Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Wat bepaalt of mensen veel of weinig bewegen? Zijn het individuele afwegingen (zoals de verwachte voordelen voor de gezondheid) of speelt de omgeving waarin mensen wonen een rol (bv door de aan- of afwezigheid van sportvoorzieningen?) In de afgelopen jaren is hier veel onderzoek naar verricht. Hoewel het misschien voor de hand ligt, en ook steeds vaker wordt verondersteld dat juist de combinatie van individuele en omgevingskenmerken samen bepalen of mensen actief zijn of niet, bestaat er weinig wetenschappelijke kennis over de interactie tussen omgevings- en individuele kenmerken. In dit onderzoek is bestudeerd op welke wijze onze woonomgeving (de sociale omgeving, de veiligheid en de aantrekkelijkheid ervan) samen met individuele afwegingen van mensen leiden tot bewegen. Hiervoor is gebruik gemaakt van een grootschalig onderzoek in Eindhoven en omstreken (de GLOBE studie). Een belangrijke conclusie van dit onderzoek is dat kenmerken uit de omgeving en individuele afwegingen samen leiden tot bewegen en dat de invloed van deze factoren van elkaar afhankelijk kan zijn. Zo bleek bijvoorbeeld dat voor mensen die in een omgeving wonen die ze veilig vinden, de verwachte voordelen en nadelen van bewegen sterk van invloed zijn op of ze wel of niet sporten. Voor mensen die in een omgeving wonen die ze als onveilig ervaren, zijn deze verwachte voor- en nadelen minder van invloed en is het belangrijker dat mensen voldoende vertrouwen hebben in hun eigen kunnen. Ondanks dat er dus enkele bewijzen werden gevonden voor het samenspel van omgevingsfactoren en individuele kenmerken, toont het onderzoek tegelijkertijd aan dat dit samenspel minder vanzelfsprekend lijkt te zijn dan soms wordt verondersteld; niet altijd werd een interactie gevonden. Bij de ontwikkeling van interventies moet meer rekening worden gehouden met het feit dat veranderingen in de omgeving meer effect hebben voor bepaalde groepen, en dat individuele interventies niet in elke omgeving even effectief zullen zijn.

 

In het algemeen kan worden gesteld dat verder onderzoek naar deze interacties belangrijke informatie kan opleveren voor de ontwikkeling van preventieve maatregelen In vervolgonderzoek is het noodzakelijk van tevoren een theoretische onderbouwing te geven van de bestudeerde interactie en/of de plausibiliteit van de bestudeerde interacties goed te beschrijven.

 

 

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Wat bepaalt of mensen veel of weinig bewegen? Zijn het individuele afwegingen (zoals de verwachte voordelen voor de gezondheid) of speelt de omgeving waarin mensen wonen een rol (bv door de aan- of afwezigheid van sportvoorzieningen?) In de afgelopen jaren is hier veel onderzoek naar verricht. Hoewel het misschien voor de hand ligt, en ook steeds vaker wordt verondersteld dat juist de combinatie van individuele en omgevingskenmerken samen bepalen of mensen actief zijn of niet, bestaat er weinig wetenschappelijke kennis over de interactie tussen omgevings- en individuele kenmerken. In dit onderzoek is bestudeerd op welke wijze onze woonomgeving (de sociale omgeving, de veiligheid en de aantrekkelijkheid ervan) samen met individuele afwegingen van mensen leiden tot bewegen. Hiervoor is gebruik gemaakt van een grootschalig onderzoek in Eindhoven en omstreken (de GLOBE studie). Een belangrijke conclusie van dit onderzoek is dat kenmerken uit de omgeving en individuele afwegingen samen leiden tot bewegen en dat de invloed van deze factoren van elkaar afhankelijk kan zijn. Zo bleek bijvoorbeeld dat voor mensen die in een omgeving wonen die ze veilig vinden, de verwachte voordelen en nadelen van bewegen sterk van invloed zijn op of ze wel of niet sporten. Voor mensen die in een omgeving wonen die ze als onveilig ervaren, zijn deze verwachte voor- en nadelen minder van invloed en is het belangrijker dat mensen voldoende vertrouwen hebben in hun eigen kunnen. Ondanks dat er dus enkele bewijzen werden gevonden voor het samenspel van omgevingsfactoren en individuele kenmerken, toont het onderzoek tegelijkertijd aan dat dit samenspel minder vanzelfsprekend lijkt te zijn dan soms wordt verondersteld; niet altijd werd een interactie gevonden. Bij de ontwikkeling van interventies moet meer rekening worden gehouden met het feit dat veranderingen in de omgeving meer effect hebben voor bepaalde groepen, en dat individuele interventies niet in elke omgeving even effectief zullen zijn.

