Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Leven met een chronische aandoening als een vaatziekte vergt leefstijlverandering. Met de huidige zorg die deze patiënten krijgen wordt dit niet bereikt. De behandeling is veelal gericht op het oplossen van het acute probleem, meestal revascularisatie van aangedane orgaansystemen. De behandeling van de atherosclerose, -de beïnvloeding van leefstijl en gedrag-, lukt maar bij een minderheid in de eerste en tweede lijn, terwijl dat juist essentieel is. In het huidige project is een internetbegeleidingsprogramma ontwikkeld en wordt de bijdrage van digitale communicatie voor zowel patiënt als nurse practitioner bestudeerd. Gedurende 6 maanden hebben 50 patiënten met een hoog risico voor vaatziekten via de persoonlijke webapplicatie gecommuniceerd met een nurse practitioner over de vastgestelde vasculaire risicofactoren. Hierbij stond een op het individu gerichte benadering centraal. Patiënten konden inloggen op een “eigen” website, waarbij persoonlijke gegevens, medicatiegebruik, en actuele meetwaarden van risicofactoren zichtbaar waren. Naast een emailbericht versturen aan de nurse practitioner bestond ook de mogelijkheid om een nieuw gemeten waarde van een risicofactor in te voeren. Het verloop van risicofactoren kon gemonitord worden en daardoor werd getracht de patiënt bewust te maken van zijn / haar risicoprofiel. Digitale aanwijzingen, ondersteuning en feedback door de nurse practitioner behoorden ook tot het behandeltraject om de ongewenste leefstijl te veranderen. De risicofactoren werden bij aanvang en na 6 maanden bepaald. Aan het begin van de studie was 70% van de mensen te dik, had 64% hypertensie, 42% hyperlipidemie, en 24% van de patiënten rookte. De inlogfrequentie was 35 keer per patiënt gedurende 6 maanden, en correspondeert met 1.3 inlogpogingen per week. De nurse practitioner bezocht de website ongeveer 23 keer per week. De website werd nauwelijks (< 6 keer) gebruikt door 5 patiënten in 6 maanden. De meeste e-mailberichten werden verstuurd voor hoge bloeddruk (211 keer) en overgewicht (203 keer), terwijl de nurse practitioner ongeveer twee keer zoveel berichten stuurde voor hoge bloeddruk (400 keer) and overgewicht (455 keer). De gemiddelde waarden van de meeste risicofactoren waren lager na 6 maanden en er werden meer behandeldoeleinden gehaald na 6 maanden (bloeddruk 58% t.o.v. 36%, cholesterol 64% t.o.v. 58%, glucose 82% t.o.v. 64%).

Een internetbegeleidingsprogramma voor reductie in risicofactoren lijkt haalbaar en resulteert in een toename van behandeldoeleinden.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Methoden

Met een enquête aan 628 patiënten met hart- en vaatziekten, die eerder deelnamen aan de SMART studie (Second Manifestations of ARTerial disease) is het bezit van een computer en gebruik van internet in 2005 vastgesteld. Daarnaast is de belangstelling voor deelname aan een internetbegeleidingsstudie gepeild.

Door middel van het uitvoeren van een haalbaarheidsstudie met 50 geïnteresseerde vaatpatiënten en 1 nurse practitioner gedurende een periode van 6 maanden, is inzicht verkregen in het gebruik van een internetbegeleidingsprogramma in de praktijk. Patiënten kwamen bij start van het programma op de polikliniek en werd er door de nurse practitioner in samenspraak met de patiënt een behandelplan voor de aanpak van de risicofactoren opgesteld. Er zijn afspraken gemaakt tussen de patiënt en de nurse practitioner over het veranderen van leefstijl en het behalen van streefdoelen, bijvoorbeeld wekelijkse meting en monitoren van het gewicht, innemen van medicatie en een streefdatum voor het stoppen met roken. Daarnaast is de werking van het internetbegeleidingsprogramma kort geïnstrueerd. Patiënten maakten gebruik van het programma op basis van afspraken en naar eigen behoefte. Aan het eind van de interventie zijn alle patiënten wederom uitgenodigd voor polikliniekbezoek om het vasculaire risicoprofiel te bepalen. Daarnaast is met een deel van de gebruikers een focus-interview gehouden om de omgang met de website en de aanvullende behandeling van de nurse practitioner te evalueren.

 

Resultaten/nieuwe inzichten

Naar aanleiding van de enquête in 2005 onder 628 vaatpatiënten blijkt dat 175 (28%) patiënten in het bezit zijn van een computer met internetaansluiting en interesse hebben in deelname. De geïnteresseerden zijn vaker man (82%), jonger (55 versus 61 jaar) en met gemiddeld minder klassieke risicofactoren dan de 325 patiënten die geen computer, internet of interesse hebben in deelname.

