Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In dit project is onderzocht of werknemers door een leefstijlprogramma via internet op lange termijn meer gaan bewegen en gezonder gaan eten. Bijna 1000 werknemers uit zes bedrijven hebben meegedaan aan dit onderzoek. Alle deelnemers kregen een gezondheidsmeting en twee jaar lang toegang tot een persoonlijke website. De helft van de deelnemers had daarnaast verschillende extra mogelijkheden op die website. Deze groep ontving ook een jaar lang elke maand een e-mail waarin ze werden aangemoedigd meer te bewegen en gezond te eten.

 

Het doel was om te onderzoeken of werknemers gezonder gaan leven door gebruik te maken van deze website. Daarnaast is onderzocht welke werknemers meedoen aan het programma, en of ze de website ook echt gebruikten.

 

Naast de evaluatie van het leefstijlprogramma is in dit project aandacht besteed aan de relatie tussen leefstijl, gezondheid, en werkomstandigheden met productiviteitsverlies en ziekteverzuim.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

De belangrijkste bevindingen uit dit project zijn:

 

1) Werknemers die hun gezondheid als matig of slecht beoordelen hebben meer productiviteitsverlies en ziekteverzuim dan werknemers die hun gezondheid als goed ervaren. Daarnaast komt productiviteitsverlies en ziekteverzuim meer voor bij werknemers met een ongezonde leefstijl (roken en zwaar overgewicht) en ongunstige werkomstandigheden (fysiek en psychosociaal).

 

2) In een uitgebreid literatuuronderzoek vonden we grote verschillen in het bereik van leefstijlprogramma's bij bedrijven. Uit dit literatuuronderzoek bleek dat vrouwen eerder meedoen aan dergelijke programma's. In ons project was het bereik van oudere werknemers relatief hoog. Leefstijl- en gezondheidfactoren lijken geen grote rol te spelen in de keuze om mee te doen aan een

programma.

 

3) Een belangrijk onderdeel van het onderzoek bestond uit de evaluatie van de persoonlijke website. Bijna de helft van alle deelnemers bezocht de website na het invullen van een vragenlijst en deelname aan een gezondheidsmeting. Het versturen van aanmoedigende maandelijkse e-mailberichten leidde tot een verhoogd websitebezoek. Minder dan 10% van de deelnemers gebruikte de extra mogelijkheden op de website (zoals hun eigen gedrag volgen via zelfmonitors, en vragen stellen aan diverse professionals).

 

4) In dit project is aan werknemers gevraagd in hoeverre zij bemoeienis van de werkgever met hun gezondheid als een inbreuk op de privacy ervaren. Dit blijkt bij 26% van de werknemers die niet deelnamen aan het gezondheidsprogramma en bij 21% van de deelnemers het geval te zijn. Veruit de meerderheid van de werknemers vindt het goed dat de werkgever probeert de gezondheid van werknemers te verbeteren. Morele kwesties lijken van beperkte invloed op de keuze om deel te nemen aan gezondheidsprogramma’s op het werk.

 

 

5) In dit project zijn geen systematische verbeteringen gevonden in lichamelijke activiteit en groente- en fruitconsumptie tussen de groep werknemers met extra mogelijkheden op de website en de groep die die mogelijkheden niet had. Een mogelijk verklaring voor het ontbreken van een verschil tussen de groepen is dat het

contrast tussen beide groepen beperkt was. Zo hadden alle deelnemers toegang hadden tot de persoonlijke website en kon iedereen meedoen aan de gezondheidsmeting.

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In Nederland vormen hart- en vaatziekten de belangrijkste doodsoorzaak. Belangrijke, beïnvloedbare risicofactoren voor cardiovasculaire aandoeningen zijn onder meer weinig lichamelijke activiteit en ongezonde voeding. In de preventie van overgewicht en chronische ziekten, spelen leefstijlveranderingen een belangrijke rol. De preventie van overgewicht en het stimuleren van lichamelijke activiteit en groente- en fruitconsumptie staan de laatste jaren. Vanuit de praktijk is er behoefte aan (kosten-)effectieve interventies gericht op lichamelijke activiteit en voeding. De werkplek wordt gezien als een veelbelovende setting voor gezondheidsbevordering. Er kunnen veel mensen worden bereikt, en er is sprake van een natuurlijk sociaal netwerk. Eerder onderzoek naar gezondheidsbevordering op de werkplek heeft echter tot tegenstrijdige resultaten geleid. Het huidige project onderzoekt een intensieve, lange termijn interventie op de werkplek om werknemers te stimuleren meer groente en fruit te eten en meer te bewegen. In het derde projectjaar zijn de eerste follow-up metingen afgerond en is gestart met de 2e follow-up metingen.

 

