Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Lokaal-integraal beleid krijgt een steeds belangrijkere plaats binnen de publieke gezondheidszorg. Binnen dit beleid wordt vanuit de gezondheidssector met andere sectoren en partijen samengewerkt om ook maatschappelijke en fysieke determinanten van gezondheid aan te pakken. Verwacht wordt dat een dergelijke aanpak uiteindelijk zal leiden tot grotere verbeteringen in de volksgezondheid.

 

Het beschikbare bewijs over de werkzaamheid van lokaal-integraal beleid is op dit moment helaas zeer fragmentarisch. Dit grote tekort aan bewijs maakt het urgent om gericht sturing te geven aan verder onderzoek op dit terrein. Het doel van dit project is om een bijdrage te leveren aan prioritering van Nederlands onderzoek naar de werkzaamheid van lokaal-integraal gezondheidsbeleid.

 

Allereerst hebben wij verkend welke vragen over lokaal-integraal beleid leven in de praktijk van de publieke gezondheidszorg in Nederland. Vervolgens hebben wij een overzicht gemaakt van relevant bewijs uit recent Nederlands en internationaal onderzoek. Ten slotte hebben wij de kansen geïnventariseerd om deze vragen te beantwoorden in toekomstig Nederlands onderzoek.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het doel van deze verkennende studie was om een bijdrage te leveren aan prioritering van Nederlands onderzoek naar de werkzaamheid van lokaal-integraal beleid binnen de publieke gezondheidszorg. Deze prioritering kan bijvoorbeeld als input gebruikt worden voor het 5e Programma Preventie van het Nationaal Preventie Programma (NPP) en dan vooral voor de deelprogramma’s ‘Opvoeding en onderwijs’ en ‘Wonen en leven in een gezonde wijk en omgeving’.

 

Allereerst hebben wij verkend welke vragen over lokaal-integraal beleid er leven in de praktijk van de publieke gezondheidszorg. Veel van de vragen komen neer op hoe lokaal beleid zo vorm gegeven kan worden dat het werkelijk integraal beleid is. Zo vroegen beleidsmakers, beleidsadviseurs en projectleiders zich bijvoorbeeld af hoe samenwerking het beste tot stand gebracht kan worden, en onder welke voorwaarden dit uiteindelijk kan leiden tot structureel beleid. Ook bestonden veel vragen vooral over de werkzaamheid van dit beleid met het oog op het uiteindelijke doel, namelijk gezondheidswinst. Meer specifiek gaat het om (a) de werkzaamheid van burgerparticipatie, mede in relatie tot een bottom-up benadering versus een top-down benadering en (b) de impact van lokaal-integraal beleid op de volksgezondheid in het algemeen. Ook had men vragen over welke maatregelen samen een meerwaarde kunnen opleveren en in welke situatie men welke maatregelen moet inzetten.

 

Een deel van de vragen die in de praktijk leven, kunnen beantwoord worden op basis van de beschikbare wetenschappelijke literatuur. Belangrijk in dit kader is dat in de praktijk veel onduidelijkheid bestaat over een aantal centrale concepten, zoals lokaal-integraal beleid, integrale samenwerking, borging en burgerparticipatie. Op basis van een review van de bestaande literatuur is het goed mogelijk de benodigde conceptuele helderheid te verschaffen. Dit geldt zowel voor de invulling van de concepten, als voor de processen die nodig zijn om dit beleid in de praktijk vorm te geven.

 

Tegelijkertijd moeten wij constateren dat zeker niet alle vragen die in de praktijk leven, beantwoord kunnen worden op basis van de wetenschappelijke literatuur. Kort samengevat is er behoefte aan verder onderzoek op twee terreinen. Aan de ene kant zijn er veel onbeantwoorde vragen over wijze waarop het beleidsproces succesvol kan worden doorlopen, zoals het opzetten integrale samenwerking, het betrekken van burgers, en het borgen van de beleidsresultaten. Aan de andere kant zijn er veel vragen over de werkzaamheid van het beleidsproces in termen van zowel ‘output’ (i.e. het van de grond krijgen van concrete maatregelen) als ‘impact’ (i.e. verbeteren van maatschappelijke participatie en volksgezondheid).

 

In verder onderzoek zal onder meer bestudeerd moeten worden welke elementen van het ontwikkeling- en uitvoeringsproces integrale samenwerking en borging bevorderen, en wat een goede samenstelling van maatregelen (output) is om beoogde verbeteringen in maatschappelijke participatie en gezondheid (impact) te realiseren. Daarbij is het van cruciaal belang om contextuele factoren – zoals thema, doelgroep en karakteristieken van de lokale situatie – mee te nemen. Dit omdat andere situaties vragen om andere aanpakken. Daarvoor moeten wij meer inzicht krijgen in de werkzame elementen van een beleidsmaatregel.

