Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In dit project is een model gemaakt waarmee te schatten is hoeveel groente- en fruit wordt gegeten. Deze schatting is gebaseerd op grond van metingen aan stoffen in het bloed (carotenoiden, vitamine C en foliumzuur) en een aantal algemene karakteristieken, zoals geslacht, leeftijd en mate van overgewicht. Uitgangspunt waren eerder verrichtte studies waarin proefpersonen al het te eten groente en fruit door de onderzoekers werden verschaft.

De geschatte waarden voor inname van groente en fruit uit dit model correleert beter met de werkelijke inname als elders gebruikte mate als de som van alle carotenoiden.

Nadere validatie liet echter zien het model de hoeveelheid gegeten groente en fruit duidelijk overschat. Hiervoor is verdere aanpassing nodig.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Via een literatuuronderzoek zijn 19 geschikte gecontroleerde voedingsproeven gevonden. Hiervan konden van 12 studies data worden verkregen. Van andere studies waren de data niet meer beschikbaar of leesbaar, of konden de auteurs niet bereikt worden. Op deze data is een model gemaakt, voor groente- en fruitconsumptie, zowel inclusief als exclusief consumptie van groente en/of fruit sap. In deze data correleerde de voorspellingen uit het model beter met de echte inname dan andere maten zoals de som van alle caretenoiden.

De externe validiteit van het model is bekeken met de populatiedata van de amerikaanse NHANES studie. Hieruit blijkt dat het model op groepsniveau de groente- en fruitinname overschat vergeleken met de inname die respondenten zelf opgaven. Hierbij spelen de afwijkende voedingspatronen in de U.S. een rol: zo worden veel voedingsmiddelen verrijkt met foliumzuur en is ook de lycopeen-inname uit tomatenketchup hoger dan elders.

De methode is geïmplementeerd in een software applicatie, namelijk een R package genaamd predFV.

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

NEDERLANDS

 

Lage consumptie van groente en fruit is geassocieerd met het optreden van chronische ziekten. Er zijn en worden diverse interventies ontwikkeld ter verhoging van de groente- en fruitconsumptie. Het bepalen van de (kosten-)effectiviteit van dergelijke interventies in termen van effect op ziekten vergt lange follow-up en grote aantallen personen in de interventie. Het is sneller en efficienter om de werkzaamheid van dergelijke interventies te bestuderen in termen van de bereikte verhoging van inname van groente en fruit, en de effecten op ziekten daaruit af te leiden met behulp van bestaande kennis over de relatie tussen de consumptie van groente en fruit en chronische ziekten. De verhoging van consumptie in zo'n interventie studie dient dan wel te worden gekwantificeerd op een andere manier dan door zelf-rapportage.

In dit project zal een methode worden ontwikkeld om biomarker data, zoals te meten in bloed of urine, te vertalen in een hoeveelheid extra gegeten groente- en fruit. De methode is gebaseerd op voedingsexperimenten, waarmee een verband kan worden gelegd tussen inname van bepaalde micro-nutrienten in voeding en concentratie van de biomarkers in bloed, als mede op gegevens over de samenstelling van het voedingspatroon in Nederland. De methode zal worden ingebouwd in software zodat uitvoerders van interventie-studies de methode ook zonder te veel technische kennis kunnen toe passen.

 

De methode zal focussen op carotenoiden in serum (beta-caroteen, alfa-caroteen, beta-cryptoxanthine, luteine, lycopeen, zeaxanthine). Daarnaast zal worden bezien of gebruik van vitamine C en foliumzuur in serum en mogelijk ook kalium in urine aanvullende waarde heeft.

 

Het project zal de volgende producten opleveren:

- een fysiologisch gefundeerde methode waarmee uit biomarker waarden de hoeveelheid gegeten groente en fruit is te schatten

- computer software waarmee deze methode kan worden uitgevoerd

- een artikel waarin de methode wordt beschreven, inclusief:

a) een demonstratie van het belang van de methode door te laten zien hoe de zelf gerapporteerde inname verschilt van een objectieve schatting van de inname, en verschillen daarin vast te stellen tussen verschillende bevolkingsgroepen (bijvoorbeeld naar sociaal economische klasse, of naar lichaamsgewicht)

b) het beschrijven van de validiteit

en

c) aangeven van mogelijke uitbreidingen van de methode

 

ENGLISH

 

Insufficient fruit and vegetable consumption has been linked to the incidence of several chronic diseases, and many interventions have been and are being developed to increase consumption. Evaluating the (cost-)effectiveness of such interventions in terms of their effects on chronic diseases requires long follow-up and large study populations. It is more efficient to evaluate interventions in terms of their effect on consumption of vegetables and fruit, and derived the effects on chronic diseases from existing knowledge on the relation between vegetable and fruit consumption and chronic diseases. In such studies, the increase in consumption should be quantified in another way than by self-report. Here we propose to develop methods that quantifies fruit and vegetable consumption based on biomarkers in blood and possibly urine. The method is based on results from nutritional experiments, which make it possible to relate intake of particular micro-nutrients to the concentration of biomarkers in serum or urine, as well as on data on the food composition in the Netherlands. The method will be implemented in a software tool. The availability of that software tool will make it possible to easily apply the method.

 

Focus will be on carotenoids in serum as biomarkers (beta-carotene, alpha-carotene, beta-cryptoxanthin, lutein, lycopene, zeaxanthin) but also ascorbic acid and folate in serum and possibly potassium in urine will be considered. Deliverables of the project are:

- a physiology-based method that quantitatively predicts the intake of vegetables and fruits based on biomarker information

- a software tool implementing the method.

- a paper describing the method, including a demonstration the usefulness of this method by comparing the bias in self-reported intake of V&F (as assessed with this method) in different population subgroups (SES-groups, BMI-groups), validity checks and possible extentions

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website