Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In het kader van het project ‘Wijkgerichte Zorg en Welzijn’ in Amsterdam, zijn in vier stadsdelen gedurende twee jaar ‘Informatiecentra Zorg en Welzijn’ ingericht. Onderdeel van deze centra was de inzet van allochtone zorgadviseurs. Het doel van de inzet van de zorgadviseurs was om de toegankelijkheid van de zorg- en welzijnsinstellingen te verbeteren voor allochtone cliënten, de kennis rond zorg en welzijn bij de (allochtone) bewoners te vergroten, de kennis over de allochtone bewoners bij hulpverleners te vergroten en de communicatie tussen de allochtonen en de hulpverleners te verbeteren. Om dit te bereiken geven zorgadviseurs individuele en groepsvoorlichtingen aan allochtone bewoners, helpen bewoners met vraagverheldering en voeren driegesprekken met cliënten en hulpverleners. Daarnaast kunnen hulpverleners de zorgadviseurs inzetten als intermediair (individuele of driegesprekken met cliënten), voor het verzorgen van groepsvoorlichtingen of voor het bereiken van de doelgroep. Ook kunnen de zorgadviseurs de hulpverleners voorlichten over de allochtone doelgroep en hebben de zorgadviseurs een signaalfunctie richting de hulpverleners en het beleid. In het kader van het programma ‘Gezond Leven’ van ZonMW is de implementatie van de functie van allochtone zorgadviseur geëvalueerd middels actiebegeleidend onderzoek.

 

Een belangrijke onderdeel van de functie is het actief naar de doelgroep toegaan (outreachend werken) en (zich laten) informeren naar de informatiebehoefte van de doelgroep. Op basis hiervan organiseren de zorgadviseurs groepsvoorlichtingen waarbij ze hulpverleners uitnodigen om de voorlichting te geven. De zorgadviseurs vertalen indien nodig de voorlichting en beantwoordden voor, tijdens of na de voorlichting vragen. Op deze manier leren hulpverleners en bewoners elkaar beter kennen en begrijpen, kunnen bewoners vragen stellen aan deskundigen, leren bewoners de weg naar de hulpverlening kennen en wordt de drempel naar de hulpverlening verlaagd. Uit de evaluatie komt naar voren dat de taal- en cultuurachtergrond van de zorgadviseurs onmisbaar is wanneer men de allochtone doelgroep wil bereiken, hun kennis wil vergroten en de communicatie met hulpverleners wil verbeteren. Een goed functionerende back office met hulpverleners waar de zorgadviseurs naar kunnen door verwijzen en waar ze mee samen kunnen werken is onmisbaar gebleken. Momenteel wordt de functie van zorgadviseur in één van de participerende stadsdelen voortgezet als outreachend onderdeel van het Wmo-loket.

 

In Amsterdam moeten alle stadsdelen in het kader van de Wmo minstens één Wmo-loket inrichten waar alle burgers terecht kunnen met al hun vragen over wonen, zorg en welzijn. Punt van zorg hierbij is de toegankelijkheid van dit loket voor burgers van allochtone herkomst. De functie van allochtone zorgadviseur kan een outreachende rol vervullen om dit probleem op te lossen. Op dit moment ligt er bij alle stadsdelen in Amsterdam dan ook een positief advies om de functie van allochtone zorgadviseur als structureel onderdeel op te nemen in het loket.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De allochtone zorgadviseurs geven individuele en groepsvoorlichtingen aan allochtone bewoners, helpen bewoners met vraagverheldering en voeren driegesprekken met de cliënt en de hulpverleners. Daarnaast kunnen hulpverleners de zorgadviseurs inzetten als intermediair (individuele of driegesprekken met cliënten), voor het verzorgen van groepsvoorlichtingen of voor het bereiken van de doelgroep. Ook kunnen de zorgadviseurs de hulpverleners voorlichten over de allochtone doelgroep en hebben de zorgadviseurs een signaalfunctie richting de hulpverleners en het beleid. De zorgadviseurs werken vanuit een Informatiecentrum waar bewoners op bepaalde tijdstippen terecht kunnen met vragen. Daarnaast werken de zorgadviseurs outreachend, door naar de doelgroep toe te gaan, bijvoorbeeld bij buurtcentra, migrantenorganisaties en moskeeën.

