Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Er wordt geschat dat 35 tot 50% van de zwangere vrouwen in Nederland alcohol gebruikt, ondanks het feit dat alcohol tijdens de zwangerschap schadelijk is voor het ongeboren kind. Om alcoholgebruik tijdens de zwangerschap terug te dringen, zijn in dit project twee interventies ontwikkeld en getest, namelijk een voorlichtingsprogramma aangeboden door verloskundigen (Health Counselling; HC) en een voorlichtingsprogramma aangeboden via internet (Computer Tailoring, CT). In een randomized controlled trial onder 393 zwangere vrouwen (van 50 verloskundigenpraktijken) die alcohol gebruikten werd onderzocht of deze interventies effectief waren in vergelijking tot reguliere zorg in het terugdringen van alcoholgebruik tijdens de zwangerschap. De studie toonde aan dat vrouwen die het internetprogramma kregen vaker stopten met drinken dan vrouwen die reguliere zorg van hun verloskundige kregen. Het voorlichtingsprogramma aangeboden door verloskundigen leidde niet tot een significante afname van zwangere vrouwen die alcohol gebruikten. Mogelijke verklaringen hiervoor zijn dat verloskundigen onvoldoende in staat waren om alcoholgebruik van zwangere vrouwen te detecteren en het daarom bij hun cliënten niet altijd nodig vonden om uitgebreide voorlichting te geven. De resultaten zijn in een expertmeeting gepresenteerd aan verloskundigen, huisartsen, gynaecologen en andere betrokkenen. Op basis van de resultaten wordt aanbevolen om de internetinterventie breed te implementeren en het voorlichtingsprogramma voor verloskundigen te verbeteren, met name op het gebied van het detecteren van alcoholgebruik en de bewustwording van het belang om alcoholvoorlichting te geven.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het hele project bestond uit twee grote studies, namelijk een determinantenstudie onder zwangere vrouwen, partners en verloskundigen, en een effect- en procesevaluatiestudie. De resultaten van de eerste studie zijn gerapporteerd in het 2e en 4e voortgangsverslag. Hieronder vindt u de rapportage van de resultaten van tweede studie.

Effectevaluatie vond plaats door middel van een randomized controlled trial (RCT). Deze RCT is uitgevoerd met drie condities (Health Counselling, HC; Computer Tailoring, CT; en Reguliere Zorg, RZ) met een baseline meting (T0) en twee vervolgmetingen, 3 maanden (T1) en 6 maanden (T2) na de baseline meting, om te achterhalen of de interventies effectief waren in het terugdringen van alcoholgebruik tijdens de zwangerschap. In totaal hadden 393 zwangere vrouwen T0 ingevuld (135 HC-respondenten; 116 CT-respondenten en 142 RZ-respondenten); deze vrouwen waren maximaal 12 weken zwanger en hadden minimaal 1 slokje alcohol gedronken sinds ze wisten dat ze zwanger waren. Op T1 was in de RZ-conditie 45% van de zwangere vrouwen gestopt met drinken; na twee CT- of HC-voorlichtingssessies waren in de CT- en HC-conditie respectievelijk 71% en 66% van de zwangere vrouwen gestopt met drinken. Op T2 was in de RZ-conditie 55% van de zwangere vrouwen gestopt met drinken; na een derde CT- of HC-voorlichtingssessie waren in de CT- en HC-conditie respectievelijk 87% en 72% van de zwangere vrouwen gestopt met drinken. Het verschil tussen de CT- en RZ-conditie was significant: vrouwen die de computer tailoring interventie hadden gekregen waren significant vaker gestopt met het drinken van alcohol in vergelijking tot vrouwen die reguliere zorg hadden gekregen. Het verschil tussen de HC- en RZ-conditie was niet significant.

Procesevaluatie vond plaats door middel van interviews met 14 HC-verloskundigen over hun ervaringen met de interventie. Uit de interviews bleek dat de meeste verloskundigen de interventie niet goed hadden toegepast: veel respondenten hadden geen HC-voorlichting gekregen omdat hun verloskundigen dachten dat hun cliënten geen alcohol (meer) dronken. De uitgebreidheid van de interventie werd als belangrijkste nadeel gezien: Verloskundigen vonden het vervelend dat ze volgens de interventie driemaal uitgebreid over alcohol moesten praten, terwijl ze dachten dat hun cliënten geen alcohol (meer) dronken. Desondanks was het algemene oordeel van de verloskundigen over de HC-interventie positief. Op een schaal van 1 (onvoldoende) tot 10 (heel goed) gaven alle verloskundigen de interventie een zeven of een acht. Ze vonden het namelijk heel belangrijk dat er een methode beschikbaar zou zijn om specifieke voorlichting te geven over alcoholgebruik als dat voor hun cliënten nodig zou zijn.

