Verslagen

Eindverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Een probleem dat wordt gesignaleerd bij veel beweegprogramma’s, georganiseerd vanuit de eerstelijnszorg, is dat er maar zelden sprake is van langere termijn effecten op beweeggedrag. Om inzicht te verkrijgen in strategieën die kunnen bijdragen aan het bevorderen van lange termijn effecten van beweegprogramma’s gericht op doelgroepen met een lagere sociaaleconomische status, is gestart met het onderzoeksproject “Bewegingsstimulering vanuit de 1e lijn: onderzoek naar voorwaarden en strategieën voor continuering van beweeggedrag”. Het doel van dit onderzoeksproject was strategieën te ontwikkelen, te implementeren en te evalueren die kunnen bijdragen aan de continuering van beweeggedrag na deelname aan een beweegprogramma. Het onderzoeksproject is uitgevoerd binnen Beweeg je Beter Amsterdam, een implementatieproject voor bewegingsstimulering gebaseerd op de concepten van Big!Move.

Het onderzoeksproject heeft geresulteerd in vijf strategieën die kunnen bijdragen aan de continuering van beweeggedrag na deelname aan een beweegprogramma: 1) individueel beweegplan, 2) follow-up gesprekken, 3) inzet rolmodellen, 4) doorstroomgroep , 5) warme overdracht. Deze strategieën zijn ontwikkeld in samenwerking met de belangrijkste stakeholders binnen de lokale context en kunnen in samenwerking met de doelgroep, sportaanbieders en beleidsmakers geïmplementeerd worden. Wegens verscheidene belemmeringen binnen de onderzoekssetting zijn de ontwikkelde strategieën niet geëvalueerd.

 

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Onderstaande strategieën kunnen niet los gezien worden van en/of zijn aanvullend op de strategieën die al in eerdere fasen van beweegprogramma’s vanuit de eerstelijnszorg worden ingezet (zoals bijvoorbeeld nadruk op “plezier in bewegen” en aandacht voor het groepsproces) of die verankerd zijn in de opzet van deze beweegprogramma’s (zoals bijvoorbeeld intersectorale samenwerking tussen organisaties zoals zorg, sportbuurtwerk en welzijnswerk).

 

1) Individueel beweegplan

 

Aan het begin van fase 2 stelt de begeleider samen met de deelnemer een persoonlijk “beweegplan” op. In dit beweegplan formuleert de deelnemer samen met de begeleider onder andere korte- en lange termijn doelstellingen ten aanzien van bewegen, denkt na over de randvoorwaarden en benodigde ondersteuning bij het bewegen en kiest een beweegactiviteit voor fase 3. De vraag aan de deelnemer “Wat heb je nodig om te blijven bewegen?” staat centraal in dit gesprek. Door terug te komen op de persoonlijke doelstellingen van de deelnemer, deze zo nodig bij te stellen en nieuwe doelen te stellen voor fase 3, creëert de begeleider meer bewustzijn bij de deelnemer ten aanzien van de eigen mogelijkheden om zelfstandig te gaan bewegen. De afspraken die de deelnemer en de begeleider gezamenlijk maken, worden schriftelijk vastgelegd in een individueel beweegplan. De deelnemer tekent een intentieverklaring om volgens het beweegplan te handelen.

 

2) Follow-up gesprekken

 

In fase 3 wordt elke deelnemer één keer per maand gedurende maximaal 6 maanden uitgenodigd voor een gesprek. Idealiter vinden deze gesprekken plaats met de begeleider waarmee ook het persoonlijk beweegplan is opgesteld. Het aantal en de duur van dit gesprek is afhankelijk van de mate waarin fase 3 succesvol verloopt. Tijdens dit gesprek wordt gekeken of de deelnemer zich houdt aan zijn/haar beweegplan en in hoeverre de deelnemer nog ondersteuning nodig heeft op het gebied van bewegen. Tijdens de follow-up gesprekken wordt geanticipeerd op lastige situaties, door samen met de deelnemer (verder) te gaan werken aan het ontwikkelen van “zelfregulatievaardigheden”.De begeleider motiveert de deelnemer om te blijven bewegen en bespreekt passend beweegaanbod in de wijk. De strategie “follow-up gesprekken” kan worden gezien als een vervolg op de strategie “individueel beweegplan”.