 

De etniciteit van de zorgadviseurs komt overeen met de grootste etnische groepen van het stadsdeel waar ze werkten, namelijk Marokkaans, Turkse, Surinaamse en Ghansees. Er hebben tijdens de pilot 2.382 individuele contacten plaatsgevonden. De helft van deze contacten heeft geresulteerd in een verwijzing naar een zorgverlener. In drie van de vier aan de pilot deelnemende stadsdelen ontbrak een goed georganiseerde back-office. Dit in combinatie met een slechte zelfredzaamheid van de doelgroep heeft ervoor gezorgd dat er minder bewoners kwamen, dat contacten met de bewoners lang duurden en dat de bewoners vaak terugkwamen. Outreachende activiteiten naar de doelgroep toe blijkt een belangrijk middel te zijn om de bewoners te bereiken. Ook het geven van groepsvoorlichting lijkt een succesvol instrument te zijn om de doelgroep te bereiken en hen te informeren. Gedurende de pilot hebben 576 groepsvoorlichtingen plaatsgevonden. Deze voorlichtingen waren vooral succesvol bij Turken en Marokkanen en bij vrouwen. Ook lijkt het uitnodigen van een hulpverlener om de voorlichting te geven goed te werken. Op deze manier worden bewoners niet alleen geïnformeerd door experts maar leren hulpverleners en bewoners elkaar ook beter kennen en vertrouwen. Voorbeelden van voorlichtingen die veel gegeven zijn, zijn Gezondheidszorg in Nederland, psychosomatische klachten en de zorgverzekering.

 

Ondanks de intentie van alle vier de deelnemende stadsdelen om de functie na de pilot te koppelen aan het Wmo loket is dit slechts in één stadsdeel gelukt. De zorgadviseurs zijn in dit stadsdeel een outreachend onderdeel van het Wmo loket geworden waarbij zij de groepen allochtone bewoners opzoeken en informeren. Hierbij voeren de zorgadviseurs individuele gesprekken op locatie plaats (outreachend), waarbij voornamelijk vraagverheldering en een verwijzing naar de zorgverlening plaatsvindt. Zij verwijzen bewoners naar het Wmo loket doorverwijzen of rechtstreeks naar de juiste zorgverlener. Ook organiseren de zorgadviseurs in overleg met de doelgroep groepsvoorlichtingen op verschillende locaties waarbij ze hulpverleners uitnodigen.

 

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In het kader van het project ‘Wijkgerichte Zorg en Welzijn’ (WZW) werd gefaseerd een twee jaar durende pilot met allochtonen zorgadviseurs gestart (twee stadsdelen starten in 2003 en twee in 2004). In vier stadsdelen in Amsterdam zijn Informatiecentra ingericht met zorgadviseurs. De etniciteit van de zorgadviseurs komt overeen met de grootste etnische groepen in de betreffende stadsdelen. In totaal hebben er vijf Marokkaanse, drie Turkse, twee Surinaamse en één Ghanese zorgadviseurs meegewerkt aan het project. Zorgadviseurs bereiken de doelgroep via inloopspreekuren, groepsvoorlichting en actieve outreach. In de twee stadsdelen die als laatste gestart zijn krijgt de functie allochtone zorgadviseurs vervolg.

De basisopzet van de informatiecentra was in alle stadsdelen gelijk, maar de uiteindelijke uitvoering verschilt. Dit komt onder andere door: (1) het verschil in inbreng van de stuurgroep, bestaande uit vertegenwoordigers van de belangrijkste lokale zorg- en welzijnsinstellingen en migrantenorganisaties; (2) de etniciteit van de bewoners in het stadsdeel; (3) de lokatie van het Informatiecentrum en; (4) het moment waarop het informatiecentrum is gestart. De centra die eerder gestart zijn besteden bijvoorbeeld meer aandacht aan vaste inloopspreekuren, terwijl de later gestarte centra zich meer richtten op groepsvoorlichtingen en outreachend werken.

In totaal hebben er 1932 individuele consulten plaatsgevonden met 1529 verschillende bewoners. Wanneer er gekeken wordt naar de fysieke bezetting van de zorgadviseurs tijdens de inloopspreekuren had het aantal individuele contacten veel hoger moeten zijn. De belangrijkste reden waarom dit niet is gebeurd is omdat het project WZW in geen enkel stadsdeel ingebed was in het bestaande zorg- en welzijnssysteem. Hierdoor ontbrak een goede backoffice waarnaar de zorgadviseurs cliënten konden verwijzen. Daarnaast bleken bewoners weinig behoefte te hebben aan informatie en advies alleen. Aanvullend daarop bleken de allochtone cliënten die het project bereikt heeft vaak niet zelfredzaam genoeg te zijn. Voor de zorgadviseurs was het hierdoor moeilijk om de grens tussen informatie / advies en hulp geven te bewaken. Een ander probleem dat de toestroom van cliënten belemmerde was de lokatie. In slechts één stadsdeel was er sprake van een opvallend loket op een toegankelijke lokatie.

