Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In dit project is de kosteneffectiviteit van primaire preventie van astma vergeleken met gebruikelijke zorg (UC). Kosteneffectiviteitsgegevens van de PREVASK (primaire PREVentie van Astma bij Kinderen) studies en effectiviteitsgegevens van alle internationaal beschikbare gerandomiseerde interventiestudies bij kinderen met een 1e graads familiale belasting voor astma zijn gebruikt als input voor een model. Meervoudige- (MF, 2 of meer maatregelen) en enkelvoudige (UF, 1 maatregel) interventies zijn in het model meegenomen. De MF studies naast de PREVASK studie, waren Isle of Wight en CAPPS. De UF studies waren de CAPS en de studie van Zeiger et al. De interventiemaatregelen omvatten: huisstofmijtreductie, allergeenreductie van huisdieren, terugdringen van blootstelling aan roken en/of voedselallergenen.

Dit is het eerste model voor de berekening van de kosteneffectiviteit van primaire preventie van astma. Het raamwerk voor het model is ontwikkeld in ‘rondetafel’ discussies met experts. Aleen UC en CAPPS bleken kosteneffectief. De kosten van CAPPS waren hoger dan UC, maar CAPPS was effectiever. Wanneer de overheid bereid is tenminste €8.200 te betalen per voorkómen astmakind, heeft de CAPPS interventie de voorkeur boven gebruikelijke zorg. Daarnaast zou er minstens €55M bespaard kunnen worden wanneer de kosten worden berekend over een heel mensenleven. Echter, vanwege de onzekerheid rondom de parameters van het model is het noodzakelijk een prospectieve onderzoek uit te voeren om een betere vergelijking tussen de verschillende modellen te kunen maken en de onzekerheden weg te kunnen nemen.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Dit onderzoek heeft aangetoond dat het houden van gestructureerde multidisciplinaire expert bijeenkomsten een efficiënte methode is om een beslissingsmodel te ontwikkelen. Dit onderzoek toont ook aan dat er geen andere economische evaluaties zijn van primaire preventie van astma bij kinderen.

Met behulp van de klinische- en kostendata is een model ontwikkeld, waarmee de goedkoopste en meest effectieve interventie kon worden gedefinieerd. Kosteneffectiviteitsanalyse heeft uitgewezen dat de MF CAPPS en UC kosteneffectief zijn. De CAPPS interventie is duurder dan UC, maar ook effectiever. Wanneer beleidsmakers bereid zijn tenminste €8.200 per extra voorkomen astmacase te betalen gaat de voorkeur uit naar de CAPPS interventie. De onzekerheid rondom de parameters kan tot een verkeerde beslissing leiden waardoor de kosten tenminste €291.6M kunnen worden. Aanvullend onderzoek, met name op het gebied van de prevalentie en kosten voor kinderen die geen eerste graads familiale belasting voor astma hebben, kan de onzekerheid rondom het besliskundig model verkleinen. De initiële kosten voor UC zijn ongeveer €4.8M voor 20% van de kinderen met een eerstegraads familiale belasting uit een cohort van ongeveer 172.000. De initiele kosten voor de CAPPS interventie zijn 8 maal zo hoog. Echter wanneer de kosten over een heel leven (zonder astma) worden berekend, kan voor zo’n cohort €55M worden bespaard door de CAPPS interventie aan te bieden.

 

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Dit project betreft de 2e fase van de RAKKER studie. De RAKKER studie is een deelstudie van het PREVASK programma, een programma dat zich richt op de primaire preventie van astma bij kinderen.

De scope van RAKKER binnen dit programma is de bestudering van de kosteneffectiviteit van meervoudige primaire preventie van astma ten opzichte van enkelvoudige primaire preventie. In het 1e deel van de RAKKER studie is de kosteneffectiviteit van het PREVASK preventie programma in de eerste twee levensjaren bestudeerd. In deze eerste twee jaar leek de PREVASK interventie niet kosteneffectief. Probleem hierbij was echter dat er op tweejarige leeftijd bij kinderen nog geen objectieve astma diagnose kan worden gesteld. Daarom is het van belang de kosteneffectiviteit van het preventieprogramma opnieuw te evalueren op een moment dat er bij de kinderen wel een objectieve astma diagnose gesteld kan worden. Dit is mogelijk wanneer de kinderen tenminste 6 jaar zijn. De hiervoor benodigde gegevens worden in deze 2e fase van het RAKKER onderzoek verzameld.

In 2007 is er een meta-analyse gepubliceerd waarin alle, internationaal beschikbare, gerandomiseerde interventie studies met hoogrisico geboorte cohorten zijn opgenomen (1). Uit deze meta-analyse is gebleken dat meervoudige interventie studies waarschijnlijk een grotere kans hebben om succesvol te zijn dan enkelvoudige interventie studies. In het huidige RAKKER project wordt daarom met behulp van een kosteneffectiviteit studie bestudeerd of een meervoudige interventie strategie verschilt van een enkelvoudige interventie strategie. Het perspectief dat hierbij gekozen is, is het 'health care' perspectief.