 

3) Inzet rolmodellen

 

In fase 2 en/of in fase 3 van het beweegprogramma worden vrijwilligers ingezet die kunnen fungeren als rolmodel voor de huidige deelnemers aan het beweegprogramma. De vrijwilligers betreffen oud-deelnemers aan het beweegprogramma die er in geslaagd zijn hun beweeggedrag succesvol voort te zetten na afloop van de interventie. De vrijwilligers zullen aan de huidige deelnemers uiteenzetten hoe het hen is gelukt om zelfstandig hun beweeggedrag voor te zetten na afloop van het beweegprogramma. Zij besteden hierbij aandacht aan valkuilen waar je mogelijk tegenaan kunt lopen bij het zelfstandig voortzetten van je beweeggedrag, zoals een afnemende motivatie en aangeven welke strategieën zij inzetten om hier mee om te gaan. Tevens zullen zij aandacht besteden aan factoren die hen juist ondersteunen bij het voortzetten van hun huidige beweeggedrag, zoals het bewegen samen met een beweegmaatje.

 

4) Doorstroomgroep

 

Na afloop van fase 2 kunnen de deelnemers naar een zogenaamde doorstroomgroep. Er wordt hierbij gestreefd om zo veel mogelijk van de randvoorwaarden van de groep vanuit het beweegprogramma constant te houden. Denk hierbij aan dezelfde begeleider, hetzelfde tijdstip, dezelfde dag, dezelfde locatie, hetzelfde type invulling en dezelfde deelnemers (een deel van de groep gaat over naar deze doorstroom groep). Na fase 2 kan de deelnemer zelf bepalen om door te gaan in deze doorstroomgroep of elders te gaan bewegen. Het is de bedoeling dat deze doorstroomgroep onderdeel wordt van het reguliere lokale beweegaanbod.

 

5) Warme overdracht

 

In de wijken waar het beweegprogramma geïmplementeerd is, wordt gekeken naar de mogelijkheden voor (verdere uitbreiding van al bestaande) samenwerkingsverbanden met sportaanbieders in de wijk. De basis van deze samenwerkingsverbanden wordt gevormd door “gastlessen”. Deelnemers aan het beweegprogramma volgen in fase 2 een aantal gastlessen bij bestaande beweegactiviteiten in de wijk. Met deze sportaanbieders zullen vervolgens nadere afspraken worden gemaakt over mogelijkheden voor een verdere uitbreiding van de “warme overdracht” van deelnemers aan het beweegprogramma naar het reguliere sportaanbod in de wijk. Hierbij valt te denken aan de inzet van strategieën zoals het geven van korting op de contributie aan oud-deelnemers van het beweegprogramma, maar ook aan extra begeleiding voor oud-deelnemers aan het beweegprogramma tijdens de eerste lessen waarbij zij aanwezig zijn. Daarnaast wordt ingezet op een hechter contact tussen de begeleiders van het beweegprogramma en de sportaanbieders.

 

Voortgangsverslag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In Nederland bestaan momenteel diverse beweegprogramma's die georganiseerd zijn vanuit de eerstelijns zorg. Deze programma's lijken succesvol in het bereiken van doelgroepen met een lagere sociaal-economische status waaronder een groot aandeel van allochtone herkomst. Een probleem waar deze programma's allemaal mee te maken hebben is dat deelnemers na afloop van het programma weer terugvallen naar hun oude inactieve leefstijl. Dit project heeft als doel strategieën te ontwikkelen, implementeren en evalueren (op proces) die bijdragen aan het continueren van beweeggedrag na afloop van deelname aan een beweegprogramma. Dit project wordt uitgevoerd in het kader van "Beweeg-je-Beter", een programma vanuit de eerstelijn, dat sinds 2007 in verschillende stadsdelen in Amsterdam loopt. In de eerste fase van het project zijn de belemmerende en bevorderende factoren voor continuering onderzocht op verschillende niveaus (o.a. de deelnemers, de uitvoerende organisaties). Deze informatie wordt gebruikt bij de verdere ontwikkeling van strategieën die ingezet kunnen worden om deelnemers mogelijkheden te bieden hun beweeggedrag te continueren.

