDI score vergelijkbaar met de norm populatie. Dit wijst mogelijk, tenminste waar het gaat om de mentale ontwikkeling, op een protectieve rol van het nog aanwezige T4 in de eerste levensdagen, afkomstig van de moeder.

Substantiele motorische problemen werden geobserveerd in het 1981-82 en 1992-93 cohort. Zelfs in het 2002-04 cohort met de vroegste behandeling en hoogste initiele T4 dosis, waren de PDI scores significant lager dan in de norm populatie. Blijkbaar persisteren de motorische deficieten ondanks vervroeging van de behandeling. Een verklaring hiervoor kan zijn dat de motorische ontwikkeling voornamelijk prenataal wordt bepaald en daarmee geen baat heeft bij verdere vervroeging van de behandeling.

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

The introduction of the nationwide neonatal screening on congenital hypothyroidism (CH) in The Netherlands in 1981, aimed at early detection of hypothyroid children, prompt institution of thyroid hormone treatment and thus preventing potentially severe neurological damage due to shortage of thyroid hormone. In spite of the overall improvement in europsychological outcome, compared to

the prescreening period, test results of children born in the first years of screening, were not

optimal; children with CH, especially those with the most severe type of hypothyroidism, showed

subnormal cognitive and motor capabilities at 7.5 and 9.5 years of age. In the past twenty years the screening method (e.g. day of heelpuncture) and treatment modality have been changed several times with the ultimate aim to establish a completely normal life for all children with CH without any persistent brain damage due to hypothyroidism in early life. Up till now the effects of these changes have not been evaluated properly in a population study.

The proposed project will investigate the effects of the changes in the screening method and

treatment by testing three different age groups on cognitive, motor and socio-emotional

development. The results of this study will answer the important question whether the current screening method and treatment are already optimal or if not which improvements are still possible and thus mandatory.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website