Er hebben 387 groepsvoorlichtingen plaatsgevonden. Vrijwel alle groepsvoorlichtingen gingen over zorg hetgeen komt door de achtergrond van de medewerkers, namelijk Gezondheidsvoorlichers (VETC). In de twee stadsdelen die later zijn gestart werden steeds vaker hulpverleners uitgenodigd om de voorlichting te geven. Hierbij organiseerden de zorgadviseurs de groep, vertaalden de voorlichting en beantwoordden vragen (voor, tijdens en na de voorlichting). De organisatie van de voorlichting voor de Turkse doelgroep was het meest succesvol gevolgd door de Marokkaanse groep. Bij de Surinaamse en Ghanese doelgroep lukte het bijna niet om voorlichtingen te organiseren. Het organiseren van groepsvoorlichtingen bij mannen verliep over het algemeen moeizaam. De deelnemers aan de groepsvoorlichting waren over het algemeen zeer tevreden met de het aanbod en de inhoud van voorlichting.

Het draagvlak onder de stuurgroepleden (vertegenwoordigers van lokale zorg- en welzijnsinstellingen en migrantenorganisaties) verschilde sterk tussen de stadsdelen die als eerste zijn gestart en degenen die later zijn gestart. De komst van de Wet Maatschappelijke Ontwikkeling (WMO) en het feit dat alle stadsdelen in Amsterdam voor eind 2006 een eigen VraagWijzer-loket in moeten richten heeft hier een belangrijke rol in gespeeld. De stadsdelen die eerder zijn gestart hadden veel last van wisseling onder de stuurgroepleden, een slechte communicatie van de stuurgroepleden en bereikte hulpverleners met hun achterban en de ‘achterover hangende houding’ van de stuurgroepleden. De stadsdelen die later zijn gestart hebben de implementatie van de zorgadviseurs gekoppeld aan de ontwikkeling van de VraagWijzer. Omdat alle betrokken partijen grote belangen hadden bij de ontwikkeling van de VraagWijzer was de opkomst en inbreng van deze partijen groot. Ook de samenwerking binnen en tussen de zorg- en welzijnsinstellingen is door de komst van de WMO verbeterd. Eén van de stadsdelen die als eerste is gestart wilde de functie voorzetten maar kon geen financiën vinden om de tijdsperiode tussen het einde van de pilot en de start van de Vraagwijzer te overbruggen. Dit is, naast het niet halen van de gestelde doelen, een belangrijke reden voor deze stadsdelen de contracten met de zorgadviseurs te beëindigen. Aanvullend hebben stadsdelen die later gestart zijn veel kunnen leren van degenen die eerder zijn gestart. Belangrijke aanpassingen ten opzichte van het eerdere concept is de extra aandacht voor een goede coördinator en lokatie en de verschuiving van individuele contacten naar groepsvoorlichting. Tijdens de pilotperiode is in de later gestarte stadsdelen opnieuw geleerd over de invulling van de functie zorgadviseur.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Verwerkt in samenvattig!

 

Extra toevoeging:

Individuele Groeps

Aantal Aantal Aantal

bewoners contacten

 

Oost Watergraafsmeer (2003 - 2004) 579 724 135

Zuidoost (2003 – 2004) 392 470 17

Zeeburg (2004 – 2005) 170 273 77

Geuzenveld (2004 - 2005) 388 465 158

 

Totaal 1529 1932 387

 

 

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Amsterdamse bestuurders, cliënten en aanbieders van zorg en welzijn zijn van mening dat het huidige aanbod van zorg en welzijn zodanig georganiseerd is dat mensen tussen wal en schip komen en de aansluiting met de samenleving missen. Dit is met name een probleem voor mensen die gerekend kunnen worden tot de kwetsbare groepen in de bevolking, waaronder allochtonen met een lage sociaal economische status. Om dit probleem aan te pakken is in Amsterdam gekozen voor een wijkgerichte aanpak (het project ‘Wijkgerichte Zorg & Welzijn’). In het kader van dit project worden in twee wijken van twee stadsdelen ‘wijkcentra zorg en welzijn’ ingericht. In deze centra worden verschillende instellingen op het gebied van zorg en welzijn samengebracht (bijvoorbeeld huisartsenzorg en maatschappelijke dienstverlening). Tevens worden in deze centra allochtone zorgadviseurs aangesteld. De doelstelling van de inzet van de allochtone zorgadviseur is het verbeteren van de toegankelijkheid van de gezondheids- en welzijnsinstellingen in de wijk, het vergroten van de kennis rond zorg en welzijn bij cliënten en hulpverleners, en het verbeteren van de communicatie tussen de hulpverlener en de cliënt. De zorgadviseurs grijpen de culturele context aan als ingang voor verbeteringen in de zorg aan allochtonen met een lage sociaal economische positie en leveren daarmee een bijdrage aan het verkleinen van sociaal-economische gezondheidsverschillen en etnische verschillen in gezondheid.

De functie van zorgadviseur betreft een nieuwe functie. Daarom wordt de introductie, de ontwikkeling en implementatie van de functie vergezeld van uitgebreid evaluatieonderzoek. Bij positieve resultaten kan de functie van zorgadviseur ook elders worden geïmplementeerd.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website