Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Hart- en vaatziekten (HVZ) zijn de grootste oorzaak van ziekte en morbiditeit in Nederland en hoge bloeddruk is een veel voorkomende risicofactor van HVZ. Leefstijlfactoren, zoals ongezonde voedingsgewoonten en gebrek aan lichamelijke activiteit, zijn belangrijke determinanten van zowel hoge bloeddruk als HVZ. Verandering van deze factoren is daarom van belang in de preventie en vermindering van HVZ. Om deze reden werd het project 'Vitalum' gestart in Limburg en Brabant. Het doel van het project was het ontwikkelen en uittesten van twee innovatieve communicatiemethoden (persoonlijke brieven en persoonlijke telefoongesprekken) ter verbetering van de consumptie van groente, fruit, en vet en de lichamelijke activiteit. De doelgroep betrof mensen tussen 45 en 70 jaar uit de diverse sociale klassen mét en zonder hoge bloedruk.Het onderzoek bestond uit 2 fasen. Fase 1 betrof voornamelijk uit het achterhalen van ideeën en ervaringen van mensen met adviezen over voeding en lichamelijke activiteit, door middel van kwalitatief onderzoek. Daarnaast werden in deze fase de vragenlijsten en de interventie ontwikkeld en gepilottest. In fase 2 werden de interventies verder ontwikkeld en uiteindelijk getest in een gerandomiseerd design met vier onderzoeksgroepen. De volgende onderzoeksvragen werden bestudeerd: a) het effect van de persoonlijke brieven op de genoemde gedragingen, b) het effect van de persoonlijke telefoongesprekken op de genoemde gedragingen en c) het effect van de combinatie van deze twee methoden op de genoemde gedragingen. Daarnaast vond een procesevaluatie plaats en werd de kosteneffectiviteit van de verschillende methoden bepaald.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Effectstudie

TPC en TMI of een combinatie van beide methoden kunnen worden ingezet ter bevordering van meer bewegen of gezondere voeding bij een mensen tussen de 45 en de 70 jaar ongeacht hun opleidingsniveau of hypertensiestatus. Alle interventiegroepen aten op de 1e nameting 1% minder verzadigd vet vergeleken met de controle groep in plaats van de verwachte 5%, maar verschillen tussen groepen waren niet significant.

 

Proces evaluatie

Beide methodieken worden door deelnemers positief geëvalueerd en kunnen op grond daarvan beide worden aanbevolen, ondanks het feit dat deelnemers meer tevreden waren over TMI dan over TPC.

 

Kosten effectiviteitsstudie

TPC is het meest kosten effectief en verdient vanuit dat oogpunt de voorkeur. Echter logistiek gezien is deze interventie moeilijker te organiseren vanwege het feit dat computers eerst data nodig hebben voordat een brief gegenereerd kan worden. Aan de andere kant, voor het uitvoeren van MI zijn voldoende getrainde counselors nodig.

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Hart- en vaatziekten (HVZ) zijn de grootste oorzaak van ziekte en morbiditeit in Nederland en hoge bloeddruk is een veel voorkomende risicofactor van HVZ. Leefstijlfactoren, zoals ongezonde voedingsgewoonten en gebrek aan lichamelijke activiteit, zijn belangrijke determinanten van zowel hoge bloeddruk als HVZ. Verandering van deze factoren is daarom van belang in de preventie en vermindering van HVZ. Om deze reden is het project 'Vitalum' gestart in Limburg en Brabant. Het doel van het project is het ontwikkelen en uittesten van twee innovatieve communicatiemethoden (persoonlijke brieven en persoonlijke telefoongesprekken) ter verbetering van de consumptie van groente, fruit, en vet en de lichamelijke activiteit. De doelgroep zijn mensen tussen 45 en 70 jaar uit de diverse sociale klassen mét en zonder hoge bloedruk. De resultaten van andere studies 'tot nu toe' met beide methoden zijn veelbelovend én beide methoden zijn in de praktijk op grote schaal toepasbaar. Het onderzoek bestaat uit 2 fasen. Fase 1 bestaat voornamelijk uit het achterhalen van ideeën en ervaringen van mensen met adviezen over voeding en lichamelijke activiteit, door middel van kwalitatief onderzoek. Daarnaast worden in deze fase de vragenlijsten en de interventie ontwikkeld en gepilottest. In fase 2 worden de interventies verder ontwikkeld en uiteindelijk getest in een gerandomiseerd design met vier onderzoeksgroepen. De volgende onderzoeksvragen worden bestudeerd: a) het effect van de persoonlijke brieven op de genoemde gedragingen, b) het effect van de persoonlijke telefoongesprekken op de genoemde gedragingen en c) het effect van de combinatie van deze twee methoden op de genoemde gedragingen. Daarnaast vindt een procesevaluatie plaats en wordt de kosteneffectiviteit van de verschillende methoden bepaald.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Resultaten met betrekking tot gedrag en sociaaldemografische variabelen van deelnemers op de voormeting zijn onderzocht (n=2568). Voor gedrag zijn de resultaten beschreven in bijgevoegd artikel. Inname van verzadigd vet wordt hierin niet beschreven, omdat dit gedrag enkel met meerdere items is gemeten. Vetinname is gemeten met de vetlijst (zie eerdere verslagen). Afhankelijk van hun geslacht, werden deelnemers geclassificeerd als ‘voldoen’ aan de richtlijnen voor verzadigde vetinname: mannen met een vetscore <=15 en vrouwen met een score <=13. Mannen hadden een gemiddelde vetscore van 19.3, vrouwen van 16, en 70% van de deelnemers (n=1798) voldeed niet aan de richtlijn voor verzadigd vet. Onafhankelijke t-toetsen (voor leeftijd) en chi-kwadraat toetsen (voor opleiding, geslacht en hypertensie) zijn uitgevoerd om de relatie tussen sociaaldemografische variabelen en het voldoen aan de richtlijnen te onderzoeken (zie Tabel 1). Voor bewegen en fruit inname werd gevonden dat deelnemers die voldeden aan de norm significant ouder zijn dan deelnemers die niet voldeden. Daarnaast hadden deelnemers die niet voldeden aan de fruit richtlijn 2.79 keer meer kans man te zijn dan vrouw en 1.27 keer meer kans een hoge in plaats van lage opleiding te hebben. Deelnemers die niet aan de groente richtlijn voldeden, hadden 1.75 keer meer kans om man te zijn dan vrouw. Met betrekking tot vet bleken deelnemers die voldoen aan de richtlijn significant ouder te zijn dan deelnemers die niet voldoen, en hadden deelnemers die niet voldoen aan de richtijn 1.21 keer meer kans om man te zijn dan vrouw, en 1.45 keer meer kans om normotensief dan hypertensief te zijn.