In 2009 is een systematische review over determinanten van participatie in programma’s voor gezondheidsbevordering bij werknemers gepubliceerd in de International Journal of Behavioural Nutrition and Physical Activity. In juni 2009 zijn de resultaten van deze systematische review gepresenteerd bij het jaarlijkse congres van de International Society of Behavioural Nutrition and Physical Activity. In het derde projectjaar is onderzocht wie de website gericht op gezondheidsbevordering bezoeken en of dit gebruik wordt beïnvloed door gezondheid en leefstijl. Verder is onderzocht of leefstijlfactoren gerelateerd zijn aan productiviteitsverlies op het werk en ziekteverzuim. Verder zijn er diverse lezingen verzorgd gericht op gezondheidsbevordering op de werkplek.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In het derde projectjaar zijn de eerste follow-up metingen afgerond (oktober 2009). In totaal hebben 701 werknemers van 6 bedrijven deelgenomen aan de eerste follow-up metingen (70% van de deelnemers op baseline). Volgens de richtlijnen voor het analyseren van een RCT, worden geen tussentijdse interventie-effecten gepresenteerd voor afronding van de studie. We onderzochten of deelnemers met een ongezonde leefstijl minder gebruik maakten van een website gericht op gezondheidsbevordering. Het manuscript is onlangs geaccepteerd voor publicatie in het ‘Journal of Medical Internet Research’. We bestudeerden de relatie tussen individuele, gedrag- en gezondheidsfactoren, en het gebruik van de studiewebsite. Bijna de helft van de deelnemers bezocht de studiewebsite in de periode na de fysieke gezondheidsmeting. Meer deelnemers in de interventiegroep dan in de referentiegroep (18% versus 5%) bezochten de website in een volgende periode van drie maanden. Het sturen van maandelijkse e-mailberichten werkte als een stimulans om de website te bezoeken. Meer vrouwen dan mannen bezochten de website om hun gedrag te monitoren of om persoonlijk advies over hun vetinname te ontvangen. Uit onze resultaten blijkt dat ongezonde deelnemers of deelnemers met een ongezonde leefstijl niet minder gebruik maken van een website gericht op gezondheid en leefstijlverbetering.

 

Als onderdeel van het project hebben we tevens een systematische review uitgevoerd naar determinanten van participatie in programma’s voor gezondheidsbevordering bij werknemers. Het artikel is in 2009 gepubliceerd in de ‘International Journal of Behavioural Nutrition and Physical Activity’. Initiële deelname aan programma’s ter bevordering van de gezondheid van werknemers bleek gemiddeld lager dan 50%. Zowel de deelname aan de programma’s als de onderzochte determinanten van deelname varieerde sterk tussen de geïncludeerde studies.

Alleen voor geslacht werd een duidelijk verband met deelname gevonden. Meer vrouwen dan mannen nemen deel aan programma’s voor gezondheidsbevordering op de werkplek. Dit verschil werd overigens niet gevonden bij programma’s bestaande uit het aanbieden van fitnessfaciliteiten. Doordat een beperkt aantal studies de invloed van gezondheid, leefstijl en werkgerelateerde factoren op deelname onderzocht, is het inzicht in de onderliggende determinanten van deelname aan gezondheidsbevordering op de werkplek gering. In de review werd verder een hogere deelname gevonden bij programma’s (1) met beloningen voor deelname(2) die uit meerdere componenten bestaan en (3) op meerdere gedragingen gericht zijn dan alleen lichamelijke activiteit.

 

Als onderdeel van het project was er de mogelijkheid om een andere dataset met daarin informatie van meer dan 10.000 werknemers die een vragenlijst invulden over werk, leefstijl en gezondheid te bestuderen. We onderzochten de relatie tussen leefstijlfactoren enerzijds en productiviteitsverlies en ziekteverzuim anderzijds. Leefstijlgerelateerde gedragen en (zwaar) overgewicht zijn gerelateerd aan de aanwezigheid en duur van ziekteverzuim en aan meer productiviteitsverlies. Primaire leefstijlinterventies kunnen mogelijk een grote bijdrage leveren aan het handhaven van een productieve beroepsbevolking. Het manuscript is gesubmit bij ‘Occupational and Environmental Medicine’.

 

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Objective: To evaluate the cost-effectiveness of an individually-tailored long-term worksite health promotion programme on physical activity and nutrition.

Study design: Cluster randomized controlled trial with 700 workers in clusters with a maximum of 20 workers and measurements at baseline, 12, and 24 months (2 * 350).

Study population: workers in companies who are offered a worksite health promotion programme (WHPP).

Standard WHPP (usual care): health check with a one-off biometric assessment and advice on attainable goals for improvement in daily physical activity and fruit & vegetables intake. In addition, single workshops are offered to selected participants.

Intervention: The intervention adds during 1 year a personal health portal on internet with (1) personal results of biometry, (2) tailored advice on physical activity and diet to the physical health measures (biometry) and individual characteristics of the participant, (3) continuous support and feedback by monthly questions and answers through e-mails by a personal coach, and (4) overview of progress in self-reported behaviour and body mass index. We hypothesize that the Health Portal will substantially increase adherence and sustainability.

Primary outcome measures (impact evaluation): compliance with healthy lifestyle (yes/no) for physical activity (30 min moderate activity on 5 days per week) and fruit and vegetables consumption (2 servings and 200 gr per day, respectively), assessed by validated questionnaires at 0, 12, and 24 months.

Secondary outcome measures (effect evaluation): risk for cardiovascular disease (Score European guidelines), cholesterol, blood pressure, body mass index, body fat percentage, and submaximal VO2-max (cardiorespiratory fitness), measured at 0 and 24 months.

Analysis: intention-to-treat with last available information carried forward to missing data. A multilevel linear regression model with repeated measurements for continuous outcomes and hierarchical logistic regression for dichotomous outcomes. The effect of self-efficacy, environmental determinants, lack of adherence and drop-out on impact and effect measures will be evaluated.

Economic evaluation: a cost-effectiveness analysis with cost-effectiveness ratios on recommendations on nutrition and physical activity (impact measures) and on general health (SF-12) and predicted cardiovascular mortality (Score measure). The costs include direct costs of medical utilization and indirect costs of productivity loss at work due to health problems and indirect costs of sickness absence. A sensitivity analysis will be performed on the distribution of individual cost-effectiveness ratios.

Time schedule: 4 year study with 2 year follow-up of participants and 1.5 year intake period.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website