Om de verschillende interventie strategieën met elkaar te kunnen vergelijken, worden alle astma cases in de interventie groepen en de gerelateerde controle groepen die zijn meegenomen in de meta-analyse, inclusief het PREVASK programma, geteld. Voor het PREVASK programma is deze informatie al verzameld voor de kinderen met een positieve familiale belasting voor astma (PFH), maar nog niet voor de kinderen met een negatieve familiale belasting voor astma (NFH), de RAKKER groep.

Om de kosteneffectiviteit van primaire preventie van astma te kunnen bepalen zal de PREVASK interventie groep worden vergeleken met een mix van de PREVASK controle en de RAKKER groep. Om kosteneffectiviteit te kunnen bepalen zal er informatie worden verzameld betreffende de kosten van het PREVASK preventie programma en van de medische consumptie. Met behulp van 'decision analytic modelling' technieken wordt de kosteneffectiviteit van meervoudige interventie versus enkelvoudige interventie programma’s berekend. De primaire data betreffende de kosten en outcome van de PREVASK en de RAKKER studie zullen hiervoor worden gecombineerd met de effectiviteitgegevens uit de meta-analyse. Om de kosteneffectiviteit te kunnen bepalen, zullen 'uncertainty probabilistic modeling' technieken worden gebruikt. Daarnaast zal er een 'value of information' analyse worden uitgevoerd.

 

1. van Schayck OC, Maas T, Kaper J, Knottnerus AJ, Sheikh A. Is there any role for allergen avoidance in the primaryprevention of childhood asthma? J Allergy Clin Immunol 2007;119(6):1323-8.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Het RAKKER2 project is op 1 september 2008 van start gegaan. De families van alle onderzoeksdeelnemers uit de eerste fase van het RAKKER onderzoek zijn benaderd. Van deze families hebben er 224 aangegeven te willen deelnemen aan de tweede fase van het onderzoek (RAKKER2). 163 families hebben aangegeven met de volledige studie te willen deelnemen. 61 families wilden wel vragenlijsten invullen maar geen longfunctie- en IgE meting. Deze families hebben wel toestemming gegeven voor het opvragen van de medische gegevens bij de huisarts. 84 families waren niet meer te traceren of hebben aangegeven niet te willen meedoen (figuur 1).

 

De deelnemers hebben een set vragenlijsten ontvangen en degenen die met het volledige onderzoek meedoen hebben een huisbezoek gekregen, waarbij er bij de deelnemers een spirometrie en een vingerprik (ter bepaling van IgE)is gedaan. De verzamelde gegevens zijn in het laboratorium geanalyseerd (IgE) en beoordeeld (spirometrie). N.a.v. van de uitslagen van de spirometrie is bij 16 kinderen een histamine provocatietest uitgevoerd.

Het 1e artikel van dit project (titel: Structuring and validating a cost-effectiveness model of primary asthma prevention among children’) is aangeboden aan het tijdschrift BMC Medical Research Methodology. Momenteel werkt de PhD student aan het 2e artikel.

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

This application concerns the second part of the RAKKER study, which is part of the PREVASC program that focuses on the prevention of asthma in children. This second part is a follow-up study of the first part of the ZonMw RAKKER study (ZonMw 2100.0002). The scope of RAKKER within this program is to investigate the cost-effectiveness of primary prevention of asthma using multifaceted as opposed to mono-intervention strategies.

In the first part of the RAKKER study, the cost-effectiveness of the PREVASC prevention program during the first two years of life was evaluated. In this period, the PREVASC intervention did not seem to be cost-effective. However, to be able to draw definite conclusions, it is very important to re-evaluate the findings with an objective asthma diagnosis. In order to diagnose asthma objectively, appropriate lung function measurements must be carried out in children not younger than six. These data will be gathered as part of the present proposal. Recently a meta-analysis has been published in which all international available randomized intervention studies in high-risk birth cohorts have been summarized (1). As shown in this meta-analysis multifaceted intervention studies probably have a greater chance of being successful than mono-intervention studies (1). Therefore in the present part of the RAKKER study it will be investigated with a cost-consequence study from a health care viewpoint whether multifaceted intervention strategies differ from mono-intervention strategies. In order to compare the different intervention strategies, the number of asthma cases in the intervention groups and the related control groups included in the meta-analysis, including the PREVASC program, must be calculated. For the PREVASC program this information is already collected for the children with a positive family history of asthma (PFH) but not for the children with a negative family history of asthma (NFH), the RAKKER group. In order to get a complete picture of the cost-consequences of primary prevention of asthma (PREVASC intervention group), the intervention group will be compared to the current situation. The current situation is a combination of PFH and NFH children who may or may not develop future asthma. Therefore, to be able to assess the cost- consequences of primary prevention of asthma compared to the current situation, the PREVASC intervention group will be compared to a mixture of the PREVASC control group and the RAKKER group. This mixture will reflect the empiric ratio between ‘PFH‘ and ‘NFH’ children in the society. To be able to assess the cost-consequences, information concerning the costs of the PREVASC prevention program as well as the medical consumption will be collected. Using decision analytic modelling techniques, the cost-consequences of multifaceted intervention versus mono-faceted intervention programs will be calculated. For this purpose the primary data regarding costs and patient outcome from the PREVASC and the RAKKER study and the effectiveness as based on the meta-analysis will be combined. To determine cost-consequences uncertainty probabilistic modelling techniques will be applied and in addition value of information analysis will be performed.

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website