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Deze rapportage beschrijft de activiteiten in 2010 van het project, dat als doel heeft om een effectieve interventiestrategie te ontwikkelen om alcoholgebruik tijdens de zwangerschap terug te dringen. Vanwege zwangerschapsverlof zijn in 2010 alleen de activiteiten van de maanden 21 tot en met 28 van het vierjarig project uitgevoerd. In deze maanden is het rapport ‘Advies over alcoholgebruik aan zwangere vrouwen’ gepubliceerd. Tevens hebben de voorbereidingen plaatsgevonden voor de interventiestudie. Twee interventiestrategieën zijn ontwikkeld. Voor de interventie Advies op Maat via internet zijn vragenlijsten en adviezen opgesteld, getest en geprogrammeerd; voor de interventie mondelinge voorlichting door de verloskundige zijn een handleiding en brochure gemaakt en getest en is er een training opgesteld. Dertig verloskundigenpraktijken zijn geworven voor het onderzoek en degenen die zijn toegewezen aan de conditie van mondelinge voorlichting zijn getraind zodat zij de materialen goed kunnen toepassen. Het komend jaar zal de interventiestudie plaatsvinden en zal getest worden of de interventies leiden tot minder alcoholgebruik tijdens de zwangerschap.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het onderzoek ‘Advies over alcoholgebruik aan zwangere vrouwen’ liet zien dat verloskundigen vaak wel de intentie hadden om hun cliënten te adviseren om geen alcohol te drinken. Echter, veel verloskundigen gaven dit advies alleen als er aanleiding toe was, namelijk als de cliënt vertelde dat ze alcohol dronk; cliënten vertelden slechts zelden dat ze alcohol dronken. Volgens verloskundigen drinkt slechts een paar procent van de vrouwen alcohol tijdens de zwangerschap, veel minder dan volgens het onderzoek dat in het kader van dit project in 2009 is uitgevoerd onder zwangere vrouwen (32% van de zwangere vrouwen drinkt alcohol) en onderzoek van de Gezondheidsraad (2005; 35 tot 50% van de zwangere vrouwen drinkt alcohol). Ook liet het onderzoek zien dat verloskundigen beperkte kennis hadden over de gevolgen van alcohol tijdens de zwangerschap. Rapportage van het onderzoek heeft geleid tot een artikel hierover in Dagblad Trouw (9 september 2010) en Kamervragen aan de ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en voor Jeugd en Gezin (zie zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20102011-178.html). De ministers antwoordden dat de ontbrekende kennis van verloskundigen wordt overgelaten aan de beroepsvereniging van de verloskundigen en dat het Ministerie van VWS bezig is met de ontwikkeling van een andere voorlichtingsmethode over alcohol voor verloskundigen.

Bij de ontwikkeling van de interventiestrategieen is gebleken dat verloskundigen die meedoen aan het onderzoek enthousiast zijn over de handleiding, brochure en training. Deze producten vullen het huidige kennisniveau en voorlichtingsmethode goed aan. Of de interventies leiden tot minder alcoholgebruik tijdens de zwangerschap zal volgend jaar blijken.

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Alcohol consumption during pregnancy is a leading preventable cause of birth defects and developmental disabilities. Exposure to maternal drinking has been associated with difficulties in thinking, learning and memory, as well as behavioral problems, physical problems and alcohol disorders. Furthermore, prenatal alcohol consumption increases the risk of stillbirth, spontaneous abortion and premature birth. Harmful effects are found with individuals whose mothers drink heavily during pregnancy as well as with individuals whose mothers are light-to-moderate drinkers. An average consumption of less than one standard drink per day may increase the risk of adverse effects. The risk and the severity of the effects are dose related. When consumption exceeds 6 drinks, there is an increased risk of major malformations and specific facial characteristics of fetal alcohol syndrome (FAS). Despite clinical research on the hazards of alcohol use during pregnancy, there has been comparatively little attention paid to researching potential preventative strategies designed to reduce prenatal alcohol consumption.

In the Netherlands an estimated 80% of all women of child-bearing age drink alcoholic beverages. Of the 200.000 women who become pregnant every year, approximately 35% to 50% continue to drink alcohol throughout their pregnancy.

The pregnant woman’s midwife and her partner can play an influential role on her alcohol consumption. The aim of this project is to develop two tailored brief intervention programs for pregnant women, which can be implemented in prenatal care and to test the effectiveness of the interventions using a randomized control trial with three conditions. The aim of both interventions is to stimulate pregnant women to stop drinking, in accordance with the advice stated by the Health Council of the Netherlands in 2005. The first intervention is based on the Health Counseling Model combined with motivational Interviewing and the second is a Computer Tailored intervention. Effects will be studied for women with high and low social economic status.

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website