Om logistieke redenen is met een aselecte groep van 50 uit de 175 patiënten, een haalbaarheidsstudie gestart. Actueel risicoprofiel is bij aanvang van de pilotstudie bepaald. Patiënten hebben kennisgemaakt met de nurse practitioner en een individueel behandelplan is opgesteld. Na ongeveer 6 maanden is het risicoprofiel wederom bepaald en is de additionele interventie naast huidige zorg afgesloten. Patiënten hebben gemiddeld 35 keer ingelogd met daarbij een minimale inlogfrequentie van 1 en maximaal 192 maal in de totale duur van 6 maanden. De gemiddelde inlogfrequentie was 1.3 maal per week. Vijf patiënten hebben minder dan 6 maal gebruik gemaakt van de website vanwege computerproblemen en gaven andere prioriteiten de voorkeur. De nurse practitioner heeft gemiddeld 881 ingelogd en dit komt overeen met een gemiddelde van 5 inlogfrequenties per werkdag.

De meeste emailberichten zijn verstuurd door patiënten die een streefwaarde voor een risicofactor niet behaalden bij aanvang en waarbij gerichte leefstijl afspraken zijn gemaakt. Het intensiefste emailverkeer was voor de risicofactor overgewicht. Patiënten die zowel bij aanvang als op het eind van de interventie de streefwaarde (BMI < 25 kg/m2) niet haalden, stuurden gemiddeld 5 berichten naar de nurse practitioner en ontvingen gemiddeld 12 berichten per patiënt retour in de totale periode van 6 maanden. Ook bij de risicofactor hypertensie werd intensief gecommuniceerd via de e-mail, patiënten stuurden gemiddeld 7 berichten en ontvangen gemiddeld 14 berichten retour. In totaal stuurden patiënten 203 e-mail berichten voor overgewicht en ontvingen 455 berichten. Voor hypertensie werden er 211 berichten verstuurd en 400 ontvangen. Patiënten die roken bij aanvang van de pilotstudie maken minimaal gebruik van email, waarschijnlijk is de motivatie om te stoppen met roken niet of gering aanwezig. De e-mail communicatie en het monitoren van 50 patiënten door de nurse practitioner kostte gemiddeld 2,5 uur per week.

De meeste risicofactoren hebben een lagere gemiddelde waarde aan het eind van de pilotstudie dan de beginwaarde en er worden meer streefwaarden op het eind bereikt (bloeddruk (<140/90 mmHg) 58 vs. 36%, LDL-cholesterol (< 2.5 mmol/L) 64 vs. 58%, glucose (< 6.1 mmol/L) 82 vs. 64%, en BMI (< 25 kg/m²) blijft gelijk op 32%) Ondanks de intensieve aandacht voor overgewicht, behalen patiënten niet vaker de streefwaarde BMI < 25 kg/m2 en een kleine toename is waarneembaar bij body mass index < 27 kg/m2. Uit ander onderzoek blijkt dat patiënten vaak dikker worden en daardoor kan geen gewichtsverandering ook als positief worden beschouwd. Het medicatiegebruik van de 50 deelnemers was al hoog bij aanvang, bloeddrukverlagers (74%) en lipidenverlagers (90%), en bij sommige mensen is als nog medicatie voorgeschreven of aangevuld.

Uit de 3 focusgroep sessies met gemiddeld 6 patiënten kan geconcludeerd worden dat de patiënten enthousiast zijn over het gebruik van een internetbegeleidingsprogramma, een stok achter de deur hebben om hun leefstijl te veranderen en het prettig vinden om digitaal te communiceren.

 

 