Resultaten
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

In de eerste fase van het project is een probleemanalyse uitgevoerd waarin zicht is verkregen op de belemmerende en bevorderende factoren voor continuering van gedrag. Op het niveau van de doelgroep zijn uitkomsten bestudeerd van eerdere studies naar beweegprogramma's vanuit de eerste lijn (nationaal en internationaal). Middels mondelinge interviews met deelnemers van "Beweeg-je-Beter" zijn deze uitkomsten "getoetst" en aangevuld. Tevens is zicht verkregen op de kenmerken van de doelgroep en de huidige doorstroom binnen het programma dankzij de beschikbare informatie uit de lopende monitor van het programma. Om zicht te krijgen op de belemmerende en bevorderende factoren die door "trekkers" van dergelijke beweegprogramma's ervaren worden, zijn interviews gehouden met sleutelfiguren van de diverse programma's vanuit eerste lijn.

Resultaten die volgen uit bovenstaande vormen de basis voor de ontwikkeling van strategieen die kunnen bijdragen aan continuering van beweeggedrag onder deelnemers die het beweegprogramma hebben doorlopen.

Samenvatting van de aanvraag

Samenvatting
Dit item is dichtgeklapt
Dit item is opengeklapt

Vrouwen met een lagere sociaal-economische status en/of van allochtone afkomst vormen een belangrijke risicogroep voor de ontwikkeling van overgewicht en gerelateerde gezondheidsproblemen als gevolg van onvoldoende beweging. Dit gegeven vormde in 2003 de aanleiding tot het project “Gezonde Leefgewoonten Westerpark”, waarin in samenspraak met de doelgroep o.a. beweeginterventies zijn ontwikkeld. Na afloop van de formele interventiefase bleek dat continuering van de beweegactiviteiten beperkt plaatsvond. Ondanks dat dit probleem door vele andere beweeginterventies herkend wordt, is er onvoldoende bekend over mogelijke strategieën die continuering van het beweeggedrag kunnen bevorderen. Deze continuering kan op verschillende manieren plaatsvinden: deelnemers kunnen doorstromen naar het reguliere beweegaanbod, zij kunnen aansluiting vinden bij een initiatief vanuit de eigen groep (bijvoorbeeld een wandelgroep) of op eigen initiatief meer beweging inbouwen in het dagelijks leven (vaker fietsen, vaker de trap nemen etc).

Onderhavig onderzoek heeft als doel strategieën te ontwikkelen, te implementeren en te evalueren (op proces) die bijdragen aan continuering van beweeggedrag onder deelnemers van een beweegprogramma vanuit de Eerstelijn: het project Beweeg-je-Beter (BjB). Mede doordat BjB wordt georganiseerd vanuit de eerste lijnszorg in Amsterdam, biedt het een goede infrastructuur om de doelgroep lage SES en allochtone vrouwen te bereiken. Deelnemers aan BjB worden door de huisarts verwezen indien zij klachten hebben die gerelateerd zijn aan onvoldoende beweging. Binnen BjB volgen zij 6 maanden lang een beweegcurus, in de vorm van dansen, wandelen, fietsen, zwemmen of andere activiteiten.

Bij de uitvoering van dit project worden de volgende onderzoeksfasen onderscheiden: A. Probleemanalyse: inventarisatie van de belemmerende en bevorderende factoren voor continuering van beweeggedrag. B. Creëren van lokaal draagvlak op het niveau van de doelgroep, de organisaties en het beleid binnen het stadsdeel C. Ontwikkeling van een pakket aan strategieën die continuering van beweeggedrag bevorderen, D. Implementatie van de gekozen strategieën, E. Procesevaluatie: hoe haalbaar en uitvoerbaar en zijn de strategieën? Binnen al deze fasen wordt op zowel het niveau van de doelgroep, de organsiaties als op het niveau van het stadsdeelbeleid gegevens verzameld, dit betekent dat het pakket aan strategieën op al deze niveaus kan ingrijpen. Met de resultaten uit dit onderzoek wordt inzicht verkregen in mogelijk succesvolle strategieën die kunnen bijdragen aan het bevorderen van lange termijn effecten van (tijdelijke) beweegprogramma’s gericht op een belangrijke risicogroep, namelijk vrouwen met een lagere sociaal-economische status, waaronder een groot aandeel allochtone vrouwen.

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website