VITALUM wil onderzoeken of interviewers Motivational Interviewing (MI) op de juiste manier hebben toegepast. Voor het krijgen van een eerste indruk zijn 2 gesprekken van 16 deelnemers in de telefonische MI groep over bewegen geselecteerd en onderzocht. Gesprekken zijn gecodeerd met de MITI 2.0 en de 1-PASS (zie verslag 2006). Van de 32 gesprekken zijn 3 niet gecodeerd, omdat één niet was opgenomen en twee niet waren uitgevoerd door uitval van de deelnemer. De gesprekken (n=29) duurden gemiddeld 21 minuten (sd=10.5). De resultaten zijn vermeld in Tabel 2. Uit deze eerste resultaten kunnen we afleiden dat de interviewers MI op de juiste manier lijken te hebben toegepast. De gemiddelde competentie van interviewers was hoger dan de vereiste competentie, behalve voor de verhouding ‘reflecties:vragen’. Dit kan worden verklaard door het gebruik van een interview protocol, omdat vragen makkelijker in een protocol kunnen worden beschreven dan reflecties.

De eerste resultaten van de procesvragen zijn onderzocht. Deze vragen meten het bereik van de interventies en de tevredenheid van deelnemers met de interventies (voor advies op maat zie Tabel 3, voor MI zie Tabel 4). Met betrekking tot advies op maat blijkt dat meer dan 70% van de deelnemers zich de brief kan herinneren, dat de meeste brieven 1 à 2 keer gelezen werden en dat ze (bijna) helemaal gelezen werden. De meeste deelnemers die de brief aan anderen lieten lezen, toonden die aan hun partner. Voor algemene tevredenheid werd een 7 gegeven. De brieven lijken te voldoen aan de principes van advies op maat, omdat deelnemers aangaven dat de brief persoonlijk voor ze geschreven was, dat die begrijpelijk was en dat ze door de brief gingen nadenken over hun gedrag. Deelnemers gaven aan dat ze het oneens waren met de stelling dat de brief veel informatie bevat die niet klopt. Met betrekking tot MI konden bijna alle deelnemers zich het gesprek herinneren en deelnemers die het gesprek met anderen bespraken, deden dit met hun partner. Voor algemene tevredenheid werd een 7.7 gegeven. De gesprekken lijken te voldoen aan de principes van MI, omdat de meeste deelnemers aangaven dat de interviewer genoeg aandacht voor ze had, dat ze zich begrepen voelden door de interviewer, dat ze belangrijke dingen hadden besproken en dat ze meer over hun gezondheid nadachten. Deelnemers waren het oneens met de stellingen dat de interviewer niet goed naar hen luisterde, ze niet serieus nam en ze probeerde te overtuigen. Als de resultaten van advies op maat worden vergeleken met MI, dan blijkt dat het voorkomen van interviews beter wordt onthouden dan het ontvangen van een brief en dat deelnemers meer tevreden zijn met de interviews dan met de brief.

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Tailored Print Communications (TPC) and Telephone Motivational interviewing (TMI) are both innovative and promising communication technologies that are being used to change regular physical activity and diet behaviour. Altering these behaviours is usefull when aiming at the reduction of elevated blood pressure (HBP), which continues to be a widespread major impediment to health. . The 2 strategies are applied as instruments in the primary and secondary prevention of cardiovascular disease, i.e. participants include a sample of the general population and patients with HBP, all recruited from the RNH registry ( a GPs' database of health problems and demographic variables). The RCT will use a factorial design to test the (cost-) effectiveness of TPC, TMI and the combined effects of TPC and TMI, compared to a control group, who will receive generic newsletters after follow-up data are collected. Furthermore, the potential surplus value of TMI for lower SES groups will be tested. Four intervention actions are spaced over a one-year period. Cost effectiveness analyses focus on the most cost-effective method for achieving each outcome (i.e. physical activity behaviour, fruit, vegetable & fat intake). This data will help policy makers to decide which approach deserves future dissemination.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website