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Hart- en vaatziekten zijn de belangrijkste oorzaak van ziekte en sterfte in Nederland. Atherosclerose, de onderliggende oorzaak, is een gegeneraliseerd proces dat vrijwel alle slagaders aantast. Uit onderzoek blijkt dat modificatie van risicofactoren de progressie van atherosclerose kan afremmen. Behalve medicamenteuze interventie (bijv. cholesterolverlaging, bloeddrukbehandeling, het geven van plaatjesremmers) zijn leefstijlveranderingen (stoppen met roken, gewichtsreductie, beweging, gezonde voeding) essentieel. Het blijkt dat de behandeling van risicofactoren een belangrijke bijdrage kan leveren aan preventie van nieuwe vasculaire incidenten bij personen met en zonder manifest vaatlijden. Het succes van risicoreductieprogramma's is klein, vooral omdat leefstijlveranderingen moeilijk zijn te bewerkstelligen. Er is een kloof tussen wetenschappelijk aantoonbaar goede zorg en de dagelijkse praktijk. Huisartsen en specialisten zijn niet opgeleid om leefstijlveranderingen te initiëren en hebben onvoldoende kennis en tijd om de patiënt op dit terrein te begeleiden. Zogenaamde nurse practitioners zijn wel in staat leefstijlpatronen te veranderen door zogenaamde tailored care aan te bieden. Kennis is nodig,maar is alleen onvoldoende om tot gedragsverandering te komen. Voor een daadwerkelijke gedragsverandering moet het zelfmanagement van de patiënt worden bevorderd. Essentieel hierbij zijn kennisoverdracht, feedback en reinforcement. Internet, email en een digitaal risicopaspoort bieden de mogelijkheid tailored care optimaal aan grote groepen patiënten, tegen beperkte kosten, aan te bieden. Binnen de sedert 1996 lopende SMART studie worden hoogrisicopatiënten (patiënten met een beroerte, coronair lijden, perifeer arterieel lijden, aneurysma van de abdominale aorta, hoge bloeddruk, hyperlipidemie en diabetes) gescreend op risicofactoren en atherosclerose elders in het lichaam. Op basis hiervan wordt een multidisciplinair therapieadvies gegeven aan de patiënt, zijn behandelend arts(en) en de huisarts. Leefstijladviezen zijn hier onderdeel van, echter de praktijk leert dat de behandelend specialist zelden leefstijlinterventies initieert. In 2001 startten wij een gerandomiseerde studie naar de toegevoegde waarde van een nurse practitioner bij de begeleiding van deze hoog risicopatiënten (ZON verbinden en vernieuwen.nr 3225.0009). Uit een tussentijdse analyse blijkt dat patiënten in de nurse practioners arm meer gewicht hebben verloren, een lagere bloeddruk hebben en een lager homocysteïne hebben. De voorliggende aanvraag behelst de ontwikkeling van een begeleidingsprogramma door een GVO deskundige in samenspraak met internist, vaatchirurg, cardioloog, neuroloog en nurse practioner. Het programma zal essentiële componenten bevatten die belangrijk zijn voor succes en erop gericht zijn het zelfmanagement van de patiënt te bevorderen: 1. op maat gemaakt voor de patiënt, 2. expliciete feed-back op het gedrag van de patiënt, 3. waardering (reinforcement) indien succes wordt geboekt. Het begeleidingsprogramma zal zich richten op vaatpatiënten met behandelbare risicofactoren (gestoorde suikerstofwisseling, gestoorde vetstofwisseling, overgewicht of obesitas en hoge bloeddruk). Bij het eerste bezoek aan de nurse practitioner wordt nagegaan welke factoren voor een belangrijk deel het ongewenste gedrag (roken, niet innemen van medicatie, gebruik van verkeerde voeding, bewegingsarmoede etc.) verklaren. Op basis hiervan wordt een tailored programma ontworpen in samenspraak met de patiënt. Omdat vaak meerdere risicofactoren aanwezig zijn zullen keuzes worden gemaakt en korte en lange termijn prioriteiten worden gesteld. Patiënten worden bewust gemaakt van hun risicoprofiel en de mate waarin zij zelf hierin verandering kunnen brengen. Met behulp van risicoscores (Framingham) wordt dit voor de patiënt inzichtelijk gemaakt. Binnen de SMART websitestructuur zal een persoonlijk dossier aangemaakt worden waarin waarden van risicofactoren en de vorderingen van de patiënt bijgehouden worden door de patiënt, huisarts en specialist. Alle relevante correspondentie over de patiënt wordt ook op deze website geplaatst. Er zal een hotline zijn waardoor patiënten dagelijks antwoord op hun vragen kunnen krijgen. Evaluatie van doelen zal op afgesproken tijdstippen plaatsvinden. De feasibility van een dergelijk programma wordt getest door het aan 50 hoog risico patiënten aan te bieden. Ook wordt nagegaan wat het bereik is van een dergelijk programma: hoeveel patiënten hebben toegang tot internet en kunnen hiermee omgaan. Samenvattend zal de studie de volgende producten opleveren: gegevens over het percentage van de doelgroep dat potentieel baat heeft bij een elektronisch begeleidings- programma, de ontwikkeling van een dergelijk programma, de ontwikkeling van een beveiligd webdossier en een pilot waarin 50 patiënten daadwerkelijk het programma gaan gebruiken. Deze pilot zal een eerste indruk geven over de bereikte risicoreductie.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website