 

In het algemeen kan worden gesteld dat verder onderzoek naar deze interacties belangrijke informatie kan opleveren voor de ontwikkeling van preventieve maatregelen In vervolgonderzoek is het noodzakelijk van tevoren een theoretische onderbouwing te geven van de bestudeerde interactie en/of de plausibiliteit van de bestudeerde interacties goed te beschrijven.

 

 

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In het Nederlandse beleid ten aanzien van bewegen wordt zowel aan het individu als de omgeving een belangrijke rol toebedeeld. Veelal wordt hier gesproken over het ‘gemakkelijker maken van de gezonde keuze’. Dit veronderstelt een samenspel van individueel gemaakte afwegingen en omgevingskenmerken. Hoe deze afwegingen in combinatie met kenmerken uit de omgeving in relatie staan tot bewegen (interacteren) is vooralsnog onduidelijk.

 

In aansluiting op eerder opgedane kennis over omgevingskenmerken van bewegen wordt in dit vervolgproject bestudeerd of en hoe deze kenmerken in combinatie met cognities ten aanzien van bewegen beweeggedrag in de bevolking kunnen verklaren. In de voorgestelde studies wordt hiervoor zowel gebruik gemaakt van percepties van de omgeving, als van objectieve beoordelingen van omgevingskenmerken. De interactie tussen omgevingskenmerken en individuele cognities wordt met name bestudeerd in lagere sociaal-economische groepen en onder ouderen, vanwege het relatief grote belang van omgevingskenmerken voor bewegen in deze doelgroepen.

 

Doelstellingen in dit project zijn:

1) Het bestuderen van de wijze waarop de sociale omgeving, en de veiligheid en aantrekkelijkheid van de woonomgeving i.c.m. individuele afwegingen van mensen is geassocieerd met bewegen, m.n. onder ouderen en mensen in lagere sociaal-economische groepen.

2) Het terugkoppelen van de resultaten naar het, aan het onderzoek ten grondslag liggende, theoretische raamwerk.

3) Het opstellen van aanbevelingen t.a.v. beleid en interventies gericht op de bevordering van bewegen binnen de fysieke en sociale woonomgeving van mensen.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Resultaten doelstelling 1:

Het afgelopen jaar heeft voor een groot deel in het teken gestaan van uitgebreide explorerende analyses op alle uitkomstmaten. Zowel single-level en multi-level analyses zijn uitgevoerd. Hierbij is een aantal methodologische problemen bestudeerd, die uiteindelijk van belang zijn voor alle analyses, zoals het analyseren van interacties tussen kenmerken op het niveau van de omgeving en van het individu. Deze eplorerende fase is nu vergevorderd. Op het moment zijn we bezig deze resultaten concreet op te schrijven, zodat ze gepubliceerd kunnen worden in een wetenschappelijke tijdschrift. Dit betreft een onderzoek waarbij sportdeelname de uitkomstmaat is, en waarbij bestudeerd is of er een interactie bestaat tussen gepercipieerde veiligheid van de buurt en positieve uitkomstverwachtingen en tussen gepercipieerde veiligheid van de buurt en eigen-effectiviteit. Het verband tussen positieve uitkomstverwachtingen en sporten is zwakker voor mensen die in een onveilige buurt wonen dan voor mensen die in een veilige buurt wonen. Voor de mate waarin mensen denken in staat te zijn meer te kunnen sporten ("eigen effectiviteit") is de interactie omgedraaid. De associatie tussen eigen effectiviteit en sporten is juist sterker in de buurten die als onveilig worden gezien vergeleken met buurten die als veilig worden ervaren.

 

Eerste resultaten van het onderzoek zijn gepresenteerd op diverse bijeenkomsten, zoals in een bijeenkomst van een nationale werkgroep over de invloed van de omgeving op gezondheid. Er zal er in het begin van 2010 een tweede projectgroep bijeenkomst plaatsvinden waarin de resultaten aan de leden van de projectgroep zullen worden gepresenteerd.

 

Resultaten doelstelling 2:

We zijn bezig een symposium te organiseren op het congres waar onderzoek op dit terrein wordt gedaan (het congres van de International Society of Behavioral Nutrition and Physical Activity). In dit symposium zal het theoretisch (dual-process) raamwerk gepresenteerd worden. We willen aan de hand van de resultaten van drie onderzoeken, waaronder dit project, de implicaties bediscussiëren die interacties tussen omgevingskenmerken en individuele cognities hebben voor dit raamwerk.