 

Beschikbare data vanuit verscheidene bestaande projecten over lokaal-integraal beleid, zoals het Local50 en URBAN40 project, bieden kansen om over deel van deze onderzoeksvragen empirische kennis te verwerven. Secundaire analyse van deze data kan helpen om de wetenschappelijke ‘evidence’ in dit veld op bovengenoemde thema’s te versterken. Daarnaast willen wij benadrukken dat het van groot belang is voor de verdere ontwikkeling van wetenschappelijke kennis om bestaande of toekomstige integrale beleidsinitiatieven gedegen te onderzoeken.

 

Het is daarnaast van belang om parallel na te denken over de vraag hoe de beschikbare wetenschappelijke kennis zijn weg zal vinden naar de praktijk en relevante actoren daarbinnen, zoals beleidsmakers, beleidsadviseurs en projectleiders. Via onder meer de website ‘Handreiking Gezonde Gemeente’ zijn er al veel handreikingen, aanbevelingen en tools gegeven die men kan gebruiken bij het opzetten van lokaal-integraal beleid. Desondanks blijft in de praktijk grote onduidelijkheid bestaan over bijvoorbeeld het opzetten van een samenwerking, het creëren van draagvlak en het vorm geven van burgerparticipatie. De overdracht van kennis naar de praktijk kan mogelijk worden verbeterd door verdere versterking van de samenwerking tussen wetenschap en praktijk zoals beproefd in academische werkplaatsen publieke gezondheid. In deze samenwerking kan algemene kennis uit de wetenschappelijke literatuur vertaald worden naar de specifieke beleidspraktijk. Bovendien biedt deze samenwerking ook de mogelijkheid de praktijk weer te evalueren en daarmee een nieuwe bijdrage te leveren aan de wetenschappelijke literatuur.

 

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Binnen de publieke gezondheidszorg krijgt “lokaal-integraal gezondheidsbeleid” een steeds belangijkere plaats. In dit beleid beoogt de gezondheidssector op lokaal niveau (regio, gemeente of buurt) samen te werken met andere beleidssectoren en met externe actoren en stakeholders. Deze lokale samenwerking vindt plaats bij zowel de ontwikkeling als de uitvoering van het beleid.

 

Zoals gebruikelijk bij medisch handelen, moet ook bij lokaal-integraal gezondheidsbeleid de vraag naar werkzaamheid of effectiviteit voortdurend gesteld worden.

Het doel van het voorgestelde project is bij te dragen aan een prioritering van verder Nederlands onderzoek naar de werkzaamheid of effectiviteit van lokaal-integraal beleid.

 

De specieke doelen van dit project zijn om in kaart te brengen:

1. welke “wat werkt?” vragen leven in de praktijk van Nederlandse gemeenten;

2. welke “evidence” is gegeneerd in recent Nederlands en internationaal onderzoek;

3. wat de mogelijkheden zijn om resterende vragen te beantwoorden in toekomstig Nederlands onderzoek.

 

Bij het beantwoorden van deze vragen zullen we primair voortbouwen op twee recente Nederlandse projecten op dit terrein: URBAN40 en LOCAL50. Het LOCAL50 project onderzoekt de ervaringen met het Gezonde Slagkracht programma. LOCAL50 richt zich ten eerste op het “wat werkt?” in de fasen van beleidsvorming en beleidsontwikkeling, en probeert op basis daarvan een inschatting te maken van de effecten op de volksgezondheid. Een omgekeerde weg wordt bewandeld in het URBAN40 project. URBAN40 evalueert de mogelijke effecten van de Wijkenaanpak, dat sinds 2008 investeert in de verbetering van leefomstandigheden van 40 achterstandswijken, op ontwikkelingen in gezondheid in die wijken, en probeert vervolgens in kaart te brengen welke beleidsmaatregelen aan die ontwikkelingen kunnen hebben bijgedragen.

 

Op basis van deze studies en de betrokken partijen zullen we in dit project ten eerste een inventarisatie maken van vragen die leven in de praktijk van het lokaal-integraal gezondheidsbeleid in Nederland. Ten tweede zullen wij een overzicht maken van de beschikbare “evidence” zoals gepubliceerd in recente publicaties uit Nederland en andere landen. Wij zullen hiervoor een “scoping review” uitvoeren. Ten derde zullen wij onderzoeken welke mogelijkheden er zijn voor beantwoording van de vragen waarvoor weinig of geen ‘evidence’ is.

 

Wij zullen over de resultaten verslag doen in een rapportage aan ZonMw. Dit rapport zal verslag doen van de drie achtereenvolgende sub-doelen. Per sub-doel zal aandacht worden besteed aan werkzaamheid op drie verschillende niveaus (zie doelstellingen). Aan het einde van dit rapport zullen de resultaten zodanig worden samengevat dat dit bijdraagt aan een prioritering van verder onderzoek naar de werkzaamheid van lokaal-integraal gezondheidsbeleid. Ook zullen we in het rapport aangegeven hoe de relevante databronnen ook voor anderen toegankelijk zijn.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website