 

Resultaten doelstelling 3:

Er zijn nog geen concrete resultaten voor deze doelstelling aangezien dit pas aan het eind van het traject zal worden vormgegeven. Wel is er in het begin van 2009 een bijeenkomst geweest met de projectgroep om al in een vroeg stadium de praktijk te betrekken bij het onderzoek. In deze bijeenkomst is besproken hoe de resultaten van dit onderzoek kunnen bijdragen aan beleid en interventies gericht op de bevordering van bewegen binnen de fysieke en sociale woonomgeving van mensen. Dit staat ook weer op de agenda op de volgende projectgroepbijeenkomst waar ook de resultaten gepresenteerd zullen worden. Daarnaast zal in 2010 ook een presentatie gegeven worden op een CEPHIR bijeenkomst om de praktijk van de resultaten op de hoogte te stellen.

 

Overige resultaten:

In dit project worden interacties tussen verschillende hiërarchische niveaus onderzocht (individueel en buurt). Dit vergt complexe analyses. Om de expertise op dit terrein te vergroten zijn er diverse methodologische cursussen gevolgd en zijn het NCVGZ en het ISBNPA congres van 2009 bezocht.

- Bijeenkomst over propensity score matching (december 2008)

- NCVGZ 2009 (workshop ‘speeddaten met jonge onderzoekers’ verzorgd) (april 2009)

- ISBNPA congres 2009 + preconference workshop ‘Conceptualizing and measuring built environment correlates of physical activity’ (juni 2009)

- Mplus short courses (o.a. SEM analyses en multilevel analyses) (juli 2009)

- NIHES cursus ‘Principles of research in medicine and epidemiology (augustus 2009)

 

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In het Nederlandse beleid ten aanzien van de bevordering van lichamelijke activiteit is een belangrijke eigen verantwoordelijkheid weggelegd voor burgers, maar wordt erkend dat bewegen samenhangt met de fysieke en sociale omgeving waarin mensen wonen. Beleid en interventies moeten de gezond keuze (bewegen) de gemakkelijke maken. Interventies die alleen aangrijpen op cognities vertonen, zeker op de lange termijn, nog beperkte effecten op bewegen. Wellicht sluiten zij nog onvoldoende aan bij de sociale en fysieke waarin mensen wonen.

 

Uit systematische reviews van de literatuur en recent door ons uitgevoerd grootschalig empirisch onderzoek komt naar voren dat de sociale omgeving (cohesie in de buurt) en de veiligheid en aantrekkelijkheid van de fysieke woonomgeving consistent aan bewegen zijn gerelateerd. Het is echter denkbaar dat alleen een verandering van zulke omgevingskenmerken evenmin tot structurele veranderingen in beweeggedrag zal leiden. Effectieve gezondheidsbevordering zal zich steeds meer richten op de omgeving en het individu binnen de omgeving.

 

Kennis of en hoe omgevingskenmerken en cognities gezamenlijk, d.w.z. in interactie met elkaar, tot bewegen leiden ontbreekt momenteel. In aansluiting op eerder opgedane kennis over omgevingskenmerken van bewegen wordt in dit vervolgproject bestudeerd of en hoe deze kenmerken in combinatie met cognities ten aanzien van bewegen beweeggedrag in de bevolking kunnen verklaren. In de voorgestelde studies wordt hiervoor zowel gebruik gemaakt van percepties van de omgeving, als van objectieve beoordelingen van omgevingskenmerken. De interactie tussen omgevingskenmerken en individuele cognities wordt met name bestudeerd in lagere sociaal-economische groepen en onder ouderen, vanwege het relatief grote belang van omgevingskenmerken voor bewegen in deze doelgroepen.

 

Het voorgestelde onderzoek vereist een koppeling tussen sociaal-ecologische en sociaal-cognitieve modellen / raamwerken van bewegen. In Nederland is hiervoor het ‘dual-process' raamwerk ontwikkelt. Dit model nodigt wel uit tot bestudering van een interactie tussen omgevingskenmerken en persoonlijke kenmerken (zoals sociaal-demografische kenmerken), maar niet tussen omgevingskenmerken en cognities. De resultaten van het voorgestelde onderzoek worden gebruikt voor terugkoppeling naar dit raamwerk.

 

Verbetering van de sociale cohesie, veiligheid en de aantrekkelijkheid van de woonomgeving zijn belangrijke onderdelen van lokaal en landelijk beleid; het krijgt in deze kabinetsperiode extra aandacht o.a. via de aanpak van de zg. Krachtwijken. Kennis over de wijze waarop omgevingskenmerken in combinatie met cognities ten aanzien van bewegen leiden tot beweeggedrag biedt zicht op de ontwikkeling van krachtige interventies, waarbij omgevingsveranderingen gepaard gaan met op cognities gerichte interventies. Een dergelijke aanpak biedt de beste kans beweeggedrag op structurele wijze te bevorderen. Dit geldt mogelijk met name in lagere sociaal-economische groepen en onder ouderen. Daarom worden, in samenspraak met gezondheidsbevorderaars, implicaties van de resultaten voor de ontwikkeling van beleid en interventies opgesteld.

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website